← België

Arrest 266651 - Milieuvergunningen - 12/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.651 Rolnummer: A. 245047/VII-43204 Zaak: Arrest 266651 - Milieuvergunningen - 12/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-19 Raadplegingen: 34 - laatst gezien 2026-06-18 11:30 Fiche Arrest nr 266.651 van 12 mei 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Milieuvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER nr. 266.651 van 12 mei 2026 in de zaak A. 245.047/VII-43.204 In zake : de VZW MILIEUFRONT OMER WATTEZ woonplaats kiezend te 9700 Oudenaarde Dijkstraat 75 tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Filip Vincke kantoor houdend te 8580 Avelgem Leopoldstraat 63 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 11 juni 2025, strekt tot de nietigverklaring van “de stilzwijgende afwijzende beslissing van de Vlaamse minister van Omgeving en Landbouw die na het advies van de afdeling Handhaving van 13 september 2024 om het beroep van 07 augustus 2024 tegen de weigering om bestuurlijke maatregelen op te leggen van de gouverneur van Oost- Vlaanderen van 24 juli 2024 gegrond te verklaren na het verzoek van Milieufront Omer Wattez vzw van 16 januari 2020 bij de gouverneur van de provincie Oost- Vlaanderen tot het opleggen van bestuurlijke maatregelen, waarbij een exploitatieverbod van de polyvalente zaal in het provinciaal domein de Gavers te Geraardsbergen werd nagestreefd […] en die na te zijn aangemaand op 12 december 2024 geen nieuw besluit heeft genomen”. Tevens wordt in het verzoekschrift de toekenning van een schadevergoeding tot herstel gevorderd. VII-43.204-1/4 II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft op 27 februari 2026 een verslag opgesteld overeenkomstig artikel 93, eerste lid, en artikel 25/3 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’. Overeenkomstig artikel 26, § 2, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’, heeft de wnd. voorzitter van de VIIe kamer bij beschikking van 26 maart 2026 aan de partijen voorgesteld dat de zaak niet op een openbare terechtzitting wordt behandeld, tenzij één van de partijen hierom verzoekt. Geen van de partijen heeft om een terechtzitting gevraagd. Overeenkomstig bovenvermelde beschikking, werd het debat gesloten en werd de zaak in beraad genomen op 7 mei
  3. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. VII-43.204-2/4 III. Doelloos beroep
  5. De verwerende partij deelt in een brief van 19 december 2025 mee dat de bestreden stilzwijgende beslissing werd vervangen door een expliciete beslissing waarbij het beroep, ingesteld door de verzoekende partij wordt verworpen, gelet op gewijzigde omstandigheden. Het voorliggende beroep tot nietigverklaring is derhalve zonder voorwerp, waardoor het doelloos is geworden. Gelet op de omstandigheden van de zaak, past het deze kosten ten laste te leggen van de verwerende partij. Aangezien de Raad van State geen onwettigheid heeft vastgesteld, wordt het verzoek tot schadevergoeding tot herstel afgewezen. In dat geval is het aan de schadevergoeding tot herstel verbonden recht niet verschuldigd. BESLISSING
  6. De Raad van State verwerpt het beroep tot nietigverklaring en het verzoek tot schadevergoeding tot herstel.
  7. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro en een bijdrage van 26 euro.
  8. Het onverschuldigde rolrecht met bijdrage in verband met het verzoek tot schadevergoeding tot herstel, ten bedrage van 226 euro, dient te worden terugbetaald aan de verzoekende partij. VII-43.204-3/4 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, VIIe kamer, samengesteld uit: Frédéric Vanneste, staatsraad, waarnemend voorzitter, bijgestaan door Elisabeth Impens, griffier. De griffier De voorzitter Elisabeth Impens Frédéric Vanneste VII-43.204-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.651 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.