id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 13 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.684 Rolnummer: A. 247926/XIV-40149 Zaak: Arrest 266684 - Overheidsopdrachten - 13/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-13 Raadplegingen: 33 - laatst gezien 2026-06-18 11:42 Fiche Arrest nr 266.684 van 13 mei 2026 Overheidsopdrachten en openbare werken - Overheidsopdrachten Beslissing : Bevolen Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.684 no lien 289306 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK VOORZITTER VAN DE XIVe KAMER nr. 266.684 van 13 mei 2026 in de zaak A. 247.926/XIV-40.149 In zake: de NV E. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Jens Mosselmans, Stef Feyen, Mathijs Van Haver en Daniel Cortez Cazas kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de stad GENT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Gitte Laenen en Robin Depoorter kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: de SA A. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Nathanaëlle Kiekens, Ian Arnouts en Elise Myin kantoor houdend te 1000 Brussel Loksumstraat 25 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering 1. De vordering, ingesteld op 17 april 2026, strekt tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid van de tenuitvoerlegging van “de beslissing van de stad Gent d.d. 2 april 2026 om de opdracht van diensten (‘raamovereenkomst voor de collectieve hospitalisatieverzekering’) te gunnen aan [de SA A.]”. XIV-40.149-1/19 II. Verloop van de rechtspleging 2. Bij beschikking van 20 april 2026 werd, in samenspraak met het aangeduide lid van het auditoraat, de procedurekalender vastgesteld. De verwerende partij heeft een nota en een administratief dossier ingediend. Met een verzoekschrift van 29 april 2026 heeft de SA A. gevraagd om in het administratief kort geding te mogen tussenkomen. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 6 mei 2026 om 11 uur. Staatsraad Inge Vos heeft verslag uitgebracht. Advocaten Stef Feyen en Mathijs Van Haver, die verschijnen voor de verzoekende partij, advocaat Robin Depoorter, die verschijnt voor de verwerende partij en advocaten Ian Arnouts en Elise Myin, die verschijnen voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Thomas Maes heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973. III. Feiten 3.1. De verwerende partij schrijft een overheidsopdracht voor diensten uit met als voorwerp ‘raamovereenkomst voor de collectieve hospitalisatieverzekering’. Zij treedt daarbij bij op als aanbestedende overheid en als aankoopcentrale voor andere entiteiten/aanbestedende overheden. XIV-40.149-2/19 De opdracht beoogt het sluiten van een raamovereenkomst met één deelnemer. Als plaatsingsprocedure wordt gekozen voor de mededingingsprocedure met onderhandeling. De opdracht wordt nationaal en Europees bekendgemaakt. 3.2. Met de selectieleidraad nodigt de aanbestedende overheid geïnteresseerde partijen uit om een aanvraag tot deelneming voor de opdracht in te dienen. 3.3. Drie kandidaten, onder wie de verzoekende partij en de verzoekende partij tot tussenkomst, dienen een aanvraag tot deelneming in. 3.4. Op 16 oktober 2025 beslist het college van burgemeester en schepenen van de verwerende partij om de drie kandidaten te selecteren en uit te nodigen om een offerte in te dienen. 3.5. In het op de opdracht toepasselijke bijzonder bestek wordt het voorwerp ervan als volgt nader omschreven: “Met deze raamovereenkomst wenst de Stad Gent een collectieve hospitalisatieverzekering af te sluiten voor verschillende entiteiten van de Groep Gent en AZ Jan Palfijn en AZ Sint-Lucas. Het gaat om circa 9900 medewerkers (hoofdverzekerden), 3000 gepensioneerden en 6500 nevenverzekerden en 1300 nevenverzekerden van gepensioneerden, voor wat betreft de entiteiten die in ieder geval zullen afnemen van de raamovereenkomst (vaste afnemers; zie hierna II.2 Aanbestedende overheid – Aankoopcentrale). De bedoeling van de Stad Gent is om met deze raamovereenkomst: 1) aan de personeelsleden (de hoofdverzekerden) van de Stad Gent, OCMW Gent en andere entiteiten van de Groep Gent, AZ Sint Lucas en AZ Jan Palfijn (zie hierna II.2) een hospitalisatieverzekering aan te bieden waarop zij op vrijwillige basis kunnen aansluiten. 2) aan de ex-personeelsleden van de entiteiten in punt 1), die op datum van inwerkingtreding van de nieuwe polis gepensioneerd zijn en al aangesloten zijn bij de huidige hospitalisatieverzekering, evenals hun nevenverzekerden (i.e. echtgenoten/levenspartners én kinderen) een hospitalisatieverzekering XIV-40.149-3/19 aan te bieden op eigen kosten. Zij worden mee overgedragen naar de nieuwe polis, tenzij de verzekerde uitdrukkelijk vraagt om dit niet te doen. 3) aan de hoofdverzekerden die op pensioen worden gesteld na inwerkingtreding van de polis, de mogelijkheid te bieden om op eigen kosten de hospitalisatieverzekering zelf verder te zetten. Ingevolge pensionering worden deze hoofdverzekerden dan nevenverzekerden. 4) Aan de echtgenoten/levenspartners en kinderen (nevenverzekerden) van de hoofdverzekerden, de mogelijkheid te bieden om op eigen kosten tot deze polis toe te treden. Reeds aangesloten nevenverzekerden worden mee overgedragen naar de nieuwe polis, tenzij de verzekerde uitdrukkelijk vraagt om dit niet te doen. Stad Gent treedt op als aanbestedende overheid én aankoopcentrale (zie II.2). Er zijn een hele reeks vaste afnemers maar VZW Amal en VZW REGent kunnen optioneel ook toetreden als deelnemers. […]”. De raamovereenkomst heeft een looptijd van 6,5 jaar met ingang van 1 juli 2026. De maximale waarde van de raamovereenkomst over de totale maximale looptijd van 6,5 jaar bedraagt 55 miljoen euro. Het bestek vermeldt als gunningscriteria: ‘Prijs’ (weging 70 punten), ‘Kwaliteit van het dienstverleningsvoorstel (weging 15 punten) en ‘Meerwaarde van het voorstel inzake bijkomende waarborgen/minwaarde voor bijkomende uitsluitingen (weging 15 punten). Het tweede gunningscriterium ‘Kwaliteit van het dienstverleningsvoorstel’ wordt in het bestek als volgt omschreven: “De dienstverlening moet sowieso beantwoorden aan de minimumvereisten beschreven in IV – Technische bepalingen. Het louter beantwoorden aan deze technische bepalingen levert geen punten op. Om de kwaliteit van de dienstverlening die de inschrijver aanbiedt te beoordelen, voegt de inschrijver een nota toe van maximum 15 bladzijden (lettertype 10) waarin hij zijn dienstverlening beschrijft minstens met betrekking tot volgende aspecten (niet limitatief): • Qua dienstverlening ten aanzien van de verzekerden (weging 10 punten): - aan de hand van een stappenplan, de wijze waarop een schadegeval wordt ingediend en afgehandeld; - welke termijnen en doorlooptijden hij toepast bij elke stap (welke SLA’s zijn er?) en snelheid van terugbetaling van pre- en posthospitalisatiekosten en waarborgen ernstige ziekten in het bijzonder; XIV-40.149-4/19 - de informatieverstrekking aan de verzekerden inclusief bereikbaarheid/aanspreekbaarheid van (vaste) dossierbeheerders; - wijze van digitale dienstverlening ten aanzien van verzekerden (webtoepassingen, mail, etc.); - wijze van analoge dienstverlening ten aanzien van de verzekerden (vb. telefonische bijstand, wekelijkse/tweewekelijkse/maandelijkse zitdag in het stadskantoor). • Qua dienstverlening ten aanzien van de verzekeringnemers (weging 5 punten): […] Bij de beoordeling van dit kwalitatieve criterium zal de aanbestedende overheid onder meer rekening houden met het gebruiksgemak, de klantvriendelijkheid van het voorstel en de mate waarin het voorstel SMART (specifiek, meetbaar, acceptabel, realistisch en tijdsgebonden) is. De presentatie van de offerte (cfr. rubriek II.6 hierna) zal meegenomen worden bij de beoordeling van dit kwalitatieve criterium. Die twee subcriteria zullen in eerste instantie allebei gequoteerd worden op 10 punten op basis van onderstaande beoordelingsschaal. Vervolgens wordt de score omgerekend naar de juiste weging. - slecht - van 0/10 tot en met 2/10 -onvoldoende - van 3/10 tot en met 4/10 -voldoende – van 5/10 tot en met 6/10 -goed – van 7/10 tot en met 8/10 - zeer goed – 9/10 -uitmuntend -10/10” Onder punt IV. ‘Technische bepalingen’, bevat het bestek de volgende inleidende bepaling: “De verzekering dient minimaal te beantwoorden aan het basispakket aan voorwaarden en verplichte opties zoals hieronder beschreven. Naast deze verplichte minimumvereisten, mogen de inschrijvers in hun offerte bijkomende waarborgen en risicodekkingen voorstellen evenwel zonder daar een meerprijs aan te koppelen. Met andere woorden moeten deze extra’s zijn inbegrepen in de aangeboden premie. Dit aanbod, zoals eventueel aangepast ingevolge onderhandeling, wordt bindend door de goedkeuring van de definitieve offerte. Tijdens de looptijd van het verzekeringscontract kunnen de voorwaarden door de opdrachtnemer/verzekeraar niet worden aangepast, tenzij een wetswijziging dit noodzakelijk zou maken. De opdrachtnemer heeft tijdens de looptijd van de raamovereenkomst niet het recht om hoofdverzekerden of nevenverzekerden uit te sluiten.” Onder punt IV.12 ‘Basisdienstverlenging’ bepaalt het bestek: XIV-40.149-5/19 “Volgende dienstverlening moet voorzien worden binnen het aangeboden tarief: […] COMMUNICATIE en BEHEER […] Afhandeling schadedossiers, Inbegrepen rechtstreeks met de verzekerde via een online platform voor aangifte en opvolging van aansluiting en schade voor de verzekerden Analoge/telefonische Inbegrepen dienstverlening met dezelfde kwaliteitswaarborgen als de digitale dienstverlenging voor verzekerden die minder digitaal vaardig zijn Mogelijkheid voor verzekerden om Inbegrepen hun onkosten per post in te dienen Mogelijkheid voor verzekerden om Inbegrepen hun onkosten persoonlijk op papier in te dienen via een goed bereikbare brievenbus op grondgebied van Stad Gent Organiseren van een zitdag in het Optioneel stadskantoor ” 3.6. Drie inschrijvers, onder wie de verzoekende partij en de verzoekende partij tot tussenkomst, dienen een eerste offerte in. 3.7. Zowel de verzoekende partij als de verzoekende partij tot tussenkomst wordt vervolgens door de verwerende partij, in toepassing van artikel 76, § 4, van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ en punt II.6 van het bestek, uitgenodigd om een substantiële onregelmatigheid in de initiële offerte te regulariseren. De drie inschrijvers worden ook uitgenodigd tot de presentatie van hun offerte. 3.8. Op 4 en 18 februari 2026 worden nog een aantal vragen gesteld aan de inschrijvers waarna zij op 4 maart 2026 worden uitgenodigd om een finale offerte (BAFO) in te dienen. 3.9. De drie inschrijvers dienen een finale offerte in. XIV-40.149-6/19 3.10. Op 30 maart 2026 wordt een gunningsverslag opgesteld. Daarin wordt de finale offertes van de drie inschrijvers regelmatig bevonden en getoetst aan de gunningscriteria, hetgeen leidt tot de volgende samenvattende puntentabel: ““ Nr. inschrijver [SA A.] [derde [verzoekende inschrijver] partij] 1 Totaalprijs (70 ptn) 64,9 54,35 69,65 Hoofdverzekerden (42 ptn) 40,45 26,35 42 Nevenverzekerden (28 ptn) 24,45 28 27,65 2 Kwaliteit dienstverlening (15 ptn) 14,5 8,5 12 T.a.v. verzekerden (10 ptn) 10 6 8 T.a.v. verzekeringsnemers (5 ptn) 4,5 2,5 4 Extra waarborgen/uitsluitingen 3 13,5 8,5 6 (15 ptn) Totaal 92,9 71,35 87,65 ” Besloten wordt tot gunning van de opdracht aan de SA A. 3.11. Op 2 april 2026 besluit het college van burgemeester en schepenen van de stad Gent om het gunningsverslag goed te keuren en de overheidsopdracht van diensten hospitalisatieverzekering voor medewerkers, gepensioneerden en nevenverzekerden te gunnen aan de SA A. Dit is de bestreden beslissing. 3.12. Met een aangetekend schrijven en e-mailbericht van 2 april 2026 wordt aan de verzoekende partij meegedeeld dat haar offerte niet werd gekozen en wordt haar een kopie bezorgd van de gunningsbeslissing en het gunningsverslag. IV. Tussenkomst 4. De SA A. blijkt voordeel te halen uit de bestreden beslissing en heeft er belang bij dat de vordering wordt afgewezen. Bijgevolg wordt haar verzoek tot tussenkomst ingewilligd. XIV-40.149-7/19 V. Verzoek tot vertrouwelijke behandeling van bepaalde stukken 5. Alle partijen vragen om de vertrouwelijke behandeling van bepaalde door hen neergelegde stukken die zij in de inventaris als vertrouwelijk aanduiden en waarbij zij ook de redenen opgeven waarom zij om die vertrouwelijke behandeling vragen. Er zijn geen gronden aangevoerd door de partijen om het aangevoerde vertrouwelijk karakter ervan, althans in deze fase van het geding, te lichten. In het verzoekschrift tot tussenkomst wordt op verschillende plaatsen geciteerd uit de initiële en finale offerte van de gekozen inschrijver, zodat de tussenkomende partij mag worden geacht zelf het vertrouwelijk karakter van de offertes op deze punten te hebben gelicht. Voorts valt op te merken dat, aangezien de stukken waarvoor men zich op de vertrouwelijkheid beroept volledig werden meegedeeld aan de Raad van State, hij van deze informatie kennis kan nemen en deze in zijn beoordeling kan betrekken. VI. Herinnering aan de schorsingsvoorwaarden 6. Krachtens artikel 17, §§ 1, 5 en 6, van de gecoördineerde wetten op de Raad van State, gelezen in samenhang met de artikelen 15 en 31 van de wet van 17 juni 2013 ‘betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies’ (hierna: wet van 17 juni 2013), moet enkel worden onderzocht of in de voorliggende vordering tot schorsing die is ingesteld volgens de procedure bij uiterst dringende noodzakelijkheid, een ernstig middel waarvan het onderzoek zich leent voor een versnelde behandeling of een klaarblijkelijke onwettigheid wordt aangevoerd. XIV-40.149-8/19 VII. Onderzoek van de middelen Tweede middel Standpunt van de partijen 7. In het tweede middel voert de verzoekende partij de schending aan van artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 ‘plaatsing overheidsopdrachten in de klassieke sectoren’ (hierna: koninklijk besluit van 18 april 2017) en het beginsel patere legem quam ipse fecisti. De verzoekende partij vat (haar uiteenzetting bij) het middel als volgt samen: “Substantiële onregelmatigheid. Doordat de BAFO van [de SA A.] niet voldoet aan de minimumvereisten van het bestek (minstens wat de verplichte brievenbus op het grondgebied van de stad Gent […] betreft), had de aanbestedende overheid de offerte van [de SA A.] substantieel onregelmatig moeten verklaren. Doordat de offerte van [de SA A.] hierin regelmatig wordt bevonden, schendt de bestreden beslissing artikel 76 KB Plaatsing, in samenhang gelezen met het adagium patere legem.” 8. De verwerende partij vat haar verweer in de nota met opmerkingen als volgt samen: “Verwerende Partij betwist dat de offerte van [de SA A.] substantieel onregelmatig zou zijn wegens het ontbreken van een ‘goed bereikbare brievenbus’ op het grondgebied van de Stad Gent. Zij stelt dat het essentieel karakter van de besteksvereiste functioneel moet worden benaderd: de doelstelling is dat verzekerden persoonlijk en op papier hun onkosten kunnen indienen in Gent. [De SA A.] voorziet wekelijkse consultatiemomenten in de kantoren van de Stad Gent, zodat verzekerden hun onkosten persoonlijk op papier kunnen indienen, wat verder gaat dan een loutere brievenbus aangezien dit ook begeleiding bij het indienen van de claims biedt. De vereiste moet in het licht van de wensen en de doelstelling van Verwerende Partij gelezen te worden. Niet elke technische vereiste vormt een ‘minimale eis’ in de zin van artikel 76 KB Plaatsing. Het begrip moet als een essentiële bestekbepaling worden XIV-40.149-9/19 begrepen, waarbij de aanbestedende overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid beschikt. Nu de functionele doelstelling bereikt is, kan van een substantiële onregelmatigheid geen sprake zijn.” 9. De tussenkomende partij vat haar argumentatie als volgt samen in haar verzoekschrift tot tussenkomst: “Wat betreft de kritiek dat [de SA A.] geen verplichte brievenbus op het grondgebied van de stad Gent zou hebben aangeboden, is dit feitelijk niet correct. De verzoekende partij bezondigt zich ter zake sowieso aan een fishing expedition (vrije vertaling: een ‘hengelactie’), aangezien zij dit zonder meer meent te kunnen afleiden uit één erg indirecte aanleiding die geenszins met deze vereiste verband houdt. Dit volstaat niet om Uw Raad a.h.w. te verzoeken de beoordeling over te doen in de plaats van de stad Gent. De beweerdelijk geschonden vereiste wordt bovendien ten onrechte beperkt tot enkel het aanbieden van een brievenbus. Het bestek legt vooreerst de nadruk op de mogelijkheid om ‘persoonlijk op papier’ onkosten in te dienen. [de SA A.] heeft reeds in diens eerste offerte ingeschreven met een ‘[SA A.]- kantoor’, waar papieren claims kunnen worden overhandigd aan de medewerker van [de SA A.]. In de BAFO is dit verder geconcretiseerd in een permanente fysieke aanwezigheid, onder meer voor de afhandeling van papieren claims. In het bureau zal uiteraard – als deel van de basisdienstverlening gevraagd in het bestek en inbegrepen binnen het aangeboden tarief – ook een brievenbus ter beschikking staan. Uit de offerte en BAFO van [de SA A.] blijkt dan ook nergens dat zij geen brievenbus zou voorzien als deel van haar dienstverlening.” Beoordeling 10. In het tweede middel voert de verzoekende partij in essentie de schending aan van artikel 76 van het koninklijk besluit van 18 april 2017 en het beginsel ‘patere legem’ doordat de BAFO van de gekozen inschrijver door de verwerende partij regelmatig werd bevonden, terwijl deze niet voldoet aan de minimumvereisten van het bestek, minstens wat de verplichte brievenbus op het grondgebied van de stad Gent betreft, en dus substantieel onregelmatig had moeten worden verklaard. 11. De tussenkomende partij werpt op dat de verzoekende partij zich bezondigt aan een niet-toegelaten informatiejacht of fishing expedition aangezien zij de vermeende onregelmatigheid zonder meer meent te kunnen afleiden uit één XIV-40.149-10/19 erg indirecte overweging uit het gunningsverslag die geenszins met de litigieuze bestekvereiste verband houdt, hetgeen volgens de verzoekende partij niet volstaat om de Raad van State te verzoeken de beoordeling over te doen in de plaats van de verwerende partij. Deze argumentatie wordt niet bijgevallen en voor zover zij als een exceptie van niet-ontvankelijkheid van het middel kan worden beschouwd, wordt zij verworpen. Het middel is immers afdoende duidelijk toegelicht in het verzoekschrift en steunt op een concrete grief inzake de regelmatigheid van de finale offerte van de gekozen inschrijver, hetgeen geenszins als een louter speculatief hengelen naar mogelijke onwettigheden in de bestreden beslissing lijkt te kunnen worden aangemerkt. Waar in het verzoekschrift wordt gesteld dat “moet worden nagegaan of de offerte(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.