id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 18 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.691 Rolnummer: A. 243229/XII-9778 Zaak: Arrest 266691 - Dierenwelzijn - 18/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-26 Raadplegingen: 13 - laatst gezien 2026-06-18 19:40 Fiche Arrest nr 266.691 van 18 mei 2026 Sociale zaken en volksgezondheid - Dierenwelzijn Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing ERROR JUPORTARobotRecordLienECLI WARNING ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.691 no lien 289361 identiques RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 266.691 van 18 mei 2026 in de zaak A. 243.229/XII-9778 In zake : T.V. bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Godfried De Smedt kantoor houdend te 9160 Lokeren Roomstraat 36 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : het VLAAMSE GEWEST bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Bart Staelens en Joost Hoste kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46 bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep
- Het beroep, ingesteld op 11 oktober 2024, strekt tot de nietigverklaring van “de beslissing van het Departement Omgeving, afdeling Dierenwelzijn […] van 21 augustus 2024, dossiernummer G-24-4424”. II. Verloop van de rechtspleging
- Bij arrest nr. 263.793 van 27 juni 2025 is het debat heropend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een aanvullend verslag opgesteld. Verzoekster heeft een verzoek tot voortzetting van het geding ingediend. De verwerende partij heeft een laatste memorie ingediend. XII-9778-1/7 De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 23 april
- Staatsraad Ann Coolsaet heeft verslag uitgebracht. Advocaat Lissa Van Peer, die loco advocaat Godfried De Smedt verschijnt voor verzoekster, en advocaat Sander Defoort, die loco advocaten Bart Staelens en Joost Hoste verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Melissa Celis heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- III. Feiten
- In het arrest nr. 263.793 van 27 juni 2025, waarbij de exceptie van gebrek aan belang wordt verworpen en het debat wordt heropend, worden de feiten als volgt weergegeven: “3.
- Op 15 juli 2024 doet de lokale politie – bij een bezoek aan verzoekster in het kader van een klacht wegens geluidshinder door hanen – vaststellingen inzake overtredingen op het dierenwelzijn met betrekking tot de hond van verzoekster. 3.
- Op 18 juli 2024 wordt de hond van verzoekster bestuurlijk in beslag genomen. 3.
- Op 27 juli 2024 wordt verzoekster strafrechtelijk verhoord. 3.
- Op 22 augustus 2024 beslist het afdelingshoofd Dierenwelzijn van het departement Omgeving van de Vlaamse overheid om in toepassing van artikel 42, § 2, van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’ (hierna: wet van 14 augustus 1986) de hond in volle eigendom te geven aan het erkend asiel waar de hond op dat ogenblik verblijft. Dit is de bestreden beslissing. 3.
- Op 25 augustus 2024 wordt de hond ‘geadopteerd’ door een derde.” XII-9778-2/7 IV. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel
- In het enig middel voert verzoekster aan dat zij haar hond verzorgt overeenkomstig hoofdstuk II van de wet van 14 augustus 1986 ‘betreffende de bescherming en het welzijn der dieren’.
- Luidens artikel 2, § 1, derde lid, van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 ‘tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ (hierna: algemeen procedurereglement) moet het verzoekschrift een samenvatting van het middel bevatten als voor het middel een verdere uiteenzetting nodig is. Luidens het voornoemde artikel 2, § 1, derde lid, van het algemeen procedurereglement kan de ontstentenis van de samenvatting van de grief niet leiden tot de niet- ontvankelijkheid van het middel, maar luidens het verslag aan de Koning bij het koninklijk besluit van 21 juli 2023 ‘tot wijziging van diverse besluiten betreffende de procedure voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State’ dat deze verplichting invoerde, heeft “die ontstentenis […] als enig mogelijk gevolg voor de verzoeker dat de draagwijdte van zijn grief niet correct samengevat en dus begrepen wordt in het verslag van de auditeur en in het arrest” (BS 26 juli 2023, Ed. 2, 62.630). Te dezen bevat het verzoekschrift weliswaar een uiteenzetting van het middel, maar geen samenvatting van de grieven in de zin van de voornoemde bepalingen, terwijl verzoekster wel aan de hand van zeer omstandige toelichtingen concreter ingaat op de argumenten die volgens haar het middel ondersteunen. Uit wat voorafgaat, volgt dat verzoekster moet verdragen dat de Raad van State de grieven samenvat en begrijpt zoals hierna wordt gedaan.
- In het verzoekschrift voert verzoekster aan dat zij, in tegenstelling tot wat in de bestreden beslissing wordt vermeld, haar hond Porky ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.691 XII-9778-3/7 niet mishandelt. Wat de feiten van 15 juli 2024 betreft, heeft zij schuldinzicht. Verzoekster zet uiteen dat zij beseft dat het geven van een stamp aan een hond geen correcte manier van handelen is, maar dat haar gedrag een gevolg was van stress. De leefomstandigheden van haar hond zijn goed en zij begrijpt niet waar de verbalisanten zouden hebben vernomen dat Porky niet geliefd is. Volgens verzoekster zijn er geen objectieve elementen die erop wijzen dat Porky zou worden mishandeld. Verzoekster wijst er voorts op dat zij samenwoont met haar zoon die in 2023 is begonnen aan de bacheloropleiding agro- en biotechnologie en die er vanuit de alzo verworven kennis op toeziet dat de verzorging van Porky correct verloopt.
- In de memorie van wederantwoord preciseert verzoekster dat zij tevens de schending van het proportionaliteitsbeginsel en het zorgvuldigheidsbeginsel aanvoert. Zij herhaalt wat zij reeds in het verzoekschrift aanvoerde en voegt daaraan toe dat het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden, daar het bestuur slechts een beperkt onderzoek heeft gevoerd en de bestreden beslissing op slechts één concrete vaststelling steunt. Dit houdt volgens verzoekster tevens een schending van het fairplaybeginsel in. Voorts acht verzoekster het proportionaliteitsbeginsel geschonden, doordat het beoogde doel – zekerheid bekomen dat Porky niet wordt mishandeld – met minder ingrijpende maatregelen kon worden bereikt.
- Verzoekster heeft geen laatste memorie ingediend, maar in het verzoek tot voortzetting van het geding verwijst verzoekster, wat de middelen betreft, naar haar memorie van wederantwoord. Beoordeling
- Het auditoraat besluit tot de ongegrondheid van dit middel op grond van de volgende overwegingen: “
- Samen met de verwerende partij, ook al is dat in ondergeschikte orde, wordt vastgesteld dat de verzoekende partij een schending van het materiëlemotiveringsbeginsel en het redelijkheidsbeginsel inroept. Pas in de memorie van wederantwoord voegt de verzoekende partij daaraan de ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.691 XII-9778-4/7 schending van het zorgvuldigheidsbeginsel toe, maar die toevoeging is op zich niet onontvankelijk, omdat een handelen in strijd met de in het verzoekschrift ingeroepen beginselen hoe dan ook een onzorgvuldig optreden zou inhouden.
- Wat betreft de schending van het fairplaybeginsel moet echter vooreerst worden opgemerkt dat, waar de verzoekende partij een schending van dat beginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur inroept, de Raad van State in het arrest nr. 133.843 van 13 juli 2004 heeft overwogen: ‘Considérant que le moyen est irrecevable en tant qu’il est pris de la violation du principe de 'fair-play', qui n’est pas une règle de droit’. Volgens de Raad van State is fair play dus geen beginsel dat deel uitmaakt van het positief recht. Zelfs in het geval het fairplaybeginsel alsnog deel uitmaakt van het Belgische recht, zoals dat kan blijken uit onder meer het arrest nr. 259.913 van 30 mei 2024, dan nog vereist dat beginsel niet alleen dat een onzorgvuldig optreden van de overheid voorligt, maar bovendien dat hieraan moedwilligheid ten grondslag ligt, hetgeen veronderstelt dat de verzoekende partij aantoont dat de overheid te dezen met enige kwade trouw zou hebben gehandeld en met opzet zou hebben gepoogd haar in de uitoefening van haar rechten te belemmeren. Naast de vaststelling dat het fairplaybeginsel – of het nu als beginsel van behoorlijk bestuur bestaat of niet – niet voor het eerst kan worden opgeworpen in de memorie van wederantwoord, is er evenmin enige indicatie dat met het nemen van de bestreden beslissing de verwerende partij met kwade trouw zou hebben gehandeld en met opzet zou hebben gepoogd de verzoekende partij in de uitoefening van haar rechten te belemmeren.
- De politie heeft op 16 juli 2024 vastgesteld dat de verzoekende partij tegen de rechterflank van de hond heeft geschopt met haar voet. Op dat moment heeft de verzoekende partij eveneens verklaard dat de hond ‘haar leven verpest’. Zij heeft die ‘verplicht […] moeten erven van haar overleden vader’, terwijl ‘zij er helemaal tegen was’. De politie neemt verder als vaststelling op: ‘Opsteller is danig onder de indruk van het incident dat hij aan [V. H.] vraagt waarom zij dit gedaan heeft. Zij deelt aan opsteller mee dat ze de hond niet moet hebben en dat indien haar hanen haar worden afgenomen zij de hond zal verrot schoppen, want haar hanen wil ze wel maar de hond niet’. Op 18 juli 2024 komt de politie opnieuw langs, die als vaststelling opneemt: ‘Zij zegt dat ze de hond diende op te vangen omdat haar vader werd opgenomen in een rusthuis en dat zij niet voor de hond heeft gekozen. Zij geeft toe dat ze de hond schopt en dit omdat ze dit van thuis uit zo gezien heeft. Ze vindt dit normaal aangezien dit bij de opvoeding van de hond hoort voor haar. Betrokkene bevestigt ons dat het niet de eerste keer is dat de hond geschopt werd door haar’.
- Er is geen enkele belemmering dat het bestuur zich steunt op de objectieve vaststellingen van de politie om een vrees voor de fysieke integriteit van de hond aan te nemen, ook al worden ze tegengesproken door de verzoekende partij. De verwerende partij mag in dergelijke omstandigheid tot de overtuiging komen dat de eigen, objectieve vaststellingen van de politie dat de verzoekende partij haar hond mishandelt, wijzen op een nood om die hond niet langer bij haar te laten en dus de bestreden bestemmingsbeslissing te nemen.
- De verwerende partij heeft op juiste gronden geoordeeld dat het welzijn van de hond is geschaad en dat er een risico op (verdere) mishandeling van het dier bestaat. Zij is daarbij zorgvuldig te werk gegaan door zich te steunen op de objectieve vaststellingen van de lokale politie. Een schending van het materiëlemotiveringsbeginsel is niet voorhanden. XII-9778-5/7
- Een schending van het redelijkheidsbeginsel als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, veronderstelt dat de overheid bij het nemen van de beslissing onredelijk heeft gehandeld, met andere woorden dat zij de haar toegekende discretionaire beoordelings- of beleidsvrijheid onjuist heeft gebruikt. Van een schending van het redelijkheidsbeginsel kan slechts sprake zijn wanneer een beslissing, waarvan is vastgesteld dat ze berust op deugdelijke grondslagen, inhoudelijk dermate afwijkt van het normale beslissingspatroon of, nog, er een zodanige wanverhouding bestaat tussen die motieven en de inhoud van de beslissing, dat het niet denkbaar is dat een andere zorgvuldig handelende administratieve overheid in dezelfde omstandigheden tot die besluitvorming zou komen of die beslissing zou nemen. Gelet op de vaststellingen waarop de bestreden beslissing steunt, kan niet worden aangenomen dat de verwerende partij de perken van de redelijkheid is te buiten gegaan door de beslissing van het geven van het dier in volle eigendom aan een dierenasiel te nemen, die een van de mogelijkheden is, die haar door de wetgever waren toegekend. Daarbij mag niet uit het oog worden verloren dat de verwerende partij werd geconfronteerd met een houder van dieren, die de mening was toegedaan dat het schoppen van een dier waarna het zich grommend keerde tegen die persoon, kadert binnen de opvoeding die aan een hond dient te worden gegeven. Er is geen schending van het redelijkheidsbeginsel. Dienvolgens is evenmin een schending van het zorgvuldigheidsbeginsel aannemelijk gemaakt.”
- Verzoekster heeft na kennisneming van het auditoraatsverslag niet de gelegenheid benut die een laatste memorie biedt om nog een andere visie op de beoordeling door het auditoraat weer te geven. Zij verzuimt immers om nog op de bespreking in het auditoraatsverslag van dit middel, zoals zij dat in het verzoekschrift heeft uiteengezet, inhoudelijk te reageren en beperkt zich ertoe ter zake te verwijzen naar wat zij in haar eerdere procedurestukken heeft uiteengezet. In die omstandigheden en na eigen onderzoek ziet de Raad van State geen reden om het anders te zien dan het auditoraat en besluit, de redenering van het auditoraat bijvallend, dat het middel ongegrond is. BESLISSING
- De Raad van State verwerpt het beroep. XII-9778-6/7
- Verzoekster wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op achttien mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Ilse Anné, griffier. De griffier De voorzitter Ilse Anné Chantal Bamps XII-9778-7/7 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.691 Gerelateerde publicatie(s) voorafgegaan door: ECLI:BE:RVSCE:2025:ARR.263.793 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div
🔗 Vers la source officielle
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.