id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 28 april 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.510 Rolnummer: A. 244079/XIV-39731 Zaak: Arrest 266510 - Overheidsopdrachten - 28/04/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-04 Raadplegingen: 43 - laatst gezien 2026-06-18 06:53 Fiche Arrest nr 266.510 van 28 april 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Verwerping Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.510 van 28 april 2026 in de zaak A. 244.079/XIV-39.731 In zake: de BV D. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Dominique Blommaert, Günther L’Heureux en Jolien Van Belle kantoor houdend te 1170 Brussel Terhulpsesteenweg 187 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Sofie Logie en Niels Lemaire kantoor houdend te 8500 Kortrijk Beneluxpark 27B bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 3 februari 2025, strekt tot de nietigverklaring van de “beslissing van het Agentschap Natuur & Bos (ANB) van 19 november 2024 om de Percelen 1 en 2 van de overheidsopdracht voor werken met als voorwerp ‘LIFE DUNIAS Westkust 2024-2025’ (ref.: ANB-TB-TOW- 2024-135) te gunnen aan [een derde]”, evenals een verzoek tot schadevergoeding tot herstel. II. Verloop van de rechtspleging
- De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. XIV-39.731-1/4 Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een verslag opgesteld. Dat verslag werd aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 12 februari
- Op 2 april 2026 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 14quater van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. De verzoekende partij heeft niet gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- In het auditoraatsverslag wordt de verwerping van het beroep en van de vordering tot schadevergoeding tot herstel voorgesteld Naar luid van artikel 21, zevende lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State geldt ten aanzien van de verzoekende partij een vermoeden van afstand van geding wanneer zij, na de kennisneming van het verslag van de auditeur waarin de verwerping of de onontvankelijkheid van het beroep wordt voorgesteld, geen verzoek tot voortzetting van de procedure indient binnen een termijn van dertig dagen die ingaat met de betekening van het verslag. XIV-39.731-2/4 De verzoekende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de procedure ingediend. Het vermoeden van afstand van het beroep tot nietigverklaring is te dezen van toepassing.
- Aangezien geen onwettigheid in het beroep tot nietigverklaring wordt vastgesteld, wordt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel afgewezen en zijn, met toepassing van artikel 70, § 1, vijfde lid, van het voormelde besluit van de Regent, het recht en de bijdrage voor de vordering tot schadevergoeding tot herstel niet verschuldigd. BESLISSING
- De Raad van State spreekt de afstand van het beroep tot nietigverklaring uit.
- De Raad van State verwerpt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
- De verzoekende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij.
- Het onverschuldigde recht in verband met het verzoek tot schadevergoeding tot herstel dient aan de verzoekende partij te worden terugbetaald. XIV-39.731-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achtentwintig april tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-39.731-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.510 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div