← België

Arrest 266617 - Sluitingen van vestigingen - 08/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 08 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.617 Rolnummer: A. 247981/XII-10098 Zaak: Arrest 266617 - Sluitingen van vestigingen - 08/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-11 Raadplegingen: 153 - laatst gezien 2026-06-18 11:22 Fiche Arrest nr 266.617 van 8 mei 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Sluitingen van vestigingen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIIe KAMER nr. 266.617 van 8 mei 2026 in de zaak A. 247.981/XII-10.098 In zake: S.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan De Poorter kantoor houdend te 9700 Oudenaarde Edelareberg 24 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de STAD DEINZE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gregory Vermaercke en Elouise Willems kantoor houdend te 8200 Brugge Dirk Martensstraat 23 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

  1. De vordering, ingesteld op 27 april 2026, strekt tot de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “het besluit van de burgemeester van de stad Deinze van 21 april 2026, waarbij […] diverse bestuurlijke maatregelen zijn opgelegd”. II. Verloop van de rechtspleging
  2. Bij beschikking van 29 april 2026 werd de procedurekalender vastgesteld en werden de partijen opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 7 mei
  3. XII-10.098-1/10 De nota met opmerkingen en het administratief dossier werden ingediend overeenkomstig de procedurekalender. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Liam Reybroeck, die loco advocaat Jan De Poorter verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Gregory Vermaercke, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Sofie De Doncker heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker exploiteert een landbouwbedrijf te Deinze. Hij verklaart dat zijn hoofdactiviteit bestaat uit het verhandelen van vee. 3.
  6. Op 3 april 2026 vindt op het landbouwbedrijf een controle plaats door de inspectiediensten van Dierenwelzijn Vlaanderen en van het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen (FAVV). Ook de lokale politie Deinze-Zulte-Lievegem begeeft zich naar de inrichting om eventuele milieu-inbreuken vast te stellen en om “de sterke arm te verlenen”. 3.
  7. De lokale politie Deinze-Zulte-Lievegem stelt op 15 april 2026 een bestuurlijk verslag op over de controle-actie. In dit verslag wordt vermeld dat “er op de paardenweides, in de stallen en in de mesthoop, gelegen op locatie, talrijke kadavers, karkassen en beenderen” werden aangetroffen van “honden, schapen en een paard” en dat “verschillende kadavers in verregaande staat van XII-10.098-2/10 ontbinding [zijn]”. Er werden ook schapen zonder oormerken aangetroffen en een pony met onverzorgde hoeven. Tevens zouden op het bedrijf verscheidene certificaten en documenten ontbreken. Het bestuurlijk verslag bevat een gedetailleerde opsomming van alle vastgestelde inbreuken. Volgens het bestuurlijk verslag dient, gelet op de vaststellingen ter plaatse, het opleggen van bestuurlijke maatregelen overwogen te worden: “De vastgestelde feiten tonen een ernstig en structureel probleem aan inzake milieu, dierenwelzijn en openbare orde en gezondheid. De combinatie van zware inbreuken, agressief gedrag en gebrek aan medewerking met bevoegde overheidsdiensten maakt een bestuurlijke tussenkomst noodzakelijk en proportioneel. Overeenkomstig de artikelen 133 en 135 van de Nieuwe Gemeentewet wordt voorgesteld om bestuurlijke maatregelen te overwegen ten aanzien van de exploitatie en de betrokken eigenaar, teneinde de openbare orde, openbare gezondheid, het milieu en het dierenwelzijn te vrijwaren.” 3.
  8. Op 21 april 2026 neemt de burgemeester van de stad Deinze de thans bestreden beslissing, waarvan het beschikkend gedeelte als volgt luidt: “Artikel 1 De burgemeester geeft bevel aan Rendac, bijgestaan door de civiele bescherming, om alle beenderen, kadavers en categorie 1- mest en gemengd afval te verwijderen op 22 april 2026 op het landbouwbedrijf, gelegen te Hectorsdam 1, 9850 Deinze. De kosten van RENDAC, civiele bescherming en de eigen stedelijke diensten zullen worden doorgerekend aan de exploitant, [verzoeker]. Artikel 2 De burgemeester verplicht de exploitant, [verzoeker], binnen de dertig kalenderdagen een expertiseverslag van een onafhankelijke stabiliteitsdeskundige, over te maken aan de stad Deinze, Brielstraat 2, 9800 Deinze met betrekking tot de stabiliteit en algemene staat van de opstallen op het terrein, gelegen te Hectorsdam 1, 9850 Deinze. Dat expertiseverslag zal worden opgemaakt op kosten van de exploitant. Artikel 3 De burgemeester gaat over tot onmiddellijke sluiting van het landbouwbedrijf, gelegen te Hectorsdam 1, 9850 Deinze, vanaf 22 april 2026 en dit voor een periode van drie maanden. Onder onmiddellijke sluiting wordt begrepen: het stopzetten van elke vorm van exploitatie, dat wil zeggen dat het de exploitant verboden wordt om elke bedrijfshandeling te stellen, inclusief het aan-, verkoop- of doorverkopen van dieren en planten en de handel die hiermee desgevallend gepaard gaat. Artikel 4 Onverminderd artikel 3 van dit besluit is de exploitant verplicht om in overleg met alle bevoegde diensten al het nodige te doen om de nog levende dieren XII-10.098-3/10 op het bedrijf goed te verzorgen teneinde hen de levensomstandigheden te kunnen verzekeren conform alle vigerende wetgeving inzake hygiëne en gezondheid en zo lang als de bevoegde Vlaamse administratie geen andere maatregelen oplegt. Artikel 5 De burgemeester gelast alle bevoegde diensten, hieronder vermeld, zich op 22 april 2026 onder zijn coördinatie ter plaatse te begeven en onverwijld alle administratieve, preventieve, curatieve en sanitaire maatregelen te nemen om de dieren in veiligheid te brengen en/of het welzijn en de gezondheid van de dieren én de openbare gezondheid en veiligheid van de buurt te beschermen. De diensten worden verzocht zonder uitstel alle genomen maatregelen aan de burgemeester te rapporteren, de naleving ervan op te volgen en af te dwingen en elke niet-naleving onverwijld te sanctioneren, waarbij elke genomen bijkomende maatregel of sanctie tevens aan de burgemeester ter kennis wordt gegeven. De bevoegde diensten zijn: • FAVV/NOE, • PZ Deinze-Zulte-Lievegem, • VLM/mestbank, • Rendac, • Dierenwelzijn, • Civiele Bescherming, Artikel 6 Elke inbreuk zal worden bestraft met een sanctie zoals voorzien in de zonale politieverordening Deinze-Zulte-Lievegem, de artikelen 65 en volgende, onverminderd de toepassing van specifieke sanctiebepalingen in bijzondere wetgeving.” Luidens de motivering van de bestreden beslissing steunt de burgemeester zijn optreden op de volgende juridische grondslagen: “Overwegende de algemene bevoegdheid van de gemeente, zoals bepaald in artikel 135 Nieuwe gemeentewet: ‘De gemeenten hebben ook tot taak het voorzien, ten behoeve van de inwoners, in een goede politie, met name over de zindelijkheid, de gezondheid, de veiligheid en de rust op openbare wegen en plaatsen en in openbare gebouwen. Meer bepaald, en voor zover de aangelegenheid niet buiten de bevoegdheid van de gemeenten is gehouden, worden de volgende zaken van politie aan de waakzaamheid en het gezag van de gemeenten toevertrouwd : 1° alles wat verband houdt met een veilig en vlot verkeer op openbare wegen, straten, kaden en pleinen, hetgeen omvat de reiniging, de verlichting, de opruiming van hindernissen, het slopen of herstellen van bouwvallige gebouwen, het verbod om aan ramen of andere delen van gebouwen enig voorwerp te plaatsen dat door zijn val schade kan berokkenen, of om wat dan ook te werpen dat voorbijgangers verwondingen of schade kan toebrengen of dat schadelijke uitwasemingen kan veroorzaken; voor zover de politie over het wegverkeer betrekking heeft op blijvende of periodieke toestanden, valt zij niet onder de toepassing van dit artikel; XII-10.098-4/10 2° het tegengaan van inbreuken op de openbare rust, zoals vechtpartijen en twisten met volksoploop op straat, tumult verwekt in plaatsen van openbare vergadering, nachtgerucht en nachtelijke samenscholingen die de rust van de inwoners verstoren; 3° het handhaven van de orde op plaatsen waar veel mensen samenkomen, zoals op jaarmarkten en markten, bij openbare vermakelijkheden en plechtigheden, vertoningen en spelen, in drankgelegenheden, kerken en andere openbare plaatsen; 4° het toezicht op een juiste toemeting bij het slijten van waren (waarvoor meeteenheden of meetwerktuigen gebruikt worden) en op de hygiëne van openbaar te koop gestelde eetwaren; 5° het nemen van passende maatregelen om rampen en plagen, zoals brand, epidemieën en epizoötieën te voorkomen en het verstrekken van de nodige hulp om ze te doen ophouden; 6° het verhelpen van hinderlijke voorvallen waartoe rondzwervende kwaadaardige of woeste dieren aanleiding kunnen geven; […] 7° het nemen van de nodige maatregelen, inclusief politieverordeningen, voor het tegengaan van alle vormen van openbare overlast. […] Overwegende dat de vaststellingen gedaan op het landbouwbedrijf raken aan de openbare reinheid, hygiëne en openbare orde; Overwegende dat de vaststellingen gedaan op het landbouwbedrijf tevens raken aan artikel 135, 2e lid, 5° Nieuwe gemeentewet; Overwegende dat zonder hoogdringend optreden niet kan gewaarborgd worden dat er nog meer schade wordt berokkend aan de dieren én aan de volksgezondheid op de exploitatie en in de buurt van de exploitatie; Overwegende dat de burgemeester bevoegd is conform artikel 135 juncto artikel 133 nieuwe gemeentewet, nu artikel 133 voorschrijft: ‘Hij is in het bijzonder belast met de uitvoering van de politiewetten, de politiedecreten, de politieordonnanties, de politieverordeningen en de politiebesluiten. Hij kan echter onder zijn verantwoordelijkheid zijn bevoegdheid geheel of ten dele overdragen aan een van de schepenen’; Overwegende dat de burgemeester tevens bevoegd is voor het sluiten van een inrichting conform artikel 134ter nieuwe gemeentewet: ‘Behoudens wanneer de bevoegdheid om een voorlopige sluiting van een instelling of de tijdelijke schorsing van een vergunning uit te spreken door een bijzondere regelgeving is toevertrouwd aan een andere overheid, kan de burgemeester wanneer elke verdere vertraging een ernstig nadeel zou kunnen berokkenen, die maatregelen nemen wanneer de voorwaarden van de uitbating van de instelling of van de vergunning niet worden nageleefd en nadat de overtreder de mogelijkheid werd geboden zijn verweermiddelen naar voren te brengen’.” 3.
  9. De bestreden beslissing is op 28 april 2026 bekrachtigd door het college van burgemeester en schepenen van de stad Deinze. XII-10.098-5/10 IV. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden
  10. Krachtens artikel 17, § 1, derde lid, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State kan tot schorsing van de tenuitvoerlegging bij uiterst dringende noodzakelijkheid slechts worden besloten onder de dubbele voorwaarde dat de zaak te spoedeisend is voor een behandeling ervan in een beroep tot nietigverklaring en indien minstens één ernstig middel wordt aangevoerd waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling en waarmee de nietigverklaring van de bestreden beslissing prima facie kan worden verantwoord. Overeenkomstig paragraaf 5 van datzelfde artikel wordt de zaak behandeld bij uiterst dringende noodzakelijkheid en derhalve binnen een termijn van vijftien dagen of minder, wanneer zulks in het opschrift wordt vermeld. V. Uiterst dringende noodzakelijkheid Uiteenzetting van verzoeker
  11. Verzoeker stelt dat zijn vordering dermate spoedeisend is dat zelfs een schorsingsarrest via de gewone kortgedingprocedure niet kan worden afgewacht, aangezien: - de bestreden beslissing een verbod oplegt om “elke bedrijfshandeling te stellen, met inbegrip van de aankoop, verkoop en doorverkoop van dieren” waardoor er sprake is van “een ernstige beperking van de fundamentele vrijheid van handel en nijverheid”; - zijn vast cliënteel, dat minstens de helft vormt van het totale klantenbestand, verloren zal gaan vermits zijn “handelsrelaties steunen op de wekelijkse bezoeken die [hij] brengt aan het landbouwbedrijf, de veemarkt, de intense veehouders of het slachthuis en deze handelaars van [hem] verwachten dat hij voortdurend bereikbaar is voor de aankoop of verkoop van vee”; - de omzet, die in 2025 op kwartaalbasis gemiddeld 526.464,06 euro bedroeg, tot nul herleid zal worden en ook zijn volledige netto-inkomen, dat in 2025 per maand XII-10.098-6/10 gemiddeld 4.988,20 euro bedroeg, zal wegvallen, terwijl een aantal vaste kosten blijven doorlopen, zodat hem een “zware financiële klap” wordt toegebracht; - enkel de schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing, zijn “reputatie en goede naam” kan zuiveren gelet op de nieuwsberichtgeving over de bestreden beslissing. Beoordeling
  12. De schorsingsprocedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid houdt een ernstige verstoring in van het normale verloop van de rechtspleging voor de Raad van State, herleidt de mogelijkheden tot onderzoek van de zaak tot een strikt minimum en beperkt in aanzienlijke mate de uitoefening van het recht van verdediging van de verwerende partij. De aanwending van die procedure moet dan ook zeer uitzonderlijk blijven in die zin dat ze slechts mag worden aangewend in die enkele gevallen dat het uiterst dringende karakter van de zaak meteen voor iedereen zonder meer duidelijk is, of door de verzoekende partij op duidelijke en onomstootbare wijze wordt aangetoond. De schorsing van de tenuitvoerlegging kan niet bevolen worden indien ze niet op één of andere manier voor de verzoekende partij een nuttig effect kan hebben.
  13. De door verzoeker ingeroepen spoedeisendheid is volledig gebaseerd op het feit dat artikel 3 van de bestreden beslissing, waarbij het landbouwbedrijf voor een periode van drie maanden wordt gesloten en elke bedrijfsactiviteit wordt verboden met inbegrip van “het aan-, verkoop- of doorverkopen van dieren”, meebrengt dat hij zijn hoofdactiviteit, meer bepaald de veehandelsactiviteit, met onmiddellijke ingang moet stopzetten. XII-10.098-7/10
  14. De verwerende partij merkt evenwel op dat de vergunning van verzoeker voor het vervoeren van dieren sinds 18 maart 2026 is vervallen en dat het FAVV op 10 april 2026 een maatregel heeft opgelegd waarbij de aankoop van runderen wordt verboden en de “vervoersmiddelen behorende tot de inrichting enkel mogen gebruikt worden voor het verzegeld vervoer rechtstreeks naar het slachthuis van dieren die reeds tot het beslag van de verzoekende partij behoren”.
  15. Overeenkomstig artikel 5, lid 1, van Verordening (EG) nr. 1/2005 van de Raad van 22 december 2004 ‘inzake de bescherming van dieren tijdens het vervoer en daarmee samenhangende activiteiten en tot wijziging van de Richtlijnen 64/432/EEG en 93/119/EG en van Verordening (EG) nr. 1255/97’ (hierna: Verordening nr. 1/2005) mag het vervoer van dieren “uitsluitend in opdracht gegeven of uitbesteed worden aan vervoerders met een vergunning volgens artikel 10, lid 1, of artikel 11, lid 1”. Artikel 10, lid 1, van Verordening nr. 1/2005 bepaalt de voorwaarden waaronder de vergunning voor het vervoeren van dieren verleend kan worden. Zo moet de aanvrager onder meer aantonen dat hij “beschikt over voldoende geschikte medewerkers, uitrusting en werkmethoden, waaronder, in voorkomend geval, gidsen inzake goede praktijken, om aan deze verordening te voldoen”. Ook moet blijken dat de aanvrager of zijn vertegenwoordiger “zich in de drie jaar voorafgaande aan de datum van de aanvraag niet schuldig heeft gemaakt aan ernstige overtredingen van de communautaire en/of de nationale wetgeving inzake de bescherming van dieren”. De in Verordening nr. 1/2005 bepaalde voorwaarden laten allerminst toe te veronderstellen dat een aanvraag tot het verkrijgen van een vervoersvergunning door de bevoegde nationale autoriteit bij wijze van automatisme zal worden ingewilligd. Daargelaten de vraag of aan verzoeker in de (nabije) toekomst nog een vervoersvergunning kan worden afgegeven, volstaat in het kader van voorliggend kortgeding de vaststelling dat hij momenteel niet over een geldige vergunning voor het vervoeren van dieren beschikt, zodat hij zijn veehandelsactiviteiten hoe dan ook niet op een legale wijze kan voortzetten, zelfs XII-10.098-8/10 niet in de hypothese dat de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing door de Raad van State zou worden geschorst. Bijgevolg kan het inwilligen van de ingestelde vordering de door verzoeker beschreven nadelige gevolgen voor zijn bedrijfsactiviteit en inkomen niet afwenden.
  16. Tot slot valt niet in te zien waarom een later vernietigingsarrest de reputatie en goede naam van verzoeker niet volledig zou kunnen herstellen.
  17. Aan de voorwaarde van de spoedeisendheid is niet voldaan. VI. Conclusie
  18. Er is niet voldaan aan ten minste één van de voorwaarden gesteld in artikel 17, §§ 1 en 5, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State die cumulatief vervuld moeten zijn, wil een vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid worden toegewezen. BESLISSING
  19. De Raad van State verwerpt de vordering.
  20. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-10.098-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op acht mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Peter Sourbron, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Ilse Anné, griffier. De griffier De voorzitter Ilse Anné Peter Sourbron XII-10.098-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.617 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.