← België

Arrest 266258 - Sluitingen van vestigingen - 31/03/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 31 maart 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.258 Rolnummer: A. 240001/XII-9963 Zaak: Arrest 266258 - Sluitingen van vestigingen - 31/03/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-07 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-06-18 06:44 Fiche Arrest nr 266.258 van 31 maart 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 266.258 van 31 maart 2026 in de zaak A. 240.001/XII-9963 In zake : de BV KENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Dries Pattyn kantoor houdend te 8200 Brugge Rijselstraat 274 bij wie woonplaats wordt gekozen eveneens bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Yves Van Damme kantoor houdend te 8000 Brugge Werfstraat 5 tegen : de STAD ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Christophe Coen kantoor houdend te 2018 Antwerpen Mechelsesteenweg 210A bus 10 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 11 september 2023, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de burgemeester van de stad Antwerpen van 12 juli 2023 waarbij het wordt verboden om “in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, gelegen aan de Lakborslei 90 te 2100 Deurne, gekend als en/of genoemd ‘KENT’ enige vorm van activiteit en/of uitbating uit te oefenen gedurende een termijn van een maand vanaf 14 juli 2023 om 00.00 uur tot en met 13 augustus 2023 om 24.00 uur”. XII-9963-1/19 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Adjunct-auditeur Daniël Plas heeft een verslag opgesteld. De verwerende partij heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 22 januari
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dries Pattyn, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Christophe Coen, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Daniël Plas heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De verzoekende partij exploiteert een wedkantoor aan de Lakborslei 90 te Deurne. XII-9963-2/19 3.
  6. Op 18 juni 2023 voert de politie een controleactie uit in het wedkantoor. In de administratieve akte van 19 juni 2023 wordt relaas gedaan van deze controle: “Context […] Wij begeven ons samen met […] externe partners […] naar de Lakborslei […] alwaar een gokkantoor is gevestigd. […] Wij betreden met het volledige dispositief de zaak en stellen vast dat er 6 klanten aanwezig zijn, dewelke allen aan het gokken zijn op de aanwezige gokautomaten. Achter de toog, bij binnenkomst rechts, zit een man die wij later als medewerker zullen identificeren als: [A.T.] Beschrijving zaak De zaak bestaat uit 1 grote ruimte met tegen de rechter- en linkermuur gokautomaten. In het midden staat een hoge tafel met barkrukken waar klanten kunnen op plaats nemen. Langs beide kanten hangt er ook een TV- scherm tegen de muur waarop sportwedstrijden worden afgespeeld. Bij binnenkomst wordt een klant, door een opgestelde omheining in de zaak, geleid naar de kassa. Tussen de omheining en de kassa staat een draaipoortje met 3 stangen. Klanten die willen kunnen onder of over de omheining klimmen. Achteraan links in de zaak is er een apart toilet met daarvoor een korte hall met wastafel. Naast het sanitaire gedeelte is er nog een kleine berging voorzien. In de zaak zelf is er nog een luik (links achteraan) onder de gokautomaten die toegang geeft tot een kelder. Wij voegen foto’s toe van de plaatsgesteldheid aan huidige akte. Wij gaan over tot het opvragen van de identiteit van […] alle aanwezigen en controleren deze in onze geïnformatiseerde politionele databanken. Eén van de klanten is gekend inzake feiten verdachte handelingen. Bij binnenkomst ruiken wij een zeer aanwezige geur dewelke wij vanuit beroepservaring herkennen als cannabis. Wij zijn op de hoogte dat er een actieve drugshond aan het werken is op het grondgebied van onze politiezone en vragen deze ter plaatse. Gelet wij vernemen dat deze ter plaatse kan komen, bevriezen wij de situatie in het gokkantoor, vragen wij de aanwezigen om te blijven zitten teneinde de locatie zo weinig mogelijk te contamineren in functie van de doorzoeking met de actieve drugshond. Aan onze vraag wordt gevolg gegeven. Ter plaatse aangekomen laten wij de drughondengeleider de doorzoeking aanvatten. De actieve drughond blaft […] in het sanitaire gedeelte links achteraan in de zaak. Wij zullen vaststellen dat de waterleidingen naast de wastafel zijn afgewerkt met een houten bekisting. Het frontpaneel van deze bekisting staat los en kan verwijderd worden. Wanneer wij deze verwijderen stellen wij vast dat er achter dit frontpaneel 32 gebruikte, groenverkleurde gripzakjes liggen evenals bijzonder veel sigarettenpeuken. Wij maken foto’s van de plaatsgesteldheid en voegen deze toe aan huidige akte. De actieve drughond reageert verder nog positief op een schoudertas achter de kassa die van [A.T.] blijkt te zijn. In de schoudertas worden 2 gebruikershoeveelheden cannabis aangetroffen met een totaal gewicht van 4.5 gram. In de persoonlijke portefeuille van [A.T.] wordt 1325 euro aangetroffen. Wij vernemen later in het verhoor dat hij 1700 à 1800 euro XII-9963-3/19 verdient. Maandelijks dient hij 300 à 400 euro af te dragen aan schuldbemiddeling. Daarnaast verklaart hij dat hij elke dag één pakje sigaretten rookt. In de kassa van de zaak treffen wij 3020 euro aan. Na contactname met het Parket Antwerpen op 18/06/2023 om 15:48 uur wordt er beslist om [A.T.] te arresteren en om de aangetroffen gelden van de zaak en deze bij [A.T.] persoonlijk, te immobiliseren. Wij gaan over tot het tellen van de aangetroffen gelden en maken hierbij gebruik van de bodycam. Het tellen van de geld[en] doen wij in het bijzijn van [A.T.]. [A.T.] is in het bezit van een GSM-toestel en weigert onze diensten ter plaatse inzage in zijn toestel. Wij vernemen van het parket op het ogenblik van onze eerste contactname dat het pand mag afgesloten worden maar nog niet verzegeld. Wij dienen een hercontactname uit te voeren na het verhoor. Na relaas van het verhoor van [A.T.] en de eerste manuele uitlezing van zijn GSM (waar hij uiteindelijk wel nog toestemming voor gaf) krijgen wij van het parket Antwerpen de opdracht om een huiszoeking heterdaad uit te voeren op het adres van [A.T.] hetgeen positief resulteert voor elementen die wijzen op handel in verdovende middelen. Wij doen een hercontactname met de magistraat met dienst en vernemen dat [A.T.] dient te worden voorgeleid en dat het gokkantoor […] gerechtelijk verzegeld dient te worden hetgeen wij ook uitvoeren op 18/06/2023 om 20:45 uur. Wij betreden voorafgaand de zaak en zorgen dat alle lichten en gokautomaten zijn uitgeschakeld. Hiervoor gebruiken wij de zekeringskast hetgeen [A.T.] aan onze diensten meedeelt vanop bureel. Beschrijving omgeving Het gokkantoor […] is gelegen in de Lakborslei dat een belangrijke verkeersader is dewelke Deurne Noord met Deurne Zuid verbindt. Daarnaast biedt het ook de aansluiting met de ‘Brug van de Azijn’ - Merksemsesteenweg richting Merksem, Wij hebben in het verleden reeds vastgesteld dat er vaak jongeren aanwezig zijn rond het gokkantoor en aldaar op het voetpad drank en eten verbruiken. We kunnen op locatie spreken van hangjongeren dewelke het gokkantoor gebruiken als ontmoetingsplaats. Wij stellen vast dat in een straal van 650 meter, 3 middelbare scholen zijn gevestigd rond het gokkantoor. De combinatie van ontmoetingsplaats voor jongeren, het aantreffen van druggerelateerde voorwerpen in de zaak en een medewerker die verdovende middelen bij heeft, zorgt dat de handelszaak momenteel een negatief aantrekkingspunt is voor wat betreft het handhaven van jongerenoverlast en het opwaarderen van de leefbaarheid in de wijk Deurne Noord. Op het ogenblik van onze controle stellen wij vast dat er afval voor de zaak op het voetpad ligt. De medewerkers van de Stad die aanwezig zijn tijdens de controle zullen hiervoor een GAS-pv opstellen evenals voor het ontbreken van een zelfsluitende vuilbak en het ontbreken van het verplicht UBO- register. Inzake de verplichte brandvoorschriften stellen wij vast dat er geen attesten in de handelszaak aanwezig zijn met een […] mogelijke manipulatie van de brandblussers. Een controle door de juiste stedelijke dienst dringt zich hier op. Stellen vast dat de ramen van de handelszaak voor het overgrote deel zijn voorzien van een folie met reclame voor de zaak waardoor de inkijk bemoeilijkt wordt. Het belemmeren van het zicht van buiten naar binnen draagt bij aan de mogelijkheid tot het uitvoeren van illegale praktijken in de handelszaak en verhindert de sociale controle vanop de openbare weg. Vernemen van een medewerker van de stad die ter plaatse is tijdens de controle dat [A.T.] als medewerker onbeschoft is naar de medewerker van de stad. Zijn attitude getuigt van bijzonder weinig constructiviteit en XII-9963-4/19 medewerking aan het onderzoek ter plaatse. […].” 3.
  7. Bij brief van 22 juni 2023 wordt de verzoekende partij in kennis gesteld van het voornemen van de burgemeester om het wedkantoor te sluiten op grond van artikel 9bis van de wet van 24 februari 1921 ‘betreffende het verhandelen van giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, psychotrope stoffen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen’ (hierna: drugswet). Tegelijk wordt de verzoekende partij uitgenodigd voor een hoorzitting. 3.
  8. Op 28 juni 2023 dient de verzoekende partij een schriftelijk verweer in. 3.
  9. Op 29 juni 2023 wordt de verzoekende partij gehoord. 3.
  10. Met de thans bestreden beslissing van de burgemeester van de stad Antwerpen van 12 juli 2023 wordt het wedkantoor voor een maand gesloten. Deze beslissing steunt op de volgende motieven: “Aanleiding en context […] Via de administratieve akte met nummer 017791/23 van 19 juni 2023 stelde de Politiezone Antwerpen de burgemeester in kennis van de vaststellingen van drugfeiten en overlast die plaatsvonden in [het wedkantoor], gelegen aan de Lakborslei […]. […] Antecedenten van de zaak Gerechtelijke feiten van de afgelopen drie jaren: - 12 november 2020 (AN.92.LB.126070/2020): negatief advies moraliteit; - 15 februari 2023 (AN.43.LB.019253/2023): vechtpartij aan het wedkantoor; en - 18 juni 2023 (AN.60.LB.069209/2023): aantreffen van drugs in het wedkantoor. Bestuurlijke antecedenten van de afgelopen drie jaren: - 21 december 2021 (36111/2021): ongunstig advies moraliteitsonderzoek; - 11 januari 2022 (884/2022): storende inrichting. Door de aanwezigheid van het wedkantoor is er lichte overlast door klanten die blijven rondhangen op straat. Het veelvuldig komen en gaan zorgt voor extra XII-9963-5/19 parkeerdruk/overlast. Doordat op deze locatie eveneens enkele kruidenierswinkels en een nachtwinkel zijn, ontstaat er een algemene overlast die zich niet enkel concentreert rond het gokkantoor; en - 22 juni 2022

(175623): ongunstig advies moraliteitsonderzoek. Parkeerovertredingen ter hoogte van [het wedkantoor] van de laatste drie jaren (in totaliteit 32 processen-verbaal voor verkeersinbreuken): - 2020: 19 juli; 27 oktober; 12 december; 13 december; - 2021: 17 januari; 20 januari; 1 februari; 6 februari; 2 x 4 maart; 5 maart; 13 maart; 19 maart; 23 maart; 9 april; 2 x 16 april; 3 mei; 6 mei; 6 juli; 12 juli; 23 december; 24 december; - 2022: 18 januari; 26 oktober; 19 november; 23 november; 14 december; en - 2023: 2 x 8 januari; 29 januari; 4 februari. […] Argumentatie […] Concrete gegevens/bewijzen van druggerelateerde feiten die de openbare veiligheid en rust verstoren Uit de vaststellingen van de politie blijkt dat er ernstige aanwijzingen zijn dat in de publiek toegankelijke inrichting ‘Kent’ herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden. Deze activiteiten hebben betrekking op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van verdovende middelen waardoor de openbare veiligheid en rust in gevaar komen. Dit blijkt uit de volgende elementen: Controle van de inrichting […] op 18 juni 2023: • bij het betreden van de inrichting merkt de politie een zeer aanwezige cannabisgeur op; • bij een doorzoeking van de inrichting door een actieve drughond blaft deze aan het sanitaire gedeelte links achteraan in de zaak. Het frontpaneel van de houten bekisting rond de waterleidingen kan verwijderd worden. Achter dit frontpaneel treft de politie 32 gebruikte, groenverkleurde gripzakjes aan; • de actieve drughond reageert verder positief op een schoudertas achter de kassa van medewerker A.T.. In de schoudertas worden twee gebruikershoeveelheden cannabis aangetroffen met een totaal gewicht van 4,5 gram; en • in een persoonlijke portefeuille van medewerker A.T. wordt 1325,00 euro aangetroffen. Huiszoeking op heterdaad bij medewerker A.T.: • de huiszoeking resulteert positief voor elementen die wijzen op handel in verdovende middelen; en • de medewerker A.T. wordt voorgeleid bij de onderzoeksrechter. Het wedkantoor […] wordt gerechtelijk verzegeld. De openbare ordeverstoring: • de inrichting is gelegen aan de Lakborslei hetgeen een belangrijke verkeersader betreft die Deurne Noord met Deurne Zuid verbindt. Daarnaast biedt de Lakborslei ook aansluiting met de ‘Brug van den Azijn’ aan de Merksemsesteenweg richting Merksem; • de politie heeft in het verleden reeds vastgesteld dat er vaak jongeren aanwezig zijn rond het wedkantoor en daar op het voetpad eten en drank verbruiken. Het gaat om hangjongeren die het wedkantoor gebruiken als ontmoetingsplaats. Bovendien liggen in een straal van 650 meter rond de inrichting drie middelbare scholen; • de handelszaak betreft door de druggerelateerde vaststellingen momenteel een negatief aantrekkingspunt inzake het handhaven van jongerenoverlast en XII-9963-6/19 het opwaarderen van de leefbaarheid in de wijk Deurne Noord; • de ramen van het wedkantoor zijn voor het grootste deel voorzien van reclamefolie waardoor de inkijk bemoeilijkt wordt. Het belemmeren van het zicht van buiten naar binnen draagt bij aan de mogelijkheid tot het voeren van illegale praktijken in de handelszaak en verhindert de sociale controle vanop de openbare weg; en • het veelvuldig komen en gaan van personen zorgt voor bijkomende parkeerdruk en overlast voor de omgeving. Uit het geheel van vaststellingen blijkt onmiskenbaar dat de inrichting […] fungeert als plaats om drugs te verhandelen en/of te gebruiken. Voormelde vaststellingen bevatten immers ernstige aanwijzingen dat in de private, doch voor het publiek toegankelijke plaats, […], herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van verdovende middelen. Bij de politionele controle van de inrichting op 18 juni 2023 werden ernstige druggerelateerde vaststellingen verricht ten aanzien van de uitbating. Naast de zeer aanwezige geur van cannabis die door de politie werd waargenomen, is tijdens de doorzoeking door een actieve drughond een hoeveelheid van 32 gebruikte, groenverkleurde gripzakjes aangetroffen achter een frontpaneel van de houten bekisting aan het sanitaire gedeelte. Bovendien reageerde de actieve drughond eveneens positief op een schoudertas achter de kassa van medewerker AT. In deze schoudertas trof de politie twee gebruikershoeveelheden cannabis aan met een totaal gewicht van 4,5 gram, evenals 1.325,00 euro in de persoonlijke portefeuille van de medewerker. Daarnaast blijkt uit het geheel van de vaststellingen van de politie dat er ernstige aanwijzingen zijn dat het niet om een eenmalig feit gaat. De aangetroffen hoeveelheid gebruikte, groenverkleurde gripzakjes evenals de hoeveelheid cash geld in de portefeuille van de medewerker duiden op drughandel, minstens op het vergemakkelijken van het gebruik van verdovende middelen. Het voorgaande wordt bovendien bevestigd door een huiszoeking bij de medewerker A.T. hetgeen positief resulteert voor elementen die wijzen op handel in verdovende middelen. De arrestatie van medewerker A.T. en de gerechtelijke verzegeling van [de] inrichting […] volgen hieruit. In die zin wordt verwezen naar de Raad van State die heeft geoordeeld dat één vaststelling volstaat om een sluitingsmaatregel te rechtvaardigen indien de vastgestelde feiten de aanwijzing van herhaalde illegale activiteiten zijn […]. Voormelde vaststellingen wijzen op drughandel in de inrichting en bevestigen het gegeven dat de inrichting gekend is bij drugzoekers als drugverkooppunt. Drugzoekers vinden hun weg naar de inrichting om aan verdovende middelen te geraken en/of deze te gebruiken. Tijdens de hoorzitting op 29 juni 2023 werd akte genomen van het schriftelijk verweer dat namens de bvba Kent dienaangaande werd ingediend en werden enkele bijkomende zaken mondeling aangestipt door de uitbater. Dat de dienstenovereenkomst die de uitbater had met de bv Euro Antwerpen werd beëindigd met ingang van 30 juni 2023 en de medewerker A.T. als zodanig de inrichting niet langer feitelijk zal exploiteren, neemt niet weg dat de inrichting haar aantrekkingskracht ten aanzien van drugzoekers behoudt. Drugzoekers vinden hun weg naar de inrichting en gaan op zoek naar verdovende middelen gezien de inrichting gekend is inzake druggerelateerde activiteiten. Dat er bij de klanten op het ogenblik van de controle door de politie geen XII-9963-7/19 verdovende middelen zijn aangetroffen, doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van artikel 9bis Drugwet. In de inrichting zelf werd door de politiediensten namelijk een cannabisgeur waargenomen en aan het sanitaire gedeelte werden 32 gebruikte, groenverkleurde gripzakjes aangetroffen achter het frontpaneel van de houten bekisting rond de waterleidingen. Ook de druggerelateerde vaststellingen bij de medewerker, met name het aantreffen van twee gebruikershoeveelheden cannabis (4,5 gram) en een grote hoeveelheid cash geld (1325,00 euro) in diens portefeuille wijzen op ernstige aanwijzingen van herhaalde illegale drugactiviteiten in de inrichting. Het verweer dat het aantreffen van 32 gebruikte, groenverkleurde gripzakjes eerder wijst op het feit dat bepaalde klanten in het wedkantoor heimelijk rookten op de toiletten, om vervolgens hun gripzakjes en sigarettenpeuken heimelijk weg te gooien in de bekisting rond de waterleidingen, kan niet overtuigen. Het gaat om bijzonder veel gripzakjes en uit de fotobijlage aan de administratieve akte blijkt bovendien dat deze zakjes er identiek uit zien. Dat er door verschillende klanten op dezelfde verstopplaats dergelijke hoeveelheid identieke gripzakjes zouden zijn achtergelaten, is onwaarschijnlijk. Bovendien is het zo dat voor zover het voorgaande daadwerkelijk de verklaring zou betekenen voor de aangetroffen hoeveelheid gripzakjes, zulks nog steeds niet ontkracht dat het gebruik van verdovende middelen wordt vergemakkelijkt in de inrichting. Voor de toepasselijkheid van artikel 9bis Drugwet is daarbij niet vereist dat de uitbaters van de inrichting waarin de illegale activiteiten plaatsvinden die de openbare veiligheid en rust in het gedrang brengen, zelf op enigerlei wijze voor die activiteiten verantwoordelijk zijn. Druggebruikers schijnen te weten dat het gebruik van verdovende middelen minstens in het sanitaire gedeelte ongestoord kan plaatsvinden hetgeen maakt dat het druggebruik in de inrichting wordt gefaciliteerd. Het aandeel van de medewerker van de inrichting in deze druggerelateerde praktijken, versterkt deze vaststellingen. De reeds genomen maatregelen door de uitbater van het gokkantoor ‘Kent’ konden niet beletten dat er druggerelateerde vaststellingen werden verricht in de inrichting en blijken aldus niet toereikend. Ook de aangekondigde initiatieven van de uitbater beletten niet dat een tijdelijke sluiting van de inrichting de enige daadkrachtige maatregel is die de aantrekkingskracht voor druggerelateerde activiteiten kan wegnemen. Enkel een sluiting kan een ontradend effect hebben op druggebruikers en -zoekers voor wie de inrichting een aantrekkingspunt is. Bovendien is één en ander nefast voor de leefbaarheid in de buurt. De druggerelateerde activiteiten in de inrichting kunnen gepaard gaan met het rondhangen ter hoogte van de zaak en dit met overlast en sluikstort tot gevolg. De inrichting ‘Kent’ is gelegen aan de Lakborslei hetgeen een belangrijke verbinding uitmaakt tussen Deurne Noord en Deurne Zuid met veel passanten en verschillende middelbare scholen in de nabijheid. Het feit dat er druggerelateerde vaststellingen aan de inrichting hebben plaatsgevonden, bevordert het handhaven van jongerenoverlast en het opwaarderen van de leefbaarheid in de omgeving geenszins. De druggerelateerde praktijken en de gebrekkige inkijk van buitenaf in de inrichting zorgen voor overlast voor omwonenden evenals voor passanten hetgeen een algeheel onrustgevoel bewerkstelligt. De druggerelateerde praktijken leiden bovendien tot de aanwezigheid van druggebruikers, - kopers en mogelijk ook -verkopers die zich onder invloed van verdovende middelen in de openbare ruimte begeven en zich onder invloed ongeremd gedragen. Door de wijziging in de beleving van ruimte en XII-9963-8/19 tijd kunnen zij een gevaar betekenen voor de openbare veiligheid en rust, minstens wordt het risico hierop vergroot. Er zijn bijgevolg ernstige aanwijzingen dat er in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, […], illegale activiteiten plaatsvinden. Deze activiteiten hebben betrekking op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in gevaar komt. Afweging van de belangen De bvba Kent heeft het recht om haar activiteiten uit te oefenen op de manier zoals zij dat wenst, maar dient hierbij steeds de wetgeving na te leven en de openbare orde mag daarbij niet verstoord worden. De burgemeester kan noodzakelijke beperkingen opleggen aan deze vrijheid. De vrijheid van handel is fundamenteel maar is niet absoluut en kan bij wet beperkt worden. In geen geval waarborgt de vrijheid van handel de uitoefening van een handel of een beroep wanneer dit strijdig is met de openbare veiligheid, rust en gezondheid. Noch de uitbaatster, de bvba Kent, noch de pandeigenaar, de bvba Lo Dilo, hebben een wettig belang bij de uitbating van een druggerelateerde inrichting. Uit het geheel van vaststellingen van de politie blijkt dat de verkoop en/of het gebruik van verdovende middelen in de private, doch voor het publiek toegankelijke plaats […] aanleiding geeft tot een ernstig risico op verstoring van de openbare veiligheid en rust. De bedreiging van de openbare rust en veiligheid door de druggerelateerde activiteiten en de daarmee gepaard gaande verstoring en mogelijk toekomstige verstoring van de openbare veiligheid en rust wegen op tegen het private belang van de bvba Kent. Verantwoording van de maatregel Het komt de burgemeester toe uit te maken welke maatregel het meest geschikt is om in dit geval de openbare veiligheid en rust te herstellen en te voorkomen dat deze in de toekomst nog verstoord kunnen worden. Artikel 9bis van de Drugwet van 24 februari 1921 voorziet dat een sluiting voor maximum zes maanden kan worden opgelegd. De toepassingsvoorwaarden van artikel 9bis van de Drugwet zijn vervuld. Een éénmalige verlenging met eenzelfde periode is mogelijk na gunstig advies van de gemeenteraad indien zich sinds de initiële beslissing nieuwe soortgelijke feiten hebben voorgedaan of aan het licht zijn gekomen. De vaststellingen van de politie bevestigen dat er ernstige aanwijzingen zijn dat er herhaaldelijk illegale druggerelateerde activiteiten plaatsvinden in de inrichting, […], die de openbare veiligheid en rust in het gedrang brengen. De maatregelen die tot nog toe genomen zijn door de uitbaatster zijn niet afdoende om deze illegale praktijken in de inrichting te doen ophouden. Enkel een tijdelijke sluiting van de inrichting kan de drugactiviteiten en de aantrekkingskracht die de inrichting heeft op drugzoekers, -kopers en -verkopers indijken. Een tijdelijke sluiting is noodzakelijk om een duidelijke grens aan te geven ten aanzien van deze illegale praktijken en de overlast die ermee gepaard gaat. Enkel door middel van een sluiting worden drugzoekers, -kopers en -verkopers namelijk daadwerkelijk verhinderd om in de inrichting illegale praktijken te verrichten en wordt de aantrekkingskracht van de inrichting voor drugactiviteiten doorbroken. De voorgestelde initiatieven door de bvba Kent zijn niet van die aard dat ze de aantrekkingskracht van de inrichting wegnemen. Ook de pandeigenaar XII-9963-9/19 brengt op dit ogenblik geen concrete initiatieven voor die genomen worden om de illegale praktijken in de inrichting te weren. Het is bijgevolg noodzakelijk om een tijdelijke sluiting van de private doch voor het publiek toegankelijke plaats op te leggen voor een bepaalde termijn. Zo kunnen de druggerelateerde activiteiten en de ordeverstoring rondom deze plaats effectief ophouden en kan de omgeving haar normale karakter herwinnen. De buurt wordt immers geconfronteerd met de gevolgen van deze druggerelateerde activiteiten, wat het straatbeeld ontsiert en zorgt voor een verhoging van het onveiligheidsgevoel van bewoners en voorbijgangers. De inrichting ‘Kent’ is gelegen in een verbindingsstraat waar veel mensen passeren. In de nabije omgeving zijn meerdere scholen gevestigd waardoor er veel gezinnen met kinderen voorbij de inrichting komen. In de omgeving van het wedkantoor hangen jongeren rond waardoor het belangrijk is dat een halt wordt toegeroepen aan de druggerelateerde activiteiten gelinkt aan de inrichting om te vermijden dat de jongeren hiermee verder in contact komen. De bestuurlijke sluiting moet de mogelijkheid bieden om het risico op verstoring van de openbare veiligheid en rust zoveel mogelijk in te perken, zonder langer te duren dan nodig. De sluitingsduur van de inrichting moet evenwel voldoende ontradend zijn voor druggebruikers en -zoekers. Het gaat om een maatregel met een preventief karakter hetgeen redelijkerwijs nodig is voor een doeltreffende toekomstbeveiliging. Een tijdelijke sluiting biedt aan de bvba Kent als uitbaatster, met bestuurster, de bv Invest Gaming Group en mevrouw [L.B.] als vaste vertegenwoordiger, de mogelijkheid om voldoende daadkrachtige maatregelen te nemen om in de toekomst dergelijke illegale praktijken en de gevolgen daarvan te weren. Het is aangewezen de periode van gerechtelijke verzegeling mee in aanmerking te nemen. De inrichting is op heden nog steeds gerechtelijk verzegeld. Gelet op het bovenstaande en de ernst van de recent vastgestelde feiten is een aanvullende sluitingsduur van een maand aangewezen om de omgeving haar normale karakter te laten herwinnen. Deze termijn is noodzakelijk om druggebruikers, -kopers en/of -verkopers te ontraden om de inrichting te bezoeken en bij te dragen aan deze illegale praktijken. Een sluiting van een maand wordt proportioneel geacht in het licht van de voormelde vaststellingen.” IV. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie nopens het belang van de verzoekende partij 4. De verwerende partij werpt op dat de bestreden maatregel genomen werd op een ogenblik dat de inrichting hoe dan ook niet toegankelijk was wegens de gerechtelijke verzegeling en dat de verzoekende partij in de gegeven omstandigheden dient aan te tonen dat de bestuurlijke sluiting “een ander nadeel” toebrengt dan het nadeel dat voortvloeit uit de gerechtelijke verzegeling. Bovendien merkt zij op dat de bestreden beslissing voor de verzoekende partij niet XII-9963-10/19 het risico meebrengt dat zij zal worden gesanctioneerd op grond van artikel 15/2 van de wet van 7 mei 1999 ‘op de kansspelen, de weddenschappen, de kansspelinrichtingen en de bescherming van de spelers’ (hierna: kansspelwet). Dergelijk sancties kunnen immers slechts opgelegd worden op grond van de vaststellingen in een proces-verbaal van de politie, terwijl de bestreden beslissing een ordemaatregel betreft. 5. In haar memorie van wederantwoord merkt de verzoekende partij vooreerst op dat de verwerende partij kennelijk geen ontvankelijkheidsexceptie opwerpt omdat zij in fine van de memorie van antwoord vraagt het verzoekschrift tot nietigverklaring “ontvankelijk” te verklaren. Voorts kan volgens de verzoekende partij niet ontkend worden dat zij over het in rechte vereiste belang beschikt omdat (
  1. i)de bestreden beslissing strekt tot de sluiting van haar wedkantoor, (
  2. ii)die maatregel wordt gebruikt “als omstandigheid bij haar ingebrekestelling wegens inbreuken op de convenant van 26 april 2022” en (iii) de gegevens en vaststellingen van de bestreden beslissing verder tegen haar gebruikt kunnen worden in het kader van een antecedentenonderzoek. Ook benadrukt zij dat haar professionele en morele integriteit in vraag wordt gesteld door de bestreden beslissing waarin het wedkantoor wordt afgeschilderd als een “gekend drugverkooppunt”. Derhalve beschikt zij ook over een moreel belang bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing. Tot slot meent de verzoekende partij dat zij geen ander nadeel moet aantonen dan de nadelen die voortvloeien uit de gerechtelijke verzegeling die overigens op 17 augustus 2023 werd opgeheven. 6. In haar laatste memorie voegt de verwerende partij nog toe dat de bestreden beslissing slechts uitwerking had tot 13 augustus 2023 terwijl de gerechtelijke verzegeling liep tot 17 augustus 2023, zodat “de sluiting het gevolg was van de gerechtelijke verzegeling die reeds op 18 juni 2023 werd uitgevoerd” en de bestreden beslissing dus “nooit enig effect of impact” heeft gehad. Met betrekking tot het beweerde morele nadeel, merkt zij op dat de bestreden beslissing niet werd genomen om de persoonlijke gedragingen van de verzoekende partij af te keuren maar wel om de openbare rust en orde te bewaren. XII-9963-11/19 Beoordeling 7. Het lijdt geen twijfel dat de verwerende partij de ontvankelijkheid van het beroep uitdrukkelijk betwist. Een materiële vergissing bij het samenvatten van het verweer in de memorie van antwoord, kan er niet toe leiden dat die betwisting voor onbestaande wordt gehouden. 8. Overeenkomstig artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kunnen de beroepen tot nietigverklaring voor de Raad van State worden gebracht door elke partij welke doet blijken van een benadeling of van een belang. Die vereiste is erop gericht de rechtszekerheid te dienen en een goede rechtsbedeling te verzekeren. Het belang kan eveneens moreel van aard zijn. Een moreel belang kan slechts worden aanvaard indien het rechtstreeks verbonden is met een bestuurshandeling waardoor persoonlijke gedragingen van een verzoekende partij worden afgekeurd of haar morele integriteit, faam of eer in het gedrang worden gebracht. 9. De bestreden beslissing van de burgemeester tot sluiting van het wedkantoor is een afzonderlijke bron van nadelige rechtsgevolgen voor de verzoekende partij, zelfs in de hypothese dat de duur van de bestuurlijke sluiting gedeeltelijk of volledig samenvalt met de duur van een gerechtelijke sluiting. De exceptie steunt dan ook op de foutieve veronderstelling dat de bestreden beslissing geen effect heeft gehad of niet werd uitgevoerd. Het doet voorts niet ter zake dat de sluitingsmaatregel slechts voor een korte termijn uitwerking heeft gehad. In zo een geval vereisen dat het beroep enkel ontvankelijk is indien de vernietiging van de beslissing tot sluiting de verzoekende partij het onmiddellijk voordeel oplevert dat de inrichting terug kan heropenen, zou meebrengen dat soortgelijke bestuursbeslissingen niet voor vernietiging in aanmerking komen. Nochtans blijkt uit niets dat de wetgever dergelijke kortlopende beslissingen uit het annulatiecontentieux heeft uitgesloten of heeft willen uitsluiten. XII-9963-12/19 Om een belang in de zin van artikel 19, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State aan te tonen, is evenmin vereist dat de verzoekende partij in het kader van het vernietigingsberoep tegen een bestuurlijke sluiting een zogenaamd “ander” nadeel aantoont dat volledig te onderscheiden is van de nadelen die reeds voortvloeien uit de gerechtelijke sluiting en verzegeling van de inrichting. Tot slot beschikt de verzoekende partij ook over een moreel belang bij de nietigverklaring van een beslissing waarbij haar handelszaak wordt aangemerkt als een “inrichting [die] gekend is bij drugzoekers als drugverkooppunt” en haar wordt verweten onvoldoende maatregelen te hebben genomen om druggerelateerde feiten tegen te gaan. 10. De exceptie wordt verworpen. V. Onderzoek van het tweede middel Standpunt van de partijen 11. Het verzoekschrift bevat een tweede middel waarin de schending wordt aangevoerd van de artikelen 133 en 135, § 2, van de nieuwe gemeentewet, artikel 9bis van de drugswet, artikel 63 van het decreet van 22 december 2017 ‘over het lokaal bestuur’, de materiëlemotiveringsplicht, het zorgvuldigheidsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het evenredigheidsbeginsel De verzoekende partij vat het middel als volgt samen: “De burgemeester kan op grond van artikel 9bis van de Drugwet, en, voor zoveel als nodig, op grond van artikel 133 van de Nieuwe Gemeentewet en artikel 63 van het Decreet Lokaal Bestuur, slechts tot een tijdelijke sluiting besluiten [wanneer] in het wedkantoor van verzoekster druggerelateerde illegale activiteiten plaatsvinden waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt. Dit vereist zowel (
  3. i)het bestaan van een risico op verstoring van de materiële openbare orde, als (
  4. ii)het bestaan van een verband tussen deze verstoring en de druggerelateerde illegale activiteiten in het wedkantoor van verzoekster. De materiëlemotiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel vereist dat XII-9963-13/19 zowel dit risico op verstoring van de materiële openbare orde, als dit verband met de druggerelateerde illegale activiteiten in het wedkantoor van verzoekster deugdelijk en zorgvuldig worden onderzocht en vastgesteld. De bestreden beslissing leidt, volgens de aangehaalde motieven, het risico op verstoring van de openbare orde en het verband met de druggerelateerde illegale activiteiten in het wedkantoor van verzoekster af uit (
  5. i)de ligging van het wedkantoor aan de Lakborslei, (
  6. ii)de aanwezigheid van (hang)jongeren die het wedkantoor gebruiken als ontmoetingsplaats en op het voetpad eten en drank gebruiken, (iii) de omstandigheid van druggerelateerde vaststellingen de beleidsdoelstellingen inzake jongerenoverlast en de plaatselijke opwaardering belemmeren, (
  7. iv)de parkeerdruk en het komen en gaan van personen, (
  8. v)het onrustgevoel door het gebrek aan inkijk in het wedkantoor en (
  9. vi)de mogelijke aanwezigheid van druggebruikers, - kopers en mogelijk ook -verkopers die zich onder invloed van verdovende middelen in de openbare ruimte begeven en zich onder invloed ongeremd gedragen. Enerzijds, verzoekster weerlegt in haar grieven in dit middelonderdeel dat deze gegevens een risico op verstoring van de materiële openbare orde vormen, alsook het verband met het wedkantoor van verzoekster. Anderzijds, de beweerde aanwezigheid van druggebruikers onder invloed betreft wezenlijk de voorwaarde van een voldoende ernstige schending van de Drugwet in de zin van artikel 9bis van de Drugwet en volstaat op zich niet om het concrete risico op verstoring van de materiële openbare orde vast te stellen. De beweerde aanwezigheid van druggebruikers onder invloed is een volstrekt willekeurige en onredelijke gevolgtrekking die door geen enkel concreet gegeven uit de administratieve akte […] en uit de bestreden beslissing wordt ondersteund, zodat dit motief niet deugdelijk is. Door de tijdelijke sluiting van het wedkantoor van verzoekster te bevelen terwijl (
  10. i)geen enkele van [de] omstandigheden in de administratieve akte een aantasting vormt van de openbare veiligheid en rust en (
  11. ii)het verband tussen deze omstandigheden en illegale, druggelateerde activiteiten in het wedkantoor van verzoekster niet is bewezen, schendt de bestreden beslissing alle in het middel aangehaalde rechtsregels en algemene beginselen.” 12. In de memorie van antwoord vat de verwerende partij haar verweer als volgt samen: “In het tweede middel bekritiseert de verzoekende partij de in het bestreden besluit aangehaalde elementen om aan te tonen dat de openbare rust en veiligheid in het gedrang komen door de herhaalde illegale activiteiten. Deze kritiek is weinig ernstig daar er verschillende elementen werden vastgesteld die wijzen op verstoring van openbare rust en veiligheid. Onder meer het feit dat de medewerker die verantwoordelijk was voor de uitbating, gearresteerd werd voor handel in verdovende middelen, brengt de openbare rust en veiligheid in het gedrang. De vaststellingen wijzen immers op druggerelateerde activiteiten in de inrichting, hetgeen de openbare rust en veiligheid in het gedrang brengt. De druggerelateerde praktijken en de gebrekkige inkijk van buitenaf in de inrichting zorgen voor overlast voor omwonenden evenals voor passanten hetgeen een algeheel onrustgevoel bewerkstelligt.” XII-9963-14/19 13. De verzoekende partij dupliceert in haar memorie van wederantwoord dat het inkijkverbod in het wedkantoor opgelegd wordt door de kansspelwet. Aansluitend stelt zij dat de aangebrachte reclamefolie geen toezicht verhindert. Vervolgens lijst de verzoekende partij verscheidene rechtsgronden op, op basis waarvan politiediensten en toezichthoudende ambtenaren zich toegang kunnen verschaffen tot het wedkantoor. Ook stelt zij dat het beweerde onrustgevoel dat verband houdt met de aangebrachte reclamefolie subjectief is en de morele openbare orde raakt waarvan de handhaving niet toekomt aan de verwerende partij. Waar de betrokkenheid van een medewerker bij drughandel zou wijzen op een verstoring van de openbare orde, meent de verzoekende partij dat in de bestreden beslissing geen melding wordt gemaakt van dit gegeven. In verband met dit gegeven benadrukt zij ook dat de dienstenovereenkomst met de vennootschap die deze medewerker tewerkstelde, nadien werd beëindigd. 14. De verwerende partij beklemtoont in haar laatste memorie dat het aantreffen van “een groot aantal gripzakjes in een private doch publiek toegankelijke sanitaire ruimte, wijst op een herhaalde verstoring van de openbare orde”, dat deze vaststelling er ook op wijst dat de verkoop en het verbruik van drugs in die ruimte werd gefaciliteerd, dat de in de bestreden beslissing opgesomde antecedenten in verband met de verstoring van de openbare orde overtollige motieven zijn en dat de eigenaar van het pand eveneens de wens tot uitdrukking heeft gebracht dat paal en perk zou worden gesteld aan de verkoop en het verbruik van drugs. Beoordeling 15. Artikel 9bis van de drugswet, in de op het geding toepasselijke versie, luidt als volgt: “Onverminderd de bevoegdheden van de rechterlijke instanties en onverminderd het bepaalde in de artikelen 134ter en quater van de Nieuwe Gemeentewet, kan de burgemeester, na voorafgaand overleg met de gerechtelijke autoriteiten, indien ernstige aanwijzingen voorhanden zijn dat in een private doch voor het publiek toegankelijke plaats, herhaaldelijk XII-9963-15/19 illegale activiteiten plaatsvinden die betrekking hebben op de verkoop, de aflevering of het vergemakkelijken van het gebruik van giftstoffen, slaapmiddelen, verdovende middelen, psychotrope stoffen, antiseptica of stoffen die gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komt en na de verantwoordelijke te hebben gehoord in zijn middelen van verdediging, besluiten deze plaats te sluiten voor de duur die hij bepaalt. De sluitingsmaatregel houdt op uitwerking te hebben indien hij niet tijdens de eerstvolgende vergadering van het college van burgemeester en schepenen wordt bevestigd en ter kennis wordt gebracht van de gemeenteraad op de eerste daarop volgende zitting. De sluitingsmaatregel die de duur van zes maanden niet mag overschrijden, kan, voor zover zich nieuwe soortgelijke feiten hebben voorgedaan of aan het licht zijn gekomen sinds de initiële beslissing, eenmaal voor eenzelfde periode worden verlengd na gunstig advies van de gemeenteraad.” 16. Opdat een burgemeester rechtmatig op grond van artikel 9bis van de drugswet een sluiting kan opleggen, is vereist dat hij over ernstige aanwijzingen beschikt dat in de betrokken, voor het publiek toegankelijke, plaats herhaaldelijk illegale activiteiten plaatsvinden met betrekking tot de verkoop, aflevering, of vergemakkelijking van het gebruik van verdovende middelen en psychotrope stoffen, waardoor de openbare veiligheid en rust in het gedrang komen. De burgemeester beschikt over een discretionaire bevoegdheid bij de beoordeling of deze voorwaarden zijn vervuld. Artikel 9bis van de drugswet vormt een bevoegdheidsgrondslag voor de burgemeester om al dan niet bij wijze van preventieve maatregel de openbare orde te handhaven. Uit de tekst van artikel 9bis van de drugswet, zoals van toepassing op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing, blijkt dat er een verband moet bestaan tussen de vaststellingen inzake ernstige aanwijzingen van druggerelateerde activiteiten enerzijds, en de verstoring of het risico op verstoring van de openbare orde anderzijds. Dat verband moet blijken uit concrete gegevens die met de vereiste zorgvuldigheid zijn vastgesteld en hun grondslag vinden in het administratief dossier. 17. Waar in de bestreden beslissing met betrekking tot de verstoring van de openbare orde wordt aangegeven dat “[d]e druggerelateerde activiteiten in de inrichting kunnen gepaard gaan met het rondhangen ter hoogte van de zaak en XII-9963-16/19 dit met overlast en sluikstort tot gevolg”, is het niet duidelijk op basis van welke behoorlijk vastgestelde feiten de verwerende partij tot die conclusie komt. Dit is nog minder het geval aangezien in de opsomming van de ‘Antecedenten van de zaak’ slechts gewag wordt gemaakt van een “lichte overlast door klanten die blijven rondhangen op straat”, waarbij tegelijk wordt gepreciseerd dat deze “algemene overlast […] zich niet enkel concentreert rond het gokkantoor” omdat in de onmiddellijke omgeving ook enkele kruidenierswinkels en een nachtwinkel gevestigd zijn. Het gegeven dat er sprake is van een algemene overlast die ook samenhangt met de aanwezigheid van kruidenierswinkels en een nachtwinkel, doorbreekt ogenschijnlijk het rechtstreeks verband tussen de druggerelateerde activiteiten en de overlast waarvan gewag wordt gemaakt. De administratieve akte die opgesteld werd naar aanleiding van de controleactie op 18 juni 2023 situeert het “rondhangen ter hoogte van de zaak” overigens niet zozeer bij klanten van het wedkantoor, maar wel bij “jongeren [die] aanwezig zijn rond het gokkantoor”. Ook uit andere gegevens van het administratief dossier blijkt niet dat dit rondhanggedrag verband houdt met het gebruik van verdovende middelen in het wedkantoor. 18. De verwijzing in de bestreden beslissing naar de ligging van het wedkantoor aan een belangrijke verkeersverbinding tussen Deurne Noord en Deurne Zuid “met veel passanten en verschillende middelbare scholen in de nabijheid”, is niet pertinent om een risico op de verstoring van de openbare orde te staven. Hetzelfde geldt voor de opmerking dat de vastgestelde druggerelateerde feiten niet bevorderlijk zijn voor “het handhaven van jongerenoverlast en het opwaarderen van de leefbaarheid in de omgeving”. 19. Het administratief dossier, met inbegrip van de vaststellingen door de politie op 18 juni 2023, levert evenmin enig concreet bewijs van het motief dat “[d]e druggerelateerde praktijken en de gebrekkige inkijk van buitenaf in de inrichting […] voor overlast [zorgen] voor omwonenden evenals voor passanten hetgeen een algeheel onrustgevoel bewerkstelligt”. De politie stelt bij haar vaststellingen op 18 juni 2023 weliswaar vast dat “de ramen van de handelszaak voor het overgrote deel zijn voorzien van een folie met reclame voor de zaak XII-9963-17/19 waardoor inkijk bemoeilijkt wordt” en “de sociale controle vanop de openbare weg [verhindert]”. Deze feitelijke vaststellingen over een beperkte inkijk in de handelszaak duiden echter niet op een algemene overlast bij omwonenden of passanten van het wedkantoor, noch leggen ze een verband met de druggerelateerde praktijken. In zoverre tevens gewag wordt gemaakt van het gegeven dat “[h]et belemmeren van het zicht van buiten naar binnen [bij]draagt […] aan de mogelijkheid tot het voeren van illegale praktijken in de handelszaak”, wordt met die algemene beschouwing niet aangetoond dat er effectief sprake is van een risico op de verstoring van de openbare orde. 20. Anderszins vindt ook het motief dat “[d]e druggerelateerde praktijken leiden […] tot de aanwezigheid van druggebruikers, -kopers en mogelijk ook -verkopers die zich onder invloed van verdovende middelen in de openbare ruimte begeven en zich onder invloed ongeremd gedragen”, geen steun in het administratief dossier. Van dat risico wordt ook geen melding gemaakt in de administratieve akte van 18 juni 2023, noch in andere stukken van het administratief dossier. 21. In zoverre de verwerende partij in haar procedurestukken verwijst naar een vechtpartij die op 15 februari 2023 ter hoogte van het wedkantoor heeft plaatsgevonden en naar verscheidene verkeersinbreuken, blijkt uit de in de bestreden beslissing uitdrukkelijk opgegeven motieven niet dat de burgemeester met die feiten rekening heeft gehouden bij de beoordeling van het risico voor de openbare veiligheid en rust. Op dit punt moet het verweer dan ook beschouwd worden als een a-posteriorimotivering die de bestreden beslissing niet kan verantwoorden. 22. Op grond van wat voorafgaat, wordt besloten dat de verwerende partij heeft nagelaten om aan de hand van concrete elementen die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld, aannemelijk te maken dat de illegale activiteiten die in de inrichting plaatsvinden, een daadwerkelijk risico vormen voor de openbare veiligheid en rust in de omgeving van het wedkantoor. XII-9963-18/19 23. Het tweede middel is gegrond. BESLISSING 1. De Raad van State vernietigt het besluit van de burgemeester van de stad Antwerpen van 12 juli 2023 waarbij het wordt verboden om in de private doch voor het publiek toegankelijke plaats, gelegen aan de Lakborslei 90 te 2100 Deurne, gekend als en/of genoemd ‘KENT’ enige vorm van activiteit en/of uitbating uit te oefenen gedurende een termijn van een maand vanaf 14 juli 2023 om 00.00 uur tot en met 13 augustus 2023 om 24.00 uur. 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenendertig maart tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9963-19/19 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.258 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.