← België

Arrest 266593 - Kansspelen - 06/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 06 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.593 Rolnummer: A. 241900/XIV-40070 Zaak: Arrest 266593 - Kansspelen - 06/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-08 Raadplegingen: 46 - laatst gezien 2026-06-18 11:21 Fiche Arrest nr 266.593 van 6 mei 2026 Justitie - Kansspelen Beslissing : Afstand Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.593 van 6 mei 2026 in de zaak A. 241.900/XIV-40.070 In zake:

  1. de NV G.
  2. de NV I. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Antoon Dierick kantoor houdend te 9000 Gent Muinkkaai 42 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door :
  3. de minister van Justitie
  4. de Kansspelcommissie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Isabelle Cooreman kantoor houdend te 1082 Brussel Access Building Keizer Karellaan 586 bus 9 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de NV E. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens, Ian Arnouts en Vybe Gesquiere kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  5. Het beroep, ingesteld op 13 mei 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Kansspelcommissie van 22 februari 2024 XIV-40.070-1/4 waarbij aan de nv E. een vergunning klasse A wordt verleend voor het exploiteren van een casino te Middelkerke. II. Verloop van de rechtspleging
  6. Bij arrest nr. 263.141 van 29 april 2025 werd het verzoek van de nv E. tot tussenkomst ingewilligd, heeft de Raad van State het debat heropend, werd de vertrouwelijkheid opgeheven van de stukken 3 tot en met 6 en 9 tot en met 15 van het administratief dossier, werd aan de verzoekende partijen de mogelijkheid geboden om binnen de in het arrest gestelde termijn op grond van de hun tot dan onbekende gegevens vervat in de voormelde stukken van het administratief dossier in een aanvullende memorie hun middelen aan te vullen of nader uit te werken of nieuwe middelen aan te voeren, werd aan de verwerende partij en de tussenkomende partij de mogelijkheid geboden binnen de in het arrest gestelde termijn een aanvullende memorie in te dienen en werd het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat ermee belast vervolgens een aanvullend verslag op te stellen. De verzoekende partijen hebben beide op 10 juli 2025 een aanvullende memorie ingediend. De verwerende partij heeft op 29 augustus 2025 een aanvullende memorie ingediend. De tussenkomende partij heeft op 12 september 2025 een aanvullende memorie ingediend. Eerste auditeur Alexander Van Steenberge heeft een aanvullend verslag opgesteld overeenkomstig artikel 13 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Dit aanvullend verslag, waarin wordt besloten om het beroep te verwerpen, werd ter kennis gebracht van de partijen. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de voorzitter van de XIVe kamer XIV-40.070-2/4 bij beschikking van 26 februari 2026 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 22 april
  7. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  8. III. Verzoek tot afstand
  9. Bij brief van 18 februari 2026 delen de verzoekende partijen de Raad van State mee dat zij afstand van het geding doen. BESLISSING
  10. De Raad van State verleent akte van de afstand.
  11. De verzoekende partijen worden, elk voor de helft, verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 400 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro die verschuldigd is aan de verwerende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op een rolrecht van 150 euro. XIV-40.070-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op zes mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIVe kamer, samengesteld uit: Geert Debersaques, kamervoorzitter, bijgestaan door Johan Pas, griffier. De griffier De voorzitter Johan Pas Geert Debersaques XIV-40.070-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.593 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.