id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 21 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.422 Rolnummer: A. 247831/X-19290 Zaak: Arrest 266422 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 21/04/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-21 Raadplegingen: 86 - laatst gezien 2026-06-18 06:07 Fiche Arrest nr 266.422 van 21 april 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Bevolen Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE Xe KAMER nr. 266.422 van 21 april 2026 in de zaak A. 247.831/X-19.290 In zake: 1. A.J. 2. P.D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Pieter-Jan Defoort, Matthias Strubbe en Maxim Senesael kantoor houdend te 8020 Oostkamp Hertsbergsestraat 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de GEMEENTE JABBEKE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Meindert Gees en Hanna Biebauw kantoor houdend te 8500 Kortrijk Engelse Wandeling 2F5 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 7 april 2026, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van: “1) Het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke [hierna: het college] van 22 december 2025 tot principiële goedkeuring van de aanvraag voor het organiseren van Oasix 2026 [op het kasteeldomein te Snellegem]; en 2) Het besluit van het [college] van 2 maart 2026 tot goedkeuring van de aanvraag voor het organiseren van Oasix 2026 […]; X-19.290-1/21 en 3) Het besluit van het [college] van 2 maart 2026 om ter gelegenheid van de organisatie van een occasionele dansgelegenheid […] een muziekactiviteit te organiseren en tijdelijk af te wijken van de geluidsnormen in de omgeving van de muziekactiviteit”. II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 8 april 2026 werd de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota met opmerkingen en een administratief dossier ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 16 april 2026, om 10.00 uur. Kamervoorzitter Jan Clement heeft verslag uitgebracht. Advocaat Maxim Senesael, die verschijnt voor verzoekers, en advocaat Meindert Gees, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Adjunct-auditeur Nino Vermeire heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. X-19.290-2/21 III. Feiten 3.1. Tussen de Oudenburgweg en de autosnelweg E40 te Jabbeke bevindt zich het kasteeldomein van Snellegem. Verzoekers stellen eigenaar te zijn van woningen langs de Kasteeldreef, in de onmiddellijke nabijheid van het kasteel van Snellegem. Eerste verzoeker woont aldaar en tweede verzoeker preciseert dat hij zijn woning als weekendverblijf gebruikt. Ten zuiden van de E40 sluit de – in het verlengde van de Kasteeldreef gelegen – Ieftepoortstraat aan op de Halfweghuisstraat. Het kasteeldomein is krachtens het bij koninklijk besluit van 7 april 1977 vastgestelde gewestplan Brugge-Oostkust gelegen in parkgebied. Uit de gegevens van de zaak blijkt dat het kasteeldomein en de omgeving ervan voor het overgrote deel bebost zijn. Ten westen van de Kasteeldreef ligt een grasland (hierna: het grasland langs de Kasteeldreef) en ten noorden van de Halfweghuisstraat liggen een grasland (hierna: het grasland langs de Halfweghuisstraat) en een akker (hierna: de akker langs de Halfweghuisstraat). Het gewestplan bestemt zowel het grasland langs de Kasteeldreef, het grasland langs de Halfweghuisstraat als de akker langs de Halfweghuisstraat tot agrarisch gebied. Ter verduidelijking volgt hierna een uittreksel uit de basiskaart van de website geopunt.be, waarop benaderende aanduidingen zijn aangebracht. X-19.290-3/21 3.2. Op 10 november 2025 dient de vzw K. E. bij de diensten van de verwerende partij een aanvraag in voor een afwijking van de wettelijke geluidsnormen tijdens het technofestival ‘OASIX Open-air 2026’ van 9 mei 2026 tot 10 mei 2026 op het kasteeldomein van Snellegem. Er wordt een hoger geluidsniveau aangevraagd, meer bepaald een niveau van kleiner of gelijk aan 100 dB(A) LAeq,60min. 3.3. Naar aanleiding van deze aanvraag doet de verwerende partij op 26 november 2025 een plaatsbezoek samen met de aanvrager. In het verslag van dit plaatsbezoek wordt het volgende gesteld: “- Het event wordt geschat op 1000 bezoekers. Voorzie een plan A (-1000) en plan B (+1000), want vanaf 1000 bezoekers zijn er bijkomstige voorwaarden naar security en brandveiligheid. X-19.290-4/21 o Organisator bezorgt begin april [het] aantal inschrijvingen waarna plan A of B wordt afgeklopt. - Bijkomend evenementenoverleg voorjaar 2026 na opmaak van een specifiek grondplan.” 3.4. Op 22 december 2025 verleent de verwerende partij een “principiële goedkeuring” om het technofestival op de betrokken locatie te organiseren. Dit is de eerste bestreden beslissing, waarin onder meer het volgende wordt gesteld: “[…] In navolging van [het plaatsbezoek van 26 november 2025] zal de organisator een inplantingsplan opmaken. De verdere veiligheid en voorbereiding van dit event zal besproken worden tijdens een veiligheidsoverleg in het voorjaar van 2026. Mits het nemen van de nodige maatregelen en naleven van de voorwaarden kan deze nieuwe locatie gunstig beoordeeld worden in het kader van de veiligheid. Deze locatie bevindt zich in parkgebied waar dezelfde milieukwaliteitsnormen omtrent geluid gelden zoals in woongebied. Bijkomstig moet het residentiële karakter (woonwijk) en de aanwezigheid van natuur en bos meegenomen worden bij de besluitvorming om dergelijke initiatieven te vergunnen. Besluit: Het schepencollege neemt kennis van de aanvraag voor Oasix 2026 op de nieuwe locatie […] Kasteel van Snellegem […]. Het schepencollege verleent principiële goedkeuring voor de locatie en het evenement mits de organisatie van een veiligheidsoverleg en een gunstig advies van de hulpdiensten. Aan de dienst noodplanning wordt opdracht gegeven een veiligheidsoverleg in te plannen en dit terug te koppelen aan het schepencollege waarna de geluidsvergunning wordt opgemaakt. Het schepencollege wenst deze nieuwe locatie te evalueren om na te gaan of deze locatie geschikt is en blijft voor dit evenement. Aan de organisator wordt alvast verzocht om de buurt tijdig te informeren over het evenement en de eventuele hinder.” 3.5. De aanvrager legt een door hem opgemaakt inplantingsplan neer. Daaruit blijkt onder meer dat het deel van het kasteeldomein zal worden gebruikt tussen de zuidgevel van het kasteel en de ten zuiden gelegen Kasteeldreef, dat het podium zal worden opgericht langs de zuidgevel van het kasteel, dat de geluidsversterking vanaf het podium naar het zuiden zal worden gericht en dat er drie tijdelijke parkings zijn voorzien, te weten het grasland langs de Kasteeldreef X-19.290-5/21 (1000 fietsen), het grasland langs de Halfweghuisstraat en de akker langs de Halfweghuisstraat (500 auto’s). Ter verduidelijking wordt hierna een uittreksel uit dit inplantingsplan afgebeeld. 3.6. Op 2 maart 2026 verleent de verwerende partij de toelating om op het kasteeldomein van Snellegem het technofestival te organiseren tussen 9 mei 2026 en 10 mei 2026: “Het schepencollege neemt kennis van de aanvraag voor de organisatie […] en verleent goedkeuring aan het evenement onder volgende voorwaarden: - Het advies van de hulpdiensten na te leven; - De gemaakte afspraken in het veiligheidsoverleg zijn bindend; - De organisator krijgt toelating om signalisatie aan te brengen op openbaar domein voor de aanduiding van de ingang en de parking. De organisator verwijdert ten laatste 48u na het evenement alle aangebrachte signalisatie; - Gelet op de nieuwe locatie, voorwaarden in de geluidsvergunning en het maximale geluidsniveau strikt na te leven; X-19.290-6/21 - Indien er door de hulpdiensten opmerkingen geformuleerd worden tijdens de rondgang op 9 mei, dient de organisator de nodige wijzigingen te realiseren om tegemoet te komen aan de vragen van de hulpdiensten”. Dit is de tweede bestreden beslissing. 3.7. Op 2 maart 2026 verleent de verwerende partij ook een afwijking van het geluidsniveau en een afwijking van de geluidsnormen: “[…] Het geluidsniveau op een muziekactiviteit moet in principe kleiner of gelijk zijn dan 85 dB(A) Laeq,15min. Dit is de wettelijke ondergrens voor het nemen van maatregelen. Dit mag getoetst worden 92 dB(A) Lamax,slow. Er kan hiervan afgeweken worden op voorwaarde dat: 1° de muziekactiviteit voorafgaand is aangevraagd aan het college van burgemeester en schepenen van de gemeente waarin de muziekactiviteit plaatsgrijpt; en 2° het college, vermeld in punt 1°, de muziekactiviteit toelaat. Die toelating kan evenwel alleen gegeven worden indien het geluidsniveau in de inrichting Laeq,60min ≤ 100 dB(A) en de muziekactiviteit gekoppeld is aan een bijzondere gelegenheid. Indien de muziekactiviteit doorgaat in een feestzaal, lokaal of schouwspelzaal moet cumulatief aan de volgende criteria wordt voldaan:
- a)maximaal 12 gelegenheden per jaar;
- b)maximaal 2 gelegenheden per maand;
- c)de sommatie van deze gelegenheden mag zich maximaal over 24 kalenderdagen per jaar spreiden (in geval een muziekactiviteit avonduren alsook morgenuren van de daaropvolgende kalenderdag omvat, worden 2 kalenderdagen geteld). Het college van burgemeester en schepenen kan beperkende maatregelen opleggen, bijvoorbeeld voor het maximaal toegelaten geluidsniveau of voor de duur van de muziekactiviteit. Met deze aanvraag wordt een hoger geluidsniveau aangevraagd, namelijk kleiner of gelijk aan 95 dB(A) Laeq,15min voor binnen. Er wordt eveneens een afwijking aangevraagd op de geluidsnormen in de omgeving van de muziekactiviteit. Overwegende dat bij activiteiten met dergelijk geluidsdrukniveau er mogelijks geluidshinder in de nabije omgeving te verwachten is vermits het hier gaat om een event in een tent in open lucht verwacht kan worden dat derhalve ook de normen in de buurt zullen worden overschreden; Voor het eind-uur van een activiteit in open lucht/buiten wordt onderscheid gemaakt tussen een weekregime en een weekendregime. In het weekendregime (vrijdagavond, zaterdagavond of de avond voor een officiële feestdag) kan bij uitzonderlijke feestelijkheden een afwijking met X-19.290-7/21 een eind-uur tot 4u toegelaten worden en in het weekregime een afwijking tot middernacht. Overwegende dat het noodzakelijk is om de geluidsboxen te richten weg van de bewoning om de overlast voor de buurt tot een minimum te beperken; BESLUIT: Er wordt aan [R.D.], een toelating verleend om in naam van [K.E.] vzw ter gelegenheid van de organisatie van een occasionele dansgelegenheid [op het kasteeldomein van Snellegem] een muziekactiviteit te organiseren en tijdelijk af te wijken van de geluidsnormen in de omgeving van de muziekactiviteit. De geluidsafwijking wordt toegelaten van zaterdag 9 mei 2026 van 16u00 tot zondag 10 mei 2026 04u00. 1. Volgende voorwaarden dienen strikt te worden nageleefd: - de geluidsboxen dienen zodanig gericht (weg van de bewoning) dat geluidsimpact op de bewoonde vertrekken tot een minimum wordt beperkt. - er mag geen geluidsinstallatie in een tent opgesteld worden; - de bewoners in de omgeving dienen tijdig vooraf in kennis gesteld van de geplande activiteiten en de gemelde regeling ter beperking van de hinder. - het geluidsniveau wordt gemeten ter hoogte van de mengtafel of andere representatieve meetplaats. - het geluidsniveau wordt verplicht gedurende de volledige activiteit (elektronisch versterkte muziek + achtergrondgeluid in de inrichting) gemeten. - er is duidelijke visuele indicatie van het geluidsniveau (decibelmeter), zichtbaar voor het publiek - het gebruik van een begrenzer (limiter) die zo afgesteld is dat de norm gerespecteerd wordt, is toegelaten maar niet verplicht; - het gratis ter beschikking stellen van oordopjes. 2. De handhaving gedurende de periode van de afwijking zal gebeuren door het geluidsniveau te toetsen aan Het maximaal geluidsniveau mag Laeq,60min 100 db(A) niet overschrijden. Als het maximale geluidsniveau, gemeten als Lamax,slow 102 dB(A) niet overschreden wordt, wordt geacht hieraan steeds te zijn voldaan. 3. Deze vergunning of een kopie van de vergunning dient steeds ter hoogte van de geluidsinstallatie aanwezig te zijn. 4. Bij het niet-naleven van de vergunning en de hier voornoemde bijkomende voorwaarden, kan de muziekactiviteit onmiddellijk stopgezet worden door de toezichthoudende overheid, de diensten van de politie of op bevel van de burgemeester.” Dit is de derde bestreden beslissing. X-19.290-8/21 3.8. Als stuk 11 van het administratief dossier legt de verwerende partij een – niet gedateerde – door de aanvrager aan de buurtbewoners gerichte flyer neer (hierna: de flyer van de aanvrager), waarin het volgende wordt gesteld: “De geluidsinstallatie wordt bewust richting de autostrade geplaatst, zodat mogelijke geluidsoverlast voor de omgeving tot een minimum beperkt blijft.” IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. V. Voorwaarde van een ernstig middel Standpunt van de partijen 5.1.1. Verzoekers voeren in een eerste middel de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ (hierna: de formelemotiveringswet) “in samenhang genomen met” het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 5.1.2. Verzoekers stellen dat de bestreden beslissingen op geen enkele manier ingaan op de geluidshinder die het technofestival voor hen zal veroorzaken, X-19.290-9/21 hoewel de verwerende partij in de eerste bestreden beslissing expliciet stelt dat “het residentiële karakter (woonwijk) […] meegenomen [moet] worden bij de besluitvorming” en in de derde bestreden beslissing zelf erkent dat “met dergelijk geluidsdrukniveau er mogelijks geluidshinder [...] te verwachten is”. Volgens verzoekers heeft de verwerende partij geen concreet onderzoek uitgevoerd naar de impact van het technofestival op de omwonenden in de Kasteeldreef. De opgelegde voorwaarden volstaan in het licht van het zorgvuldigheidsbeginsel allerminst. De tekst van de tweede en de derde bestreden beslissing toont niet aan op welke wijze de verwerende partij rekening heeft gehouden met de specifieke context van de onmiddellijke omgeving. De maatregelen zijn hoofdzakelijk gericht op de bezoekers van het festival (zichtbaarheid geluidsniveau, oordoppen), maar uit niets blijkt dat de bestreden beslissingen de belangen van de bewoners van de woonwijk langs de Kasteeldreef in overweging nemen. In zoverre de verwerende partij stelt dat “de geluidsboxen (…) zodanig [dienen] gericht (weg van de bewoning) dat geluidsimpact op de bewoonde vertrekken tot een minimum wordt beperkt”, merken verzoekers op dat die voorwaarde onvoldoende precies is, en weinig bijbrengt. Het geluid van een technofestival, met zware bassen, draagt heel ver, ongeacht de richting van de boxen. Die vaststelling klemt volgens verzoekers des te meer, nu uit het inplantingsplan blijkt dat het podium en de geluidsboxen net gericht worden naar de woonwijk in de Kasteeldreef met onder meer de woning van eerste verzoeker. 5.1.3. Verzoekers vervolgen dat de bestreden beslissingen evenmin op enige manier ingaan op de impact op de natuur die het technofestival zal veroorzaken. De verwerende partij heeft in de principiële goedkeuring voor het technofestival nochtans aangegeven dat “de aanwezigheid van natuur en bos [moet] meegenomen worden bij de besluitvorming om dergelijke initiatieven te vergunnen”. In de tweede en de derde bestreden beslissing wordt op geen enkele manier ingegaan op de impact van het technofestival op de aanwezige natuur in het bos, zodat voormelde besluiten ook om die reden onwettig zijn. Voormelde vaststelling klemt des te meer, nu het technofestival plaatsvindt tijdens de broedperiode van vogels en het kasteeldomein een vogelrijk gebied is. X-19.290-10/21 5.2.1. In een derde middel voeren verzoekers de schending aan van de artikelen 2 en 3 van de formelemotiveringswet “in samenhang genomen met” het legaliteitsbeginsel, het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht als algemene beginselen van behoorlijk bestuur. 5.2.2. Verzoekers stellen dat de verwerende partij een toelating verleent voor het organiseren van een technofestival met een afwijking van de geluidsnormen, doch geenszins ingaat op de overeenstemming met de bestemmingsvoorschriften van het parkgebied. Het technofestival strookt nochtans niet met de spraakgebruikelijke betekenis van het begrip ‘parkgebied’, meer bepaald een terrein dat door beplanting met bomen en heesters tot een wandel- en rustplaats is ingericht. Artikel 14.4.4 van het koninklijk besluit van 28 december 1972 ‘betreffende de inrichting en de toepassing van de ontwerp-gewestplannen en de gewestplannen’ (hierna: het inrichtingsbesluit) bepaalt dat parkgebieden “in hun staat bewaard [moeten] worden”. Het kwam aan de verwerende partij toe om na te gaan of de toelating ingepast kan worden in dit bestemmingsvoorschrift. Volgens verzoekers is een dergelijk grootschalig technofestival daarmee niet verenigbaar. 6.1.1. In de nota voert de verwerende partij met betrekking tot het eerste middel een eerste exceptie van gedeeltelijke onontvankelijkheid aan, meer bepaald in zoverre de schending van zowel de formelemotiveringsplicht als van de materiëlemotiveringsplicht wordt ingeroepen. Volgens de verwerende partij mogen verzoekers niet hekelen dat de bestreden beslissingen getuigen van een formeel motiveringsgebrek, om nadien de erin opgenomen motivering puntsgewijs trachten af te doen als onvoldoende. Ofwel blijkt de (formele) motivering uit de bestreden beslissing, ofwel niet. 6.1.2. Vervolgens voert de verwerende partij een tweede exceptie van gedeeltelijke onontvankelijkheid van het eerste middel aan, omdat in “de argumentatie die wijst op de beweerdelijke impact op de aanwezige natuur in het bos” de “betrokken bepalingen uit [het decreet van 21 oktober 1997 ‘betreffende X-19.290-11/21 het natuurbehoud en het natuurlijk milieu’ (hierna: het natuurdecreet)] niet [worden] geviseerd”. 6.1.3. Volgens de verwerende partij kan het eerste middel niet worden aangenomen daar uit de lezing van de bestreden beslissingen blijkt dat ze wel degelijk gericht zijn op het beheersen van de vermeende geluidshinder. Dit was net de reden voor de initiële principiële goedkeuring in de eerste bestreden beslissing. De verwerende partij legt in de tweede bestreden beslissing precies op dat de voorwaarden in de geluidsvergunning en het maximale geluidsniveau strikt moeten worden nageleefd. Uit de geluidsvergunning in de derde bestreden beslissing blijkt duidelijk dat de voorafgaandelijke toelating van het college op grond van VLAREM II werd verkregen. In deze geluidsvergunning wordt ook in concreto afgetoetst of wel wordt voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen voor de afwijking, quod in casu. De ligging van het gebied wordt hierbij in rekening gebracht. Het loutere feit dat verzoekers het niet eens zijn met deze analyse, doet hier niets aan af. Inzake geluid wordt ook expliciet de naleving van de sectorale milieuvoorwaarden van VLAREM II opgelegd die van toepassing zijn op niet-ingedeelde muziekactiviteiten. Aan zorgvuldigheid is er dus alvast geen gebrek. In de mate dat het college van burgemeester en schepenen nog meer zorgvuldig wil zijn (quod in casu), kan ervoor worden geopteerd om beperkende maatregelen op te leggen, bijvoorbeeld een maximaal toegelaten geluidsniveau en de duur van de muziekactiviteit. Daarenboven heeft de verwerende partij nóg bijkomende voorwaarden opgelegd, zoals de voorwaarde om de geluidsboxen weg van de bewoning te richten. Volgens de verwerende partij tonen verzoekers niet aan dat er in de bestreden beslissingen onvoldoende rekening is gehouden met mogelijke hinder, laat staan dat zij onvoldoende rekening heeft gehouden met de specifieke ligging van het evenement. Er kan dan ook niet worden ingezien welke bijkomende maatregelen zouden kunnen worden opgelegd, noch tonen verzoekers dit aan, om tegemoet te komen aan de weinig geconcretiseerde “geluidshinder”, buiten evident het niet verlenen van de toelating, wat verzoekers in werkelijkheid lijken na te X-19.290-12/21 streven. De verwerende partij wijst er nog op dat het gaat om de zesde editie van het evenement, waarbij er voor de vorige edities geen overlast bekend is. Wat de impact op de natuur betreft, kan er volgens de verwerende partij alleen maar worden vastgesteld dat het kasteelpark niet gelegen is in vogelrichtlijngebied of habitatrichtlijngebied. Louter verwijzen naar de waarneming van beschermde vogels in het kasteeldomein maakt niet dat aannemelijk wordt gemaakt dat sprake is van vermijdbare schade. De verwerende partij hield duidelijk rekening met de ligging. 6.2.1. Met betrekking tot het derde middel werpt de verwerende partij vooreerst als exceptie op dat verzoekers er geen belang bij hebben, daar uit hun betoog allerminst blijkt dat de bestemming parkgebied in gevaar zou worden gebracht. Doordat de impact van het tijdelijke evenement dermate beperkt is, kan er immers volstaan worden met de verwijzing naar de parlementaire voorbereidingen bij de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO). 6.2.2. Volgens de verwerende partij kan het derde middel niet worden aangenomen daar de specifieke planologische bestemming wel degelijk werd beoordeeld. De planologische bestemming van het parkgebied was immers net de oorzaak van de principiële goedkeuring in de eerste bestreden beslissing, waarin woordelijk wordt overwogen dat de locatie zich in parkgebied bevindt en dat het residentiële karakter van de omgeving en de aanwezigheid van natuur en bos moet worden meegenomen. Ondergeschikt werd er – minstens impliciet – toepassing gemaakt van de regeling in de VCRO inzake sociaal-cultureel of recreatief medegebruik. De door verzoekers geciteerde rechtspraak heeft betrekking op pop- up zomerbars in agrarisch gebied. Het betreft dus een volledig verschillend voorwerp, zowel temporeel als op vlak van intensiteit. In casu moet worden vastgesteld dat de bestemming parkgebied ten node een bijhorend recreatief X-19.290-13/21 karakter impliceert (quod in casu) én ook een bijzonder tijdelijk karakter heeft (zijnde voor de duurtijd van het festival). Artikel 4.4.4, § 1, eerste lid, VCRO luidt: “In alle bestemmingsgebieden kunnen, naast de handelingen die gericht zijn op de verwezenlijking van de bestemming, ook handelingen worden vergund die gericht zijn op het sociaal-culturele of recreatieve medegebruik, voor zover ze door hun beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemming niet in het gedrang brengen.” Bij de toepassing van deze uitzonderingsbepaling dient de beslissende overheid dus te onderzoeken of het gaat om sociaal-cultureel of recreatief medegebruik dat door zijn beperkte impact de verwezenlijking van de algemene bestemmingen van de gebieden niet in het gedrang brengt. Bij de parlementaire voorbereiding van deze bepaling is het volgende gesteld: “De impact kan beperkt zijn door (niet limitatief): […] - de tijdelijkheid van de ingreep (zoals bij een occasionele motorcross in agrarisch gebied, die bijvoorbeeld maximaal 3 keer per jaar wordt gehouden); […] Enkele voorbeelden van zaken die onder het toepassingsgebied vallen, zijn: […] - het organiseren van een festival in parkgebied (voor zover dit al niet als bestemmingsconform kan worden geacht gezien de sociale functie die het [inrichtingsbesluit] toeschrijft aan de parken);” (Parl.St. Vl.Parl. 2004- 2005, nr. é/1, 11-12). De decreetgever oordeelde dus eerder zelf al dat een festival in principe uit zijn aard verenigbaar is met parkgebied, gelet op het recreatief karakter ervan. Een klare zaak behoeft dan ook geen bijkomende motivering. Anders dan in het verhaal dat aan de grondslag gelegen heeft van het arrest waar verzoekers op wijzen, is er hier wel degelijk (en kennelijk) sprake van een sociaal-cultureel of recreatief medegebruik in de zin van artikel 4.4.4, § 1, eerste lid, VCRO. De bestreden beslissingen steunen minstens impliciet op dit regime van het sociaal- cultureel en recreatief medegebruik. X-19.290-14/21 Beoordeling 7. De in randnummer 6.1.1 weergegeven exceptie overtuigt niet daar voorshands wordt aangenomen dat een verzoekende partij wel degelijk op ontvankelijke wijze kan aanvoeren dat er voor de bestreden beslissing noch in de feiten, noch in de formele motivering afdoende motieven blijken. Voorts leidt – anders dan in de in randnummer 6.1.2 bedoelde exceptie wordt aangevoerd – het enkele feit dat er geen schending van het natuurdecreet wordt aangevoerd niet tot enige onontvankelijkheid van de aangevoerde schending van de formelemotiveringswet, het zorgvuldigheidsbeginsel en de materiëlemotiveringsplicht. De in randnummer 6.2.1 weergegeven argumentatie van de verwerende partij betreft de inhoud van het middel en kan niet dienstig als exceptie van gebrek aan belang bij het middel worden aangevoerd. 8.1. Op grond van het zorgvuldigheidsbeginsel is het vereist dat een bestuur, vooraleer beslissingen te nemen als degene die met de voorliggende vordering worden bestreden, zich zorgvuldig voorbereidt en informeert over de betrokken belangen, wat onder meer inhoudt dat het zich vergewist van de concrete impact die van de voorgenomen initiatieven te verwachten is op de situatie van wie in de directe omgeving woont en verblijft. 8.2. Het kwam de verwerende partij toe na te gaan of het technofestival ingepast kan worden in de bestemmingsvoorschriften voor de betrokken percelen. Dit lijkt een eis van het legaliteitsbeginsel, dat gebiedt te handelen volgens de wet, begrepen als het geheel van de normenhiërarchie. 9. Op het eerste gezicht blijkt, anders dan de verwerende partij voorhoudt, uit het feit dat in de – principiële – eerste bestreden beslissing aangekondigd wordt dat “het residentiële karakter (woonwijk) en de aanwezigheid X-19.290-15/21 van natuur en bos meegenomen [moeten] worden bij de besluitvorming om dergelijke initiatieven te vergunnen” niet dat dit ook afdoende is gebeurd of dat “de specifieke planologische bestemming werd […] beoordeeld”. Prima facie overtuigt de verwerende partij er niet van dat er in de toelating tot afwijking van de geluidsnormen afdoende in concreto rekening werd gehouden met de geluidshinder rond en in de woningen langs de Kasteeldreef. Dat er voor de vorige edities van het technofestival geen overlast bekend zou zijn, overtuigt daar niet van, al was het maar omdat deze edities op een andere locatie plaatsvonden. Verzoekers lijken er voorts terecht op te wijzen dat voorwaarden die de festivalgangers beschermen – zoals de verplichting om gratis oordoppen ter beschikking te stellen – geen uitstaans hebben met geluidshinder rond en in de nabijgelegen woningen. Wat de voorwaarde betreft inzake de geluidsrichting, moet worden vastgesteld dat de versterkingsboxen volgens het inplantingsplan – waarvan op het eerste gezicht moet worden aangenomen dat het door de verwerende partij is goedgekeurd – pal naar het zuiden zullen worden gericht, dit is naar de woningen in de Kasteeldreef. Dat – zoals de verwerende partij ter terechtzitting beweert – uit de flyer van de aanvrager zou volgen dat de versterkingsboxen naar het westen zullen worden gericht, lijkt eerder te bevestigen dat de laatstgenoemde voorwaarde – zoals verzoekers aanvoeren – onvoldoende precies is. 10. Zoals vermeld, kondigt de verwerende partij in het eerste – principiële – bestreden besluit aan dat bij het toelaten van het technofestival de impact voor de natuur en het bos in het parkgebied “meegenomen” moet worden. Dat met dit aspect terdege rekening diende te worden gehouden, lijkt bevestigd te worden in het door de verwerende partij gevoerde verweer. Zij beroept zich immers X-19.290-16/21 op de afwijkingsbepaling van artikel 4.4.4, § 1, eerste lid, VCRO, die als voorwaarde oplegt dat de verwezenlijking van de algemene bestemming van het gebied niet in het gedrang mag worden gebracht en tot die algemene bestemming van het parkgebied lijkt op het eerste gezicht het in hun staat bewaren van de aanwezige natuur en het aanwezige bos te behoren. In weerwil van het voorgaande, lijken zowel de bestreden besluiten als de stukken van het administratief dossier het stilzwijgen te bewaren over de impact op de aanwezige natuur en het aanwezige bos in het parkgebied. Voorshands blijkt niet dat de verwerende partij bij deze impact heeft stilgestaan. Het loutere feit dat het kasteelpark niet gelegen is in vogelrichtlijngebied of habitatrichtlijngebied lijkt geen aanvaardbare verantwoording om daaraan voorbij te gaan. 11. Op het eerste gezicht mocht in de bestreden besluiten een uitdrukkelijke motivering worden verwacht wat de geluidshinder rond en in de woningen langs de Kasteeldreef, de impact op natuur en bos en de inpasbaarheid in de bestemmingsvoorschriften betreft. De middelen zijn in de aangegeven mate ernstig. Ze vitiëren de drie bestreden beslissingen. VI. Voorwaarde van een uiterst dringende noodzakelijkheid Standpunt van de partijen 12. Verzoekers argumenteren dat zij met een gewone schorsingsprocedure niet de schadelijke gevolgen kunnen voorkomen die zij door de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen zullen lijden, zodat zij genoodzaakt waren een vordering bij uiterst dringende noodzakelijkheid in te stellen. X-19.290-17/21 Verzoekers voeren aan dat zij ernstige geluids- en parkeerhinder zullen ondergaan. Zij schrijven dat “voor een technofestival […] de geluidshinder van bastonen […] maatgevend is”, zodat “er harde ‘dreunen’ in de woningen van verzoekende partijen voel- en hoorbaar [zullen] zijn”. Voorts wijzen verzoekers erop dat de bestreden beslissingen aanzienlijke gevolgen zullen hebben voor de natuur in hun onmiddellijke en persoonlijke leefomgeving. In het verzoekschrift lichten zij toe dat het technofestival in het vogelbroedseizoen plaatsvindt en dat in het kasteeldomein tal van beschermde vogelsoorten voorkomen, zoals de winterkoning, de putter en de bosuil. 13. De verwerende partij betwist dat er sprake is van een uiterst dringende noodzakelijkheid. Volgens de verwerende partij voeren verzoekers ter zake geen precieze en concrete feitelijke gegevens aan, maar lijken zij zich te beroepen op het loutere feit dat zij eigenaar zijn. Dit lijkt bijzonder voorbarig. Het is immers vereist dat een verzoekende partij zich in een toestand van onherroepelijke schadelijke gevolgen zou bevinden als zij het resultaat van de gewone schorsingsprocedure en de procedure ten gronde zou moeten afwachten. Volgens de verwerende partij zijn noch de ernst van gebeurlijke nadelen, noch de dreigende onomkeerbaarheid van eventuele schade op korte termijn bij onmiddellijke tenuitvoerlegging van de bestreden beslissingen door verzoekers besproken, laat staan aangetoond. Ook het bijzonder tijdelijke karakter van het evenement speelt hierbij een rol. Het gaat om een toelating die voor een beperkte en bepaalde periode (“zijnde zo’n 12 uur”) gevolgen ressorteert. De verwerende partij verwijst ook naar ’s Raads arrest nr. 231.259 van 19 mei 2015. Uit het verzoekschrift lijkt te kunnen worden afgeleid dat verzoekers in hoofdzaak de organisatie op zich van het evenement in hun omgeving hekelen en gokken op overtredingen van de voorwaarden of op wanordelijk gedrag van de bezoekers. Dit zijn zuiver hypothetische veronderstellingen, die niet gestaafd worden door enig objectief stuk, temeer nu blijkt dat deze elementen ook werden onderzocht bij de voorbereidende overlegmomenten. De door verzoekers gevreesde nadelen zijn dus X-19.290-18/21 in ieder geval voorbarig. Minstens kan geen causaal verband tussen de bestreden beslissingen en de opgeworpen nadelen aanvaard worden. De verwerende partij voegt eraan toe dat verzoekers geen diligente houding hebben aangenomen. Op 16 maart 2026 kenden zij immers de tekst van de drie bestreden beslissingen. Er kan onmogelijk worden geponeerd dat verzoekers niet reeds op 16 maart 2026 voldoende kennis hadden van de schaal, inplanting en impact van het technofestival. Het inplantingsplan maakt overigens geen dossierstuk uit dat rechtens aan de bestreden beslissingen gehecht diende te worden, zodat het niet-meedelen ervan geen afbreuk doet aan de kennisgeving op zich. Het verzoekschrift werd uiteindelijk pas ingediend op 7 april 2026, “zijnde 23 (!) dagen later”. Beoordeling 14. Het kan bezwaarlijk worden betwist dat het tot 4u00 ’s ochtends durende technofestival – in het bijzonder gelet op de bastonen van de versterkte technomuziek – een betekenisvolle impact zal hebben rond en in de woningen van verzoekers, die zich (zo goed als) op het betrokken kasteeldomein bevinden. De argumentatie van de verwerende partij dat verzoekers zich enkel op hun eigendomsrecht lijken te beroepen, dat de aangevoerde nadelen “voorbarig” en – met name gelet op hun korte duurtijd – onvoldoende ernstig zouden zijn om een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid te verantwoorden en dat er geen causaal verband zou bestaan tussen de bestreden beslissingen en de opgeworpen nadelen, kan niet worden gevolgd. 15. Een gebrek aan diligentie van verzoekers bij het instellen van de vordering wordt niet aangenomen. Alleen al in het licht van de uitgestrektheid van het betrokken kasteeldomein, moet met verzoekers worden aangenomen dat zij pas een voldoende kennis van de bestreden beslissingen hadden op 27 maart 2026 toen hen het inplantingsplan is overgemaakt. X-19.290-19/21 16. Ook de tweede en laatste voorwaarde voor een schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid is vervuld. BESLISSING De Raad van State beveelt de schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid van: - het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke van 22 december 2025 ‘Betreft: Evenementen – 2026 – OASIX Open- Air 2026 – evenementenfiche – afwijking geluidsnorm – gewijzigde datum/locatie – verzoek tot veiligheidsoverleg (Referte: I/FRO/2025/711495’; - het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke van 2 maart 2026 ‘Betreft: Evenementen – 2026 – OASIX Open-Air 2026 – evenementenfiche – afspraken veiligheidsoverleg (Referte: I/FRO/2025/711495’ en - het besluit van het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Jabbeke van 2 maart 2026 ‘Betreft: Evenementen – 2026 – OASIX Open-Air 2026 – evenementenfiche – afwijking geluidsnorm – gewijzigde datum/locatie – 9/05 – 10/05 – Kasteeldreef 5 (Referte: I/FRO/2025/711495’. X-19.290-20/21 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op eenentwintig april tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, bijgestaan door Karin Meerschaut, griffier. De griffier De voorzitter Karin Meerschaut Jan Clement X-19.290-21/21 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.422 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div