id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 04 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 Rolnummer: A. 247646/XII-10074 Zaak: Arrest 266579 - Dierenwelzijn - 04/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-05 Raadplegingen: 50 - laatst gezien 2026-06-18 11:20 Fiche Arrest nr 266.579 van 4 mei 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 no lien 289121 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.579 van 4 mei 2026 in de zaak A. 247.646/XII-10.074 In zake: S.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Wim Debrock kantoor houdend te 9000 Gent Pekelharing 4 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jean-François De Bock en Joy Moens kantoor houdend te 1180 Brussel Bosveldweg 70 bij wie woonplaats wordt gekozen ------------------------------------------------------------------------------------------------ I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 13 maart 2026, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van 15 januari 2026 van het Departement Omgeving – Afdeling Dierenwelzijn (dossiernummer G-25-5998a), betekend in toepassing van artikel 72§3 van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn […].” II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 23 maart 2026 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 30 april 2026. XII-10.074-1/10 De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. Eerste auditeur Anja Somers heeft een verslag opgesteld. Kamervoorzitter Chantal Bamps heeft verslag uitgebracht. Advocaat Wim Debrock, die verschijnt voor de verzoekende partij en advocaat Joy Moens, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Lennard Michaux heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. Op 21 november 2025 worden de twee honden en vijf katten van verzoekster administratief in beslag genomen en overgebracht naar een erkend dierenasiel. Uit het dienaangaande opgestelde proces-verbaal nr. GE.63.LA.078158/2025 blijkt dat
- i)de lokale politie op 20 november 2025 wordt ingelicht dat verzoekster sinds 19 november 2025 gehospitaliseerd is en dat haar dieren alleen zouden zijn in de woning:
- ii)de lokale politie ter plaatse gaat en vaststelt dat de dieren in een schrijnende toestand verblijven en iii) aangezien verzoekster niet de nodige zorgen aan haar dieren kan bieden en aangezien zij weigert mee te werken aan de verbetering van hun levensomstandigheden, in samenspraak met Inspecteur dierenarts V. V. van de Dienst Dierenwelzijn, wordt besloten om tot inbeslagname over te gaan, die plaatsvindt op 21 november 2025. XII-10.074-2/10 3.2. Op 18 december 2025 wordt verzoekster verhoord door de lokale politie. 3.3. Naar aanleiding van de inbeslagname wordt verzoekster per brief van 24 december 2025 ingelicht over haar mogelijkheid om een schriftelijk verweer in te dienen alvorens er een bestemmingsbeslissing genomen zal worden door de verwerende partij. 3.4. Op 7 januari 2026 maakt de raadsman van verzoekster dit schriftelijk verweer over. Hierin betwist verzoekster de bezorgdheden van dierenwelzijn niet, wel geeft zij aan dat dit niet zou moeten leiden tot de toewijzing van de dieren aan een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon. Tevens worden de door verzoekster ondernomen stappen opgesomd, zijnde:
- i)haar woning werd gepoetst door een zelfstandige professionele poetsdienst, die iedere drie weken zou kunnen langskomen en
- ii)er is een elektrische kattenbak beschikbaar en zij zou er één per kat kunnen aanschaffen. Tevens benadrukt verzoekster dat haar dieren haar grote houvast zijn en verzoekt de verwerende partij om, mits concrete voorwaarden, haar dieren terug te geven, minstens haar katten. 3.5. Op 15 januari 2026 neemt de verwerende partij een bestemmingsbeslissing. Hierbij worden de twee honden en vier katten van verzoekster in volle eigendom gegeven aan het erkend asiel waar ze op dat moment verblijven. Wat betreft één kat (tabby, vrouwelijk en steriel), wordt vastgesteld dat de bestemming zonder voorwerp is aangezien het dier omwille van dringende redenen geëuthanaseerd moest worden. Deze beslissing is gebaseerd op de elementen van het dossier, zijnde de vaststellingen en foto’s geacteerd in het PV GE.63.LA.078158/2025, het dierenartsenverslag van het asiel van 25 november 2025, bijkomende informatie die door het dierenasiel was overgemaakt per e-mails van 19 december 2025 en 5 januari 2026, het verhoor van verzoekster op 18 december 2025 en haar schriftelijk verweer van 7 januari 2026. XII-10.074-3/10 Dit is de bestreden beslissing. IV. Schorsingsvoorwaarden 4. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. V. Spoedeisendheid Standpunt van de verzoekster 5. Verzoekster laat in haar vordering tot schorsing gelden: “VI. ERNSTIG EN MOEILIJK HERSTELBAAR NADEEL Indien de bestreden beslissing niet wordt geschorst zullen de dieren definitief worden herplaatst. Een latere vernietiging door de Raad van State zou dan feitelijk zonder gevolg blijven, aangezien de dieren inmiddels bij derden geplaatst kunnen zijn. Daarnaast vormen de dieren voor verzoekster een belangrijk emotioneel houvast, temeer daar zij alleenstaand is. Overeenkomstig artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan de Raad van State de schorsing van de tenuitvoerlegging van een administratieve beslissing bevelen wanneer de onmiddellijke uitvoering ervan een moeilijk te herstellen ernstig nadeel kan veroorzaken. Het staat buiten twijfel dat de uitvoering van de bestreden beslissing in hoofde van verzoekende partij een dergelijk nadeel zal veroorzaken. Vooreerst moet worden vastgesteld dat de bestreden beslissing onmiddellijke rechtsgevolgen sorteert en dat zij verzoekende partij rechtstreeks en persoonlijk treft. De uitvoering ervan heeft tot gevolg dat verzoekende partij onmiddellijk wordt geconfronteerd met gevolgen die niet meer ongedaan kunnen worden gemaakt wanneer later een arrest tot nietigverklaring zou worden uitgesproken. Het nadeel dat verzoekende partij hierdoor lijdt is ernstig, aangezien de bestreden beslissing ingrijpende gevolgen heeft voor haar persoonlijke en/of vermogensrechtelijke situatie. Bovendien is het nadeel moeilijk te herstellen. Zelfs indien de Raad van State in een later stadium de bestreden beslissing nietig zou verklaren, kan de ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 XII-10.074-4/10 situatie die door de uitvoering van de beslissing is ontstaan niet meer volledig worden teruggedraaid. De vernietiging van de beslissing zou immers slechts een juridisch herstel bieden, terwijl de feitelijke gevolgen die inmiddels zijn ingetreden niet meer volledig ongedaan kunnen worden gemaakt. Daaruit volgt dat de onmiddellijke uitvoering van de bestreden beslissing voor verzoekende partij een nadeel veroorzaakt dat zowel ernstig als moeilijk te herstellen is in de zin van artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State. De voorwaarden voor de schorsing zijn derhalve vervuld.” Beoordeling 6. Naar eis van artikel 17, § 2, eerste lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State moet de vordering tot schorsing “een uiteenzetting van de feiten [bevatten] die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen”. Hetzelfde is te lezen in artikel 4, § 1, eerste lid, 5°, van het koninklijk besluit van 19 november 2024 ‘tot bepaling van de rechtspleging in kort geding en tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit houdt in dat het aan verzoeker toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Voorts kan luidens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State de schorsing op elk moment worden bevolen indien de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden akte of het bestreden reglement prima facie kan worden verantwoord. Met deze wijzigingen aan artikel 17 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State beoogt de wetgever de schorsingsprocedure te optimaliseren en maatwerk mogelijk te maken op basis van de spoedeisendheid die in de vordering tot schorsing wordt aangevoerd (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022- 2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 9). Het is evenwel niet de bedoeling met deze ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 XII-10.074-5/10 hervorming de strekking te wijzigen van het begrip spoedeisendheid zoals dat thans gedefinieerd is door de rechtspraak van de Raad van State (Wetsontwerp tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, KAMER, 2022-2023, 14 maart 2023, nr. 55-3220/1, 11). Bijgevolg zal de spoedeisendheid worden vastgesteld wanneer de verzoekende partij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om zijn beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Wanneer de afdeling bestuursrechtspraak een vordering tot schorsing verwerpt wegens het gebrek aan spoedeisendheid, kan een nieuwe vordering slechts worden ingediend indien die steunt op nieuwe elementen die de spoedeisendheid van deze vordering rechtvaardigen. De afdeling bestuursrechtspraak kan bovendien een termijn bepalen waarin geen enkele nieuwe vordering tot schorsing of tot het bevelen van voorlopige maatregelen kan worden ingediend indien het enige nieuw ingeroepen element bestaat uit het verloop van de tijd (artikel 17, § 2, derde lid, gecoördineerde wetten op de Raad van State). Uit wat voorafgaat, volgt dat niet zal volstaan te stellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht. 7. Zoals onder randnummer 6 wordt aangegeven dient een vordering tot schorsing een uiteenzetting van de feiten te bevatten die, volgens de indiener ervan, de spoedeisendheid verantwoorden die ter ondersteuning van deze vordering wordt ingeroepen, wat inhoudt dat het aan de verzoekende partij toevalt aan de zaak eigen, specifieke gegevens bij te brengen die in concreto aantonen dat de zaak spoedeisend is, gelet op de gevolgen van een – voortdurende – tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing en dat zij het resultaat van de procedure ten gronde niet kan afwachten om haar beslissing te verkrijgen, op straffe zich in een toestand te bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen. Door verzoekster wordt in het verzoekschrift niet als dusdanig een uiteenzetting van de feiten gegeven die de spoedeisendheid moeten verantwoorden, XII-10.074-6/10 doch wordt een betoog gevoerd betreffende “het moeilijk te herstellen ernstig nadeel”. De Raad van State stelt vast dat verzoekster aldus een moeilijk te herstellen en ernstig nadeel poogt aan te tonen, daartoe vooral de gevolgen van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing schetsende. Deze algemeen geformuleerde toelichting bevat geen uiteenzetting van de spoedeisendheid, nu zij nalaat aan de hand van overtuigende en verifieerbare stukken aan te tonen waarom zij de vermeende nadelen niet zou kunnen dragen gedurende de periode die een procedure tot nietigverklaring in beslag neemt. Tevens wenst de Raad van State te benadrukken dat de voorwaarde van het moeilijk te herstellen ernstig nadeel als schorsingsvoorwaarde is verlaten sinds de hervorming van de procedure bij wet van 20 januari 2014 die in werking is getreden op 1 maart 2014. Door gewag te maken van een moeilijk te herstellen ernstig nadeel, zonder ook maar enige concrete band te leggen met de spoedeisendheid van de zaak, gaat de voormelde uiteenzetting voorbij aan de hervorming, ondertussen meer dan tien jaar geleden, van de schorsingprocedure. Aan die noodzakelijk concretisering van de spoedeisendheid komt verzoekster alleszins niet toe door uiteen te zetten dat de schorsing wordt gevorderd wegens een moeilijk te herstellen ernstig nadeel. 8. In zoverre nog zou kunnen worden aangenomen dat haar argumentatie onder het kopje “VI. ERNSTIG EN MOEILIJK HERSTELBAAR NADEEL” ter verantwoording van de spoedeisendheid lijkt te zijn aangevoerd, kan haar betoog niet worden bijgevallen. Verzoekster laat dienaangaande in essentie gelden dat indien de bestreden beslissing niet wordt geschorst de dieren definitief zullen worden herplaatst en een latere vernietiging door de Raad van State dan feitelijk zonder zou gevolg blijven, aangezien de dieren inmiddels bij derden geplaatst kunnen zijn. Zoals reeds onder randnummer 6 werd aangegeven, volstaat het niet te laten veronderstellen dat de doorlooptijd van een annulatieprocedure te lang duurt of dat het resultaat van een annulatieprocedure niet kan worden afgewacht om de spoedeisendheid aan te tonen. Evenmin volstaat het te wijzen op de nadelige ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 XII-10.074-7/10 gevolgen van de bestreden beslissing. Tevens moet worden aangetoond dat de nadelen van die aard en omvang zijn dat verzoekster ze niet kan lijden totdat over de nietigverklaring van de zaak uitspraak wordt gedaan. Dienaangaande benadrukt de Raad van State dat, in tegenstelling tot een nietigverklaring, een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing enkel uitwerking heeft voor de toekomst. Een gebeurlijke nietigverklaring van de bestreden beslissing zou tot gevolg hebben dat in toepassing van artikel 72, § 4, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024 het daaraan voorafgaande beslag, vermeld in paragraaf 1 van die bepaling, van rechtswege wordt opgeheven, omdat in die hypothese de bestreden beslissing moet worden geacht nooit te hebben bestaan, zodat er sprake is van het uitblijven van een bestemmingsbeslissing, zoals bedoeld in artikel 72, § 3, van de Vlaamse Codex Dierenwelzijn van 17 mei 2024. Daar de schorsing enkel uitwerking heeft voor de toekomst, heeft zij evenwel niet dezelfde gevolgen als een nietigverklaring. In geval van schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou de bestreden beslissing wel degelijk blijven voortbestaan – ook al heeft zij geen uitwerking meer – zodat ook het eraan voorafgaande beslag blijft bestaan. Verzoekster heeft de aan de bestreden beslissing voorafgaande beslagbeslissing niet aangevochten. Een schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing zou derhalve de door verzoekster aangevoerde argumenten, niet ongedaan maken. De schorsing van de tenuitvoerlegging van een bestreden beslissing moet een nuttig effect hebben en moet verzoekster behoeden voor de gevreesde schade. Wanneer de schorsing van de bestreden beslissing het aangevoerde nadeel niet kan verhinderen of ongedaan maken, wordt de spoedeisendheid van de vordering tot schorsing niet aangetoond. In zoverre verzoekster nog aanvoert dat de dieren voor haar een belangrijk emotioneel houvast vormen, temeer daar zij alleenstaand is en de bestreden beslissing onmiddellijke rechtsgevolgen sorteert die haar rechtstreeks en persoonlijk treffen tracht zij aan te tonen dat de bestreden beslissing haar moreel schaadt. Verzoekster maakt met deze loutere bewering evenwel niet aannemelijk dat die morele schade van die aard is dat de bestreden beslissing, in afwachting van ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 XII-10.074-8/10 een uitspraak ten gronde, haar in een schadelijke toestand brengt die niet te verdragen valt. Het volstaat immers niet te wijzen op de nadelige gevolgen van de bestreden beslissing en te stellen dat enkel een schorsing dit moreel nadeel ongedaan kan maken, tevens moet worden aangetoond dat het vermeende nadeel van dien aard en omvang is dat verzoekster het niet kan lijden totdat over de procedure ten gronde van de zaak uitspraak wordt gedaan en zulks los van de vraag of het ingeroepen nadeel van dien aard is dat een eventueel later tussen te komen vernietigingsarrest niet voldoende genoegdoening zou kunnen verschaffen. 9. Het door verzoekster gevoerde betoog in het verzoekschrift, doet bijgevolg niet blijken dat zij zich thans in een toestand zou bevinden met onherroepelijke schadelijke gevolgen ten gevolge van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing. Uit wat voorafgaat volgt dat verzoekster niet overtuigt dat de aangevoerde nadelen veroorzaakt door de bestreden beslissing van die aard zijn dat het inhoudt dat zij daardoor niet de procedure ten gronde kan afwachten. VI. Conclusie 10. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn wil een vordering tot schorsing worden toegewezen. BESLISSING De Raad van State verwerpt de vordering. XII-10.074-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op vier mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, bijgestaan door Ilse Anné, griffier. De griffier De voorzitter Ilse Anné Chantal Bamps XII-10.074-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.579 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div