← België

Arrest 266412 - Overheidsopdrachten - 20/04/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.412 Rolnummer: A. 247725/XIV-40130 Zaak: Arrest 266412 - Overheidsopdrachten - 20/04/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-21 Raadplegingen: 100 - laatst gezien 2026-06-18 18:00 Fiche Arrest nr 266.412 van 20 april 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.412 van 20 april 2026 in de zaak A. 247.725/XIV-40.130 In zake: de nv Q. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Peter Teerlinck en Louise Galot kantoor houdend te 1040 Brussel Ijzerlaan 19 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de WELZIJNSVERENIGING ZORGBEDRIJF ANTWERPEN bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Gitte Laenen kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de bv B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Jasmine Coppens kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 25 maart 2026, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de beslissing van 25 februari 2026 van het Zorgbedrijf Antwerpen “om de raamovereenkomst ‘Menu Management Systeem’ aan [de bv B.] te gunnen”. XIV-40.130-1/30 II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 26 maart 2026 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 7 april 2026 heeft de bv B. gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 15 april 2026, om 14.00 uur. Staatsraad Kaat Leus heeft verslag uitgebracht. Advocaat Louise Galot, die verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Benjamin Gorrebeeck, die loco advocaat Gitte Laenen verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Jasmine Coppens, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. III. Feiten 3.
  4. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp “Menu management systeem”. XIV-40.130-2/30 Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor een mededingingsprocedure met onderhandeling. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. De opdracht houdt het sluiten van een raamovereenkomst met één ondernemer in. 3.
  5. Het voorwerp van de opdracht wordt in de opdrachtdocumenten met referentie 2024/103/CVL, bondig samengevat, als volgt nader omschreven: “Voorwerp van deze diensten: Menu management systeem. Toelichting: Het Zorgbedrijf Antwerpen wenst een raamovereenkomst af te sluiten met een dienstverlener voor het aanbieden van een Menu Management Systeem (inclusief de nodige koppelingen en integraties). We zijn op zoek naar een systeem dat een volwaardige ondersteuning kan bieden inzake: rapportering, foodcost, beheren menu’s, ondersteuning naar allergenen en voedingswaarden, grammages voor verschillende doelgroepen, bestellingen, prijsberekening, foodcost per menu ... Het doel van deze opdracht is om de ganse keten van het opmaken van de recepturen tot het bestellen verder te digitaliseren en zoveel mogelijk te automatiseren. Een volledig en gedetailleerd overzicht van de inhoud van deze opdracht bevindt zich in het bijzonder bestek voor deze opdracht, onder ‘Technische bepalingen’. Het Zorgbedrijf Antwerpen wenst een overheidsopdracht in de markt te zetten voor het aanbieden van een Menu Management Systeem (inclusief de nodige koppelingen en integraties). We zijn op zoek naar een systeem dat een volwaardige ondersteuning kan bieden inzake: rapportering, foodcost, beheren menu’s, ondersteuning naar allergenen en voedingswaarden, grammages voor verschillende doelgroepen, bestellingen, prijsberekening, foodcost per menu ... […].” Concreet moet de opdrachtnemer een digitaal softwaresysteem installeren, waarmee de verwerende partij de maaltijden in al haar keukens kan plannen en kan beheren. Samengevat moet het digitaal systeem toelaten om recepten aan te maken, menu’s samen te stellen, bestellingen te plaatsen bij leveranciers, en de food cost bij te houden,… Koppelingen moeten worden gemaakt met het boekhoudsysteem, het kassasysteem, en het personeel van de verwerende partij moet worden opgeleid in de bediening ervan. XIV-40.130-3/30 Uit het bestek blijkt nog dat de verwerende partij (ook) als aankoopcentrale zal kunnen optreden voor (i) instellingen die vallen onder de rechtspersoonlijkheid van Zorgbedrijf Antwerpen, (ii) instellingen met een aparte rechtspersoonlijkheid die Zorgbedrijf Antwerpen belast met een bepaalde taak van algemeen belang en (iii) andere instellingen die zeer nauw verbonden zijn met Zorgbedrijf Antwerpen (bv. Zorgbedrijf Brasschaat, kinderdagverblijf De Vlindertuin, e.a.). 3.
  6. De selectieleidraad met kenmerk 2024/103/CVL, bevat de volgende voor de voorliggende vordering relevante bepalingen: “Technische en beroepsbekwaamheid van de kandidaat (selectiecriteria) Selectiecriteria Het UEA, waarmee de ondernemer verklaart dat hij voldoet aan de onderstaande selectiecriteria: Nr. Selectiecriteria Minimumvereisten De inschrijver toont aan de hand van - 3 referenties + contactgegevens. referenties aan, bij voorkeur binnen de - een certificaat van ‘goede uitvoering’ zorgsector en van bedrijven van een door de betrokken organisaties voor gelijkaardige grote zoals de elke referentie die opgegeven wordt. - opdrachtgever waaruit een grondige een beschrijving (min. 1 A4) van de 1 ervaring en deskundigheid aangaande referenties met vermelding van: het onderwerp van deze termijnen voor opstart en raamovereenkomst blijkt. Een implementatie, omschrijving van de omschrijving van de uitgevoerde taken opdracht, verloop van de opdracht,…. en opdracht. Deze opsomming is niet limitatief Een algemene beschrijving van de - omschrijving van de taken, structuur van de onderneming, kwalificaties en ervaring bij het 2 bevattende een beschrijving van de uitvoeren van soortgelijke opdrachten personeelsbezetting. van de personeelsleden. 3.
  7. Uit het proces-verbaal van opening van 17 januari 2025 blijkt dat er acht aanvragen tot deelneming - die uiterlijk op 17 januari 2025 om 11:00u moesten werden ingewacht -, werden ingediend waaronder deze door de verzoekende partij en deze door de verzoekende partij in tussenkomst, zijnde de bv B., hierna aangeduid als de gekozen inschrijver. Er wordt een verslag van nazicht van deze aanvragen tot deelneming opgesteld op grond waarvan de verwerende partij op 7 april 2025 beslist tot de selectie van vijf kandidaten waaronder de verzoekende partij en de gekozen inschrijver. XIV-40.130-4/30 De kandidaten worden van hun selectie respectievelijke (niet-) selectie in kennis gesteld op 9 juli
  8. Aan de verzoekende partij wordt meegedeeld “dat het directieteam op 07/04/2025 beslist heeft om uw kandidatuur te selecteren in het kader van een lijst van geselecteerden voor de opdracht Raamovereenkomst ‘Menu Management Systeem’, naar aanleiding van een mededingingsprocedure met onderhandeling”. 3.
  9. De geselecteerde kandidaten worden uitgenodigd om een eerste offerte in te dienen, uiterlijk op 11 augustus 2026 om 10.00 uur. 3.
  10. Volgende gunningscriteria zijn volgens het bijzonder bestek van toepassing op deze opdracht (STUK 8): “1.
  11. Gunningscriteria Volgende criteria zijn van toepassing bij de gunning van de opdracht: Nr. Beschrijving Gewicht 1 Kwaliteit, dienstverlening, aanpak en modaliteiten 45 (functionele fit) De inschrijver werkt een volledig plan van aanpak uit met hoe hij zal voldoen aan het streefdoel en de behoeften van de aanbestedende overheid. Dit gunningscriterium wordt opgedeeld in 2 subgunningscriteria:
  12. Kwaliteit en dienstverlening (functionele fit)

(30)2. Plan van aanpak en modaliteiten
(15)De inschrijver zal zijn plan van aanpak ook duidelijk opdelen in de bovenstaande subgunningscriteria. 1.1 Kwaliteit en dienstverlening (functionele fit) 30 De inschrijver omschrijft o.a. onderstaande punten in zijn plan van aanpak: • % van beantwoorden aan het streefdoel en de behoeften van het Zorgbedrijf Antwerpen zoals omschreven in het bestek. • Gebruiksvriendelijkheid van het systeem • Opname allergenen, voedingswaarden ed. in het systeem • Vermelding grammages in systeem • Integraties met andere systemen • Rapporteringsmogelijkheden • Waarborgtermijn • Reactietermijn bij problemen • Bestelmodaliteiten •… Bovenstaande lijst is niet limitatief. Beoordeling op 30 punten: de inschrijver dient een minimumscore van 15 punten op 30 te behalen op dit criterium. Als de inschrijver geen 15 XIV-40.130-5/30 punten behaalt, zal de offerte uitgesloten worden voor verder onderzoek. Het gunningscriterium wordt als volgt beoordeeld, tussenwaardes zijn mogelijk: - 100% van de aangegeven punten = uitstekende beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 85% van de aangegeven punten = zeer goede beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 70% van de aangegeven punten = goede beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 55% van de aangegeven punten = voldoende beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 50% of minder als 50% van de aangegeven punten = zwakke beoordeling of geen informatie ontvangen m.b.t. de doelstellingen van het criterium 1.2 Plan van aanpak en modaliteiten 15 De inschrijver omschrijft o.a. onderstaande punten in zijn plan van aanpak: • Implementatie • projectstructuur • Opvolgmeetings • Methodiek • Bestelmodaliteiten • Technische fiches • fasering en timingen • communicatieplan • Opleidingen • Functionaliteiten • …. Het plan van aanpak mag maximaal 3 A4-pagina's beslaan, dubbelzijdig bedrukt (recto verso), en in het lettertype Arial met grootte
  1. ZORGBEDRIJF ANTWERPEN Blz. 12 Ref.: 2024/103/CVL Beoordeling: Het gunningscriterium wordt als volgt beoordeeld, tussenwaardes zijn mogelijk: - 100% van de aangegeven punten = uitstekende beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 85% van de aangegeven punten = zeer goede beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 70% van de aangegeven punten = goede beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 55% van de aangegeven punten = voldoende beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 50% of minder als 50% van de aangegeven punten = zwakke beoordeling of geen informatie ontvangen m.b.t. de doelstellingen van het criterium. 2 Prijs 35 Voor de beoordeling van dit criterium wordt de regel van drie toegepast: regel van drie; Score offerte = (prijs laagste offerte / prijs offerte) gewicht van het criterium prijs 3 SLA 20 De inschrijver dient een nota in te dienen waarin hij een voorstel van SLA geeft. Hij omschrijft o.a. onderstaande punten in zijn nota: • Doel SLA • Betrokken partijen • Storingsbeheer XIV-40.130-6/30 • wijzigingsbeheer • Functionaliteiten • Beschikbaarheid • Disaster recovery, • Coördinatie bij problemen • Ontzorging ZBA • Cybersecurity en DRP •… Bovenstaande lijst is niet limitatief. Beoordeling op 20 punten: de inschrijver dient een minimumscore van 10 punten op 20 te behalen op dit criterium. Als de inschrijver geen 10 punten behaalt, zal de offerte uitgesloten worden voor verder onderzoek. Het gunningscriterium wordt als volgt beoordeeld, tussenwaardes zijn mogelijk: - 100% van de aangegeven punten = uitstekende beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 85% van de aangegeven punten = zeer goede beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 70% van de aangegeven punten = goede beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 55% van de aangegeven punten = voldoende beoordeling m.b.t. de doelstellingen van het criterium - 50% of minder als 50% van de aangegeven punten = zwakke beoordeling of geen informatie ontvangen m.b.t. de doelstellingen van het criterium. Totaal gewicht gunningscriteria 100 3.
  2. Blijkens het proces-verbaal van opening van 11 augustus 2025 dienen drie van de geselecteerde kandidaten een eerste offerte in waaronder de verzoekende partij en de gekozen inschrijver. Alle inschrijvers worden uitgenodigd om de eerste offerte toe te lichten tijdens een vergadering, waarvan elk van hen gebruik heeft gemaakt. Er wordt een verslag gemaakt van elke toelichtingssessie. Elke inschrijver ontvangt een afschrift van het verslag betreffende zijn toelichtingssessie. 3.
  3. Vervolgens worden alle inschrijvers uitgenodigd voor een tweede gesprek. Alle inschrijvers zijn aanwezig voor dit tweede gesprek. Er wordt een verslag opgesteld van elke bespreking en elke inschrijver ontvangt een afschrift van de neerslag van deze bespreking. 3.
  4. Alle inschrijvers worden uitgenodigd om een tussentijdse offerte in te dienen, ten laatste op 17 november
  5. Alle inschrijvers dienen een tussentijdse offerte in. XIV-40.130-7/30 3.
  6. Alle inschrijvers worden uitgenodigd voor een derde gesprek. Alle inschrijvers zijn hierop aanwezig en ontvangen nadien een afschrift van de neerslag ervan. Enkel de gekozen inschrijver reageert hierop. 3.
  7. Alle inschrijvers worden tot slot uitgenodigd om een BAFO in te dienen ten laatste op 9 januari 2026 om 12.00 uur. Alle inschrijvers dienen ook een BAFO in. Er wordt op 6 februari 2026, na een inhoudelijke beoordeling en vergelijking van de BAFO’s, een verslag van nazicht opgesteld. Uit het genoemde verslag van nazicht blijkt het volgende wat de beoordeling van het eerste gunningscriterium ‘
  8. Kwaliteit, dienstverlening, aanpak en modaliteiten (functionele fit)’ – (op 45 punten) betreft: Nr. Naam Motivering Score Voor beide subgunningscriteria werden punten toegekend De derde 1 zoals hieronder gedetailleerd weergegeven; daarna werden 34,42 inschrijver beide punten samengeteld Voor beide subgunningscriteria werden punten toegekend De gekozen 2 zoals hieronder gedetailleerd weergegeven; daarna werden 43,33 inschrijver beide punten samengeteld Voor beide subgunningscriteria werden punten toegekend De verzoekende 3 zoals hieronder gedetailleerd weergegeven; daarna werden 26,41 partij beide punten samengeteld Voor het subgunningscriterium ‘1.
  9. Kwaliteit en dienstverlening (functionele fit)’ – (op 30 punten) luidt de beoordeling: 1 Het plan van aanpak claimt een functionele dekking van 23,05 meer dan 90%. De gebruiksvriendelijkheid van het systeem wordt positief beoordeeld, ondersteund door een moderne webinterface en een duidelijke demo. Toch blijven er beperkingen inzake aanpasbaarheid van look-and-feel, rapportering en output, waardoor geen maximale score wordt toegekend. De allergenen- en voedingswaarderegistratie is correct geïntegreerd, net zoals het beheer van grammages. Wat betreft integraties toont [de derde inschrijver] een brede waaier aan koppelmogelijkheden, maar niet alle integraties zijn standaard of inbegrepen (o.a.EDI/API-koppelingen). Elke bijkomende koppeling brengt een meerprijs met zich mee. De rapporteringsfunctionaliteiten zijn uitgebreid en toekomstgericht, maar deels nog te ontwikkelen in regie. XIV-40.130-8/30 Voor de waarborgtermijn werd geen informatie aangeleverd. Daartegenover staat een maximaal bevestigde reactietermijn bij problemen (zie ook SLA). De bestelmodaliteiten zijn sterk uitgewerkt en goed gedemonstreerd, inclusief multi-supplier, voorraadinfo en automatische boodschappenlijsten. 2 De gekozen [De gekozen inschrijver] biedt een mature en volledig 28,40 inschrijver operationele oplossing aan die aansluit bij de functionele vereisten van Zorgbedrijf Antwerpen. Hoewel het exacte percentage van functionele dekking niet in de offerte werd vermeld, bevestigt [de gekozen inschrijver] dat noodzakelijke aanpassingen om dit percentage te maximaliseren tijdens de volledige looptijd zonder bijkomende kosten worden uitgevoerd. De toepassing wordt beoordeeld als stabiel en gebruiksvriendelijk, met bewezen werking in de praktijk. De kernfunctionaliteiten rond allergenenregistratie, voedingswaarden, grammages en technische fiches zijn volledig aanwezig. Wat integraties betreft, biedt [de bv B.] API-koppelingen met leverancierssystemen en bevestigt het bedrijf de ondersteuning van integraties met SAP/S4HANA en andere ZBA-randsystemen. De rapporteringsmogelijkheden zijn uitgebreid en flexibel, met de mogelijkheid tot bijkomende rapportontwikkeling zonder meerkost. Er wordt geen formele waarborgtermijn aangeboden, maar wel een eerste jaar intensieve ‘hypercare’-ondersteuning. De reactietermijnen bij incidenten voldoen aan de verwachte normen en worden ondersteund door permanente monitoring en structurele ondersteuning. De bestelmodaliteiten zijn volledig uitgewerkt, inclusief koppelingen met leveranciers, stockbeheer en opties voor bestellingsverwerking via de orderdienst. 3 De verzoekende [De verzoekende partij] beschikt over een sterke 16,80 partij inhoudelijke expertise op het vlak van allergenen- en voedingswaardenbeheer. Dit wordt ondersteund door een eigen team van erkende diëtisten en een centrale databank waarin product- en voedingsinformatie gevalideerd en onderhouden wordt. De aangeboden rapporteringsmogelijkheden omvatten diverse standaardrapporten, exportfunctionaliteit en de mogelijkheid om bijkomende rapporten te ontwikkelen. Verder worden een formele waarborgtermijn van 12 maanden en duidelijke reactietijden bij problemen aangeboden, wat een continue dienstverlening en ondersteuning waarborgt. Tijdens de beoordeling werd vastgesteld dat de aangeboden oplossing in de beoogde geïntegreerde vorm ([de verzoekende partij] gecombineerd met [A.]360) nog niet operationeel beschikbaar is. De voorgelegde systemen waren twee afzonderlijke applicaties met een verschillende interface, zonder demonstratie van een geïntegreerde omgeving. Hierdoor kan de gebruiksvriendelijkheid, workflow-consistentie en eindgebruikerservaring niet worden beoordeeld. Automatische prijsupdates via leveranciers worden niet ondersteund en moeten manueel door ZBA worden XIV-40.130-9/30 bijgehouden. De werking van toekomstige koppelingen met SAP en andere randsystemen kon niet worden aangetoond. Ook de rapportering en foodcost-functionaliteit zijn afhankelijk van een toekomstige integratie waarvan de concrete uitwerking en timing momenteel onbekend zijn. De bestelmodaliteiten zijn eveneens afhankelijk van de nog te realiseren geïntegreerde omgeving en bieden geen automatische koppelingen of ontzorging ten aanzien van prijsinformatie of bestelstromen. Voor het subgunningscriterium ‘1.
  10. Plan, van aanpak en modaliteiten’ – (op 15 punten) luidt de beoordeling: 1 De derde De projectstructuur is helder uitgewerkt, met een 11,37 inschrijver stuurgroep, operationeel projectmanagement en duidelijke rolverdeling tussen directie, projectleiding, IT en change. De inschrijver voorziet vaste overlegmomenten en een duidelijke overlegcyclus. De aanpak voldoet volledig aan de gevraagde modaliteiten. De methodiek omvat een gestructureerde fasering, ondersteuning bij masterdatabeheer en periodiek projectoverleg. De aanpak vereist wel aanzienlijke inzet van ZBA voor masterdata, leveranciersopvolging en configuratie. Bestelmodaliteiten zijn volledig uitgewerkt en sluiten aan op de functionele voorstellen. Technische fiches zijn aanwezig, geïntegreerd in het systeem en bevestigd via bijlagen. De fasering en globale doorlooptijd zijn duidelijk en realistisch beschreven. Er is rekening gehouden met afhankelijkheden en sequentiële stappen, de voorgestelde planning wordt als realistisch beoordeeld. Een communicatieplan is voorzien, maar de uitvoering ervan ligt grotendeels bij ZBA. [De derde inschrijver] biedt ondersteuning enkel aan in regie. De opleiding omvat configuratie- en train-the-trainer- sessies, maar voorziet geen opleiding voor eindgebruikers, geen nazorg en geen opleiding van meerdere trainers. De verantwoordelijkheid voor bredere opleiding blijft bij ZBA. De functionele beschrijvingen zijn uitgediept en ondersteunen het plan. [De derde inschrijver] biedt een mature oplossing aan die reeds operationeel is, wat de risico’s tijdens implementatie beperkt. Tegelijkertijd blijft de aanpak deels afhankelijk van inzet door Zorgbedrijf Antwerpen, met name voor bepaalde configuratie en rapportering. 2 De gekozen [De gekozen inschrijver] werkt met een 14,93 inschrijver implementatieaanpak opgebouwd uit 8 duidelijk gedefinieerde fasen, met een vaste projectstructuur en duidelijk omschreven rollen. De fasen omvatten o.a. kick- off, configuratie, validatie, oplevering en opvolging. De projectstructuur is uitgewerkt en bevat duidelijke rollen: projectmanager, implementatieconsultant, technische consultant. Verantwoordelijkheden zijn afgebakend. Er XIV-40.130-10/30 wordt voorzien in een gestructureerde overleg- en rapporteringscyclus. De opvolgmeetings zijn helder omschreven. De methodiek is conform de vereisten. [De gekozen inschrijver] hanteert een stapsgewijze aanpak en neemt expliciet autonomie op zich voor belangrijke onderdelen (contact leveranciers, data-input, technische koppelingen). De BAFO bevestigt de urenraming
(334u)en taken. Het BD Menu ondersteunt verschillende bestelmodi, inclusief optionele ‘order service’ waarbij [de gekozen inschrijver] zelf bestellingen opvolgt, alternatieven zoekt en vertrouwt op hun stockbeheer. [De gekozen inschrijver] kan technische fiches aanmaken en onderhouden; deze worden steeds gecontroleerd door hun team van diëtisten. De functionaliteit is volledig aanwezig. Fasering en doorlooptijd zijn duidelijk omschreven en worden als realistisch en volledig beoordeeld. Een communicatieplan is voorzien en sluit aan op de projectstructuur en overlegmomenten. [De gekozen inschrijver] bevestigt opleiding per vestiging, online ondersteuning en maandelijkse opvolging. Het aanbod is duidelijk en gedetailleerd. De functionele toelichting ondersteunt het plan van aanpak. Risicoanalyse en mitigatie zijn uitgewerkt. De BAFO voegt een expliciete hypercare-periode van één jaar toe. 3 De verzoekende [De verzoekende partij] voorziet een vast 9,61 partij implementatieteam bestaande uit een Onboarding Consultant en een Technical Lead die gedurende het volledige traject als dedicated aanspreekpunten fungeren. De implementatie start met een kick-off waarin doelstellingen, scope, timing en overlegstructuur worden vastgelegd. De rolverdeling tussen projectteamleden is duidelijk omschreven, met een single point of contact voor alle operationele en technische afstemmingen. Voorts weinig concrete details over de praktische uitvoering van de implementatie, met name omdat de noodzakelijke integratie van de twee systemen ([De verzoekende partij] + [A.]) nog niet gerealiseerd is. De projectstructuur is duidelijk afgebakend met rollen, verantwoordelijkheden en een overlegstructuur. Een vaste opvolgstructuur wordt voorzien met reviewmeetings, performancemonitoring en blijvende betrokkenheid van de consultant. De methodiek is uitgewerkt en beschrijft analyse, configuratie, testen, go-live en nazorg. De rol van diëtisten en de [G.]-database is sterk onderbouwd. Bestelmodaliteiten worden theoretisch beschreven, maar praktische werking blijft onvoldoende aangetoond. De aanwezigheid, opbouw en actualisatie van technische fiches worden solide onderbouwd via het diëtistenteam en de [G.]-database. Hoewel fasen worden benoemd, ontbreken concrete tijdslijnen (weken/maanden) en uitvoeringsplanning. De totale doorlooptijd, het moment van integratie van de twee systemen en de impact per locatie blijven onduidelijk. De communicatieaanpak wordt beperkt beschreven. Er is geen volledig communicatieplan, enkel verwijzing naar kick-off, XIV-40.130-11/30 workshops en afstemming. De verantwoordelijkheid ligt grotendeels bij ZBA. [De verzoekende partij] beschrijft klassikale en digitale opleidingen en voorziet documentatie. [De verzoekende partij] beschrijft aanvullende functionaliteiten zoals foodcost en inzetbaarheid in verschillende contexten, en een uitgebreider allergenenbeleid dan gevraagd. Voor het tweede gunningscriterium ‘2. Prijs’ – (op 35 punten) luidt de beoordeling: De derde 10,73 1 Voor dit gunningscriterium werd de regel van 3 toegepast inschrijver De gekozen 19,81 2 Voor dit gunningscriterium werd de regel van 3 toegepast inschrijver De verzoekende 35 3 Voor dit gunningscriterium werd de regel van 3 toegepast partij Voor het derde gunningscriterium ‘3. SLA’ – (op 20 punten) tot slot luidt de beoordeling: 1 De derde Het doel van de SLA is duidelijk omschreven: waarborgen 17,15 inschrijver van continuïteit, servicekwaliteit en voorspelbare dienstverlening. De SLA definieert helder de rollen van [de derde inschrijver], ZBA en leveranciers. De verantwoordelijkheden en escalatiepaden zijn opgenomen. Incidenttypes, prioriteiten en communicatieflows zijn uitgewerkt. [De derde inschrijver] biedt standaard minor releases, patches en maintenance aan. Grote releases gebeuren in overleg. Functionele uitbreidingen worden behandeld via offerte en planning. Niet alle gevraagde wijzigingen worden kosteloos of standaard uitgevoerd. Functionaliteiten zijn gekoppeld aan SLA-afspraken, uitbreidbaarheid en wijzigingsbeheer. Nieuwe functionaliteiten verlopen via offertetraject. De technische infrastructuur is zeer robuust: Azure beschikbaarheidszones, WAF-beveiliging, DDoS- bescherming, versleuteling op alle lagen en gedetailleerde uptime-percentages (99,95%-99,99%). DRP is volledig uitgewerkt, inclusief zone-redundantie, geo-redundante back-ups, RPO 0 en RTO [De derde inschrijver] voorziet centrale registratie, escalatie en communicatie, inclusief 24/7 opvolging bij kritieke incidenten. De coördinatierol ligt volledig bij [de derde inschrijver]. 24/7 ondersteuning is enkel beschikbaar tegen meerkost. Zeer uitgebreide beveiligingsarchitectuur ( ISO/IEC 27001 (Azure), TLS 1.2+/AES-256 encryptie, WAF tegen OWASP Top 10, DDoS-bescherming, logging/auditing, MFA/SSO-mogelijkheden) XIV-40.130-12/30 De BAFO voegt een bijkomende boeteclausule toe tot 40% van supportkosten bij niet-naleving van SLA-afspraken. Dit biedt extra garanties. 2 De gekozen Het doel en toepassingsgebied van de SLA zijn duidelijk 19,63 inschrijver beschreven en in lijn met de vereisten. De inschrijver identificeert helder alle betrokken partijen en hun verantwoordelijkheden, waaronder [de gekozen inschrijver], ZBA en leveranciers. Het DRP vermeldt expliciet Connectis (infrastructuurbeheer, hosting, redundantie, 24/7 monitoring) en Red System (cybersecurity-audits, noodinterventies). De klant (ZBA) wordt in de communicatieflow bij incidenten geïnformeerd. Het storingsbeheer is volledig uitgewerkt, met duidelijke afspraken rond prioriteiten, responstijden en communicatieflows. [De gekozen inschrijver] voorziet proactieve monitoring 24/7 (Connectis), incidentcommunicatie bij detectie, en noodinterventie door Red System bij cyberaanval. Alle onderhoud, updates, aanpassingen of extra functionaliteiten die door ZBA gevraagd worden, zijn inbegrepen in het SLA-voorstel en worden door [de gekozen inschrijver] ontwikkeld. De functionaliteiten die binnen het SLA-kader vallen, zijn volledig omschreven en sluitend geïntegreerd met wijzigingsbeheer en releases (web-based applicaties; parametrage; opleidingen inbegrepen). [De gekozen inschrijver] geeft goede beschikbaarheidspercentages en infrastructuuraanpak: permanente ondersteuning (24/7) met menselijke tussenkomst bij kritieke afwijkingen via Connectis. Het DRP is zeer volledig: redundantie, back-ups, failovermechanismen en hersteltijden worden allemaal expliciet benoemd: redundante infrastructuur; realtime kopie op secundaire server; overschakeling analyse en begeleiding; Connectis beheert infrastructuur en monitoring. [De gekozen inschrijver] voorziet volledige operationele ontzorging: opleidingen op elke site, alle leverancierscontacten worden door [de gekozen inschrijver] opgenomen, bijkomende aanpassingen kunnen steeds door [de gekozen inschrijver] worden uitgevoerd, hypercare in het eerste jaar, volledige ondersteuning tijdens implementatie en gebruik. Beveiliging en DRP zijn volledig uitgewerkt, inclusief encryptie, toegangsbeheer, logging, audit, monitoring en DR-procedures. 3 De verzoekende [De verzoekende partij] definieert het SLA-doel als het 12,08 partij vastleggen van voorwaarden en prestaties rond dienstverlening (continuïteit, veilig en toekomstgericht gebruik van het platform, rapportering/evaluatie). Als betrokken partijen worden [de verzoekende partij] als leverancier en Zorgbedrijf Antwerpen als klant genoemd, en [C.] (hosting/SLA-packs/operations) als onderaannemer. De servicedesk is 24/7 bereikbaar voor storingen/kritieke incidenten; niet-kritische vragen tijdens kantooruren, P1- problemen binnen 24 uur opgelost. SPOC verzorgt coördinatie. De offerte vermeldt zero-downtime deployments en automatische releases; onderhoud en optimalisaties door de leverancier (proactief) en jaarlijkse XIV-40.130-13/30 SLA-evaluatie/herziening zijn voorzien. Sterke functionaliteiten, in het bijzonder qua allergenen en voedingswaarden, in voorlopig nog aparte applicaties. Minimale systeembeschikbaarheid: 99% op jaarbasis (excl. aangekondigd onderhoud) wordt gegarandeerd. Disaster recovery wordt gecoverd via dagelijkse geautomatiseerde back-ups, versleutelde opslag en volledige recoverability. Een uitgewerkt DRP van [C.] met hostingdetails (monitorings- en hersteltijden, backup-retenties, failover- /redundantie-architectuur op datacenterniveau) is toegevoegd. Voor coördinatie bij problemen is er een dedicated SPOC aangewezen voor alle IT-/supportcoördinatie, maandelijkse/kwartaal-rapportering en overleg. Qua ontzorging ZBA benadrukt [de verzoekende partij] het proactief onderhoud, zero-downtime updates, volledige ontzorging voor updates/serverbeheer/monitoring/ beveiliging; periodieke validatie van technische fiches door diëtisten. Cybersecurity - DRP wordt in Bijlage H uitgeschreven (GDPR, ISO/IEC 27001-conform), TLS 1.2+, encryptie at rest, RBAC/OAuth 2.0, logging/audittrail, patchbeleid, incidentrespons (meldingsplicht ≤72u), back- ups op EU-locaties, leveranciersbeheer/DPA’s, security- awareness—plus [C.]datacenter-/netwerkbeveiliging, firewall-opties, patch management en monitoring), maar geen info m.b.t. [A.] De SLA-herziening gebeurt jaarlijks; creditnota 10% bij niet-naleving (met expliciete uitsluitingen); rapportering en jaarlijkse evaluatie. Ook [C.] hanteert compensatieregelingen bij het niet halen van communicatie /hersteltijd of beschikbaarheid, plus supportvensters en SLA-pack differentiatie. Dit leidt tot de volgende finale rangschikking in het verslag van nazicht waarbij wordt voorgesteld de opdracht te gunnen aan de gekozen inschrijver: - de derde inschrijver 62,30% - de gekozen inschrijver 82,77 % - de verzoekende partij 73,49 % 3.12. Op 25 februari 2026 beslist de raad van bestuur van de verwerende partij om de opdracht te gunnen aan de inschrijver met de economisch meest voordelige offerte (op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding), zijnde de bv B., dit is de verzoekende partij in tussenkomst. Dit is de bestreden beslissing. XIV-40.130-14/30 3.13. Op 10 maart 2026 wordt de verzoekende partij ervan in kennis gesteld dat haar offerte niet is gekozen. Het verslag van nazicht is bijgevoegd. IV. Tussenkomst 4. De bv B., dit is de gekozen inschrijver, blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg moet haar verzoek in tussenkomst worden ingewilligd. V. Vertrouwelijkheid van bepaalde stukken 5. De verzoekende partij, de verwerende partij en de tussenkomende partij vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan te lichten. De Raad van State mag overigens deze stukken in zijn beoordeling betrekken. VI. Ontvankelijkheid van de vordering 6. De verwerende partij ontwikkelt excepties ten aanzien van elk van beide middelen. Ten aanzien van de vordering als dusdanig werpt zij op dat “aangezien geen ontvankelijk middel wordt opgeworpen, (…) ook de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid op zichzelf beschouwd niet- ontvankelijk (is)”. De ontvankelijkheid van de vordering houdt verband met de grond van de zaak. VII. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden XIV-40.130-15/30 7. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’, moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. VIII. Onderzoek van de middelen A. Eerste middel Uiteenzetting van het middel 8. In het eerste middel van het verzoekschrift wordt een schending ingeroepen van artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 ‘inzake overheidsopdrachten’ (hierna: de wet van 17 juni 2016) “en meer bepaald het transparantiebeginsel”, van artikel 71 van diezelfde wet en van de artikelen 65 en 68 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit van 18 april 2017). Volgens de verzoekende partij zijn de twee selectiecriteria inzake de technische en beroepsbekwaamheid van de kandidaat (cfr. supra punt 3.3) onwettig omdat zij niet voldoende transparant zijn en alleszins niet voldoen aan de verplichting om die criteria aan een gepast niveau te verbinden. Het eerste selectiecriterium dat betrekking heeft op de gevraagde referenties is nog onwettig omdat er attesten van goede uitvoering worden gevraagd. Het tweede selectiecriterium waarbij om een beschrijving van de structuur van de onderneming (inclusief personeelsbezetting) is verzocht, is bovendien niet voorzien als één van de mogelijke bewijsmiddelen die mogen worden gevraagd conform artikel 68 van het genoemde koninklijk besluit. XIV-40.130-16/30 Het eerste middel dat in het verzoekschrift nader wordt uitgewerkt, wordt door de verzoekende partij in het verzoekschrift als volgt samengevat: “33. De twee selectiecriteria inzake de technische en beroepsbekwaamheid zijn onwettig omdat geen van beide een gepast niveau aanduidt zoals vereist in artikel 65 K.B. Plaatsing van 18 april 2017. 34. Meer in het algemeen valt niet te begrijpen hoe uit een loutere -en dan nog niet limitatieve- ‘beschrijving’ van uitgevoerde taken en van de personeelsbezetting kan opgemaakt worden dat de inschrijver in staat is om de kwestieuze opdracht professioneel en technisch aan te kunnen. 35. De bepaling in het eerste selectiecriterium ‘bij voorkeur binnen de zorgsector en van bedrijven van een gelijkaardige [grootte]’ is ook niet te beschouwen als een minimumniveau, en schept integendeel verwarring. Ofwel wordt voldaan aan een selectievereiste, ofwel niet. De vermelding ‘bij voorkeur’ in het kader van selectievereisten is niet pertinent. 36. Verder beantwoordt het eerste selectiecriterium niet aan de vereisten dat het moet gaan om opdrachten van de voorbije drie jaar en dat het bedrag moet vermeld worden. Het vereisen van attesten van goede uitvoering is ook nog eens onwettig. 37. Het tweede selectiecriterium in verband met de structuur van de onderneming is een selectiecriterium dat niet voorkomt in de limitatieve lijst met toegelaten bewijsmiddelen uit artikel 68 K.B. Plaatsing van 18 april 2017. Het selectiecriterium is niet voorzien in de wetgeving en dus onwettig”. Beoordeling Exceptie van niet-ontvankelijkheid van het middel wat de kritiek op de selectiecriteria betreft 9. De verwerende partij, daarin bijgetreden door de tussenkomende partij, betwist de ontvankelijkheid van het eerste middel op grond van de “Neorec- rechtspraak”. De verwerende partij meent voorts dat de door haar ingeroepen exceptie tevens moet worden benaderd vanuit de “beginselen van behoorlijk burgerschap”. Zij meent dat de verzoekende partij is tekortgekomen aan haar zorgvuldigheidsplicht als professionele ondernemer. Door haar kritieken op de selectiecriteria niet eerder te melden zou de verzoekende partij blijk geven van “een verregaande lichtzinnigheid”; meer nog door “het eerste middel geruime tijd als ‘joker’ achter de hand te houden”, zou deze “verregaande lichtzinnigheid neigen naar opportunisme cq. kwaadwilligheid”. XIV-40.130-17/30 10. Vooralsnog bestaat er geen noodzaak om uitspraak te doen over deze ontvankelijkheidsexceptie wat het eerste middel betreft. Een onderzoek van en een uitspraak over die exceptie zou alleen nodig zijn indien het middelonderdeel ernstig zou worden bevonden, hetgeen zoals hierna zal blijken, niet het geval is. Ten gronde 11. Overeenkomstig artikel 66, § 1, eerste lid, 2º, van de wet van 17 juni 2016 mag de opdracht enkel worden gegund nadat de aanbestedende overheid erop heeft toegezien dat de offerte afkomstig is van een inschrijver die voldoet aan de door haar vastgestelde selectiecriteria. Overeenkomstig artikel 71 van diezelfde wet (
  1. i)kunnen de selectiecriteria betrekking hebben op de ‘technische en beroepsbekwaamheid’, (
  2. ii)dient de aanbestedende overheid deze voorwaarden te beperken tot die welke kunnen garanderen dat een kandidaat of inschrijver over de technische bekwaamheden en beroepsbekwaamheden beschikt om de te gunnen opdracht uit te voeren, en (iii) houden alle voorwaarden verband met en staan ze in verhouding tot het voorwerp van de opdracht. Overeenkomstig artikel 68, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 kan de aanbestedende overheid eisen dat de ondernemers een voldoende mate van ervaring hebben die kan worden aangetoond met geschikte referenties inzake in het verleden uitgevoerde opdrachten. De aanbestedende overheid beschikt in beginsel over een beoordelingsruimte bij het uitleggen en het toepassen van de selectiecriteria. Het komt in de eerste plaats aan de aanbestedende overheid toe de kandidaten te beoordelen vanuit het oogpunt van de technische en beroepsbekwaamheid aan de hand van de vereisten daaromtrent gesteld in de opdrachtdocumenten, en om daarbij de in dat verband voorgelegde documenten en inlichtingen te betrekken. Wel dient de aanbestedende overheid bij de beoordeling van de kandidaten de regels die zij zelf heeft vastgesteld in de opdrachtdocumenten te respecteren, alsook de beginselen van behoorlijk bestuur. Wanneer niet is voldaan aan de XIV-40.130-18/30 gestelde minimumeisen inzake selectie, mag de aanbestedende overheid de betrokken inschrijver niet selecteren, op straffe van haar eigen bestek te schenden. 12. De verzoekende partij lijkt op het eerste gezicht onvoldoende aan te tonen het rechtens vereiste belang te hebben bij het door haar aangevoerde eerste middel. Uit het verslag van nazicht, zoals bijgevallen door de bestreden beslissing, blijkt immers dat de verzoekende partij is geselecteerd. De aangevoerde onwettigheden hebben haar op het eerste gezicht dan ook geen nadeel toegebracht. 13. Evenmin maakt de verzoekende partij aannemelijk anderszins gebaat te kunnen zijn met een schorsing op deze gronden. Zo de grieven van de verzoekende partij met betrekking tot de gevraagde attesten van goede uitvoering en de gevraagde beschrijving van de structuur van de onderneming al ernstig zouden zijn, zou een schorsing op grond daarvan met zich brengen dat een nieuwe beoordeling niet vermag te steunen op deze elementen. Vastgesteld evenwel dat zowel de verzoekende partij als de overige inschrijvers reeds mét inbegrip van deze elementen werden geselecteerd, zal een vastgestelde onwettigheid het resultaat niet kunnen beïnvloeden. 14. In de mate de verzoekende partij wijst op artikel 65 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 waarin is bepaald dat de aanbestedende overheid ertoe verplicht is om elk kwalitatief selectiecriterium te verbinden aan een gepast niveau om vervolgens op te merken dat, indien de verwerende partij dezelfde of andere selectiecriteria had verbonden aan een volgens haar meer “gepast niveau”, de gekozen inschrijver “misschien niet [zou] zijn geselecteerd”, stoelt haar argumentatie op loutere speculatie. Een verzoekende partij kan er niet mee volstaan te suggereren dat – mochten de selectiecriteria aan een meer gepast niveau zijn verbonden –, de gekozen inschrijver “misschien niet [zou] zijn geselecteerd”, zonder dit op enigerlei wijze aannemelijk te maken of ervan te overtuigen dat zijzelf ook in dat geval wel zou zijn geselecteerd. Een gebeurlijke nieuwe beoordeling in die zin kan immers evengoed leiden tot een negatief resultaat voor de verzoekende partij zelf. 15. Overigens is het middel op het eerste gezicht evenmin ernstig. XIV-40.130-19/30 De verwerende partij lijkt immers op het eerste gezicht te mogen worden bijgevallen waar zij in haar nota doet gelden dat het gepaste niveau van de selectiecriteria genoegzaam kon worden afgeleid uit de (uitgebreide) beschrijving van de opdracht in de selectieleidraad, zodat de kandidaten kennis hadden van het exacte voorwerp en de omvang van de opdracht, kennis aan de hand waarvan zij de gestelde selectievereisten naar behoren konden interpreteren. Het koninklijk besluit van 18 april 2017 is door de selectieleidraad voorts van toepassing verklaard, zonder daarbij af te wijken op het punt van de in artikel 68, § 4, 1°, b), van hetzelfde besluit bedoelde ouderdom van referenties. 16. Het eerste middel is niet ontvankelijk bij gebrek aan belang, minstens niet ernstig. B. Tweede middel Standpunt van de partijen 17. In het tweede middel van het verzoekschrift wordt een schending aangevoerd van artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 “en meer bepaald het gelijkheidsbeginsel en het transparantiebeginsel, van artikel 81 van dezelfde wet, van de zorgvuldigheidsplicht, het patere legem quam ipse fecisti - beginsel, de formele- en de materiëlemotiveringsplicht, evenals van artikel 5, 9°, van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: wet van 17 juni 2013) en van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: wet van 29 juli 1991). De verzoekende partij vat het tweede middel, dat in drie middelonderdelen is opgesplitst, in het verzoekschrift als volgt samen: “58. De beoordelingsmethode voor de kwalitatieve (sub)gunningscriteria is onwettig omdat er gebruik wordt gemaakt van ‘tussenwaardes’. Het toekennen van XIV-40.130-20/30 tussenwaardes strijdt met het principe van de ordinale schaal, omdat in een ordinale schaal één specifieke score wordt toegekend op basis van een bepaald kwaliteitsniveau, zonder dat tussen die specifieke scores dan nog eens tussenscores worden toegekend. Het principe van de ordinale schaal is gedenatureerd en de beoordelingsmethode is daardoor niet meer transparant. Bovendien is het volkomen onduidelijk welke methode is toegepast om die tussenscores te berekenen, wat in casu des te vreemder is omdat die tussenscores dan ook nog eens tot twee cijfers na de komma zijn berekend. Het is volslagen onduidelijk hoe bij die scores is gekomen. Bovendien werd voor subgunningscriterium 1.1 een andere beoordelingsmethode gebruikt dan de beoordelingsmethode die in het bestek is opgegeven (eerste middelonderdeel). 59. Het verslag van nazicht van de offertes is gebrekkig gemotiveerd omdat er voor geen enkele inschrijver, na bespreking van een aantal specifieke beoordelingselementen, een conclusie wordt getrokken in toepassing van de ordinale schaal. Ook wordt niet gemotiveerd waarom in toepassing van de mogelijkheid om tussenwaardes toe te kennen, desgevallend toch niet de met het niveau overeenstemmende score is toegekend (tweede middelonderdeel). 60. Het verslag van nazicht van de offertes bevat tegenstrijdigheden, fouten en inconsistenties aangaande de concrete motiveringen inzake de beoordeling van de offertes van de verzoekende partij en van de gekozen inschrijver (derde middelonderdeel).” 18. De verwerende partij vat haar verweer, wat het tweede middel betreft, als volgt samen: “Het middel is niet ontvankelijk volgend uit de Labonorm-rechtspraak van Uw Raad in zoverre kritiek wordt uitgeoefend op de beoordelingsmethodiek, aangezien het middel op onzorgvuldige cq. kwaadwillige wijze achter de hand werd gehouden. Verder ontbreekt het de Verzoekende Partij aan het rechtens vereiste belang aangezien zij zich beperkt tot punctuele detailkritieken op de motivering, zonder evenwel aannemelijk te maken dat de omvangrijke puntenkloof zou worden overbrugd. In zoverre de Verzoekende Partij bepleit dat het onduidelijk was op welke wijze tussenscores werden toegekend, kan zij niet worden bijgevallen. Het betreft vanuit de aard een zeer complexe opdracht. De inhoudelijke beoordeling ervan vereist input vanuit diverse disciplines, die met een ander perspectief kijken naar de beoordelingselementen en andere zaken of nuances gewichtig achten. De tussenscores zijn het gevolg van een genuanceerde samenbrenging van de input van de diverse expertises. De Verzoekende Partij maakt niet aannemelijk – noch citeert zij eender welke bron – waaruit blijkt dat dergelijke zorgvuldige handelwijze niet toelaatbaar zou zijn, noch minder zet zij uiteen op welke wijze zij hierdoor zou zijn benadeeld. In zoverre de Verzoekende Partij punctuele kritieken aanvoert ten aanzien van de motivering bij de gunningscriteria, slaagt zij er in de eerste plaats niet in om het vermoeden van wettigheid onderuit te halen. Verder worden de diverse detailkritieken inhoudelijk weerlegd.” 19. De tussenkomende partij vat haar repliek als volgt samen: XIV-40.130-21/30 “35. Verzoekende partij ontbeert het rechtens vereiste belang bij dit middel. Verzoekende partij liet vooreerst na om de door haar opgeworpen vermeende onwettigheid van het eerste middelenonderdeel op te werpen voorafgaand aan de opening van de offertes. Daarnaast maakt zij op geen enkele wijze aannemelijk dat het tweede en derde middelenonderdeel van die aard zijn om de rangschikking (potentieel) te wijzigen. Het middel is in die mate onontvankelijk. 36. In elk geval ligt de beoordelingsmethodiek besloten in de gunningscriteria. Er werd géén exotische beoordelingsmethodiek toegepast, maar een loutere woordelijke beoordeling, gekoppeld aan een redelijke puntenscore volgens de schaal die werd meegedeeld in het bestek. Hierbij werd reeds expliciet aangegeven dat tussenwaardes mogelijk waren. Verzoekende partij toont op geen enkele wijze overtuigend aan waarom het gebruik van tussenwaardes onwettig zou zijn. Noch de wetgeving, noch de rechtspraak vereisen bovendien dat de beoordelingsmethodiek in het bestek zélf wordt bekend gemaakt; ze moet enkel vastgesteld zijn vóór de indiening van de offertes. Niets meer, niets minder. Verzoekende partij verwart kennelijk één en ander. Voor subgunningscriterium 1.1 werd uiteraard geen andere beoordelingsmethode gebruikt dan diegene opgenomen in het bestek. Op basis van de bewoordingen in het verslag van nazicht van de offertes blijkt dat het woord ‘resultaatsverbintenis’ louter een materiële vergissing betreft. 37. Ondergeschikt, is de puntentoekenning correct gebeurd. Verzoekende partij levert punctuele kritiek op enkele zinnen uit het verslag, maar zwijgt over de andere negatieve elementen. De puntentoekenning is globaal gebeurd én bovendien afdoende gemotiveerd. Het voorstel van verzoekende partij wordt eerder als ‘voldoende’ bevonden. De toegekende punten zijn hiermee in verhouding. 38. Verzoekende partij levert tot slot kritiek op de beoordeling van tussenkomende partij, specifiek voor wat betreft de woordelijke toelichting. Er zouden hierbij ‘contradicties’ zijn, quod non. De vermeende impact op de puntenscores zelf is onduidelijk. 39. Geen enkel middelonderdeel van het tweede middel is bijgevolg ernstig, als het al ontvankelijk zou zijn, ten zeerste quod non.” Beoordeling Betreffende de excepties 20. In zoverre de verwerende partij en de tussenkomende partij aanvoeren dat “volgend uit de Labonorm-rechtspraak” het middel niet ontvankelijk is in zoverre kritiek wordt uitgeoefend op de beoordelingsmethodiek, aangezien het middel op onzorgvuldige c.q. kwaadwillige wijze achter de hand werd gehouden, worden zij niet bijgevallen. XIV-40.130-22/30 Met deze exceptie voeren deze partijen aan dat de verzoekende partij geen belang heeft bij haar vordering, op grond dat zij haar bezwaren tegen de gevolgde plaatsingsprocedure niet tijdig heeft geformuleerd. Zoals de Raad van State reeds sinds zijn in algemene vergadering arrest nr. 152.173 van 2 december 2005 (ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.173) inzake de nv Labonorm oordeelt, neemt de mogelijkheid om onmiddellijk een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in te stellen tegen de beslissing om het bestek vast te stellen, niet weg dat de onrechtmatigheden die een inschrijver aan een bestekbepaling verwijt, ook nog op ontvankelijke wijze mogen worden ingeroepen tegen latere beslissingen in het kader van de gunningsprocedure. De verzoekende partij mag derhalve tot staving van haar beroep tegen de bestreden beslissing de onwettigheid inroepen van het bestek, zelfs indien zij de beslissing tot vaststelling van het bestek als zodanig niet heeft aangevochten bij de Raad van State. Het voormelde arrest waarborgt op ruime wijze de toegang tot de rechter van inschrijvers op overheidsopdrachten. Het enkele feit dat de verzoekende partij in de loop van de plaatsingsprocedure geen bezwaar heeft gemaakt tegen een bepaald onderdeel van de opdrachtdocumenten, te dezen de selectieleidraad, ontneemt haar nog niet het recht om op te komen tegen de beslissing die aan het einde van de procedure is genomen. 21. In zoverre de verwerende partij zich nog steunt – zij verwijst immers naar haar uiteenzetting betreffende deze exceptie bij het eerste middel die zij te dezen “integraal” herneemt –, op de met de (in het bestek opgenomen) “Neorec-clausule” nagestreefde voorafgaande meldingsplicht c.q. attentieplicht (iuncto de “beginselen van behoorlijk burgerschap”), wordt zij evenmin bijgevallen in haar kritiek. De opgeworpen exceptie heeft tot gevolg dat een inschrijver verplicht zou zijn om reeds tijdens de plaatsingsprocedure de onwettigheid waarmee een opdracht is behept te identificeren en op te werpen teneinde zijn XIV-40.130-23/30 toegang tot de rechter te vrijwaren opdat die de aangevoerde onwettigheid aan zijn toetsingsrecht kan onderwerpen. Een dergelijke nagestreefde voorafgaande meldingsplicht kan evenwel niet verantwoorden dat het feit dat een overheid een onwettigheid begaat, minder verregaande gevolgen heeft dan het feit dat de rechtzoekende dit niet meteen heeft opgemerkt en gesignaleerd. In dat verband dient eraan te worden herinnerd dat het uitgangspunt moet zijn dat een aanbestedende overheid de fundamentele plicht heeft om wettige bepalingen op te stellen. Deze zorgvuldigheidsplicht en plicht tot rechtmatig optreden die op de overheid rust kan in de praktijk niet worden omgezet naar een zorgvuldigheidsplicht van de rechtzoekende (vgl. GwH 11 april 2023, nr. 59/2023, punt B.17.2, ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.059). In dat kader kan aldus van een inschrijver niet worden vereist dat hij reeds tijdens de plaatsingsprocedure expliciet voorbehoud maakt voor de wettigheid van een bepaling of die reeds opwerpt. Integendeel, hij mag uitgaan van het vermoeden dat de bepalingen – te dezen de in het bestek genoemde beoordelingsmethodiek – in overeenstemming zijn met het recht, zonder dat hij moet onderzoeken, en in het kader van de plaatsingsprocedure reeds moet opwerpen, dat die onwettig zijn, op straffe van anders zijn toegang tot de rechter te verliezen. In de mate de verwerende partij en de tussenkomende partij het anders zien gaan zij uit van een verkeerde rechtsopvatting. 22. Evenmin kan ter staving van de exceptie van niet- ontvankelijkheid van het middel, het argument overtuigen dat de verzoekende partij op dit punt blijk zou hebben gegeven van “een verregaande lichtzinnigheid of kwaadwilligheid waarbij zij haar kritiek als ‘joker’ achter de hand zou hebben gehouden”. Daargelaten nog dat wanneer een verwerende partij een inschrijver “verregaande lichtzinnigheid” zelfs “kwaadwilligheid” wil verwijten, zij er niet mee kan volstaan, zoals te dezen, in de nota algemeenheden te poneren zonder concrete precieze aanwijzingen om zulks (minstens) aannemelijk te maken, lijkt dergelijk gedrag in voorkomend geval de ernst van het aangevoerde middel aan te tasten doch niet de ontvankelijkheid ervan. Bovendien valt aan te nemen dat de verzoekende partij pas bij lezing van het verslag van nazicht in staat werd gesteld haar bezwaren te XIV-40.130-24/30 formuleren met betrekking tot de gehanteerde beoordelingsmethodiek. Een eventuele “eenvoudige vraag op het forum” zou te dezen, zo lijkt, allicht ook niet hebben volstaan zoals hierna zal blijken. In zoverre de verwerende partij op de terechtzitting ook nog verwijst naar de kost die het eventueel ontbreken van een (tijdige) oplossing zou meebrengen, lijkt dat argument zich evenmin te kunnen verzetten tegen het recht van de verzoekende partij om haar rechtsmiddelen aan te wenden. 23. De exceptie wordt verworpen. 24. De door de verwerende en de tussenkomende partij aangevoerde exceptie dat de verzoekende partij geen belang heeft omdat haar argumentatie de rangschikking niet in haar voordeel zou kunnen ombuigen, wordt evenmin bijgevallen, minstens niet voor wat betreft het eerste en tweede onderdeel van het tweede middel. Indien deze argumentatie ernstig wordt bevonden, zoals hierna zal blijken, zal het immers aan de verwerende partij staan om hetzij haar bestek te herzien, hetzij de beoordeling over te doen zonder de vastgestelde onwettigheid te begaan en zulks zonder dat de Raad van State daarop (of op het resultaat daarvan) mag vooruitlopen. 25. Ook deze exceptie wordt verworpen. Betreffende de ernst van het tweede middel 26. Overeenkomstig artikel 4, eerste lid, van de wet van 17 juni 2016 dient een aanbestedende overheid de ondernemers op gelijke en niet- discriminerende wijze te behandelen en handelen op een transparante en proportionele wijze. Het transparantiebeginsel zoals vervat in artikel 4 van de wet van 17 juni 2016 impliceert dat de voorwaarden en modaliteiten van de gunningsprocedure in de aankondiging van de opdracht of in het bestek worden geformuleerd op een duidelijke, precieze en ondubbelzinnige wijze, opdat alle XIV-40.130-25/30 behoorlijk geïnformeerde en normaal oplettende inschrijvers de juiste draagwijdte ervan kunnen begrijpen en zij deze op dezelfde manier kunnen interpreteren. Luidens artikel 81 van dezelfde wet baseert de aanbestedende overheid de gunning van de opdracht op de economisch meest voordelige offerte, te dezen op basis van de beste prijs-kwaliteitsverhouding volgens de in het bestek vervatte gunningscriteria en hun relatieve gewicht. Artikel 81, § 3, laatste zin, van dezelfde wet, luidens welk de gunningscriteria in de aankondiging van de opdracht of in de opdrachtdocumenten worden vermeld, is een toepassing van het transparantiebeginsel. Een aanbestedende overheid beschikt op het eerste gezicht over een ruime beoordelingsbevoegdheid om de volgens haar meest geschikte beoordelingsmethode vast te stellen. Het komt niet aan de Raad van State toe om zich uit te spreken over de opportuniteit van de keuze voor een bepaalde beoordelingsmethodiek. Wel mag de Raad van State desgevraagd de gebruikte methodiek op zijn rechtmatigheid toetsen, meer bepaald betreffende de mate waarin ze de gelijke beoordeling van de offertes eventueel zou uitsluiten en dus het bepalen van de meest voordelige offerte onmogelijk zou maken. De gekozen beoordelingsmethodiek dient in elk geval de kwalitatieve verschillen tussen de offertes op correcte wijze in kaart te brengen, met aandacht voor de diverse sterke en zwakke punten van de offertes en dient te leiden tot een puntentoekenning die in correcte verhouding staat tot de woordelijke evaluatie. 27. Te dezen voorziet het bestek in een beoordeling van de kwalitatieve gunningscriteria aan de hand van een ordinale schaal waarbij “tussenwaarden” mogelijk zijn (zie supra punt 3.6). 28. Het gegeven dat tussenwaarden mogelijk zijn, lijkt op zich niet van aard om te leiden tot de conclusie dat het bestek niet transparant is of dat de opdracht aldus kan worden gegund aan een inschrijver die niet de economisch meest voordelige offerte heeft ingediend. Voorwaarde is dan wél dat de toegekende scores, of het nu de basisscores in functie van de omschreven ordinale schaal dan wel tussenwaarden zijn, de kwalitatieve gelijkenissen en verschillen tussen de offertes op een adequate wijze weerspiegelen. XIV-40.130-26/30 Daargelaten nog de vraag of die omzetting in concrete scores noodzakelijk het resultaat moet zijn – zoals de verzoekende partij argumenteert – van de toekenning van een basisscore in functie van een globaal kwaliteitsniveau, die vervolgens eventueel wordt bijgesteld naar een tussenwaarde, lijkt uit de door het bestek omschreven beoordelingsmethode in ieder geval een beoordeling te mogen worden afgeleid waarbij in een woordelijke motivering de sterke en de zwakke punten van een offerte worden besproken in vergelijking met de andere offertes, waarna dan een globale beoordeling van de offerte voor dat (sub)gunningscriterium volgt. 29. Te dezen, noteert het ‘verslag van nazicht’ zoals dat hiervoor sub 3.11 is aangehaald, weliswaar per kwalitatief (sub)gunningscriterium een aantal plus- en minpunten, maar de toekenning van (fijnmazige) scores tot twee cijfers na de komma laat zich op het eerste gezicht moeilijk verstaan met een dergelijke globale beoordeling volgens een ordinale schaal. Evenwel, inzage – zoals de Raad van State vermag – in het vertrouwelijk stuk 11 van de verwerende partij, bevattende de evaluatiefiches van de offertes, maakt een en ander wel duidelijk. Zonder de vertrouwelijkheid van dit stuk te schenden, dient opgemerkt dat de gegeven scores voortkomen uit de rekenkundige optelling van de waarderingen bij de afzonderlijke (volgens het bestek niet-limitatieve (zie supra, punt 3.6)) beoordelingselementen die door de verwerende partij lijken te zijn beschouwd als (sub)subgunningscriteria. Immers, uit bedoeld stuk 11 lijkt te kunnen worden afgeleid dat alle elementen die door het bestek op niet-limitatieve wijze werden voorgesteld als “beoordelingselementen”, bij de eigenlijke beoordeling zijn omgevormd tot (sub)subgunningscriteria met een afzonderlijke weging en waaraan de offertes op stelselmatige en systematische wijze werden afgetoetst. Het is trouwens die toets die per “beoordelingselement” heeft geresulteerd in de toekenning van een bepaald kwaliteitsniveau met daarmee overeenstemmende score (tot twee cijfers na de komma). De toekenning van scores tot twee cijfers na de komma lijkt dan ook voort te vloeien uit de opdeling van de kwalitatieve (sub)gunningscriteria in niet vooraf aangekondigde (sub)subgunningscriteria, met een eigen relatieve weging veeleer dan het gevolg te XIV-40.130-27/30 zijn van het samenbrengen in de woordelijke omschrijving van de insteken van de leden van de beoordelingscommissie “vanuit diverse achtergronden en expertises”. Hoewel de scores per element (lees: (sub)subgunningscriterium) niet staan weergegeven in de motiveringsdocumenten, blijkt de toekenning van een totale puntenscore voor het criterium ‘kwaliteit’ tot twee cijfers na de komma de effectieve toepassing van het voormelde stelselmatig gevolgde schema veeleer te bevestigen dan te ontkennen. 30. Het kan de verzoekende partij niet worden verweten dat zij haar middel niet heeft uitgewerkt in deze zin. Het desbetreffende stuk 11 is immers vertrouwelijk neergelegd en de verzoekende partij heeft niet langs een andere weg kennis gekregen van de inhoud ervan. Daar staat tegenover dat de verzoekende partij in haar verzoekschrift wel de schending inroept van de artikelen 4 en 81 van de wet van 17 juni 2016 en de daarin vervatte transparantieverplichting voor de aanbestedende overheid, evenals van de formelemotiveringsplicht zoals vervat in de wet van 29 juli 1991 en artikel 5, 9° van de wet van 17 juni 2013. De verzoekende partij maakt in zoverre aannemelijk, eensdeels, dat de opdrachtdocumenten haar niet hebben toegelaten de in de feiten gehanteerde werkwijze van de verwerende partij te kunnen voorzien. Anderdeels – en ondanks het feit dat het verslag van nazicht woordelijke motieven bevat waaruit de verzoekende partij zou kunnen afleiden waarom de verwerende partij de offerte van de tussenkomende partij beter evalueert dan die van haar –, heeft ook het verslag van nazicht haar niet toegelaten de door de verwerende partij gehanteerde werkwijze en toegekende scores te begrijpen. Overigens – anders dan de verwerende partij op de terechtzitting suggereert – peilt de verzoekende partij met haar motiveringskritiek niet “naar de motieven van de motieven”. Haar motievenkritiek treft immers de gehanteerde/toegepaste beoordelingsmethodiek die haar niet hebben toegelaten de gevolgde werkwijze te begrijpen. XIV-40.130-28/30 Deze vaststellingen volstaan om een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden gunningsbeslissing te verantwoorden. Ondanks de bestaande puntenkloof kan immers niet worden uitgesloten dat de vastgestelde onwettigheden van invloed kunnen zijn op de rangschikking van de offertes. Evenmin kan worden vooruitgelopen op de wijze waarop de verwerende partij zal menen gevolg te kunnen geven aan een schorsing om die redenen. 31. Het tweede middel is in de aangegeven mate ernstig. IX. Besluit 32. Het tweede middel is ernstig gebleken. De vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid wordt dan ook ingewilligd. X. Kosten 33. Het is passend, gelet op de hierna ingewilligde vordering tot schorsing en het daaropvolgende nog noodzakelijke procedureverloop, de kosten, de gevorderde rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, in beraad te houden. BESLISSING 1. Het verzoek van de bv B. in tussenkomst wordt ingewilligd. 2. De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de beslissing van 25 februari 2026 van het Zorgbedrijf Antwerpen “om de raamovereenkomst ‘Menu Management Systeem’ aan [de tussenkomende partij] te gunnen”. XIV-40.130-29/30 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig april tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Kaat Leus, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Joris Casneuf, griffier. De griffier De voorzitter Joris Casneuf Kaat Leus XIV-40.130-30/30 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.412 Gerelateerde publicatie(
  3. s)citeert: ECLI:BE:GHCC:2023:ARR.059 ECLI:BE:RVSCE:2005:ARR.152.173 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.