← België

Arrest 266739 - Wapens – exportvergunningen - 20/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 20 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.739 Rolnummer: A. 243746/XII-10016 Zaak: Arrest 266739 - Wapens – exportvergunningen - 20/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-05-29 Raadplegingen: 12 - laatst gezien 2026-06-18 19:40 Fiche Arrest nr 266.739 van 20 mei 2026 Instellingen, Binnenlandse zaken en lokale besturen - Wapens – exportvergunningen Beslissing : Verwerping Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK XIIe KAMER nr. 266.739 van 20 mei 2026 in de zaak A. 243.746/XII-10.016 In zake : XXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bruno Wiemeersch kantoor houdend te 9200 Dendermonde Fabriekstraat 47/A bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Michel van Dievoet kantoor houdend te 3000 Leuven Bondgenotenlaan 155A bij wie woonplaats wordt gekozen -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 2 december 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de minister van Justitie van 3 oktober 2024 waarbij het recht om vuurwapens voorhanden te houden wordt ingetrokken. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en verzoeker heeft een memorie van wederantwoord ingediend. Eerste auditeur Frederic Eggermont heeft een verslag opgesteld. XII-10.016-1/13 Verzoeker heeft een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 26 maart
  3. Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht. Advocaat Bruno Wiemeersch, die verschijnt voor verzoeker en advocaat Tim De Ketelaere, die loco advocaat Michel van Dievoet verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur-afdelingshoofd Ann Eylenbosch heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. III. Feiten 3.
  5. Verzoeker beschikt over een aantal vuurwapens voor de jacht. 3.
  6. Op 27 juli 2023 wordt de gouverneur van de provincie Antwerpen door de procureur des Konings verzocht om over te gaan tot de intrekking van verzoekers recht om vuurwapens voorhanden te houden. Hij wijst op het volgende: “Op het strafregister van [verzoeker] worden thans 7 veroordelingen vermeld: - Bij vonnis van de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Mechelen d.d. 3 mei 2022 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 200,00 euro met een vervangend rijverbod van 60 dagen en tot vervallen verklaring van het recht tot sturen gedurende 45 dagen van alle categorieën met medisch-psychologisch examen wegens intoxicatie aan het stuur, adem- of bloedanalyse tss. 0,5 mg/l en 1,2 g/l en voertuig in de hand houden; XII-10.016-2/13 - Bij vonnis van de Correctionele Rechtbank te Dendermonde d.d. 24 oktober 2012 (op beroep P. Sint-Niklaas d.d. 22 mei 2012) werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 250,00 euro met een vervangend rijverbod van 30 dagen en tot vervallen verklaring van het recht tot sturen gedurende 1 maand van alle categorieën in het weekend of op een feestdag wegens intoxicatie aan het stuur; - Bij vonnis van de Politierechtbank te Antwerpen d.d. 17 januari 2008 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 200,00 euro met een vervangend rijverbod van 30 dagen met uitstel gedurende 3 jaren voor 100,00 euro of vervangend rijverbod van 15 dagen en tot vervallen verklaring van het recht tot sturen gedurende 15 dagen van alle categorieën wegens intoxicatie aan het stuur; - Bij vonnis van de Politierechtbank te Antwerpen d.d. 24 juli 2007 (op verzet d.d. 29 mei 2007) werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 200,00 euro met een vervangend rijverbod van 30 dagen met uitstel gedurende 1 jaar voor 150,00 euro of vervangend rijverbod van 22 dagen wegens niet meedelen van de identiteit van de bestuurder van een voertuig, ingeschreven op naam van een rechtspersoon; - Bij vonnis van de Politierechtbank te Mechelen d.d. 26 maart 2007 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 30,00 euro met een vervangend rijverbod van 8 dagen met uitstel gedurende 8 dagen met uitstel gedurende 1 jaar voor 25,00 euro wegens een verkeersinbreuk; - Bij vonnis van de Politierechtbank te Antwerpen d.d. 9 september 2005 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 50,00 euro met een vervangend rijverbod van 15 dagen met uitstel gedurende 1 jaar voor 20,00 euro of vervangend rijverbod van 7 dagen wegens een verkeersinbreuk; - Bij arrest van het Hof van Beroep te Antwerpen d.d. 16 maart 1995 (op beroep C. Mechelen d.d. 3 maart 1994 )werd betrokkene de gunst van de opschorting gedurende 3 jaren verleend wegens smaad tegen een ministerieel ambtenaar, een agent die drager is van het openbaar gezag of van de openbare macht of tegen enig ander persoon met een openbare hoedanigheid bekleed, in de uitoefening of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening en wegens mondelinge of schriftelijke bedreigingen, onder bevel of voorwaarde, met een aanslag op personen of eigendommen, strafbaar met een gevangenisstraf van ten minste drie maanden. Betrokkene is tevens gekend wegens 11 verkeersovertredingen in de periode 1994 – 2011 (snelheid en niet respecteren parkeerverbod) die telkens werden afgehandeld met een minnelijke schikking en 8 verkeersovertredingen in de periode 2020 – 2023 die telkens werden afgehandeld met een onmiddellijke inning. Betrokkene is nog gekend wegens 1 inbreuk op de coronamaatregelen in 2021 die tevens werd afgehandeld met een minnelijke schikking, Gelet op zijn onverantwoord gedrag in het verkeer door meermaals te rijden onder invloed van alcohol, waarvoor hij nog een zeer recente veroordeling kreeg, en dat dergelijk alcoholgebruik in combinatie met een vuurwapenbezit een ernstig risico vormt voor de openbare orde en de veiligheid, verzoekt mijn ambt om tot intrekking over te gaan van zijn Vlaams jachtverlof en recht om vuurwapens voorhanden te hebben op grond van model 9.” 3.
  7. Op 20 november 2023 gaat de gouverneur van de provincie Antwerpen over tot de intrekking van het recht om vuurwapens voorhanden te houden, daar verzoeker “regelmatig geïntoxiceerd achter het stuur kruipt”, het “negeren van de verkeersreglementering getuigt van een ernstig gebrek aan XII-10.016-3/13 verantwoordelijkheidszin terwijl dit toch een essentiële vereiste is voor iemand die met vuurwapens omgaat, te meer daar dit ernstige risico’s met zich meebrengt” en “er voldoende ernstige en concrete redenen zijn die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen als nadelig en gevaarlijk voor de openbare orde moet beschouwd worden”. 3.
  8. Tegen voormelde beslissing stelt verzoeker op 11 december 2023 bestuurlijk beroep in. 3.
  9. De lokale politie verleent op 5 januari 2024 een gunstig advies: “Betrokkene stelt zich meewerkend op jegens onze diensten. Er zijn geen nieuwe feiten van alcoholintoxicatie en/of dronkenschap bekend. We hebben op 04/01/2024 een gesprek met betrokkene waaruit wij menen te mogen concluderen dat zijn geestestoestand stabiel/normaal te noemen is. Buurtonderzoek bevestigt voorgaande conclusie”. 3.
  10. De procureur des Konings geeft op 10 januari 2024 andermaal een ongunstig advies: “Op het strafregister van [verzoeker] worden thans 7 veroordelingen vermeld: […] Betrokkene is tevens nog gekend wegens veroordelingen die thans niet (meer) op het strafregister zijn terug te vinden: - Bij vonnis van de Politierechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen d.d. 19 juni 2017 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 15,00 euro met een vervangend rijverbod van 15 dagen, met uitstel gedurende 1 jaar wat betreft deze geldboete en vervangend rijverbod wegens als weggebruiker of bestuurder van een voertuig op de openbare weg, nagelaten te hebben zich te gedragen naar de verkeerstekens en wegmarkeringen, regelmatig naar de vorm, voldoende zichtbaar en overeenkomstig de voorschriften van het algemeen reglement op de politie van het wegverkeer aangebracht, nl. het verkeersbord C3 (verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder). Niet vermeld in strafregister, doch doet dit geen afbreuk aan het feit dat de tenlastelegging bewezen was; - Bij vonnis van de Politierechtbank te Mechelen d.d. 29 augustus 2006 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 25,00 euro met vervangend verval van het recht tot sturen gedurende 8 dagen wegens niet respecteren van een stilstaan- of parkeerverbod; - Bij vonnis van de Politierechtbank te Mechelen d.d. 3 april 2003 werd betrokkene veroordeeld tot een geldboete van 15,00 euro en een vervangende gevangenisstraf van 3 dagen wegens het als bestuurder gebruik te hebben gemaakt van een draagbare telefoon die hij in de hand hield, terwijl zijn voertuig niet stilstond of geparkeerd was. […] XII-10.016-4/13 Gelet op zijn onverantwoord gedrag in het verkeer door meermaals te zijn veroordeeld wegens intoxicatie aan het stuur, met nog een recente veroordeling in 2022, en het gegeven dat betrokkene deze feiten minimaliseert, en dat dergelijk alcoholgebruik in combinatie met een vuurwapenbezit een ernstig risico vormt voor de openbare orde en de veiligheid, verleent mijn ambt dan ook advies tot intrekking van zijn recht tot het voorhanden hebben van vuurwapens.” 3.
  11. Verzoeker dient op 18 juli 2024 bijkomende verweermiddelen in. 3.
  12. De minister van Justitie verwerpt op 3 oktober 2024 het beroep van verzoeker. Dit is de bestreden beslissing, waarvan de motivering luidt: “De vraag is of het op grond van de gegevens in het dossier onredelijk zou zijn om te besluiten dat wapenbezit in uw hoofde de openbare orde en veiligheid zou kunnen verstoren of een gevaar zou kunnen betekenen voor uzelf of voor anderen. Alcohol- of druggebruik kan de zelfbeheersing compromitteren en heeft zo een ontremmend effect op impulsief en agressief gedrag. Chronisch middelengebruik kan sociale marginalisatie bevorderen, en betekent dus een risicofactor voor criminaliteit. De procureur des Konings stelde dat u in het verleden meerdere veroordelingen, minnelijke schikkingen en onmiddellijke inningen heeft gehad voor diverse verkeersinbreuken, waaronder drie veroordelingen wegens intoxicatie achter het stuur. Deze drie veroordelingen dateren van 3 mei 2022, 24 oktober 2012 en 17 januari
  13. Volgens de procureur gedraagt u zich dus onverantwoord in het verkeer hetgeen nogmaals is gebleken ingevolge een recente veroordeling waarbij u de feiten minimaliseert. Dit is problematisch en volgens de procureur vormt dergelijk alcoholgebruik in combinatie met vuurwapenbezit ook een ernstig risico voor de openbare orde en de veiligheid. De lokale politie deelt deze mening niet en meent dat wel gunstig kan worden geadviseerd aangezien u zich meewerkend opstelt, aangezien er geen nieuwe feiten van alcoholintoxicatie en/of dronkenschap bekend zijn en aangezien uit een gesprek met u en het buurtonderzoek blijkt dat uw geestestoestand stabiel/normaal te noemen is. Uw advocaat argumenteert dat er voldoende concrete en actuele elementen zijn die aantonen dat het voorhanden hebben van een vuurwapen door u niet als nadelig of gevaarlijk voor de openbare orde moet worden beschouwd. Zo heeft u niet te kampen met een alcoholprobleem en heeft u wel degelijk verantwoord en voorzichtig gedrag vertoond in het verkeer. U gaat op een verantwoorde wijze met alcohol om. De genoemde veroordelingen dateren veelal van vele jaren terug en werden nooit eerder in aanmerking genomen bij het verlenen van de nodige vergunningen en het jaarlijks jachtverlof. Volgens uw advocaat vormt uw gedrag en uw vuurwapenbezit géén gevaar voor de openbare orde en veiligheid. Zo werd u nog nooit veroordeeld wegens een geweldmisdrijf, inbreuken op de wapenwetgeving, inbreuken op de XII-10.016-5/13 jachtwetgeving of wegens openbare dronkenschap. Zo heeft u nooit noemenswaardige huwelijksproblemen gehad en was er nooit sprake van agressief gedrag of wapenvertoon naar haar of de kinderen toe. Verschillende attesten (medisch/psychologisch) bevestigen dat u bekwaam bent tot het besturen van een motorvoertuig en uw huisarts bevestigt dat u zowel fysisch als medisch geschikt bent om een wapen te manipuleren zonder gevaar voor zichzelf of voor anderen. Uit bloedonderzoeken blijkt voorts dat er geen sprake is van overmatig of riskant alcoholgebruik en attesten van twee verzekeringsmaatschappijen bevestigen een verantwoord en voorzichtig gedrag in het verkeer. Uw wapens worden tot slot veilig opgeslagen in een wapenkluis waartoe enkel u toegang heeft en als bestuurder / voorzitter van de VZW Brussels Skeet and Trap Club – een kleiduifschuttersclub – bent u specifiek belast met de veilige omgang met vuurwapens waarbij u een voorbeeldfunctie heeft. Het bestaan van een chronisch alcoholprobleem is zeer moeilijk objectief te vatten. Mensen die er mee te kampen hebben, zijn veelal de laatste om het bestaan van het probleem te onderkennen. In vele gevallen treedt het probleem ook pas naar buiten wanneer alcoholgebruik er toe leidt dat men een serieuze fout, meestal een inschattingsfout, begaat. Ook loert de aanlokkelijkheid van het gebruiken – of misbruiken - van alcohol om de hoek in situaties waarin men emotioneel minder sterk staat, indien men over onvoldoende draagkracht en/of zelfbeheersing beschikt. In casu is er geen sprake van een alleenstaand feit. Immers blijkt uit het dossier dat u al meerdere keren werd veroordeeld wegens intoxicatie aan het stuur. Alcoholgebruik achter het stuur betreft aldus geen éénmalig gegeven en betreft ook geen oud gegeven. Uit uw veroordelingen blijkt dat het feit - dat u reeds driemaal geïntoxiceerd achter het stuur kroop - als vaststaand wordt beschouwd. Uit uw laatste veroordeling blijkt dat dit gegeven ook nog als recent moet worden beschouwd. Verkeersinbreuken hebben an sich geen rechtstreeks verband met het gebruik van vuurwapens. Desalniettemin kunnen ze relevant zijn indien er een risicovol gedrag uit blijkt aangezien de gevaarinschatting voor vuurwapenbezit precies noodzaakt na te gaan of iemand een risico zal stellen in geval van toegekend vuurwapenbezit. Net als het voorhanden houden van een vuurwapen, kan het besturen van een gemotoriseerd voertuig een gevaarlijk wapen worden (in het verkeer) en op die manier mensenlevens in gevaar brengen, met name indien dit gebeurt in geïntoxiceerde toestand. Het verband met vuurwapens bestaat er dan ook in dat - aan iemand die meermaals heeft aangetoond risicovol gedrag te hebben gesteld - evenmin een vuurwapen kan worden toevertrouwd. Vuurwapens zijn immers per definitie gevaarlijke objecten waarmee zeer voorzichtig dient te worden omgesprongen. Onder invloed van alcohol worden de risico's op ongevallen met of misbruik van vuurwapens onaanvaardbaar groot. Dergelijk gedrag is niet verenigbaar met het bezit van wapens. Het is een reëel risico, een overbodig risico en een risico dat het nemen niet waard is aangezien het volledig indruist tegen het principe van de wapenwet die preventie vooropstelt en wapenbezit enkel en alleen uitzonderlijk toelaat aan zij die daarvoor over een geschikte moraliteit beschikken. Dergelijke moraliteit veronderstelt minstens voldoende verantwoordelijkheidszin, hetgeen impliceert dat men de gevolgen draagt van zijn handelen en bewust opteert voor een gedrag dat geen onnodige risico’s doet ontstaan. Alcohol kan een ontremmend effect hebben waardoor men onnodige risico’s neemt. Dat u hiervoor vatbaar bent, blijkt duidelijk uit uw veroordelingen voor geïntoxiceerd sturen. Mocht u dergelijk gedrag stellen in geval van XII-10.016-6/13 vuurwapenbezit, dan kan dat leiden tot ernstige incidenten waarvan de gevolgen mogelijkerwijze niet te overzien zijn. Vuurwapens en onaangepast of onverantwoord alcoholgebruik (zoals alcoholintoxicatie aan het stuur) gaan klaarblijkelijk niet samen, want dit kan leiden tot problematisch wapenbezit. Het beoordelen van het bij wijze van uitzondering toestaan van het voorhanden hebben van vuurwapens voor het uitoefenen van een hobby zoals de jacht dient te gebeuren met het preventief uitgangspunt van de wapenwet indachtig. Vuurwapens zijn immers per definitie gevaarlijke objecten waarmee zeer voorzichtig dient te worden omgesprongen. Ze brengen een zekere machtspositie met zich mee doordat ze impliceren dat de houder ervan autonoom kan beslissen over het gebruik ervan. Eens toegestaan, vormt het vuurwapenbezit aldus een potentieel risico voor de maatschappij en voor de integriteit van de medemens indien er niet op een verantwoorde en voorzichtige manier wordt mee omgegaan. Iemand die er voor kiest om onder invloed van alcohol een gemotoriseerd voertuig te besturen, doet blijken van een gebrek aan verantwoordelijkheidszin. Zo iemand kiest voor risicovol gedrag. U werd zowel recent

(2022)als in een verder verleden (2008 en 2012) veroordeeld voor intoxicatie aan het stuur, wat wijst op een wederkerend probleem. Het wijst er ook op dat u geen lessen trekt uit uw fouten. Integendeel, u projecteert deze drie veroordelingen op 15 jaar tijd op de gehele tijdspanne waarbinnen u houder was van een rijbewijs (48 jaar) en concludeert hieruit dat dit derhalve niet onrustwekkend is. Uit dit gedrag blijkt nochtans onmiskenbaar een gebrek aan zelfbeheersing en verantwoordelijkheidszin, Het gegeven dat de politie wel bereid is om u opnieuw het vertrouwen m.h.o. op wapenbezit te geven, doet hieraan geen afbreuk. De politie baseert zich op uw meewerkend gedrag, het gegeven dat er sinds 2022 geen nieuwe feiten bekend zijn alsook een gesprek en een buurtonderzoek. Desalniettemin blijkt dat er tussen uw voorgaande veroordelingen wegens alcoholintoxicatie aan het stuur (2008 en 2012) ook meer dan twee jaren verstreken waren, en dat derhalve te vrezen valt dat er nog inbreuken zullen volgen. Echter, in geval van vuurwapenbezit is het verderzetten van een gedrag waarin onaangepast alcoholgebruik onnodige risico’s met zich meebrengt, onaanvaardbaar. Met dergelijk gedrag zet u derhalve het vertrouwen dat in u moet kunnen worden gesteld om vuurwapens voorhanden te houden volledig op de helling. Het is in die context dat uw vraag om uitzonderlijk vuurwapens voorhanden te mogen houden om een hobby te beoefenen, moet worden gekaderd. Het gegeven dat u op heden gunstige bloedresultaten (CDT-testen) kan voorleggen, doet hieraan geen afbreuk. Er wordt niet beweerd dat u een alcoholprobleem heeft aangezien het bewijs daarvan zoals gezegd zeer moeilijk te leveren is. Er wordt enkel vastgesteld dat u meer dan eens heeft geopteerd om onder invloed van alcohol een gemotoriseerd voertuig te besturen en dat zulks blijk geeft van onnodig risicovol gedrag. Dergelijk risicovol gedrag is zeer problematisch ingeval van wapenbezit. Op grond hiervan moet dan ook vastgesteld worden dat particulier vuurwapenbezit in uw hoofde een te groot risico zou inhouden voor de openbare orde en veiligheid, in bezit zijnde van vuurwapens wordt het potentieel gevaar onaanvaardbaar vergroot. […].” XII-10.016-7/13 IV. Onderzoek van het enig middel Uiteenzetting van het middel 4. Het enig middel is genomen uit de schending van het zorgvuldigheidsbeginsel, de materiële- en de formelemotiveringsplicht en het “verdedigingsbeginsel”. Verzoeker voert in wezen aan dat de verwerende partij geen, of minstens onvoldoende, rekening heeft gehouden met de relevante feitelijke gegevens waaruit blijkt dat het vuurwapenbezit in casu geen gevaar vormt voor de openbare orde en veiligheid. Hij richt inzonderheid het verwijt tot de verwerende partij dat zij heeft nagelaten alle feitelijke elementen, zoals die door hem zijn bijgebracht, grondig te onderzoeken. Volgens hem blijkt uit de bestreden beslissing dat de verwerende partij steevast verwijst naar dezelfde gegevens om tot een “gevaar voor de openbare orde” te besluiten, terwijl het bestaan van het beweerde gevaar voor de openbare orde niet met precieze gegevens wordt onderbouwd. Voorts zet verzoeker uiteen dat hij sinds 1975 in het bezit is van een rijbewijs, dat hij jaarlijks als drankenhandelaar maar liefst 45.000 tot 50.000 km aflegt met de wagen, dat hij in een tijdsbestek van 49 jaar slechts driemaal veroordeeld werd wegens alcoholintoxicatie en nooit voor dronkenschap of alcoholmisbruik achter het stuur en dat de verkeersovertredingen moeten worden beoordeeld in het licht van deze specifieke feitelijke omstandigheden. Volgens verzoeker gaat het bovendien om oude veroordelingen. Hij beklemtoont dat (
  1. i)hij nooit werd veroordeeld voor geweld of wapeninbreuken, (
  2. ii)de politie, meerdere artsen en een psychologe een gunstige beoordeling hebben uitgebracht, (iii) uit verschillende recente bloedonderzoeken blijkt dat er geen sprake is van een problematisch alcoholgebruik (CDT-waarden onder 2 %), (iv), hij als schadevrije bestuurder geniet een levenslange bonus-malus -2, en hij als ‘directeur de tir’ bij een kleiduifschuttersclub garant staat voor een veilige omgang met vuurwapens. XII-10.016-8/13 5. In zijn memorie van wederantwoord voegt verzoeker nog toe dat hij intussen met pensioen is en dus niet langer werkzaam in de drankenhandel, zodat het risico op het alcoholgeïntoxiceerd besturen van een motorvoertuig drastisch is geslonken, zo niet onbestaande is. 6. Verzoeker laat in zijn laatste memorie gelden dat de feiten die worden ingeroepen om de intrekking te verantwoorden van het recht om vuurwapens voorhanden te houden, actueel moeten zijn, wat betekent dat zij moeten doen blijken van een potentieel risico voor de openbare orde en dat, indien minder recente feiten in aanmerking worden genomen, een “verder individueel onderzoek” nodig is. In zijn geval is dit onderzoek positief gelet op het gunstig advies van de lokale politie en de gunstige medische verslagen. Tot slot merkt verzoeker nog op dat “het van algemene bekendheid [is] dat de provinciegouverneur van Antwerpen […] veel strenger is dan de provinciegouverneur van Oost-Vlaanderen”, zodat hij het slachtoffer is van een “discriminatoire benadering van een individueel wapendossier”. Beoordeling 7. In zoverre verzoeker voor het eerst in zijn laatste memorie gewag maakt van een schending van het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel, komt die kritiek neer op een laattijdige uitbreiding van het middel. Het middel is in die mate niet ontvankelijk. 8. De rechten van verdediging, door verzoeker omschreven als het “verdedigingsbeginsel”, zijn – behoudens een andersluidende bepaling – slechts van toepassing ten aanzien van bestraffende maatregelen. Aangezien de bestreden beslissing geen bestraffend maar een preventief oogmerk heeft, kunnen de rechten van verdediging als algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, niet geschonden zijn door de verwerende partij. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht. XII-10.016-9/13 Waar verzoeker de formelemotiveringsplicht aanduidt als een algemeen beginsel van behoorlijk bestuur, geldt eveneens de vaststelling dat het middel steunt op een foutieve rechtsopvatting. 9. Uit de motivering van de bestreden beslissing blijkt dat het recht op wapenbezit van verzoeker wordt ingetrokken ter vrijwaring van de openbare orde en veiligheid. Meer bepaald vormen de herhaalde veroordelingen van verzoeker wegens het besturen van een motorvoertuig onder invloed van alcohol voor de verwerende partij een reden om hem het vuurwapenbezit voortaan te ontzeggen. Concreet verwijst de bestreden beslissing naar drie strafrechtelijke veroordelingen wegens intoxicatie achter het stuur, respectievelijk door de politierechtbank te Antwerpen op 17 januari 2008, de correctionele rechtbank te Dendermonde op 24 oktober 2012 en de politierechtbank te Antwerpen op 3 mei 2022. 10. Overeenkomstig de artikelen 11, § 1, tweede lid, en 13, eerste lid, van de wet van 8 juni 2006 ‘houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens’ (hierna: wapenwet) kan de provinciegouverneur bevoegd voor de verblijfplaats van de betrokkene de wapenvergunning – respectievelijk het recht om een wapen voorhanden te hebben – bij een met redenen omklede beslissing beperken, schorsen of intrekken indien blijkt dat het voorhanden hebben van het wapen de openbare orde kan verstoren. Het gaat om preventieve maatregelen die een gevaar voor de openbare orde moeten voorkomen. Met betrekking tot de beoordeling van het gevaar dat de betrokkene inhoudt voor de openbare orde, beschikken de provinciegouverneur en ook de minister van Justitie, die zich hierover in beroep dient uit te spreken op grond van artikel 30 van de wapenwet, over een ruime discretionaire bevoegdheid. Zij kunnen uit bepaalde feiten afleiden dat het vuurwapenbezit de openbare orde kan verstoren. Het is in dit verband niet vereist dat de openbare orde daadwerkelijk wordt verstoord. Evenmin is vereist dat de betrokkene veroordeeld is voor een misdrijf. Feiten en gedragingen die doen vrezen dat het voorhanden hebben van het XII-10.016-10/13 wapen door de betrokkene de openbare orde kan verstoren en die genoegzaam vaststaan, zijn voldoende. 11. Te dezen staat vast dat verzoeker herhaaldelijk werd veroordeeld wegens alcoholintoxicatie achter het stuur. Op grond van de vaststelling dat die veroordelingen dateren van 2008, 2012 en 2022, heeft de verwerende partij terecht kunnen concluderen dat het gaat om een “wederkerend probleem” dat in hoofde van verzoeker wijst op een “gebrek aan zelfbeheersing en verantwoordelijkheidszin”. Het gegeven dat de twee oudste veroordelingen teruggaan tot 2008 en 2012, neemt niet weg dat de drie veroordelingen samen wijzen op een persistent gedrag dat, zoals hierna zal blijken, onverenigbaar is met het vuurwapenbezit. 12. Het verlenen van het recht op wapenbezit is afhankelijk van het vertrouwen van de overheid dat de begunstigde van dat recht op geen enkel ogenblik een gevaar vormt voor de openbare orde en veiligheid. In casu heeft de verwerende partij binnen de grenzen van haar discretionaire beoordelingsbevoegdheid kunnen aannemen dat het vertrouwen in verzoeker ernstig aan het wankelen wordt gebracht door zijn “onaangepast alcoholgebruik” en dat zijn problematisch alcoholgebruik “onnodige risico’s met zich meebrengt” waardoor het voorhanden houden van vuurwapens een potentieel gevaar vormt voor de openbare orde en veiligheid. Verzoeker schat de risico’s voor de openbare orde en veiligheid weliswaar anders in of ontkent ze zelfs, maar daaruit volgt niet dat de beoordeling van de verwerende partij per se onwettig is. Een preventieve maatregel, zoals de intrekking van het recht om wapens voorhanden te houden, wordt immers genomen uit voorzorg, zodat op de verwerende partij niet de bewijslast rust om aan te tonen dat de openbare orde en veiligheid metterdaad in gevaar zal worden gebracht. 13. Het feit dat de lokale politie een gunstig advies heeft uitgebracht omdat er na de veroordeling van 2022 geen nieuwe feiten van alcoholintoxicatie of dronkenschap werden vastgesteld, doet niets af aan de conclusie van de verwerende XII-10.016-11/13 partij dat verzoeker als wapenbezitter niet langer het vereiste vertrouwen geniet. Evenmin doet het ter zake dat de alcoholintoxicatie niet werd vastgesteld tijdens de uitoefening van de jacht door verzoeker. Het potentieel gevaar voor de openbare orde en veiligheid, in de zin van de artikelen 11, § 1, tweede lid, en 13, eerste lid, van de wapenwet, is immers niet beperkt tot de gedragingen of tekortkomingen die rechtstreeks verband houden met het gebruik van het vuurwapen. Met de enkele omstandigheid dat hij slechts werd veroordeeld voor alcoholintoxicatie en niet voor dronkenschap achter het stuur, toont verzoeker niet aan dat de in het enig middel aangehaalde beginselen werden geschonden. Hetzelfde geldt voor de omstandigheid dat hij beroepsmatig vaak op de baan was en het risico op alcoholintoxicatie achter het stuur sterk is verminderd na zijn pensionering. De verwerende partij heeft tot slot niet onzorgvuldig of onredelijk gehandeld door geen decisieve waarde te hechten aan de verklaring van zijn echtgenote over de afwezigheid van huiselijk geweld, de attesten van diverse artsen dat verzoeker in staat is om motorvoertuigen te besturen en vuurwapens te manipuleren, de resultaten van drie bloedonderzoeken, die verzoeker in 2023 heeft laten uitvoeren, die niet wijzen op een overmatig alcoholgebruik, de attesten van verzekeringsmaatschappijen die zouden wijzen op “een verantwoord en voorzichtig gedrag in het verkeer” en zijn (voorbeeld)functie in een kleiduifschietclub waarin hij geacht wordt kordaat op te treden tegen onveilige handelingen met wapens. 14. Het enig middel is ongegrond. BESLISSING 1. De Raad van State verwerpt het beroep. 2. Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verwerende partij. XII-10.016-12/13 3. Bij de publicatie van dit arrest door de Raad van State wordt de identiteit van verzoeker niet bekendgemaakt. Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op twintig mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, XIIe kamer, samengesteld uit: Chantal Bamps, kamervoorzitter, Peter Sourbron, staatsraad, Ann Coolsaet, staatsraad, bijgestaan door Greta Scheveneels, griffier. De griffier De voorzitter Greta Scheveneels Chantal Bamps XII-10.016-13/13 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.739 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.