← België

Arrest 266630 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 11/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.630 Rolnummer: A. 245055/IX-10682 Zaak: Arrest 266630 - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) - 11/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 35 - laatst gezien 2026-06-18 11:23 Fiche Arrest nr 266.630 van 11 mei 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Varia (binnenlandse zaken en lokale besturen) Beslissing : Verwerping heropening debatten Depersonalisatie Aanvullend verslag Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 266.630 van 11 mei 2026 in de zaak A. 245.055/IX-10.682 In zake: XXXX tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrik De Maeyer, Daisy Daniels en Julien Jouve kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 12 juni 2025, strekt tot de nietigverkla- ring van de beslissing van de FOD Financiën - Personeel en Organisatie (dienst bevorderingen) van 9 mei 2025, “waarbij werd geweigerd gevolg te geven aan [het] verzoek tot heroverweging inzake de toegang tot bestuursdocumenten” van ver- zoekster. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. IX-10.682-1/11 De verzoekende partij en de verwerende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
  3. Kamervoorzitter Geert Van Haegendoren heeft verslag uitge- bracht. Verzoekster en advocaat Julien Jouve, die verschijnt voor de ver- werende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Jonas Riemslagh heeft advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoör- dineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Op 28 november 2022 wordt in het Belgisch Staatsblad de in- competitiestelling bekendgemaakt van, onder meer, “77 betrekkingen waaraan de functie is verbonden van Adviseur A3 – Teamchef P, KMO & GO (functieclassi- ficatie: TP_002) bij de buitendiensten van de Algemene Administratie van de Fis- caliteit – Particulieren (P), Kleine en Middelgrote Ondernemingen (KMO) & Grote Ondernemingen (GO) (Dienst Beheer / Controle / Expertise) (P&O-code: A3- 1022-266)”. Verzoekster schrijft zich hiervoor in. IX-10.682-2/11 Op 6 januari 2025 wordt haar meegedeeld dat zij wordt uitgeslo- ten van het vervolg van de selectieprocedure, omdat zij niet is geslaagd in een eli- minerend mondeling onderhoud (“fase 3 etappe 2”). Van die beslissing vordert verzoekster de nietigverklaring met een beroep, bekend onder rolnummer A. 244.312/IX-10.
  6. Er wordt heden uit- spraak over gedaan bij arrest nr. 266.
  7. 3.
  8. In een e-mail van 16 januari 2025 vraagt verzoekster aan de be- voegde dienst van de FOD Financiën bepaalde inlichtingen over het verloop van de selectieprocedure, “volledig geanonimiseerd”; het betreft het aantal kandidaten dat deelnam aan deze bevorderingsprocedure, de resultaten van alle kandidaten van voormeld mondeling onderhoud, met vermelding van de dag waarop zij hebben deelgenomen en de samenstelling van de jury, hun deelresultaten op de drie onder- delen motivatie, visie en algemeen functioneren van dat mondeling onderhoud en een opsplitsing van het aantal geslaagden en niet geslaagden per “gewest”. Op 22 januari 2025 bezorgt de bevoegde dienst van de FOD Fi- nanciën bijkomende inlichtingen, doch uitsluitend wat de resultaten betreft van verzoekster zelf. Met een e-mailbericht van 12 februari 2025 herhaalt verzoekster haar vraag om openbaarheid. Nogmaals verzoekt zij om een opsplitsing van het aantal geslaagden en niet-geslaagden per “gewest” en ook, ditmaal, “per admini- stratieve standplaats”. 3.
  9. Op 19 februari 2025 dient verzoekster een formeel verzoek tot heroverweging in. Met een e-mail van dezelfde dag vraagt zij de commissie voor de toegang tot en het hergebruik van bestuursdocumenten, afdeling openbaarheid van bestuur om advies, dat op 13 maart 2025 wordt verleend. IX-10.682-3/11 3.
  10. Met een e-mail van 9 mei 2025 stelt de FOD Financiën verzoek- ster als volgt in kennis van de beslissing over het verzoek tot heroverweging: “• het aantal kandidaten dat deelnam aan deze bevorderingsprocedure (na- tionaal) O 316 kandidaten • de resultaten van alle kandidaten van fase 3 etappe 2, met vermelding van de dag waarop zij hebben deelgenomen en de samenstelling van de jury (uiteraard ook volledig anoniem, bijvoorbeeld elk jurylid voorgesteld als een letter uit het alfabet) O In bijlage kan je een overzicht vinden van het resultaat van fase 3, etappe 2 van alle kandidaten. De regels zonder score betreft kan- didaten die uitgenodigd waren maar niet aanwezig waren voor het interview. O Verder kunnen we niet ingaan [op] de rest van jouw vraag (dag van het interview en samenstelling jury per dag). Gezien het groot aantal kandidaten en het aantal interviewdagen is het een kennelijk onredelijke vraag om al de bestuursdocumenten die deze informatie bevatten te anonimiseren. • hun deelresultaten op de 3 onderdelen motivatie, visie en algemeen func- tioneren O zie bijlage • een opsplitsing van het aantal geslaagden en niet geslaagden per gewest O zie bijlage.” Hierin leest verzoekster de met huidig beroep bestreden beslis- sing. 3.
  11. Op 16 december 2025 deelt de verwerende partij het volgende mee aan verzoekster: “In het kader van een nieuwe heroverweging tot de aanlevering van be- paalde gevraagde documenten, kunnen we niet ingaan op de vraag om de resultaten van alle kandidaten van fase 3 etappe 2, met vermelding van de dag waarop zij hebben deelgenomen en de samenstelling van de jury (ui- teraard ook volledig anoniem, bijvoorbeeld elk jurylid voorgesteld als een letter uit het alfabet) bekend te maken. Het verzoek om de gevraagde documenten te bezorgen kan niet worden ingewilligd. De gevraagde informatie is niet beschikbaar in een samenvat- tend document en kan niet makkelijk gegenereerd worden of uit een sys- teem gehaald worden. Deze verwerking is niet geautomatiseerd en vergt aanzienlijke tijd en menselijke inzet om de gevraagde informatie ter be- schikking te stellen. De bestaande documenten dienen geanonimiseerd te worden om geen inbreuk te maken op de persoonlijke levenssfeer van de IX-10.682-4/11 andere kandidaten. Het resultaat van een loopbaanexamen behoort volgens ons tot de persoonlijke levenssfeer aangezien het kenbaar maken van de (deel)resultaten (geslaagd/niet geslaagd en hoeveel punten) een impact kan hebben op de interpersoonlijke relaties met collega’s door imagoschade. Hierdoor kan impact zijn op carrièrekansen en op de motivatie van het per- soneelslid om zijn job verder uit te oefenen. Het anonimiseren van de be- schikbare documenten (40-tal) vereist verschillende manuele handelingen die alles opgeteld minstens 2 werkdagen in beslag neemt. Onze dienst bevindt zich in een werksituatie, gekenmerkt door een zeer hoge werklast en beperkte capaciteit. Het team bevorderingen bestaat uit 8 personeelsleden waarvan 1 iemand langdurig afwezig is. Deze medewer- kers staan in voor het gehele beheer en organisatie van de incompetitiestel- lingen binnen niveau 1 van de FOD Financiën. Dit omvat zowel het dos- sierbeheer, het organiseren van technische proeven, het afnemen van inter- views – waarvan er een zestigtal interviewdagen ingepland staan – als de uiteindelijke kwaliteitscontrole en communicatie en klachtenbehandeling. Het team bevorderingen is verantwoordelijk voor de afhandeling van de incompetitiestellingen van 28/11/2022, goed voor zo een 320 profielen en 5000-tal inschrijvingen. Hierdoor wordt extra inzet geleverd om deze pro- cedures af te ronden met alle stappen zoals hierboven beschreven (inplan- nen en afnemen van technische proeven en interviews, evenals het uitvoe- ren van kwaliteitscontroles). Op hetzelfde moment werden de incompeti- tiestellingen van 1/10/2025 voorbereid (opmaak dienstorders in verschil- lende talen, opmaak en kwaliteitscontrole van de 130-tal profielen) en die- nen strakke deadlines gehaald te worden om tijdig te kunnen communiceren naar de doelgroep van ca. 3700 personeelsleden voor deze incompetitiestel- ling (ca. 2400 inschrijvingen). Het uitvoeren van bijkomende manuele taken zou de continuïteit van deze essentiële processen ernstig in het gedrang brengen. Overheidsdiensten zijn gehouden om verzoeken te behandelen binnen de grenzen van redelijkheid en beschikbare middelen. Het opleggen van een disproportionele inspan- ning die de normale werking van de dienst verstoort, is niet verenigbaar met het beginsel van behoorlijk bestuur en de verplichting tot een efficiënte inzet van publieke middelen. Op grond van deze elementen is het objectief onmogelijk om aan het ver- zoek te voldoen binnen de gevraagde termijn. Het weigeren van het verzoek is derhalve gerechtvaardigd en proportioneel, gelet op de omvang van de vereiste manuele verwerking, de huidige werklast en de beperkte midde- len.” Op 19 december 2025 wordt nog aangevuld als volgt: “Ik kom terug op ons e-mailbericht van 16 december
  12. Met dit bericht wens ik erop te wijzen dat de beslissing, u meegedeeld op 9 mei 2025, wordt ingetrokken, voor zover deze betrekking heeft op de vol- gende passage: IX-10.682-5/11 ‘Verder kunnen we niet ingaan de rest van jouw vraag (dag van het interview en samenstelling jury per dag). Gezien het groot aantal kandidaten en het aantal interviewdagen is het een kennelijk onre- delijke vraag om al de bestuursdocumenten die deze informatie be- vatten te anonimiseren.’. Dit opdat tegemoet zou kunnen worden gekomen aan de motieven die het auditoraatsverslag in de zaak, gekend bij de Raad van State onder rolnum- mer A/A.245.055/IX-10.682, vermeldt bij de bespreking van de drie eerste middelen op bladzijden 17 en
  13. Volledigheidshalve wijs ik er ook op dat u beschikt over een termijn van zestig dagen na kennisname van elke respectievelijke beslissing om tegen onderhavige beslissing en de beslissing (ons e-mailbericht) van 16 decem- ber 2025 een verzoekschrift tot nietigverklaring neer te leggen bij de Raad van State.” IV. Gedeeltelijke afstand en overeenkomstige precisering van het voorwerp van het beroep
  14. In haar laatste memorie stelt verzoekster vast dat het auditoraat het beroep niet ontvankelijk acht, voor zover het betrekking heeft op de gevraagde opsplitsing “per administratieve standplaats” wegens niet-uitputting, voor dit as- pect, van het georganiseerd administratief beroep. Zij verklaart dat zij “berust in dit onderdeel van het verslag”.
  15. Deze “berusting” kan niet anders worden begrepen dan een af- stand van het beroep, in zoverre het betrekking heeft op de gevraagde opsplitsing “per administratieve standplaats”.
  16. Verzoekster richt zich tegen de beslissing van 9 mei 2025 voorts enkel in de mate waarin hiermee ten dele “geweigerd [wordt] gevolg te geven” aan haar verzoek tot openbaarheid – in zoverre haar aanvraag deels is ingewilligd zou zij overigens geen belang hebben bij een nietigverklaring.
  17. Uit wat voorafgaat volgt, dat de beslissing van 9 mei 2025 (nog) wordt bestreden, in zoverre daarbij niet wordt ingegaan op “de rest” van IX-10.682-6/11 verzoeksters vraag, namelijk “dag van het interview [van elke kandidaat] en [ge- anonimiseerde] samenstelling jury per dag”. V. Ontvankelijkheid van het beroep Exceptie
  18. De verwerende partij wijst in haar laatste memorie op de berich- ten van 16 en 19 december 2025, die tot gevolg hebben dat de bestreden (deel)be- slissing met terugwerkende kracht uit het rechtsverkeer is verdwenen. Dat heeft tot gevolg, zo stelt zij, dat het beroep zonder voorwerp is geworden. Minstens heeft verzoekster geen belang meer bij huidig beroep, aangezien het door haar geformu- leerde verzoek tot openbaarmaking werd geweigerd bij beslissing van 16 december
  19. Verzoekster merkt in haar laatste memorie op dat de verwerende partij in de nieuwe beslissing van 16 december 2025 een werklast- en capaciteits- motief aanvoert, maar: “Zelfs indien de e-mail van 16 december 2025 als nieuwe beslissing zou gelden, vertoont zij dezelfde [lees: hetzelfde] gebrek aan concrete feitelijke onderbouwing die de auditeur reeds aan de oorspronkelijke beslissing ten laste legt: er ontbreken precieze gegevens over aantallen documenten, aan- tal interviewdagen, werkuren of personele inzet; de motivering blijft alge- meen en niet‑verifieerbaar.” Beoordeling
  20. Door de intrekking van de beslissing van 9 mei 2025 is die be- slissing formeel uit de rechtsorde verdwenen, hetgeen verzoekster met het instellen van een annulatieberoep tegen die beslissing heeft nagestreefd. In zoverre is verzoekster zonder actueel belang en is de exceptie in die mate gegrond. IX-10.682-7/11
  21. Daarmee is echter niet gezegd dat het beroep zonder voorwerp is.
  22. Zowel met de formeel bestreden, maar ingetrokken beslissing van 9 mei 2025 als met de beslissing van 16 december 2025 weigert de verwerende partij in te gaan op verzoeksters vraag om haar een overzicht te bezorgen van de datum waarop elke deelnemer deelnam aan de mondelinge proef en de samenstel- ling van de jury op elk van die data. Op 9 mei 2025 heette dat een “kennelijk onredelijke vraag” te zijn, wegens “het groot aantal kandidaten en het aantal interviewdagen”, “om al de bestuursdocumenten die deze informatie te bevatten te anonimiseren”. Op 16 december 2025 weigert de verwerende partij opnieuw, sa- mengevat, wegens de werklast van ten minste twee werkdagen om de gevraagde gegevens te anonimiseren, zijnde “een disproportionele inspanning die de normale werking van de dienst verstoort”.
  23. Wanneer een bestreden beslissing in de loop van de procedure wordt ingetrokken en wordt vervangen door een nieuwe beslissing, moet het be- roep mogelijk worden geacht te zijn gericht tegen die vervangende beslissing. Het is niet vereist dat er tegen de vervangende beslissing een afzonderlijk annulatiebe- roep werd ingediend. Een nieuwe beoordeling door het bestuur voorafgaand aan de vervangende beslissing staat er niet noodzakelijk aan in de weg dat het beroep moet worden geacht te zijn gericht tegen de vervangende beslissing, ook als de vervangende beslissing daardoor méér is dan een louter bevestigende beslissing. Ook inhoudelijke verschillen tussen de ingetrokken en de vervangende beslissing staan daaraan niet in de weg als andere onderdelen de verzoekende partij nog steeds op dezelfde wijze grieven. IX-10.682-8/11 De Raad van State herinnert in dat verband aan de zogenaamde “leer van de vervangende beslissing”, zoals onder meer verwoord in zijn arrest nr. 119.574 van 20 mei 2003: “Overwegende dat de intrekking van een beslissing tot gevolg heeft dat die beslissing ab initio uit het rechtsverkeer verdwijnt; dat zij geacht wordt nooit te zijn genomen; [...] Overwegende evenwel dat het verdwijnen van het formeel voorwerp van een annulatieberoep er de Raad van State niet in alle omstandigheden toe verplicht de vordering onontvankelijk te verklaren; dat zulks onder meer het geval kan zijn wanneer de Raad vaststelt dat het bestuur de oorspron- kelijk bestreden beslissing door een nieuwe vervangen heeft en wanneer die vervangende beslissing inhoudelijk niet wezenlijk van de eerste ver- schilt waardoor het materieel voorwerp van het beroep ongewijzigd is ge- bleven; dat het beroep gericht tegen de vervangen beslissing dan geacht kan worden gericht te zijn tegen de vervangende beslissing; dat, om redenen die de zijne zijn, de verzoeker kan verkiezen tegen de nieuwe beslissing een nieuw annulatieberoep in te stellen; dat doet hij dat niet, het vermoeden dat zijn beroep gericht is tegen de vervangende beslissing in zijn voordeel speelt; dat dan wel, om het beroep ontvankelijk te doen verklaren, ten min- ste een van de oorspronkelijk aangevoerde annulatiemiddelen betrokken moet kunnen worden op de vervangende beslissing.”
  24. De ongewijzigde strekking van de vervangende beslissing van 16 december 2025 – de aanvraag wordt geweigerd – overtuigt genoegzaam dat het materieel voorwerp ervan hetzelfde is als dat van de ingetrokken beslissing en dat die nieuwe beslissing verzoekster nog in dezelfde mate grieft als de oorspronke- lijke beslissing. De exceptie van de verwerende partij dat het beroep zonder voor- werp is, kan dan ook niet worden aangenomen. Aangenomen wordt integendeel, dat het materieel voorwerp van de beroep ongewijzigd is gebleven en dat het beroep gericht tegen de beslissing van 9 mei 2025 geacht moet worden, thans gericht te zijn tegen de vervangende beslissing van 16 december
  25. Rest de vraag of de oorspronkelijk aangevoerde annulatiemidde- len betrokken kunnen worden op de vervangende beslissing. IX-10.682-9/11 Die vraag is door het auditoraat nog niet onderzocht kunnen wor- den, aangezien de intrekking en de nieuwe beslissing dateren van na de neerlegging van het auditoraatsverslag. Verzoekster is alvast van mening dat zulks het geval is, getuige wat zij schrijft in haar laatste memorie. Zij leest in de nieuwe motivering slechts een precisering van de oorspronkelijke weigering die, volgens haar, nog steeds niet afdoende is geconcretiseerd. Het past om de zaak aan het auditoraat te bezorgen voor een aan- vullend onderzoek over de ontvankelijkheid en desgevallend de gegrondheid van de aangevoerde middelen in het licht van de nieuwe beslissing, hetgeen vervolgens ook partijen toelaat om in een aanvullende laatste memorie daarover stelling te nemen. BESLISSING
  26. De Raad van State verwerpt het beroep tegen de beslissing van de FOD Financiën – Personeel en Organisatie (dienst bevorderingen) van 9 mei 2025, waarbij wordt geweigerd gevolg te geven aan het verzoek tot heroverweging inzake de toegang tot bestuursdocumenten van XXXX.
  27. De Raad van State heropent het debat, wat de weigeringsbeslissing van de FOD Financiën, stafdienst Personeel en Organisatie, dienst Personeels- bewegingen van 16 december 2025 betreft om gevolg te geven aan het verzoek tot heroverweging inzake de toegang tot bestuursdocumenten van XXXX.
  28. Het door de auditeur-generaal aangewezen lid van het auditoraat wordt belast met een aanvullend onderzoek. IX-10.682-10/11
  29. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van de verzoekende partij niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.682-11/11 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.630 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.