← België

Arrest 266416 - Ziekenhuizen - 20/04/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.416 Rolnummer: A. 242158/XII-9580 Zaak: Arrest 266416 - Ziekenhuizen - 20/04/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-24 Raadplegingen: 80 - laatst gezien 2026-06-18 06:48 Fiche Arrest nr 266.416 van 20 april 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Ziekenhuizen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 266.416 van 20 april 2026 in de zaak A. 242.158/XII-9580 In zake : XXXX tegen : het RIJKSINSTITUUT VOOR ZIEKTE-EN INVALIDITEITSVERZEKERING (RIZIV) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier De Pauw kantoor houdend te 9041 Oostakker Orchideestraat 61 A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 16 juni 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van het RIZIV van 3 april 2024 waarbij de laattijdige registratie van de weigering tot toetreding tot het nationaal akkoord artsen-ziekenfondsen 2024-2025, niet wordt aanvaard. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. XII-9580-1/11 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 maart
  3. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Verzoeker en advocaat Lukas Asselman, die loco advocaat Olivier De Pauw verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch, heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Artikel 50 van de wet ‘betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen’, gecoördineerd op 14 juli 1994 (hierna: GVU-wet), zoals van toepassing op het ogenblik van het nemen van de bestreden beslissing, luidt: “Art.
  6. §
  7. (a) De betrekkingen tussen de representatieve beroepsorganisaties van het geneesherenkorps en van de tandheelkundigen enerzijds en de verzekeringsinstellingen anderzijds worden geregeld door akkoorden. Normaal worden de financiële en administratieve betrekkingen tussen de artsen of de tandheelkundigen en de rechthebbenden geregeld door de vorenbedoelde akkoorden. […] § 2bis. De Dienst voor geneeskundige verzorging brengt aan de artsen en tandheelkundigen, de tekst van de goedgekeurde akkoorden die op hen betrekking hebben en de nadere regels voor toetreding en niet-toetreding, ter kennis via elektronische weg of per post. XII-9580-2/11 §
  8. Die akkoorden treden in werking in een bepaalde streek, vijfenveertig dagen na hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, behoudens indien meer dan 40 percent van de geneesheren of van de tandheelkundigen elektronisch via een beveiligde onlinetoepassing die hun ter beschikking is gesteld door het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekering kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de termen van de genoemde akkoorden. Het exclusieve gebruik van de elektronische identiteitskaart van de geneesheer of van de tandheelkundige is voor die kennisgeving verplicht. Voor de tandheelkundigen wordt dat percentage globaal berekend op niveau van het Rijk. Bovendien, opdat in elke streek de akkoorden in werking kunnen treden, mogen niet meer dan 50 percent van de tandheelkundigen en niet meer dan 50 percent van de algemeen geneeskundigen, noch meer dan 50 percent van de arts-specialist geweigerd hebben tot het akkoord toe te treden. Van de weigering tot toetreding wordt kennis gegeven via de voormelde beveiligde onlinetoepassing uiterlijk de dertigste dag na de bekendmaking van de akkoorden in het Belgisch Staatsblad aan het voormelde Instituut. De weigering tot toetreding wordt slechts geldig ter kennis gebracht na de datum van de mededeling van het akkoord via elektronische weg. De telling van de geneesheren of van de tandheelkundigen die kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de termen van de akkoorden, wordt streek per streek uitgevoerd door de in § 2 bedoelde commissies vóór de inwerkingtreding van de akkoorden. Indien het voormelde Instituut evenwel via de beveiligde onlinetoepassing boodschappen ontvangt die door de arts of de tandheelkundigen na afloop van die termijn van vijfenveertig dagen zijn verzonden en die strekken tot intrekking van een weigering tot toetreding waarvan eerder kennis is gegeven, stelt de Nationale Commissie vast dat het akkoord in werking treedt in een bepaalde streek, voor zover, ingevolge die boodschappen, de percentages van weigering tot toetreding aldaar één van de in het eerste lid bedoelde percentages niet meer overschrijden. Indien arts of tandheelkundigen, overeenkomstig de bedingen van een akkoord, elektronisch via de beveiligde onlinetoepassing kennis hebben gegeven van hun weigering om dit akkoord verder na te leven, stelt de Nationale Commissie eventueel vast dat het akkoord geen toepassing meer vindt zodra deze nieuwe weigeringen tot gevolg hebben dat de percentages van weigering tot toetreding voor een bepaalde streek de in het eerste lid bedoelde percentages overschrijden. De geneesheren en de tandheelkundigen die geen kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de akkoorden volgens de in deze paragraaf vermelde procedure, worden van rechtswege geacht tot die akkoorden te zijn toegetreden voor hun volledige beroepsactiviteit, behoudens indien ze aan het voormelde Instituut elektronisch en via de in deze paragraaf vermelde beveiligde onlinetoepassing, volgens de door de Koning te bepalen termijnen en regels, mededeling hebben gedaan van de voorwaarden inzake tijd en plaats, waaronder zij de daarin vastgestelde honorariumbedragen niet zullen toepassen. Buiten de uren en dagen meegedeeld overeenkomstig het voorgaande lid, worden de zorgverleners geacht tot de akkoorden te zijn toegetreden. Dit geldt ook wanneer zij de gerechtigden niet vooraf geïnformeerd hebben over de dagen en uren waarvoor zij niet tot de akkoorden zijn toegetreden. Wanneer een nieuw akkoord wordt afgesloten of een nieuw in artikel 51, § 1, zesde lid, 2°, bedoeld document bestaat, en dit akkoord of document de periode dekt die onmiddellijk volgt op een akkoord of document dat is verstreken, behouden de arts en tandheelkundigen voor wat hun toetreding of weigering tot toetreding betreft, de situatie waarin zij zich bevonden op de laatste dag van dat akkoord of document dat is verstreken, ofwel tot de dag waarop zij kennis geven van hun weigering tot XII-9580-3/11 toetreding tot het nieuwe akkoord of document, ofwel tot de dag waarop zij worden geacht te zijn toegetreden tot het nieuwe akkoord of document. De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de nadere regels ter uitvoering van deze paragraaf. […].” 3.
  9. Op 19 december 2023 sluit de nationale commissie artsen- ziekenfondsen een akkoord voor 2024-
  10. Op 20 december 2023 keuren het erzekeringscomité en de algemene raad het akkoord goed. De Ministerraad keurt het goed op 26 januari
  11. Het Nationaal akkoord wordt op 5 februari 2024 bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De artsen konden hun weigering of gedeeltelijke toetreding uitsluitend elektronisch doorgeven via het ProGezondheid-portaal en hadden hiervoor de tijd tot en met 6 maart
  12. Het akkoord is in werking getreden op 21 maart 2024 en geldt voor de periode van 1 januari 2024 tot en met 31 december
  13. 3.
  14. De tekst van het Nationaal akkoord verwijst naar artikel 50 GVU-wet en luidt: “Krachtens de artikelen 26, 50 en 51 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994, heeft de Nationale Commissie Artsen-Ziekenfondsen […] op 19 december 2023 het navolgende akkoord gesloten voor het jaar 2024 en 2025.” Punt 10 “Formaliteiten” van het Nationaal akkoord luidt: “10.1 De artsen die weigeren toe te treden tot de bedingen van dit akkoord, geven kennis van hun weigering binnen de 30 dagen na de bekendmaking van dit akkoord in het Belgisch Staatsblad via de beveiligde webtoepassing die het RIZIV daartoe via het ProGezondheid-portaal ter beschikking stelt. 10.2 De andere artsen dan die welke, overeenkomstig de bepalingen die zijn vermeld onder 10.1, kennis hebben gegeven van hun weigering tot toetreding tot de bedingen van het akkoord dat op 18 december 2023 in de NCAZ is gesloten, worden ambtshalve geacht tot dit akkoord te zijn toegetreden voor hun volledige XII-9580-4/11 beroepsactiviteit, behalve als zij binnen de 30 dagen na de bekendmaking van dit akkoord in het Belgisch Staatsblad, de voorwaarden inzake tijd en plaats hebben meegedeeld waaronder zij, overeenkomstig de bedingen van dit akkoord, de honorariumbedragen zullen toepassen enerzijds en de honorariumbedragen niet zullen toepassen, anderzijds. Deze mededeling gebeurt via de beveiligde webtoepassing die het RIZIV daartoe via het ProGezondheid-portaal ter beschikking stelt. 10.3 Alle latere wijzigingen van de voorwaarden inzake tijd en plaats waaronder de onder 10.2 bedoelde artsen, overeenkomstig de bedingen van het akkoord, de daarin vastgestelde honorariumbedragen zullen toepassen, mogen worden toegepast van zodra ze worden meegedeeld via de beveiligde webtoepassing die het RIZIV daartoe via het ProGezondheid-portaal ter beschikking stelt. 10.4 De wilsuitingen onder 10.1, 10.2 en 10.3 worden geacht te zijn uitgebracht op de datum van registratie in de webtoepassing.” 3.
  15. Het Nationaal akkoord artsen-ziekenfondsen 2024-2025 wordt aan verzoeker ter kennis gebracht via zijn e-Healthbox op 5 februari 2024 en per e-mailbericht op 9 februari
  16. 3.
  17. Per e-mailbericht van 25 maart 2024 meldt verzoeker de verwerende partij dat hij door omstandigheden de omzendbrief betreffende de wijziging van zijn conventioneringsstatus niet tijdig heeft ontvangen. Hij vraagt alsnog te kunnen deconventioneren voor
  18. Nog diezelfde dag ontvangt verzoeker een reactie vanwege de verwerende partij, luidens welke geen weigering meer kan worden geregistreerd voor het jaar 2024 op grond van volgende overwegingen: “Artsen worden op de hoogte gebracht van het verschijnen van het nationaal akkoord in het Belgisch [S]taatsblad via hun eHealthBox en indien er een mailadres geregistreerd is in ProGezondheid, ook via hun mailadres. Op 05/02/2024 hebben wij u de omzendbrief van het nationaal akkoord artsenziekenfondsen toegestuurd via uw ehealthbox en op 09/02/2024 naar uw mailadres. Het nationaal akkoord artsen -ziekenfondsen 2024-2025 verscheen in het staatsblad op 5 februari
  19. Eénmaal het akkoord verschijnt in het staatsblad heeft men 30 dagen de tijd om een weigering tot het nationaal akkoord te registreren in ProGezondheid. Indien men binnen de 30 dagen na publicatie van het nationaal akkoord geen enkele actie ondernam in ProGezondheid m.b.t het registreren van de conventiestatus wordt men na de notificatieperiode van rechtswege, automatisch geregistreerd als volledig geconventioneerd. XII-9580-5/11 Gezien de deadline voor het doorgeven van een weigering van het huidige nationaal akkoord verliep op 06-03-2024, kan u helaas géén weigering van het akkoord meer doorgeven via ProGezondheid voor het jaar
  20. Indien een akkoord echter meerdere jaren dekt, zoals bij het huidige akkoord dat zowel 2024 als 2025 omvat, kan het akkoord voor het volgende jaar (in casu 2025) wél nog worden opgezegd door dit te registreren via ProGezondheid vóór 15 december van het huidige jaar (in casu 2024). Bij nazicht van uw conventiestatus blijkt dat u voor 2025 reeds uw deconventie registreerde in ProGezondheid.” 3.
  21. Op 26 maart 2024 stuurt verzoeker een e-mailbericht naar de verwerende partij waarin hij aangeeft dat hij “[o]ndanks deze” nog steeds wil deconventioneren voor het jaar
  22. 3.
  23. Per e-mailbericht van 3 april 2024 brengt de verwerende partij haar beslissing ter kennis aan verzoeker: “Met dit schrijven melden we u dat we uw laattijdige weigering van het Nationaal akkoord artsen-ziekenfondsen 2024-2025 niet kunnen aanvaarden. U stelt dat u door omstandigheden niet tijdig de omzendbrief van het nationaal akkoord artsen-ziekenfondsen 2024-2025 heeft ontvangen. De tekst van het akkoord werd u ter kennis gebracht via een bericht in uw eHealthbox en op het mailadres dat u registreerde in ProGezondheid. Daarnaast is het de verantwoordelijkheid van elke zorgverlener, of de mandataris, om zelf zijn dossier alert en tijdig te beheren volgens de beginselen van behoorlijk burgerschap. Na analyse van uw dossier en op basis van de individuele omstandigheden, door u aangehaald in uw schrijven van 26-03-2024, blijkt immers niet dat uw laattijdige weigering te wijten is aan omstandigheden die refereren aan overmacht. Tot overmacht is immers vereist dat zich een gebeurtenis voordoet die het de schuldenaar onmogelijk maakt zijn verplichtingen na te komen, ongeacht zijn schuld, en ondanks redelijk en voorzichtig gedrag na het plaatsvinden van deze gebeurtenis. De vereiste kenmerken van onvoorspelbaarheid en onvermijdelijkheid voor de beoordeling als overmacht komen in casu niet duidelijk naar voren in uw dossier”. Dit is de bestreden beslissing. XII-9580-6/11 IV. Ontvankelijkheid van het beroep Ambtshalve exceptie wegens gebrek aan rechtsmacht in hoofde van de Raad van State Uiteenzetting van de ambtshalve exceptie
  24. Het auditoraat werpt in zijn verslag ambtshalve het gebrek aan rechtsmacht in hoofde van de Raad van State op, op grond van de volgende overwegingen: “Rechtsmacht 4.
  25. Artikel 167 van de GVU-wet bepaalt: ‘Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen van artikel 52, § 3, behoren de betwistingen in verband met de rechten en plichten voortvloeiend uit de wetgeving en reglementering betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank.’ Artikel 14, § 1, eerste lid van de RvS-wet bepaalt: ‘Indien het geschil niet door de wet aan een ander rechtscollege werd toegekend, doet de afdeling uitspraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring (…).’ In geding is de niet-aanvaarding door verwerende partij van de laattijdige weigering door verzoeker van het Nationaal Akkoord artsen-ziekenfondsen 2024-
  26. Overeenkomstig artikel 50, §3 van de GVU-wet heeft een arts het recht toetreding tot een akkoord te weigeren op voorwaarde dat van die weigering tot toetreding wordt kennis gegeven via de beveiligde onlinetoepassing uiterlijk de dertigste dag na de bekendmaking van het akkoord in het Belgisch Staatsblad aan het RIZIV. Zoniet wordt hij van rechtswege geacht te zijn toegetreden tot het akkoord. De weigering tot toetreding wordt slechts geldig ter kennis gebracht na de datum van de mededeling van het akkoord via elektronische weg. De kennisgeving van het akkoord door verwerende partij komt dus voor als een constitutief bestanddeel van de rechten en verplichtingen bij toetreding of niet- toetreding tot een akkoord. De wetgever heeft de geschillenbeslechting met betrekking tot deze materie aan de arbeidsrechtbank toevertrouwd. Het is daarbij zonder belang of de beslissende overheid al dan niet beschikt over een gebonden of discretionaire bevoegdheid. De Raad van State heeft bijgevolg geen rechtsmacht om kennis te nemen van het voorliggende geschil. Het gegeven dat de verwerende partij in de bestreden beslissing verwijst naar een beroepsmogelijkheid bij de Raad van State, doet daaraan geen afbreuk.” XII-9580-7/11
  27. In zijn laatste memorie laat verzoeker gelden: “Opmerkingen van verzoeker: - Mevrouw de eerste auditeur durft zich in haar advies blijkbaar zélf niet uitdrukkelijk uitspreken over de onontvankelijkheid van het annulatieberoep en ‘wijst het beroep onder voorbehoud af’ (van de burger wordt verwacht dit wel te weten in een context waar het sterke bestuur – volgens haar - de verkeerde beroepsinstantie vermeldt). - Mevrouw de eerste auditeur legt nadruk op de kennisgeving van de arts in de webtoepassing ProGezondheid, waarmee de arts binnen de korte termijn van 30 dagen te kennen kan geven zich niet te willen conventioneren, terwijl dit niet het voorwerp is van het geschil. Verzoeker wist dat zo’n kennisgeving via voormelde webtoepassing moet gebeuren maar moet eerst deugdelijk op de hoogte gebracht worden van het akkoord én de wijze waarop dit medegedeeld wordt, quod non. - Het voorwerp van het geschil is de gebrekkige kennisgeving die verzoeker ertoe verplichtte om buiten het korte tijdsbestek van 30 dagen vooralsnog de deconventionalisering te vragen. - Het objectief contentieux is er niet op gericht te bepalen welke de rechten zijn van de verzoeker, maar wel om vast te stellen of de bestreden beslissing op een correcte wijze is tot stand gekomen, quod non. Na een ondeugdelijke kennisgeving heeft het bestuur de mogelijkheid om zélf spontaan rechtsherstel te bieden. ‘De weigering tot toetreding wordt slechts geldig ter kennis gebracht na de datum van de mededeling van het akkoord via elektronische weg’ (artikel 50, § 3, lid 2, ZIV- Wet). Zonder deugdelijke mededeling verschuift de datum mee op. - De discretionaire bevoegdheid van het bestuur wordt bij een niet deugdelijke kennisgeving geopend om, zelfs na de termijn van de initiële 30 dagen, rechtsherstel te bieden om schade te voorkomen.” Beoordeling
  28. In zijn laatste memorie bekritiseert verzoeker de conclusie in het auditoraatsverslag. In zoverre verzoeker dienaangaande vooreerst aanvoert dat “de eerste auditeur […] zich in haar advies blijkbaar zélf niet uitdrukkelijk [durft] uit te spreken over de onontvankelijkheid van het annulatieberoep en […] het beroep onder voorbehoud af[wijst]”, volstaat de vaststelling, dat hij met dit tendentieuze argument een verkeerde draagwijdte geeft aan de zinsnede “[h]et is onder dit voorbehoud dat hierna de middelen worden onderzocht”. Anders dan verzoeker het ziet, leidt de Raad van State uit deze zinsnede niet datgene af wat verzoeker lijkt te willen voorhouden, doch stelt vast dat het auditoraat enkel volledigheidshalve verzoekers belang en de door hem aangevoerde middelen heeft onderzocht. XII-9580-8/11 Voorts stelt de Raad van State vast, dat verzoeker het voorwerp van “het geschil” omschrijft als zijnde “de gebrekkige kennisgeving”. Uit de lezing van artikel 50, § 2bis, van de GVU-wet, zoals ingevoegd bij artikel 36 van de wet van 11 augustus 2017 ‘houdende diverse bepalingen inzake gezondheid’, dat bepaalt dat de Dienst voor geneeskundige verzorging aan de artsen en tandheelkundigen de tekst van de goedgekeurde akkoorden die op hen betrekking hebben en de nadere regels voor toetreding en niet-toetreding ter kennis brengt via elektronische weg of per post, blijkt dat de nadere regels voor toetreding en niet- toetreding met betrekking tot de goedgekeurde akkoorden ontegensprekelijk verplichtingen zijn die voortvloeien uit de GVU-wet. De kennisgeving van het akkoord door de verwerende partij betreft, zoals terecht wordt aangegeven in het auditoraatsverslag, een constitutief bestanddeel van de rechten en verplichtingen bij toetreding of niet-toetreding tot een akkoord, waarover de geschillenbeslechting door de wetgever aan de arbeidsrechtbank werd toevertrouwd. In zoverre verzoeker tot slot wijst op de discretionaire bevoegdheid van het bestuur volstaat de vaststelling dat dit argument niet ter zake dienend is, noch op enigerlei wijze afbreuk doet aan de vaststelling dienaangaande in het auditoraatsverslag.
  29. De Raad van State ziet geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en besluit aldus, na eigen onderzoek, de redenering van het auditoraatsverslag bijvallend, dat de Raad van State zonder rechtsmacht is. De omstandigheid dat de verwerende partij bij de kennisgeving van haar beslissing aan verzoeker heeft vermeld dat een annulatieberoep bij de Raad van State kon worden ingesteld, doet aan het voorgaande niet af. Die omstandigheid heeft immers geen invloed op het onderzoek naar en de beoordeling van de rechtsmacht van de Raad van State. De regels die de respectieve bevoegdheden van de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde en van de Raad van State vaststellen, vloeien voort uit de Grondwet en partijen kunnen daarvan niet afwijken. XII-9580-9/11 De ambtshalve exceptie is gegrond.
  30. Het beroep tot nietigverklaring is niet ontvankelijk. V. Kosten
  31. In de gegeven omstandigheden past het om de kosten ten laste van de verwerende partij te leggen, aangezien die in de bestreden beslissing ten onrechte heeft vermeld dat het beroep diende te worden ingeleid bij de Raad van State. BESLISSING
  32. De Raad van State verwerpt het beroep.
  33. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro.
  34. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. XII-9580-10/11 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig april tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9580-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.416 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.