← België

Arrest 266386 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 16/04/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 16 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.386 Rolnummer: A. 243364/X-18897 Zaak: Arrest 266386 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 16/04/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-21 Raadplegingen: 90 - laatst gezien 2026-06-18 06:48 Fiche Arrest nr 266.386 van 16 april 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 266.386 van 16 april 2026 in de zaak A. 243.364/X-18.897 In zake : de NV C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Thomas Ryckalts kantoor houdend te 1000 Brussel Wolvengracht 38 bus 2 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de VLAAMSE LANDMAATSCHAPPIJ bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Pieter Dewaele kantoor houdend te 8500 Kortrijk Groeningestraat 33 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 28 oktober 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Vlaamse Landmaatschappij van 19 augustus 2024 om het recht van voorkoop uit te oefenen en te beslissen tot de aankoop van vijf percelen te Tielt-Winge. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. X-18.897-1/14 De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De verzoekende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 januari
  3. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Thomas Ryckalts, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Pieter Dewaele, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. De familie T. is sinds 1795 in het bezit van het kasteeldomein van Cleerbeek, op de grens tussen de gemeenten Tielt-Winge en Holsbeek met omliggend bos en landerijen met verschillende pachthoeves. Sedert enkele jaren poogt de familie de verkochte pachthoeves met bijhorend landbouwareaal terug te verwerven om het kasteeldomein weder samen te stellen. Daartoe werd een patrimoniumvennootschap opgericht, dit is de verzoekende partij. 3.
  6. Op 17 juni 2024 wordt tussen de eigenaar en de verzoekende partij een onderhandse overeenkomst gesloten aangaande de verkoop van zeven X-18.897-2/14 percelen aan de verzoekende partij waarvan er vijf gelegen zijn te Tielt-Winge en twee te Holsbeek, en dit voor de prijs van 395.000 euro. Gelet op de ligging van de onderscheiden percelen is de verwerende partij begunstigde van de voorkooprechten in de zin van het decreet van 25 mei 2007 ‘houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten’ (hierna: harmoniseringsdecreet). 3.
  7. De optredende notaris heeft de zeven percelen voor een eerste maal aangeboden in het e-voorkooploket op 17 juni
  8. Dit gebeurt onder twee dossiernummers: • 180600 (percelen in Holsbeek, referentie verkoop SG/504178-022, prijs 395.000 euro) • 180615 (percelen Tielt-Winge, referentie verkoop CDW/504178-022, prijs 395.000 euro). In het dossier 180600 wordt opgemerkt: “betreffende zelfde verkoop als bij aanbieding CDW/504178-022”. 3.
  9. Op 20 juni 2024 reageert de verwerende partij op de aanbieding voor het dossier 180600 met de volgende e-mail aan het kantoor van de optredende notaris: “Uit nazicht blijkt dat de verkoop niet correct werd aangeboden. Het betreft de verkoop van de percelen gelegen te Tielt-Winge 2de afd., sectie C nrs. 223/E, 226, 209, 220 en 208 en te Holsbeek 4de afd., sectie B nrs. 453/B en 453/02 tegen de totale verkoopprijs van 395.000,000 euro. De aanbieding omvat echter enkel de percelen 453/B en 453/02 en dit tegen de totale verkoopprijs. De percelen gelegen te Tielt-Winge vormen echter geen ruimtelijk geheel met de percelen gelegen in Holsbeek aangezien ze gescheiden worden door de waterloop de Winge die daar doorloopt. Omwille van die reden dient de verkoop aangeboden te worden in twee aanbiedingen nl. één aanbieding van de percelen gelegen in Tielt-Winge en één aanbieding van de percelen gelegen in Holsbeek en dit telkens aan een aparte prijs, dus niet aan de totale verkoopprijs (zie harmoniseringsdecreet). X-18.897-3/14 Mag ik u vragen om de verkoop opnieuw aan te bieden en de aanbieding 180600 te laten afsluiten wegens materiële vergissing. U dient uw vraag tot afsluiten te richten aan het e-voorkooploket@vlm.be.” De betrokken dossiers worden vervolgens afgesloten wegens een materiële vergissing. 3.
  10. Op 27 juni 2024 worden de zeven percelen opnieuw aangeboden in het e-voorkooploket. Dit gebeurt onder de volgende dossiernummers: • 180984 (percelen Holsbeek, prijs 5.000 euro) • 180986 (percelen Tielt-Winge, prijs 345.000 euro). In dit laatste dossier wordt expliciet vermeld dat het recht van voorkoop “nog niet aan pachter aangeboden” werd. Op 27 juni 2024 reageert de verwerende partij hierop als volgt via e-mail: “Zoals telefonisch reeds besproken is de aanbieding 180984 niet correct. De verkoopprijs voor de percelen 453/B en 453/02 bedraagt 50.000,00 euro en niet 5.000,00 euro. Gelieve de aanbieding 180984 te laten afsluiten wegens materiële vergissing en een nieuwe aanbieding te doen.” 3.
  11. Dit aanbiedingsdossier wordt afgesloten wegens materiële vergissing en op 27 juni 2024 vervangen door het dossier 181017 voor de twee percelen te Holsbeek, met vermelding van de prijs 50.000 euro. Op 15 juli 2024 reageert de verwerende partij hierop als volgt via e-mail: “Betreft de aanbieding die u gedaan heeft van het dossier met uw referte SG/504178-022(1.2). Uit nazicht blijkt dat de verkoop niet correct werd aangeboden. Volgens het pachtcontract dewelke u mij heeft bezorgd in kader van de verkoop van de percelen gelegen in Tielt-Winge zou het perceel 453/B gelegen in Holsbeek ook verpacht zijn en dus niet vrij van gebruik zoals aangegeven in de aanbieding
  12. X-18.897-4/14 Gelieve de aanbieding 181017 te laten afsluiten wegens materiële vergissing en de verkoop van de percelen gelegen in Holsbeek opnieuw aan te bieden.” 3.
  13. Dit aanbiedingsdossier wordt afgesloten wegens materiële vergissing en op 16 juli 2024 vervangen door het dossier 181655 voor de twee percelen te Holsbeek, prijs 50.000 euro. 3.
  14. Voor het aanbod betreffende de percelen vervat in het aanbiedingsdossier 181655, percelen te Holsbeek, deelt de verwerende partij op 9 augustus 2024 aan het e-voorkooploket mee het voorkooprecht niet uit te oefenen. 3.
  15. Na gunstig advies van het Agentschap voor Natuur en Bos en de Inspectie van Financiën, keurt de waarnemend gedelegeerd bestuurder van de verwerende partij op 19 augustus 2024 het voorstel van beslissing goed om het recht van voorkoop uit te oefenen wat de percelen te Tielt-Winge betreft, voor de prijs van 345.000 euro (zie randnummer 3.5). Dit is de bestreden beslissing. 3.
  16. Op 21 augustus 2024 deelt de verwerende partij aan het e- voorkooploket mee dat het aanbod voor de percelen vervat in het aanbiedingsdossier 180986 wordt aanvaard. 3.
  17. Op 2 september 2024 deelt de optredende notaris de verzoekende partij telefonisch mee dat de verwerende partij haar voorkooprecht op de percelen te Tielt-Winge heeft uitgeoefend. Dit wordt op 16 september 2024 per e-mail bevestigd. X-18.897-5/14 IV. Ontvankelijkheid van het beroep A. Tijdigheid van het beroep Standpunt van de verwerende partij
  18. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij de volgende exceptie op: “De verwerende partij heeft de aanvaarding van het aanbod van 27 juni 2024 (aanbiedingsdossier 180986 voor vijf percelen te Tielt-Winge) ter kennis gebracht aan het e-voorkooploket op 21 augustus
  19. Overeenkomstig artikel 13, derde lid van het decreet houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten brengt het e- voorkooploket de instrumenterende ambtenaar onmiddellijk op de hoogte van het bericht van aanvaarding. Overeenkomstig artikel 6 van de deontologische code van de Nationale Kamer van notarissen, moet de notaris voor de uitoefening van zijn ambt beschikbaar zijn en diligent handelen. De bewering van de verzoekende partij dat de notaris zou hebben gewacht tot 2 september 2024 alvorens de aanvaarding van het aanbod door de verwerende partij mee te delen aan de contractpartijen is niet gestaafd en in het licht van voormelde bepaling niet aannemelijk. […] Het is redelijk aan te nemen dat de verzoekende partij voor 31 augustus 2024 kennis heeft gekregen van de aanvaarding van het aanbod door de verwerende partij waardoor haar verzoek tot nietigverklaring laattijdig is.” Beoordeling
  20. Zoals ook vastgesteld in ’s Raads arrest nr. 261.854 van 20 december 2024, is de beslissing waarbij de begunstigde van een bestuurlijk voorkooprecht gebruik maakt, een individuele rechtshandeling met rechtsgevolgen voor de initiële partijen bij de verkoopovereenkomst. Daaruit vloeit voort dat deze rechtshandeling het voorwerp moet uitmaken van een individuele mededeling aan de betrokken initiële partijen. Bovendien volgt uit artikel 19, tweede lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State dat de verjaringstermijn van zestig dagen voor een beroep bij de X-18.897-6/14 Raad van State enkel een aanvang neemt op voorwaarde dat de betekening van die beslissing melding maakt van de beroepsmogelijkheden.
  21. De verwerende partij voert niet aan dat, uiterlijk op 30 augustus 2024, een dergelijke betekening heeft plaatsgehad.
  22. De exceptie van laattijdigheid wordt verworpen. B. Voorwerp van het beroep Standpunt van de verwerende partij
  23. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij de volgende exceptie op: “Overeenkomstig artikel 13, 4de lid van het decreet houdende de harmonisering van de procedures van voorkooprechten is de verkoop aan de begunstigde van het voorkooprecht voltrokken zodra de kennisgeving van aanvaarding naar de instrumenterende ambtenaar is verzonden. Op 21 augustus 2024 heeft de verwerende partij de aanvaarding van het aanbod meegedeeld aan het e-voorkooploket waardoor de verkoop betreffende de vijf percelen te Tielt-Winge uit het aanbiedingsdossier 180986 is voltrokken. De thans bestreden beslissing betreft de aanvaarding van het aanbod en lijkt derhalve niet te onderscheiden van de overeenkomst die door de kennisgeving van deze aanvaarding tot stand is gekomen. De Raad van State heeft geen rechtsmacht om kennis te nemen van geschillen over subjectieve rechten, zoals deze met betrekking tot (de totstandkoming van) een verkoopovereenkomst.” Beoordeling
  24. De verzoekende partij verzoekt niet om de vernietiging van de overeenkomst, maar van de eenzijdige beslissing van de verwerende partij om haar recht van voorkoop op de betrokken percelen uit te oefenen en deze percelen aan te kopen. X-18.897-7/14 De verwerende partij maakt niet aannemelijk dat de beoordeling van de wettigheid van de bestreden beslissing te dezen zou neerkomen op de beslechting van een geschil over subjectieve rechten.
  25. De exceptie wordt verworpen. C. Belang Standpunt van de verwerende partij
  26. In de memorie van antwoord werpt de verwerende partij de volgende exceptie op: “In zoverre de beslissing tot aanvaarding van het aanbod als een (van de verkoopovereenkomst) afsplitsbare rechtshandeling wordt beschouwd, raakt de gebeurlijke vernietiging van deze beslissing door de Raad van State niet aan de voltrokken verkoop. Uit het inleidend verzoekschrift blijkt niet welk rechtstreeks belang de verzoekende partij heeft bij de nietigverklaring van de bestreden beslissing en hoe de gevorderde nietigverklaring voor haar nadelige gevolgen van materiële of morele aard ongedaan kan maken.” Beoordeling
  27. Zoals ook in ’s Raads arrest nr. 261.854 van 20 december 2024 is vastgesteld, heeft de beslissing om het voorkooprecht uit te oefenen tot gevolg dat de verzoekende partij, als koper, de vrucht van zijn inspanningen om de betrokken percelen te verwerven weggekaapt ziet door een derde. De verzoekende partij heeft dan ook belang bij de vernietiging ervan. X-18.897-8/14 V. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
  28. In het eerste middel voert de verzoekende partij onder meer de schending aan van artikel 2 van het harmoniseringsdecreet en van artikel 37 van het decreet van 21 oktober 1997 ‘betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’. Zij licht dit toe als volgt: “DOORDAT de onderhandse overeenkomst betrekking heeft op de verkoop van 7 percelen kadastraal gekend te TIELT-WINGE, tweede afdeling Sectie C nummers 226, 223E P0000, 208 P0000, 209 P0000 en 220 P0000 en te HOLSBEEK, vierde afdeling, sectie B, nummers 453B P0000 en 453/02 P0000; EN DOORDAT de instrumenterende notaris het geheel van de zeven percelen voor een eerste maal heeft aangeboden in het e-voorkooploket omstreeks 20 juni 2024; EN DOORDAT verwerende partij op 20 juni 2024 de notaris instructie heeft gegeven de verkoop op te splitsen en opnieuw aan te bieden omdat ‘De percelen gelegen te Tielt-Winge vormen echter geen ruimtelijk geheel met de percelen gelegen te Holsbeek aangezien ze gescheiden worden door de waterloop de Winge die daar doorloopt’ middels ‘één aanbieding van de percelen gelegen in Tielt-Winge en één aanbieding van de percelen gelegen in Holsbeek en dit telkens aan een aparte prijs.’ En doordat de instrumenterende notaris op 27 juni 2024 overgegaan is tot het afzonderlijk aanbieden van de vijf percelen te Tielt-Winge en op 16 juli 2024 tot het aanbieden van de twee percelen te Holsbeek; En doordat verwerende partij middels de bestreden beslissing haar voorkooprecht slechts heeft uitgeoefend op de percelen kadastraal gekend te Tielt-Winge, 2de afd., sectie C, nrs. 208, 209, 220, 223/E en 226; EN DOORDAT voorkooprechten ondeelbaar zijn; EN DOORDAT het recht niet kan worden opgesplitst en dat de begunstigde het recht enkel op het geheel van de goederen kan uitoefenen; EN DOORDAT artikel 2, 1° van het harmonis[erings]decreet bepaalt dat het voorkooprecht gedefinieerd wordt als ‘het recht om een perceel dat te koop wordt aangeboden, voor dezelfde prijs en onder dezelfde modaliteiten, bij voorrang op de kandidaat-koper aan te kopen’; EN DOORDAT artikel 9 van het Harmonis[erings]decreet bepaalt dat: […] TERWIJL verwerende partij het recht van voorkoop moet uitoefenen op het geheel; X-18.897-9/14 EN TERWIJL geen twee afzonderlijke biedingen mogelijk zijn omdat op de integraliteit van het te verkopen onroerend goed een Vlaams voorkooprecht van toepassing is op grond van artikel 37 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu gelet [op] de ligging in natuurgebied en in Habitatrichtlijngebied en VEN- gebied, met uitzondering van een deel van het perceel met nummer 223E; EN TERWIJL hiervan niet kan worden afgeweken omdat het te verkopen onroerend goed niet slechts voor een deel aan een Vlaams voorkooprecht is onderworpen; EN TERWIJL ten overvloede het te verkopen onroerend goed een ruimtelijk geheel vormt dat verzoekende partij niet wil[…] splitsen; EN TERWIJL verwerende partij het recht van voorkoop moet uitoefenen op het geheel; ZODAT de bepalingen en beginselen opgeworpen ter hoogte van het middel werden geschonden.”
  29. In de memorie van antwoord reageert de verwerende partij als volgt: “Ontvankelijkheid van het middel […] In het verzoekschrift wordt niet concreet uiteengezet hoe de bestreden beslissing het in het middel aangehaalde artikel 37 van het decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu schendt. Hetzelfde geldt voor wat betreft de vermeende schending van de materiële motiveringsplicht en het zorgvuldigheidsbeginsel en de beweerde machtsoverschrijding. Het middel, in zoverre het de schending aanvoert van voormelde bepalingen en beginselen, is niet-ontvankelijk. […] In essentie steunt het middel op de bewering dat de instrumenterende notaris omstreeks 20 juni 2024 eerst de zeven percelen als een geheel heeft aangeboden in het voorkooploket, dat de verwerende partij de notaris er middels e-mail van 20 juni 2024 toe zou hebben verplicht om het te verkopen onroerend goed in twee afzonderlijke delen gesplitst aan te bieden, waarop de notaris op 27 juni 2024 is overgegaan tot het aanbieden van de vijf percelen te Tielt-Winge en op 16 juli 2024 tot het aanbieden van de twee percelen te Holsbeek en de verwerende partij heeft beslist om het voorkooprecht enkel uit te oefenen op de vijf percelen te Tielt-Winge. Er ligt geen enkel stuk voor dat aantoont dat de instrumenterende notaris de zeven percelen eerst als één geheel via het e-voorkooploket aan de verwerende partij heeft aangeboden noch dat het aanbod naderhand op instructie van de verwerende [partij] werd gesplitst in twee delen. Het middel dat op niet-bewezen (en door de verwerende partij betwiste) beweringen steunt is hypothetisch en niet-ontvankelijk. […] Waar de verzoekende partij hekelt dat de verwerende partij de notaris er onwettig toe zou hebben verplicht het te verkopen onroerend goed in twee afzonderlijke delen aan te bieden, verwijst zij naar een e-mailbericht van een medewerker van de verwerende partij van 20 juni 2024 aan [de X-18.897-10/14 notaris]. De verzoekende partij betrekt de beweerde onwettigheid van dat bericht niet op de thans bestreden beslissing. Het behoorde tot de stelplicht van de verzoekende partij om duidelijk en concreet aan te geven hoe de wettigheid van de thans bestreden beslissing wordt aangetast door een daaraan voorafgaand e-mailbericht. Het middel dat geen betrekking heeft op de bestreden rechtshandeling is niet-ontvankelijk. […] Ten gronde […] Verzoekers bewering dat de instrumenterende notaris omstreeks 20 juni 2024 eerst het geheel van de zeven percelen aan de verwerende partij heeft aangeboden is aantoonbaar foutief. Uit het administratief dossier blijkt dat de verwerende partij op 17 juni 2024 via het e- voorkooploket twee afzonderlijke aanbiedingen heeft ontvangen: één met dossiernummer 180600 dat de twee percelen te Holsbeek betrof en één met dossiernummer 180615 dat de vijf percelen te Tielt-Winge betrof. Het voorgaande houdt noodzakelijk in dat het middel, in zoverre het al ontvankelijk is, op onjuiste en niet-bewezen feiten steunt en derhalve ongegrond is. […] De verzoekende partij citeert zeer selectief uit een e-mail van 20 juni 2024 van de verwerende partij aan de instrumenterende notaris in een poging om aan te tonen dat de gesplitste aanbieding van de percelen te Holsbeek enerzijds en te Tielt-Winge anderzijds het gevolg is van een instructie van de [verwerende] partij. Aangezien de gesplitste aanbieding door de instrumenterende notaris dateert van 17 juni 2024 en dus aan voormelde e-mail voorafgaat, mist het middel elke grond. Uit een volledige lezing van voormelde e-mail blijkt trouwens dat een medewerker van de verwerende partij de notaris in eerste instantie wees op het feit dat het aanbod met nummer 180600 betreffende de twee percelen te Holsbeek voor de totale verkoopprijs van 395.000 niet correct was. De overwegingen over het feit dat de twee aanbiedingen geen ruimtelijk geheel vormen, waren in dat opzicht overtollig en dienen niet op hun juistheid te worden onderzocht. In latere e-mailberichten werd de notaris op nog meer fouten gewezen (aanbieding van de twee percelen te Holsbeek voor 5.000 euro, in plaats van 50.000 euro; aanbieding van een perceel te Holsbeek vrij van gebruik, in plaats van verpacht) waardoor de notaris nog aanbiedingsdossiers wegens materiële vergissing heeft afgesloten en vervangen door gecorrigeerde aanbiedingen. In tegenstelling tot wat de verzoekende partij voorhoudt, heeft de verwerende partij de notaris er echter niet toe aangezet of verplicht om de aanbieding van een geheel van zeven percelen te splitsen in twee afzonderlijke aanbiedingen; de notaris heeft dat van meet af aan zo gedaan.” Beoordeling
  30. Het eerste middel houdt in essentie voor dat bepalingen waarvan de schending wordt ingeroepen, zich ertegen verzetten dat het voorkooprecht wordt X-18.897-11/14 uitgeoefend op slechts vijf van de zeven percelen die het voorwerp van de verkoopovereenkomst hebben uitgemaakt. Als zodanig is het middel voldoende duidelijk en ontvankelijk.
  31. Artikel 2, 1°, van het harmoniseringsdecreet bepaalt dat het voorkooprecht betrekking heeft op het “recht om een perceel dat te koop wordt aangeboden, voor dezelfde prijs en onder dezelfde modaliteiten, bij voorrang op de kandidaat-koper aan te kopen”. Artikel 2, 4°, van hetzelfde decreet definieert het begrip ‘perceel’ als “binnen een afgebakend gebied identificeerbaar bebouwd of onbebouwd onroerend goed dat toebehoort aan één eigenaar, dan wel aan verscheidene eigenaars in enige vorm van onverdeeldheid”.
  32. Artikel 9 van het decreet regelt, enerzijds, de situatie waarbij het te verkopen onroerend goed slechts een deel is van het perceel waarop het Vlaams voorkooprecht is toegekend en, anderzijds, de situatie waarbij het perceel waarop een Vlaams voorkooprecht is toegekend, slechts een deel is van het te koop gestelde onroerend goed. In het laatstvermelde geval “moet de instrumenterende ambtenaar voor dat deel een afzonderlijk aanbod doen”, tenzij het gaat om een “ruimtelijk geheel […] dat verkoper en koper niet willen splitsen”.
  33. Uit het dossier blijkt dat de betrokken koop- verkoopovereenkomst betrekking heeft op een geheel van zeven percelen, gelegen te Tielt-Winge en Holsbeek.
  34. Niet betwist is dat de verwerende partij voor de zeven percelen die het voorwerp uitmaken van de verkoop, begunstigde is van de voorkooprechten in de zin van het harmoniseringsdecreet. X-18.897-12/14 Bovendien houden de partijen niet voor dat zich te dezen de situatie voordoet die is geregeld door artikel 9 van het harmoniseringsdecreet, waarbij het perceel waarop een Vlaams voorkooprecht is toegekend slechts een gedeelte is van het te koop gestelde onroerend goed.
  35. Indien meerdere percelen in één enkele overeenkomst als één geheel voor één prijs worden verkocht, heeft het Vlaams voorkooprecht in beginsel ook op dit geheel betrekking, en niet op de individuele percelen afzonderlijk.
  36. De verwerende partij voert niet aan dat de betrokken zeven percelen op een kunstmatige wijze in één enkele verkoopovereenkomst zijn samengebracht.
  37. Gezien het voorgaande, miskent de bestreden beslissing, die enkel betrekking heeft op vijf van de zeven percelen, de aangevoerde bepalingen.
  38. Dat de zeven percelen niet in één enkel aanbiedingsdossier werden aangeboden, en dat de verwerende partij “niet wist of moest weten dat de aanvaarding van het voorkooprecht op de vijf percelen te Tielt-Winge in strijd was met de bedoeling van de contractspartijen” doet niet anders besluiten.
  39. Het eerste middel is gegrond. BESLISSING
  40. De Raad van State vernietigt de beslissing van de Vlaamse Landmaatschappij van 19 augustus 2024 om het recht van voorkoop uit te oefenen en te beslissen tot aankoop van de onroerende goederen met als kadastrale omschrijving Tielt-Winge, 2de afdeling (Houwaart), gekend onder de NIS-code

(24044), Sectie C, nrs. 208, 209, 220, 223/E en 226, samen groot 3ha 23a 85 ca (5 percelen). X-18.897-13/14 2. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zestien april tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-18.897-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.386 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.