id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 12 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.672 Rolnummer: A. 243375/X-18901 Zaak: Arrest 266672 - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) - 12/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-27 Raadplegingen: 33 - laatst gezien 2026-06-18 11:32 Fiche Arrest nr 266.672 van 12 mei 2026 Ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu en aanverwante aangelegenheden - Varia (ruimtelijke ordening, stedenbouw, leefmilieu) Beslissing : Vernietiging bekendmaking Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK Xe KAMER nr. 266.672 van 12 mei 2026 in de zaak A. 243.375/X-18.901 In zake :
- de NV W.
- de NV T.B. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Ciska Servais en Yannick Ballon kantoor houdend te 2600 Antwerpen Posthofbrug 6/1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Zandvoordestraat 444 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 1 november 2024, strekt tot de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2024 houdende de definitieve aanduiding van het watergevoelig openruimtegebied ‘Breeveld’ in Brakel. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 262.485 van 26 februari 2025 is de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing verworpen. De verzoekende partijen hebben een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. X-18.901-1/14 De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een verslag opgesteld. De verzoekende partijen hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 24 april
- Staatsraad Patricia De Somere heeft verslag uitgebracht. Advocaat Yannick Ballon, die verschijnt voor de verzoekende partijen, en advocaat Kevan Aspeslagh, die loco advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Ronny Vercruyssen heeft een met dit arrest andersluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten 3.
- De eerste verzoekende partij is eigenaar van een perceel gelegen te Brakel, deels gelegen binnen het gebied van het bestreden watergevoelig openruimtegebied (WORG) ‘Breeveld’. De tweede verzoekende partij exploiteert dit perceel als grondwaterwinningsgebied. Overeenkomstig het bij koninklijk besluit van 24 februari 1977 vastgestelde gewestplan ‘Oudenaarde’ is het WORG gelegen in X-18.901-2/14 ‘woonuitbreidingsgebied’. Volgens het bij ministerieel besluit van 6 april 1989 goedgekeurde bijzonder plan van aanleg ‘4 Breeveld’, is het WORG bestemd tot ‘zone voor ambachtelijke bedrijven’ en ‘bufferzone’ en omvat het een aanduiding als erfdienstbaarheid. 3.
- Overeenkomstig artikel 5.6.8 van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna: VCRO), ingevoegd bij decreet van 8 december 2017 ‘houdende wijziging van diverse bepalingen inzake ruimtelijke ordening, milieu en omgeving’, kan de Vlaamse regering gebieden waar een conflict bestaat tussen de verdere realisatie van de bestemming en de belangen van het watersysteem aanduiden als watergevoelig openruimtegebied (WORG). De te volgen procedure wordt nader bepaald in het besluit van de Vlaamse regering van 15 juni 2018 ‘houdende nadere regels voor de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden’ (hierna: het besluit van 15 juni 2018). 3.
- In ‘Bijlage II: toelichtingsfiche’ bij het bestreden besluit wordt het voortraject van de aanduiding van een gebied als WORG geschetst als volgt: “1.
- Voortraject In uitvoering van het Decreet Integraal Waterbeleid keurde de Vlaamse Regering op 30 januari 2009 de 11 bekkenbeheerplannen voor de periode 2008-2013 goed (VR 2009 3001 DOC. 0100). Deze waterbeheerplannen vormden het kader voor een heel gamma aan maatregelen m.b.t. het integraal waterbeheer. In elk van die 11 beheerplannen was een actie (A7) opgenomen om de bestemming te toetsen van een aantal zones gelegen in actueel of potentieel waterbergingsgebied of in waterconserveringsgebied. De bekkensecretariaten kregen binnen de Coördinatiecommissie Integraal Waterbeleid (CIW) de taak om deze screening uit te voeren voor de 11.400 ha onbebouwde harde bestemmingen van het gewestplan die overlappen met deze voor het watersysteem belangrijke gebieden. Vanaf 2009 onderwierpen de bekkenstructuren deze gebieden aan een grondige analyse die o.a. dienst moest doen als onderbouwde input voor ruimtelijke planningsprocessen. Deze gebieden kregen de naam ‘signaalgebied’; het gaat om nog niet ontwikkelde gebieden waar een tegenstrijdigheid kan bestaan tussen de geldende bestemmingsvoorschriften en het belang van dit gebied voor het watersysteem. In een eerste fase werden in 2009-2010 de meest relevante en prioritaire gebieden verspreid over gans Vlaanderen afgebakend, op basis van hun oppervlakte, omvang van de waterproblematiek en ontwikkelingsdruk. […] X-18.901-3/14 In 2013 besliste de Vlaamse Regering (VR 2013 2903 DOC. 0303-1) om deze signaalgebieden grondiger aan te pakken om het waterbergend vermogen van Vlaanderen te vrijwaren. Voor elk gebied waarvan blijkt dat het ontwikkelen volgens de huidige bestemming het overstromingsrisico verhoogt, werkte de CIW aan bijkomende voorwaarden of een alternatief ontwikkelingsperspectief. In die ontwerp-startbeslissingen werd ook gezocht naar het best in te zetten instrumentarium en de bijhorende initiatiefnemende overheid. […] In de startbeslissingen die de Vlaamse Regering voor elk signaalgebied goedkeurde, werd na grondige analyse een vervolgtraject en een gebiedsgericht ontwikkelingsperspectief bepaald dat rekening houdt met het watersysteem en waarbij minstens het waterbergend vermogen behouden blijft. In die beslissingen zijn volgende zaken vastgelegd: • het ontwikkelingsperspectief van het signaalgebied; • het bestuur dat initiatief moet nemen; • het instrument dat gebruikt moet worden om het ontwikkelingsperspectief te realiseren. […] Er worden twee categorieën van vervolgtrajecten onderscheiden: • Verscherpte watertoets. De geldende harde bestemming blijft behouden, maar er kunnen in het kader van de watertoets wel extra voorwaarden opgelegd worden voor de ontwikkeling van het gebied. • Bouwvrije opgave. Delen van het signaalgebied moeten bouwvrij blijven en moeten bijgevolg een andere bestemming krijgen. […].” 3.
- Op 8 mei 2015 keurt de Vlaamse regering de startbeslissing voor het signaalgebied ‘WUG afwaarts Nederbrakel – Breeveld’ te Brakel goed, waar onder punt 3 ‘Keuze ontwikkelingsperspectief, instrument en initiatiefnemer’ staat vermeld: “C: Nieuwe functionele invulling voor de zone met middelgrote tot grote overstromingskans o Huidige bestemming BPA beantwoordt niet volledig aan het bestaande overstromingsgevaar o Het aanbrengen van verhardingen of ophoging binnen de zones met overstromingsgevaar of binnen ROG moet zoveel mogelijk vermeden worden, en minstens beantwoorden aan de principes van overstromingsveilig bouwen. A: randvoorwaarden via watertoets voor het gedeelte gelegen buiten ROG en overstromingsgevaarkaart Instrument: RUP Een nieuw ruimtelijk uitvoeringsplan kan een evenwicht zoeken tussen de noden vanuit het watersysteem en de ontwikkelingsbehoeften in het gebied (recreatie e.d.). X-18.901-4/14 Initiatiefnemer: gemeente.” De conclusie voor het signaalgebied luidt: “Nieuwe functionele invulling van het gebied wordt gerealiseerd door middel van een gemeentelijk RUP dat het bestaande BPA Breeveld (gedeeltelijk) herziet. Hierbij worden de noden van het watersysteem en de ontwikkelingsbehoeften binnen het gebied op elkaar afgestemd, waarbij de overstromingskans richtinggevend is. In afwachting van het in werking treden van dit RUP, dient elke ontwikkeling van het gehele gebied in overeenstemming te zijn met het algemeen beoordelingskader van de[…] omzendbrief [Omzendbrief LNE/2013/1 betreffende richtlijnen voor toepassen van de watertoets voor de vrijwaring van het waterbergend vermogen in signaalgebieden].” 3.
- Op 1 juli 2022 keurt de Vlaamse regering de stroomgebiedbeheerplannen voor Schelde en Maas voor de periode 2022-2027 goed, met het bijhorende maatregelenprogramma. Hierin is onder meer de actiefiche 6_A_0022 ‘Gevolg geven aan de startbeslissingen van de Vlaamse regering inzake signaalgebieden door herbestemming van de noodzakelijke deelgebieden via de aanduiding van watergevoelige openruimtegebieden of via ruimtelijke uitvoeringsplannen’ opgenomen. 3.
- De Vlaamse regering keurt op 23 november 2023 de voorlopige aanduiding van het WORG ‘Breeveld’ in Brakel goed. In ‘Bijlage II: toelichtingsfiche’ onder punt 4 ‘Advies lokaal bestuur’ staat vermeld: “Op 24 mei 2018 werd een ontwerp-afbakening door het CIW overgemaakt aan de betrokken colleges van burgemeester en schepenen. Op 27 juni 2018 besliste het college van burgemeester en schepenen van Brakel om het voorstel van afbakening voorwaardelijk gunstig te adviseren: ‘Het college verleent een voorwaardelijk gunstig advies; rekening houdend met onderstaande bepalingen: - In het RUP Breeveld werd rekening gehouden met het aanwezige signaalgebied; enkele hardere functies werden verschoven buiten dit signaalgebied en de voorschriften werden aangepast naar de watergevoeligheid van het gebied. - De vergunde en reeds ingerichte terreinen in de zone voor sport en spel (art.24) van het BPA nr. 4 Breeveld dienen uitgesloten te worden uit het voorstel van WORG, evenals de zone voor ambachtelijke bedrijven uit dit BPA (art.19); in deze zone wordt gevraagd om rekening te houden met het socio-economisch belang van de aanwezigheid van het bedrijf TOP-bronnen. X-18.901-5/14 Er kunnen voorwaarden opgelegd worden in deze zones via de verscherpte natuurtoets’. In functie van de voorlopige aanduiding als WORG werd de plancontour ten opzichte van de ontwerp-afbakening gewijzigd om rekening te houden met het goedgekeurde RUP en de ingerichte sportterreinen. Gezien het hoge overstromingsrisico wordt de resterende zone voor ambachtelijke bedrijven evenwel behouden binnen de contour van het WORG. Figuur
- Actualisatie ontwerp-afbakening .” 3.
- Van 9 januari 2024 tot 8 maart 2024 wordt de voorlopige aanduiding van het WORG aan een openbaar onderzoek onderworpen. De gemeente Brakel, de gemeentelijke commissie voor ruimtelijke ordening van de gemeente Brakel en de provincie Oost-Vlaanderen brengen een advies uit. Daarnaast worden vijf bezwaren ingediend, onder meer door de verzoekende partijen. 3.
- Op 21 mei 2024 keurt het team Omgevingseffecten van de Vlaamse overheid (hierna: het team Mer) het planmilieueffectrapport voor de aanduiding van watergevoelige open ruimtegebieden (hierna: het plan-MER) goed. X-18.901-6/14 3.
- Op 19 juli 2024 beslist de Vlaamse regering, met toepassing van artikel 7 van het besluit van 15 juni 2018, tot de definitieve aanduiding van 139 watergevoelige openruimtegebieden, waaronder het WORG ‘Breeveld’ in Brakel. Dit is het bestreden besluit. Hierna volgt een weergave van het grafisch plan bij dit besluit, met daarnaast – zoals verduidelijkt in het verzoekschrift – de contouren van het perceel van de eerste verzoekende partij: IV. Onderzoek van het tweede middel Uiteenzetting van het middel
- De verzoekende partijen voeren in een tweede middel de schending aan van, onder meer, het zorgvuldigheidsbeginsel. Zij betogen in essentie dat de bestreden beslissing totaal geen rekening houdt met de economische realiteit en behoefte van de exploitatie van de verzoekende partijen, en is afgeweken van de adviezen van het college van X-18.901-7/14 burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel en de door hen ingediende bezwaren. De verzoekende partijen lichten onder meer toe dat de stelling van de verwerende partij dat de bestaande vergunde waterwinning verdergezet kan worden bij de aanduiding als WORG, strijdig is met de voorwaarden uit de omgevingsvergunning verleend op 1 februari 2024 voor “een hernieuwing van de diepe grondwaterwinningen en verandering door wijziging en uitbreiding” waarin onder meer wordt gesteld dat het water niet vervuild mag worden. Door de aanduiding van het WORG kan een eventuele vervuiling ten gevolge van een overstroming niet worden tegengehouden. Bovendien is de huidige put (gelegen in WORG-gebied) versleten, waardoor een nieuwe put dient te worden geboord, dicht bij de huidige put om zo dezelfde grondwaterlaag te kunnen aanboren. Gelet op de nabijheid van de beek ten westen en de gebouwen ten zuiden, zou de nieuwe put om technische redenen niet anders dan ook in het WORG moeten worden geplaatst. Wanneer het WORG in de toekomst zal overstromen, zal de toezichtsput vanzelfsprekend niet toegankelijk zijn en kunnen geen metingen of onderhoud worden uitgevoerd. Bovendien zijn waterdichte afwerkingen bij dergelijke putten nooit ontworpen om permanent onder water te staan. De verzoekende partijen kunnen niet verzekeren dat de watervoerende laag nooit vervuild zal worden door insijpeling van vervuild oppervlaktewater. In dit geval zal de grondwaterwinning moeten worden stopgezet. Door hiermee geen rekening te houden, schendt de verwerende partij het zorgvuldigheidsbeginsel. De verwerende partij heeft niet alle relevante gegevens en de betrokken belangen zorgvuldig geïnventariseerd en met elkaar afgewogen. De economische gevolgen van de beslissing tot aanduiding van het WORG zijn erg groot. Uit het antwoord op hun bezwaarschrift is niet te begrijpen hoe zij nog steeds kunnen voldoen aan hun verkregen milieuvergunning en hoe zij hun activiteit van waterontginning verder kunnen ontplooien. Dit geldt des te meer nu het college van burgemeester en schepenen van de gemeente Brakel reeds in 2018 en 2024 uitdrukkelijk heeft gevraagd om rekening te houden met de economische realiteit van de verzoekende partijen. De economische realiteit en de impact van het WORG op de exploitatie van de verzoekende partijen werd zeer uitgebreid uiteengezet in het bezwaarschrift, terwijl het antwoord daarop in het X-18.901-8/14 bestreden besluit totaal ongemotiveerd is. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt nochtans de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is.
- De verwerende partij stelt in de memorie van antwoord dat uit de bestreden beslissing, evenals uit het administratief dossier blijkt dat de definitieve aanduiding als WORG van het betrokken gebied kadert binnen de doelstelling van het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen om het fysisch systeem structurerend te maken en met name om voldoende open ruimte te behouden om van Vlaanderen opnieuw een spons te maken of om het waterbergend vermogen van deze gebieden te behouden. Hiermee kon (en moest) de verwerende partij meer rekening houden bij de afweging van een (overigens) toekomstig economisch belang. Anders dan de verzoekende partijen voorhouden komt volgens de verwerende partij de exploitatie van de waterbron en van de bottelarij helemaal niet in het gedrang. Des te meer is dit het geval nu de bestaande omgevingsvergunningen (met uitzondering van deze tot verkavelen) blijven gelden en kunnen worden uitgevoerd. Er kan evenmin worden ingezien waarom de definitieve aanduiding als WORG nu plotseling meer overstromingen zou veroorzaken, waardoor de exploitatie of de naleving van de omgevingsvergunning onmogelijk zou worden. De verwerende partij vervolgt dat uit de aanhef van het bestreden besluit ten volle blijkt dat de bezwaren zowel van de gemeente Brakel als van de verzoekende partijen zelf, afdoende werden ontmoet en weerlegd. Het wordt door de verzoekende partijen niet anders aangetoond.
- De verzoekende partijen benadrukken in de memorie van wederantwoord dat “[m]et deze summiere vaststelling” in de memorie van antwoord de verwerende partij toegeeft dat er gewoon geen rekening is gehouden met de economische belangen die in het gedrang komen. De nieuwe geldende stedenbouwkundige voorschriften impacteren wel degelijk hic et nunc de bedrijvigheid en de exploitatie van de verzoekende partijen. X-18.901-9/14 Beoordeling
- Artikel 5.6.8, § 1, VCRO bepaalt dat de Vlaamse regering gebieden waar een conflict bestaat tussen de verdere realisatie van de bestemming en de belangen van het watersysteem, kan aanduiden als watergevoelig openruimtegebied. De tweede paragraaf van dit artikel bepaalt: “§
- De Vlaamse Regering onderwerpt de voorgenomen aanduiding aan een openbaar onderzoek dat zestig dagen duurt, en wint advies in bij de bevoegde waterbeheerders, bij de deputatie, bij de gemeenteraden en de gemeentelijke commissies voor ruimtelijke ordening van de gemeenten waar de voor aanduiding gebieden in kwestie liggen. De Vlaamse Regering bepaalt de nadere regels voor dat openbaar onderzoek en die consultatie. […].” Overeenkomstig artikel 5.6.8, § 3, VCRO gelden de volgende voorschriften voor WORG’s: “§
- Binnen de aangeduide watergevoelige openruimtegebieden zijn waterbeheer, natuurbehoud, bosbouw, landschapszorg, landbouw en recreatie nevengeschikte functies. Voor zover de ruimtelijk-ecologische draagkracht en de waterbeheersfunctie van het gebied niet worden overschreden, zijn alleen de volgende handelingen die nodig of nuttig zijn voor de functies, vermeld in het eerste lid, toegelaten: 1° het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur, gericht op de sociale, educatieve of recreatieve functie van het gebied, waaronder sanitaire gebouwen of schuilplaatsen van één bouwlaag met een oppervlakte van ten hoogste 100 m[²], met uitsluiting van elke verblijfsaccommodatie; 2° het aanleggen, herstellen, heraanleggen of verplaatsen van openbare wegen en nutsleidingen. Openbare wegen en nutsleidingen kunnen aangelegd of verplaatst worden voor zover dat noodzakelijk is voor de kwaliteit van het leefmilieu, het beheer van het landschap, het herstel en de ontwikkeling van de natuur en het natuurlijk milieu, de openbare veiligheid of de volksgezondheid; 3° het aanbrengen van kleinschalige infrastructuur, gericht op het gebruik van het gebied voor landbouw of hobbylandbouw; 4° handelingen die nodig of nuttig zijn om overstromingen te beheersen of om wateroverlast buiten de natuurlijke overstromingsgebieden te voorkomen; X-18.901-10/14 5° handelingen voor natuurbehoud en landschapszorg. De mogelijkheden om af te wijken van stedenbouwkundige voorschriften of om rekening te houden met ontwerpen van stedenbouwkundige voorschriften, vermeld in titel IV, hoofdstuk 4, zijn van overeenkomstige toepassing in de aldus aangeduide gebieden.”
- Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt onder meer in dat de overheid haar besluiten op een zorgvuldige wijze moet voorbereiden door de relevante gegevens en de betrokken belangen te inventariseren en deze gegevens en belangen tegen elkaar af te wegen in het licht van het doel van het besluit. Uit de verplichting om een openbaar onderzoek te organiseren volgt de verplichting om de ingediende bezwaren met gepaste zorgvuldigheid te onderzoeken en, wanneer ze niet worden gevolgd, om afdoende te laten begrijpen waarom dat niet het geval is. Indien een bezwaarindiener op zijn bezwaar geen rechtstreeks antwoord krijgt, volstaat het dat hij dit antwoord vindt in een stellingname die begrijpelijk op het bezwaar van toepassing is.
- In de mate dat de verzoekende partijen stellen dat de exploitatie van de bestaande, vergunde grondwaterwinning niet zal kunnen worden voortgezet als gevolg van de aanduiding als WORG, stelt de Raad van State vast dat de verwerende partij in het bestreden besluit gelijkluidende bezwaren heeft beantwoord als volgt: “
- De gemeente Brakel brengt een ongunstig advies uit over de voorlopige aanduiding, aangezien de contour niet tegemoet komt aan het advies van 2018 van het college van burgemeester en schepenen, waarin wordt gevraagd om rekening te houden met het socio-economisch belang van het bedrijf TOP-bronnen en het ingerichte terrein voor ambachtelijke bedrijven (art. 19) uit het watergevoelige openruimtegebied te sluiten. De Vlaamse Regering beantwoordt dit advies door te duiden dat de aanduiding van de watergevoelige openruimtegebieden vertrekt van de beleidsdoelstelling om deze overstromingsgevoelige gebieden te vrijwaren van verdere bebouwing. Het is niet wenselijk om op dit perceel bijkomende bebouwing toe te laten zoals voorzien. De bestaande vergunde waterwinning kan verdergezet worden bij de aanduiding als watergevoelige openruimtegebied. […]
- Een bezwaarindiener vraagt in zijn bezwaar om een verdere aanpassing te doen van het bestaande gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan Breeveld X-18.901-11/14 door deze in te kleuren als waterwingebied. Daarnaast wordt er gevraagd om bijkomende percelen aan te duiden om geen bijkomende verharding/bebouwing toe te laten. Het volledige signaalgebied moet opnieuw bekeken worden. Dit om verdere exploitatie van het drinkwaterbedrijf niet in gevaar te brengen. De Vlaamse Regering beantwoordt dit advies door te duiden dat de aanduiding van de watergevoelige openruimtegebieden vertrekt van de beleidsdoelstelling om deze overstromingsgevoelige gebieden te vrijwaren van verdere bebouwing. In het bezwaar wordt verder gesteld dat het signaalgebied in zijn totaliteit opnieuw bekeken moet worden met oog op de functie van de bestaande exploitatie van grondwaterwinning. Het is niet wenselijk om op dit perceel bijkomende bebouwing toe te laten zoals voorzien. De bestaande vergunde waterwinning kan verdergezet worden bij de aanduiding als watergevoelige openruimtegebied. […]
- Een bezwaarindiener stelt dat het inrichten van een overstromingszone op het perceel een directe impact zal hebben op de bijzondere milieuvergunningsvoorwaarden van zijn exploitatie (drinkwaterwinning). De bestaande en oude putten kunnen door overstromingen vervuild geraken. Daarnaast zorgt het watergevoelige openruimtegebied ervoor dat de aanleg van dammen en dijken niet mogelijk zijn, wat ervoor zal zorgen dat er niet voldaan kan worden aan het beschermen van de grondwaterwinning (beschermen van putten tegen overstromingen). De Vlaamse Regering beantwoordt dit bezwaar door te duiden dat aan de aanduiding als watergevoelige openruimtegebied geen inrichtingswerken of andere projecten verbonden zijn. Enkel de planologische bestemming wordt gewijzigd. Deze aanduiding heeft dan ook geen wijziging van de overstromingsgevoeligheid van het perceel tot gevolg. Het perceel heeft volgens de overstromingsmodellen een grote overstromingskans. De Vlaamse Regering wenst daarom deze overstromingsgevoelige gebieden te vrijwaren van verdere bebouwing en bijkomende constructies die de waterbeheersfunctie kunnen beïnvloeden. Bestaande stedenbouwkundige en milieuvergunningen blijven behouden, met uitzondering van verkavelingsvergunningen.” Uit deze antwoorden valt weliswaar af te leiden dat de verwerende partij affirmeert dat de bestaande omgevingsvergunningen behouden blijven, doch hieruit blijkt niet wat de rechtstoestand van de verzoekende partijen zal zijn eenmaal de omgevingsvergunning, die aan de tweede verzoekende partij is verleend op 1 februari 2024, afloopt op 16 oktober
- Voorts hebben de verzoekende partijen er in hun bezwaarschrift tijdens het openbaar onderzoek op gewezen dat de grondwaterput ‘KB4’ binnen het WORG is gelegen, evenals “tal van peilputten [en] diverse oudere, buiten X-18.901-12/14 gebruik gestelde grondwaterputten (doch nog steeds met gevaar te kunnen inlopen)”, dat overstromingen te allen tijde dienen te worden voorkomen nu “dit een vervuiling/contaminatie van de watervoerende laag resp. waterbron tot gevolg zal hebben”, en in een dergelijke scenario niet kan worden voldaan aan de bijzondere milieuvoorwaarden zoals opgelegd in de omgevingsvergunning, noch aan “de ‘code van goede praktijk’ voor boringen en het exploiteren en afsluiten van boorputten voor grondwaterwinning (cfr. Bijlage 5.53.1 van VLAREM II […])”. Voorts, dat “[p]utten of waterlagen die gecontamineerd zijn, dienen schoongespoeld te worden tot de gewenste kwaliteit terug bereikt wordt en waarbij niet kan gegarandeerd worden dat de initiële kwaliteit terug bereikt wordt”. Zij wensen “waterkerende werken zoals de aanleg van dammen/dijken te kunnen uitvoeren […] wat zich niet laat verstaan met de afbakening als WORG, resp. de voorschriften van artikel 5.6.8, §3, VCRO”.
- Het bestreden besluit gaat ten onrechte niet in op de hiervoor aangehaalde concrete elementen uit het bezwaarschrift van de verzoekende partijen. De verwerende partij overtuigt er niet van dat zij de op het spel staande belangen voldoende nauwkeurig heeft geïnventariseerd en afdoende heeft laten begrijpen waarom de bezwaren van de verzoekende partijen niet zijn gevolgd.
- Uit wat voorafgaat, blijkt een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel.
- Het tweede middel is in de aangegeven mate gegrond. BESLISSING
- De Raad van State vernietigt het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2024 houdende de definitieve aanduiding van het watergevoelig openruimtegebied ‘Breeveld’ in Brakel. X-18.901-13/14
- Dit arrest dient bij uittreksel te worden bekendgemaakt op dezelfde wijze als het vernietigde besluit.
- De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van de vordering tot schorsing en het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 800 euro, een bijdrage van 48 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 924 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partijen gezamenlijk. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twaalf mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, Xe kamer, samengesteld uit: Jan Clement, kamervoorzitter, Patricia De Somere, staatsraad, David D’Hooghe, staatsraad, bijgestaan door Silvan De Clercq, griffier. De griffier De voorzitter Silvan De Clercq Jan Clement X-18.901-14/14 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.672 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.262.485 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div