id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 11 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.634 Rolnummer: A. 245577/IX-10721 Zaak: Arrest 266634 - Tucht (openbaar ambt) - 11/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 32 - laatst gezien 2026-06-18 11:23 Fiche Arrest nr 266.634 van 11 mei 2026 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE IXe KAMER nr. 266.634 van 11 mei 2026 in de zaak A. 245.577/IX-10.721 In zake: J.N. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Carine Flamend kantoor houdend te 1930 Zaventem Leuvensesteenweg 510 bus 32 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Defensie -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 14 augustus 2025, strekt tot de nietigverklaring van ministerieel besluit nr. 98130 van 2 juli 2025 waarbij verzoeker definitief uit zijn ambt wordt ontheven en wordt beslist dat hij met definitief verlof zal worden geplaatst. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 264.607 van 22 oktober 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing ingewilligd. Het genoemde arrest is op 29 oktober 2025 aan de verwerende partij ter kennis gebracht. Op 25 februari 2026 heeft de hoofdgriffier, op verzoek van het aangewezen lid van het auditoraat, aan de verzoekende partij en de verwerende IX-10.721-1/3 partij de mededeling ter kennis gebracht, bedoeld in artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Geen van de partijen heeft gevraagd om te worden gehoord. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, ge- coördineerd op 12 januari
- III. Beoordeling
- Gelet op artikel 17, § 9, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en artikel 11/2, § 1, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ kan de beslissing waarvan de schorsing gevorderd wordt volgens een versnelde rechtspleging nietig worden verklaard indien de verwerende partij of degene die belang heeft bij de beslechting van het geschil, geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging indient binnen een termijn van dertig dagen te rekenen van de kennisgeving van het arrest waarbij de schorsing bevolen wordt.
- In het arrest 264.607 van 22 oktober 2025 is de schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing bevolen. De verwerende partij heeft geen verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend en betwist derhalve niet de beoordeling van het in dat schorsingsarrest ernstig bevonden middel.
- De Raad van State ziet geen reden om de onwettigheid die in het schorsingsarrest voorlopig is vastgesteld, ten gronde niet bij te vallen. IX-10.721-2/3 Het eerste middel, eerste onderdeel is gegrond in de mate waarin het eerder in het voornoemde schorsingsarrest ernstig werd bevonden. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het ministerieel besluit nr. 98130 van 2 juli 2025 waarbij J.N. definitief uit zijn ambt wordt ontheven en wordt beslist dat hij met definitief verlof zal worden geplaatst.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 26 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op elf mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, bijgestaan door Frank Bontinck, griffier. De griffier De voorzitter Frank Bontinck Geert Van Haegendoren IX-10.721-3/3 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.634 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.264.607 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div