← België

Arrest 266659 - Plannen van aanleg - 12/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.659 Rolnummer: A. 243401/X-18909 Zaak: Arrest 266659 - Plannen van aanleg - 12/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-27 Raadplegingen: 29 - laatst gezien 2026-06-18 11:31 Fiche Arrest nr 266.659 van 12 mei 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Plannen van aanleg Beslissing : Vernietiging bekendmaking Verwerping overige Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 266.659 van 12 mei 2026 in de zaak A. 243.401/X-18.909 In zake :

  1. G.C.
  2. P.C.
  3. H.C. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Verbist en Jadzia Talboom kantoor houdend te 2560 Kessel Torenvenstraat 16 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten William Timmermans en Chiara Martino kantoor houdend te 1000 Brussel Havenlaan 86 C/414 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
  4. Het beroep, ingesteld op 4 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van “het besluit van de Vlaamse Regering van 19 juli 2024 houdende de definitieve aanduiding van het watergevoelig openruimtegebied ‘Ossegoor’ in Malle”. II. Verloop van de rechtspleging
  5. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Auditeur Benny De Sutter heeft een verslag opgesteld. X-18.909-1/16 De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 20 maart
  6. Staatsraad David D’Hooghe heeft verslag uitgebracht. Advocaat Dominique Vandenbulcke, die loco advocaten Stijn Verbist en Jadzia Talboom verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Chiara Martino, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Auditeur Benny De Sutter heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  7. III. Feiten 3.
  8. De verzoekende partijen zijn mede-eigenaars van een stuk grond gelegen nabij de Epicealaan te Malle, kadastraal bekend als afdeling 1, sectie B, nr. 577/e. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 30 september 1977 vastgestelde gewestplan Turnhout is dit perceel gelegen in een woonuitbreidingsgebied. 3.
  9. Overeenkomstig artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), ingevoegd bij decreet van 8 december 2017 ‘houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving’, kan de Vlaamse regering gebieden waar een conflict bestaat tussen X-18.909-2/16 de verdere realisatie van de bestemming en de belangen van het watersysteem aanduiden als watergevoelig openruimtegebied (hierna: WORG). De te volgen procedure wordt nader bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 15 juni 2018 ‘houdende nadere regels voor de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden’ (hierna: het besluit van 15 juni 2018). 3.
  10. In ‘Bijlage II: toelichtingsfiche’ bij het bestreden besluit wordt de doelstelling van de aanduiding van gebieden als een WORG omschreven als volgt: “Overstromingen volgen mekaar jaar na jaar op en drukken ons met de neus op de feiten. De combinatie van veel verspreide bebouwing en verharding en een waterbeleid dat eeuwenlang voornamelijk gericht was op het afvoeren van water, maakt Vlaanderen kwetsbaar voor de gevolgen van de klimaatverandering. Dit versterkt overstromingsrisico’s en verminderde waterinfiltratie in de bodem. Er blijft ook steeds minder ruimte vrij om het Water op te vangen bij hevige regenbuien. Bepaalde gebieden in Vlaanderen overstromen nu al met de regelmaat van de klok, vaak zelfs bij minimale neerslag. Een duurzame en klimaatbestendige ruimtelijke ontwikkeling is slechts mogelijk door het afremmen van het bijkomend ruimtebeslag en het maximaal vrijwaren van de open ruimte. Dit principe is intussen bekend als de ‘bouwshift’. Tegelijk moet de verhardingsgraad in de openruimte afnemen. Om Vlaanderen beter te beschermen tegen zowel droogte als wateroverlast zette de Vlaamse Regering de Blue Deal op, om van Vlaanderen opnieuw een spons te maken door voldoende ruimte te voorzien voor water. Ruimte geven aan water is noodzakelijk in het kader van het voorkomen van droogte en overstromingen. Dit gebeurt door de watergevoelige gebieden te vrijwaren van verdere bebouwing en verharding, waardoor het waterbergend vermogen behouden blijft en stroomafwaarts gelegen dorpen en kernen gevrijwaard blijven van wateroverlast. Om Vlaanderen klimaatrobuuster te maken is het bijgevolg cruciaal om gebieden met een groot waterbergend vermogen of overstromingsrisico niet meer te ontwikkelen voor harde bestemming (wonen, industrie, …) en deze dusdanig in te richten dat we hun potentieel maximaal kunnen vrijwaren en benutten. Deze gebieden worden daarom herbestemd naar een openruimtefunctie via een ruimtelijk uitvoeringsplan of aanduiding als watergevoelig openruimtegebied.” Voorts wordt in deze toelichtingsfiche het voortraject van de aanduiding van een gebied als WORG geschetst als volgt: X-18.909-3/16 “1.
  11. Voortraject In uitvoering van het Decreet Integraal Waterbeleid keurde de Vlaamse Regering op 30 januari 2009 de 11 bekkenbeheerplannen voor de periode 2008-2013 goed (VR 2009 3001 DOC. 0100). Deze waterbeheerplannen vormden het kader voor een heel gamma aan maatregelen m.b.t. het integraal waterbeheer. In elk van die 11 beheerplannen was een actie (A7) opgenomen om de bestemming te toetsen van een aantal zones gelegen in actueel of potentieel waterbergingsgebied of in waterconserveringsgebied. De bekkensecretariaten kregen binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) de taak om deze screening uit te voeren voor de 11.400 ha onbebouwde harde bestemmingen van het gewestplan die overlappen met deze voor het watersysteem belangrijke gebieden. Vanaf 2009 onderwierpen de bekkenstructuren deze gebieden aan een grondige analyse die o.a. dienst moest doen als onderbouwde input voor ruimtelijke planningsprocessen. Deze gebieden kregen de naam ‘signaalgebied’; het gaat om nog niet ontwikkelde gebieden waar een tegenstrijdigheid kan bestaan tussen de geldende bestemmingsvoorschriften en het belang van dit gebied voor het watersysteem. In een eerste fase werden in 2009-2010 de meest relevante en prioritaire gebieden verspreid over gans Vlaanderen afgebakend, op basis van hun oppervlakte, omvang van de waterproblematiek en ontwikkelingsdruk. […] In 2013 besliste de Vlaamse Regering (VR 2013 2903 DOC. 0303-1) om deze signaalgebieden grondiger aan te pakken om het waterbergend vermogen van Vlaanderen te vrijwaren. Voor elk gebied waarvan blijkt dat het ontwikkelen volgens de huidige bestemming het overstromingsrisico verhoogt, werkte de CIW aan bijkomende voorwaarden of een alternatief ontwikkelingsperspectief. In die ontwerp-startbeslissingen werd ook gezocht naar het best in te zetten instrumentarium en de bijhorende initiatiefnemende overheid. […] In de startbeslissingen die de Vlaamse Regering voor elk signaalgebied goedkeurde, werd na grondige analyse een vervolgtraject en een gebiedsgericht ontwikkelingsperspectief bepaald dat rekening houdt met het watersysteem en waarbij minstens het waterbergend vermogen behouden blijft. In die beslissingen zijn volgende zaken vastgelegd: • het ontwikkelingsperspectief van het signaalgebied; • het bestuur dat initiatief moet nemen; • het instrument dat gebruikt moet worden om het ontwikkelingsperspectief te realiseren. […] Er worden twee categorieën van vervolgtrajecten onderscheiden: • Verscherpte watertoets. De geldende harde bestemming blijft behouden, maar er kunnen in het kader van de watertoets wel extra voorwaarden opgelegd worden voor de ontwikkeling van het gebied. X-18.909-4/16 • Bouwvrije opgave. Delen van het signaalgebied moeten bouwvrij blijven en moeten bijgevolg een andere bestemming krijgen. […].” 3.
  12. Op 31 maart 2017 keurt de Vlaamse regering de startbeslissingen voor een reeks van 152 signaalgebieden goed, die het vervolgtraject en de ontwikkelingsperspectieven voor het gebied bevatten teneinde het waterbergend vermogen van het gebied te kunnen behouden. In punt 2 ‘Selectie en afbakening signaalgebied’ van de startbeslissing voor het signaalgebied ‘Moerbeeklaan – Ossegoor’ te Malle staat vermeld: “Op 4/11/2014 werd voorliggend signaalgebied door de Algemene Bekkenvergadering Benedenscheldebekken geselecteerd voor opname in de prioritair te onderzoeken signaalgebieden. De motivatie voor opname is als volgt: Het signaalgebied maakt deel uit van het brongebied van het Groot Schijn (Moffenvenloop, Moerbeek). Lokaal effectief overstromingsgevoelig op de watertoetskaart, natte laaggelegen bodems. De afbakening van het signaalgebied werd tijdens het gevoerde overleg besproken. Het signaalgebied wordt afgebakend op de niet ontwikkelde harde gewestplanbestemmingen in de invloedssfeer van de Moffenvenloop en de Moerbeek.” Punt 3.1 ‘Overstromingsrichtlijn’ – verwezen wordt naar de Europese richtlijn 2007/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 oktober 2007 ‘over beoordeling en beheer van overstromingsrisico’s’ – vermeldt: “In het kader van de Europese Overstromingsrichtlijn (ORL) werden overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten opgesteld aan de hand van hydraulische modellen. De overstromingsgevaarkaarten zijn de kaarten die de ‘fysische eigenschappen’ van de overstromingen beschrijven zoals de overstromingscontouren, waterdieptes en stroomsnelheden. De overstromingsgevaarkaarten geven geen informatie wat betreft de gevolgen, de kwetsbaarheid voor of het risico van de overstromingen. De ORL stelt dat 3 scenario’s in beschouwing dienen te worden genomen voor de overstromingskaarten: kleine kans op overstromingen (terugkeerperiode van grootteorde 1000 jaar of een uitzonderlijke gebeurtenis), middelgrote kans op overstromingen (terugkeerperiode van X-18.909-5/16 grootteorde 100 jaar) en grote kans op overstromingen (terugkeerperiode van grootteorde 10 jaar). Vermits het niet zinvol is om voor elke waterloop hydraulische modellen op te stellen, werd in Vlaanderen de basiskaart hydrografisch netwerk opgesteld die alle waterlopen omvat waarvoor de overstromingsgevaar- en overstromingsrisicokaarten werden opgesteld. De basiskaart hydrografisch netwerk werd opgesteld volgens het principe dat alle waterlopen met een potentieel significant overstromingsrisico en waterlopen die water afvoeren van waterlopen met een overstromingsrisico meegenomen worden. Daarnaast werd ook de volledige kustlijn beschouwd. Wanneer er geen gemodelleerde overstromingsgevaarkaarten beschikbaar zijn, wordt enkel de kaart van de Recent Overstroomde Gebieden (ROG) weergegeven […]. De kaarten geven steeds de huidige situatie weer en houden geen rekening met mogelijke of geplande ingrepen. Het brongebied van het Groot Schijn werd niet gemodelleerd op de overstromingsgevaarkaarten. Delen van het westelijk signaalgebied zijn opgenomen in de kaart van de Recent Overstroomde Gebieden.” Punt 3.2.’Bespreking watersysteem’ vermeldt het volgende: “Westelijke blok: deels effectief, deels niet overstromingsgevoelig op de watertoetskaart. De gemeente heeft ten westen van het gebied – waar de Moffenvenbeek langsheen komt gelopen – een tussenschot gezet om de weilanden van de trappistenabdij te gebruiken als buffering. Daardoor zouden er in het woongebied geen overstromingen ter hoogte van de Antwerpsesteenweg meer zijn. Het blijven wel laag gelegen gronden met een bodemprofiel vochtig tot nat zand. Oostelijke blok: mogelijk overstromingsgevoelig op de watertoetskaart. Het signaalgebied maakt duidelijk deel uit van de vallei van het Groot Schijn. Het zijn laag gelegen gronden met een natte zandige bodem. Dat delen van het signaalgebied wel degelijk gevoelig zijn voor overstromingen, blijkt ondermeer uit de recente wateroverlast op 15 januari
  13. Hierbij werd door de gemeente gemeld dat de afwatering van de Moerbeek (achterzijde Moerdreef) in de richting van Zoersel voor problemen zorgde. Door de beperkte afwatering, was er een hoge waterstand in baangrachten/waterlopen in de Moerdreef en Epicealaan.” In punt 6 ‘Keuze ontwikkelingsperspectief, instrument en initiatiefnemer’ wordt gesteld: “De bestemming woongebied/woonuitbreidingsgebied is niet compatibel met het waterbergend vermogen. De onmiddellijke ligging langs de Moffenvenloop/Groot Schijn impliceert een reële overstromingskans bij extreme neerslag. Een nieuwe functionele invulling naar een openruimtebestemming is aangewezen.” X-18.909-6/16 De conclusie voor het betrokken signaalgebied luidt: “De bestemming woongebied/woonuitbreidingsgebied is niet compatibel met het waterbergend vermogen. De onmiddellijke ligging langs de Moffenvenloop/Groot Schijn impliceert een reële overstromingskans bij extreme neerslag. Een nieuwe functionele invulling naar een openruimtebestemming is aangewezen. De abdij koopt gronden in de ruimere omgeving aan met het oog op het vrijwaren van bebouwing. Het lijkt dan ook logisch om dit verder planologisch te gaan verankeren, bv door omzetting naar een openruimtefunctie.” 3.
  14. De Vlaamse regering keurt op 15 december 2023 de voorlopige aanduiding van het WORG ‘Ossegoor’ goed, dat ook het perceel van de verzoekende partijen omvat. 3.
  15. Van 9 januari 2024 tot 8 maart 2024 wordt een openbaar onderzoek georganiseerd over de voorlopige aanduiding van het WORG. De verzoekende partijen dienen een bezwaarschrift in. Zij voeren onder meer aan dat hun perceel (nr. 577/e) op geen enkele kaart is ingekleurd als zijnde overstromingsgevoelig, en ook niet gelegen is in enig overstromingsgevoelig gebied van eender welke aard dan ook: “De bezwaarindieners voegen ook het overstromingsrapport toe (op datum van 6 maart 2024) waaruit ontegensprekelijk blijkt dat hun perceel een score A krijgt, hetgeen betekent dat er géén overstroming is gemodelleerd […]. Aangezien het perceel van bezwaarindieners op geen enkele wijze als overstromingsgevoelig wordt aangeduid, is het volstrekt onaanvaardbaar dat hun perceel tóch wordt opgenomen in de aanduiding van het WORG.” 3.
  16. Op 19 juli 2024 beslist de Vlaamse regering, met toepassing van artikel 7 van het besluit van 15 juni 2018, tot de definitieve aanduiding van 139 watergevoelige openruimtegebieden, waaronder het WORG ‘Ossegoor’ in Malle. Dit is het bestreden besluit dat onder meer op de volgende motieven is gesteund: X-18.909-7/16 “- Het pluviale model toont voornamelijk in het noorden van het gebied een (middel)grote overstromingskans. In het zuiden van het noordelijke deelgebied is er eveneens een middelgrote kans op overstromingen gemodelleerd. Elders in het noordelijke deelgebied is beperkt een kleine kans op overstromingen of een kleine kans op overstromingen onder klimaatverandering berekend. In het zuidelijke gebied is vooral het centrum en het westen van het gebied kwetsbaar voor pluviale overstromingen met een middelgrote tot kleine kans of een kleine kans op overstromingen onder klimaatverandering. Het overstromingsmodel van het Groot Schijn r[ei]kt niet tot dit bovenstrooms gebied, waardoor het fluviale overstromingsrisico hier niet gekend is. - Vrijwaring van het gebied voor verdere bebouwing is aangewezen en ondersteunt de uitvoering van acties uit het stroomgebiedbeheerplan 2022- 2027 ter realisatie van bijkomende waterberging. - Er bestaat een conflict tussen de verdere realisatie van de bestemming en de belangen van het watersysteem. […].” Hierna volgt een weergave van het grafisch plan bij dit besluit – het perceel van eerste verzoeker wordt er ter verduidelijking met een blauw kruis op aangeduid: X-18.909-8/16 X-18.909-9/16 IV. Onderzoek van het eerste middel Standpunt van de partijen
  17. De verzoekende partijen voeren de schending aan van artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, VCRO en van het materiëlemotiveringsbeginsel, het redelijkheidsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel: “Doordat de bestreden beslissing geen rekening houdt met het bezwaarschrift ingediend door de verzoekende partijen; En doordat de bestreden beslissing geen rekening houdt met de relevante overstromingskaarten en de feitelijke toestand van het perceel; En doordat de bestreden beslissing geen afdoende motivering bevat, kennelijk onredelijk is én geen rekening houdt met het zorgvuldigheidsbeginsel; Terwijl artikel 5.6.8, §1, tweede lid VCRO duidelijke criteria vastlegt waarmee de verwerende partij rekening dient te houden bij de aanduiding van een gebied als WORG; En terwijl de ingeroepen beginselen van behoorlijk bestuur vereisen dat de verwerende partij een zorgvuldig, redelijk en afdoende gemotiveerd besluit neemt; Zodat de bestreden beslissing de hogervermelde bepalingen en beginselen schendt.” In hun toelichting bij het middel zetten zij uiteen dat op basis van de relevante kaarten waarvan de verwerende partij toepassing moet maken, geen sprake is van enige overstromingsgevoeligheid op hun perceel. Deze kaarten werden door de verwerende partij kennelijk niet in acht genomen, ook niet na een uitdrukkelijke verwijzing daarnaar in het bezwaarschrift van de verzoekende partijen. Bovendien wordt nergens in het bestreden besluit enig antwoord verstrekt op het bezwaar dat de verzoekende partijen hebben ingediend. Uit de motieven van de bestreden beslissing kan op geen enkele manier worden afgeleid waarom hun bezwaar niet kon worden gevolgd. Het niet bespreken van het bezwaarschrift van de verzoekende partijen klemt des te meer nu een ander perceel met zeer gelijkaardige karakteristieken naar aanleiding van het openbaar onderzoek uit het WORG werd gelaten, terwijl voor dat perceel een “zeer kleine kans op overstromingen” geldt en het perceel van de verzoekende partijen nochtans X-18.909-10/16 in het geheel niet is aangemerkt als overstromingsgevoelig en dus onder een nog gunstiger statuut valt.
  18. De verwerende partij repliceert dat artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, VCRO niet met zich meebrengt dat enkel rekening mag worden gehouden met de watertoetskaart en de overstromingsgevaarkaarten om het waterbergend vermogen van het gebied te beoordelen. De verwerende partij kan ook rekening houden met andere elementen. In de bestreden beslissing worden duidelijk de motieven weergegeven voor de aanduiding van het gebied als WORG. Daarnaast blijkt uit de toelichtingsfiche ook waarom het perceel van de verzoekende partijen in het WORG is opgenomen, met name door de directe ligging aan de Moffenvenbeek. Door rekening te houden met deze ligging, werd terdege rekening gehouden met de feitelijke toestand van het perceel van de verzoekende partijen. De verwerende partij vervolgt dat, wanneer een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, hij dit antwoord moet kunnen vinden in een stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is. Dit is hier het geval. Het enkele feit dat het perceel van de verzoekende partijen niet nominatim wordt vermeld, doet hieraan geen afbreuk. Uit het dossier blijkt duidelijk dat het betreffende perceel is opgenomen om reden van de directe ligging aan de Moffenvenbeek. Daarnaast blijkt uit het dossier ook waarom de fluviale kaarten blanco zijn. De andere percelen waarnaar de verzoekende partijen verwijzen, zijn niet onmiddellijk langs de Moffenvenbeek of het Groot Schijn gelegen. Gecombineerd met de andere gegevens waarover de verwerende partij beschikt, heeft dit geleid tot de weglating van die percelen uit het WORG. Het is op basis van de bestreden beslissing zeer helder waarom bepaalde percelen wel, en andere niet, in het WORG worden opgenomen.
  19. De verzoekende partijen repliceren dat de verplichting om rekening te houden met het waterbergend vermogen van het gebied en de overstromingsgevoeligheid, onder meer op basis van de watertoetskaart en de X-18.909-11/16 overstromingsgevaarkaarten, geen facultatieve toetsingsgrond uitmaakt. Luidens artikel 5.6.8, § 1, tweede lid, VCRO “houdt” de Vlaamse regering daar rekening mee, wat wil zeggen dat zij verplicht is daarmee rekening te houden. In dit geval staat vast dat geen rekening werd gehouden met de relevante kaarten, zodat de vaststelling van de bestreden beslissing niet op correcte wijze is gebeurd. Met de verwijzing naar de ligging aan de Moffenvenbeek wordt verwezen naar de startbeslissing die al dateert van 2017, zonder enige actualisering of aanvullend onderzoek. Deze verantwoording volstaat dan ook niet om tot de bestreden beslissing te komen. De feitelijke toestand houdt bovendien meer in dan louter de ligging aan de waterloop en heeft ook betrekking op onder meer de bestaande bebouwing in de omgeving. De ligging aan een voldoende uitgeruste weg is daarbij een relevant te beoordelen element. Ook het feit dat er nog nooit wateroverlast of overstromingen op het perceel werden vastgesteld, is van evident belang. Aan de overzijde van de beek werden bovendien inmiddels woningen geplaatst, waar zich kennelijk evenmin problemen stellen. Hoe dan ook werd het bezwaar van de verzoekende partijen, in tegenstelling tot wat de verwerende partij voorhoudt, op geen enkele wijze betrokken in de besluitvorming. De andere percelen waarnaar in het verzoekschrift zijn verwezen, zijn gelegen aan een andere waterloop, met name het Groot Schijn. Anders dan de verwerende partij aanvoert, lijkt het uitgangspunt dus veeleer hetzelfde te zijn als wat geldt voor het perceel van de verzoekende partijen. Beoordeling
  20. Artikel 5.6.8, § 1, VCRO bepaalt dat de Vlaamse regering gebieden waar een conflict bestaat tussen de verdere realisatie van de bestemming X-18.909-12/16 en de belangen van het watersysteem, kan aanduiden als watergevoelig openruimtegebied. Bij de aanduiding “houdt de Vlaamse Regering rekening met”, onder meer, “het waterbergend vermogen van het gebied en de overstromingsgevoeligheid, onder meer op basis van de watertoetskaart en de overstromingsgevaarkaarten” (2°), en “de bezwaren en opmerkingen die geformuleerd zijn tijdens het openbaar onderzoek” (5°).
  21. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren, volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
  22. Te dezen wordt niet betwist dat, wat het perceel van de verzoekende partijen betreft, een eventuele overstromingsgevoeligheid niet blijkt uit de beschikbare kaarten. Dat was ook de essentie van het bezwaar dat de verzoekende partijen in het kader van het openbaar onderzoek hebben geformuleerd. Zij hielden meer bepaald voor dat het betrokken perceel op geen enkele wijze als overstromingsgevoelig wordt aangeduid, zodat het onaanvaardbaar zou zijn dat dit perceel tóch zou worden opgenomen in de aanduiding van het WORG.
  23. De bestreden beslissing bevat geen verwijzing naar het bezwaar dat ten aanzien van het betrokken perceel werd geformuleerd. Er wordt weliswaar aangegeven dat de “fluviale modellen […] per waterloop opgesteld [zijn] en soms niet beschikbaar [zijn] bij kleinere waterlopen” en ook dat “het klimaatscenario niet in alle fluviale modellen beschikbaar” is. X-18.909-13/16 Voor het overige wordt in de toelichtingsfiche enkel vermeld dat “[d]e onmiddellijke ligging langs de Moffenvenloop/Groot Schijn […] een reële overstromingskans bij extreme neerslag [impliceert]”. Daarmee wordt louter bevestigd wat bij de startbeslissing voor het signaalgebied ‘Moerbeeklaan- Ossegoor Malle’ reeds was aangenomen.
  24. Zodoende blijkt niet om welke redenen de verwerende partij heeft aangenomen dat, ook al zijn er geen kaarten beschikbaar die op enig overstromingsgevaar wijzen, het in het licht van artikel 5.6.8 VCRO aangewezen is om het betrokken perceel aan te duiden als watergevoelig openruimtegebied. De loutere overweging dat “[d]e onmiddellijke ligging langs de Moffenvenloop/Groot Schijn […] een reële overstromingskans bij extreme neerslag [impliceert]” volstaat daartoe niet, vermits die “reële overstromingskans bij extreme neerslag” niet nader wordt onderbouwd. Daarbij komt dat uit de startbeslissing van 31 maart 2017 blijkt dat “[d]e basiskaart hydrografisch netwerk werd opgesteld volgens het principe dat alle waterlopen met een potentieel significant overstromingsrisico en waterlopen die water afvoeren van waterlopen met een overstromingsrisico meegenomen worden” en dat “[w]anneer er geen gemodelleerde overstromingsgevaarkaarten beschikbaar zijn, […] enkel de kaart van de Recent Overstroomde Gebieden (ROG) [wordt] weergegeven”.
  25. Het middel is in de aangegeven mate gegrond. V. Omvang van de vernietiging
  26. Wat de omvang van de uit te spreken vernietiging betreft, ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan de partijen, meer bepaald dat het perceel van de verzoekende partijen afsplitsbaar is van de rest van het betrokken X-18.909-14/16 WORG en dat een vernietiging die tot dit perceel beperkt is, volledig tegemoetkomt aan het belang van de verzoekende partijen. BESLISSING
  27. De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2024 houdende de definitieve aanduiding van het watergevoelig openruimtegebied ‘Ossegoor’ in Malle in de mate dat het betrekking heeft op het perceel dat kadastraal bekend is als afdeling 1, sectie B, nr. 577/e. De Raad van State verwerpt het beroep voor het overige.
  28. Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het gedeeltelijk vernietigde besluit.
  29. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 600 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. X-18.909-15/16 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Stephan De Taeye, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.909-16/16 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.659 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.