← België

Arrest 266452 - Dierenwelzijn (reglementen) - 22/04/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.452 Rolnummer: A. 245977/XII-9926 Zaak: Arrest 266452 - Dierenwelzijn (reglementen) - 22/04/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-04-24 Raadplegingen: 88 - laatst gezien 2026-06-18 06:49 Fiche Arrest nr 266.452 van 22 april 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn (reglementen) Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.452 van 22 april 2026 in de zaak A. 245.977/XII-9926 In zake: R.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Olivier Ide kantoor houdend te 8000 Brugge Oosterlingenplein 4 A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Steve Ronse en Deborah Smets kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------ I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 september 2025, strekt tot de nietigverklaring van de bestemmingsbeslissing van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid, afdeling Dierenwelzijn van 25 augustus 2025 waarbij twaalf katten en tien kittens in volle eigendom worden gegeven aan een erkend dierenasiel. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij arrest nr. 265.027 van 1 december 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. XII-9926-1/3 Het genoemde arrest is op 8 december 2025 aan de verzoekende partij ter kennis gebracht. Op 6 februari 2026 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/3, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  3. III. Beoordeling
  4. Naar luid van artikel 17, § 7, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, nadat de vordering tot schorsing van een akte of een reglement is afgewezen, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de kennisgeving van het arrest.
  5. De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.
  6. Het vermoeden van afstand van geding is te dezen van toepassing. XII-9926-2/3 BESLISSING
  7. De Raad van State spreekt de afstand van geding uit.
  8. De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig april tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-9926-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.452 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.265.027 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.