← België

Arrest 266755 - Tucht (openbaar ambt) - 22/05/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Vonnis/arrest van 22 mei 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.755 Rolnummer: A. 243685/IX-10844 Zaak: Arrest 266755 - Tucht (openbaar ambt) - 22/05/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-06-01 Raadplegingen: 11 - laatst gezien 2026-06-18 19:40 Fiche Arrest nr 266.755 van 22 mei 2026 Openbaar ambt - Tucht (openbaar ambt) Beslissing : Vernietiging Inwilliging tussenkomst Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Arresten (Raad van State) Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK IXe KAMER nr. 266.755 van 22 mei 2026 in de zaak A. 243.685/IX-10.844 In zake : de HULPVERLENINGSZONE ZUID-WEST LIMBURG bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Koen Geelen en Jarien Bloemen kantoor houdend te 3500 Hasselt Recorstraat 700/0501 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen: de BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Binnenlandse Zaken bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken kantoor houdend te 1080 Sint-Jans-Molenbeek Leopold II-laan 180 bij wie woonplaats wordt gekozen Tussenkomende partij: B.R. woonplaats kiezend te bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Evelien Rutten kantoor houdend te 3290 Diest Leuvensestraat 70 -------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 9 december 2024, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van de Nederlandstalige afdeling van de beroepskamer voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones van 7 oktober 2024 waarbij het beroep van de tussenkomende partij ontvankelijk en IX-10.844-1/10 gegrond wordt verklaard en de beslissing van de zoneraad van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 6 mei 2024 wordt vernietigd. II. Verloop van de rechtspleging
  2. De verwerende partij heeft een memorie van antwoord ingediend en de verzoekende partij heeft een memorie van wederantwoord ingediend. B.R. heeft een verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een verslag opgesteld. De tussenkomende partij en de verzoekende partij hebben een laatste memorie ingediend. De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 27 april
  3. Staatsraad Jim Deridder heeft verslag uitgebracht. Advocaat Julie Beausaert, die loco advocaten Koen Geelen en Jarien Bloemen verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Oona Fransen, die loco advocaten Stijn Butenaerts en Andy Hoedenaeken verschijnt voor de verwerende partij en advocaat Niels Lemaire, die loco advocaat Evelien Rutten verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord. Eerste auditeur Iris Verheven heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  4. IX-10.844-2/10 III. Feiten 3.
  5. Verzoeker in tussenkomst is aangesteld als vrijwillig brandweerman-korporaal bij de verzoekende partij en voert op zelfstandige basis activiteiten uit voor de onderneming G. 3.
  6. Op 8 november 2023 stelt de zonecommandant een inleidend verslag op jegens verzoeker in tussenkomst naar aanleiding van feiten die hem zijn gemeld in het kader van een onderzoek naar onverenigbaarheid en die ernstige tuchtfeiten kunnen uitmaken. Melding wordt gemaakt van: “1: Betrokkene voerde een opdracht uit voor een firma en gebruikte hiervoor minstens onderdelen van zijn dienstkledij van de hulpverleningszone Zuid- West Limburg. 2: Op de foto zijn tevens delen van brandweerinterventiekledij zichtbaar waarvan kan worden [aangenomen] dat het gaat om de interventiekledij die aan betrokkene ter beschikking gesteld werd door de hulpverleningszone. 3: Mogelijke onverenigbaarheid van de activiteiten uitgevoerd in opdracht van de firma ‘[G.]’ met de functie van vrijwillig brandweerman.” Dit inleidend verslag wordt naar verzoeker in tussenkomst verzonden op 8 november
  7. Op 15 december 2023 wordt verzoeker in tussenkomst gehoord door de zonecommandant in aanwezigheid van zijn raadsman en kapitein T.B. 3.
  8. Op 20 december 2023 houdt de zonecommandant “[h]et ondermijnen van het vertrouwen van het publiek in de correcte werking van de dienst” aan als mogelijk tuchtfeit en beslist hij om het tuchtdossier voor te leggen aan het zonecollege. De “sanctie van de berisping of de blaam” wordt voorgesteld. 3.
  9. Op 21 december 2023 worden verzoeker in tussenkomst en de zonecommandant uitgenodigd door het zonecollege voor een hoorzitting die zal plaatsvinden op 29 januari
  10. IX-10.844-3/10 Het zonecollege oordeelt op 8 februari 2024 dat de feiten die aan verzoeker in tussenkomst ten laste worden gelegd voldoende zijn bewezen door het dossier en legt hem de tuchtstraf van de berisping op. 3.
  11. Op 21 februari 2024 stelt verzoeker in tussenkomst tegen deze beslissing van het zonecollege een beroep in bij de zoneraad. Verzoeker in tussenkomst gehoord, beslist de zoneraad op 6 mei 2024 om de tuchtbeslissing van het zonecollege te handhaven. 3.
  12. Op 31 mei 2024 stelt verzoeker in tussenkomst tegen de beslissing van de zoneraad een beroep in bij de Nederlandstalige afdeling van de beroepskamer voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones (“beroepskamer”). 3.
  13. Op 7 oktober 2024 vernietigt de beroepskamer de beslissing van de zoneraad van 6 mei
  14. Dit is de bestreden beslissing. IV. Tussenkomst
  15. Met de bestreden beslissing vernietigt de beroepskamer de tuchtsanctie die door de zoneraad van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg aan B.R. werd opgelegd. Aldus heeft B.R. belang erbij dat het beroep wordt afgewezen, zodat zijn verzoek tot tussenkomst moet worden ingewilligd. IX-10.844-4/10 V. Onderzoek van het ambtshalve middel Uiteenzetting van het middel en standpunt van de partijen
  16. In het auditoraatsverslag wordt ambtshalve opgeworpen dat tegen de tuchtsanctie ‘berisping’, uitgesproken door de zoneraad, overeenkomstig de toen geldende artikelen 255 en 296 van het koninklijk besluit van 19 april 2014 ‘tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones’ (“administratief statuut”) geen beroep openstond bij de beroepskamer, zodat die beroepskamer niet bevoegd was om over het door de tussenkomende partij ingestelde beroep uitspraak te doen.
  17. De tussenkomende partij betoogt in haar laatste memorie dat de zoneraad in zijn beslissing zelf heeft gewezen op een beroepsmogelijkheid bij de beroepskamer, dat geen enkele partij tijdens de procedure vóór de beroepskamer de onbevoegdheid van dat orgaan heeft aangevoerd en dat de beroepskamer zich ook niet onbevoegd heeft verklaard. In die omstandigheden, zo stelt de tussenkomende partij, kan in de huidige stand van de procedure niet alsnog op grond van de onbevoegdheid van de beroepskamer tot nietigverklaring van de bestreden beslissing worden besloten. Zulks zou immers ertoe leiden, nog steeds volgens de tussenkomende partij, dat de initiële beslissing van de hulpverleningszone “niet meer voor beroep vatbaar zou zijn omwille van een fout gemaakt door de hulpverleningszone zelf”. De tussenkomende partij stelt voorts dat in beslissingen genomen ten aanzien van andere personeelsleden wél een correcte beroepsmogelijkheid werd vermeld en besluit: “Dat een beslissing vanwege de zoneraad in ieder geval in graad van beroep voor de Raad van State zou worden beoordeeld. Om die reden vraagt de [tussenkomende partij] in ondergeschikte orde dan ook dat het dossier wordt verzonden naar de zoneraad, waarna er een verder normaal procesverloop kan worden doorgevoerd.”
  18. In haar laatste memorie sluit de verzoekende partij zich aan bij het ambtshalve middel van de auditeur-verslaggever. Zij voegt eraan toe dat de onbevoegdheid raakt aan de openbare orde en dus in elke stand van het geding, IX-10.844-5/10 desnoods ambtshalve, mag worden opgeworpen. Met betrekking tot het argument van de tussenkomende partij dat de tuchtbeslissing van de zoneraad niet meer vatbaar is voor beroep, doet de verzoekende partij gelden dat het risico op het verstrijken van een beroepstermijn geen grond kan zijn om een onwettige beslissing in stand te houden. Beoordeling
  19. De rechtspositie van de tussenkomende partij als vrijwillig brandweerman, met inbegrip van de tuchtregeling, wordt geregeld in het administratief statuut. 9.
  20. Het koninklijk besluit van 12 september 2023 ‘tot wijziging van diverse bepalingen van het koninklijk besluit van 19 april 2014 tot bepaling van het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones’ (“het koninklijk besluit van 12 september 2023”) heeft aan die tuchtregeling verschillende wijzigingen aangebracht, onder meer wat de uit te spreken tuchtstraffen, de bevoegde tuchtoverheid en de beroepsprocedure betreft. Artikel 12 van het koninklijk besluit van 12 september 2023 luidt: “Dit besluit treedt in werking 30 dagen nadat het in het Belgisch Staatsblad werd bekendgemaakt. Dit besluit is niet van toepassing op de tuchtprocedures die zijn opgestart vóór de inwerkingtreding ervan.” De bekendmaking van dit koninklijk besluit geschiedde op 27 oktober 2023, zodat het in werking is getreden op 26 november
  21. Het antwoord op de vraag welke versie van het administratief statuut op de tussenkomende partij van toepassing is, wordt bepaald door de datum waarop de tuchtprocedure lastens haar is opgestart. IX-10.844-6/10 9.
  22. Het administratief statuut bepaalt zowel in de oorspronkelijke versie (artikel 260) als na de wijzigingen door het koninklijk besluit van 12 september 2023 (artikel 265) dat de tuchtvordering tegen een personeelslid wordt ingesteld door aan dat personeelslid “per aangetekend schrijven of via elke andere drager met bewijskracht en vaste datum een kopie van het inleidend verslag te betekenen”. Het staat derhalve niet ter discussie dat de tuchtprocedure lastens de tussenkomende partij is opgestart door de verzending van het inleidend verslag. Die verzending is, zoals gezien, gebeurd op 8 november
  23. 9.
  24. Uit wat voorafgaat, volgt dat de tuchtvervolging van de tussenkomende partij is opgestart vóór de inwerkingtreding van het koninklijk besluit van 12 september 2023 en dat de afwikkeling ervan bijgevolg wordt beheerst door de bepalingen van het administratief statuut zoals ze van toepassing waren vóór de wijzigingen ingevoerd bij het voormelde koninklijk besluit. 10.
  25. Naar luid van artikel 254 van het administratief statuut, zoals te dezen van toepassing, wordt de berisping uitgesproken door het zonecollege. Artikel 272 van dat administratief statuut luidt: “Binnen de tien werkdagen volgend op de datum van kennisname van de beraadslaging van het college waarin beslist wordt over een tuchtsanctie, overeenkomstig artikel 254, kan het personeelslid een beroep indienen bij de [zone]raad.” 10.
  26. Wat de tuchtsanctie van de berisping betreft, is de beslissing van de zoneraad het eindstadium in de administratieve procedure. Artikel 171 van het administratief statuut, zoals te dezen van toepassing, omschrijft de bevoegdheid van de beroepskamer immers als volgt: IX-10.844-7/10 “De beroepskamer spreekt zich uit over de beroepen tegen de evaluaties als vermeld in artikel 169 en de maatregelen uitgesproken overeenkomstig de artikelen 255 en 296.” In die bevoegdheid zit dus niet vervat, een beroep ingesteld tegen een berisping die, zoals gezien, door het zonecollege en vervolgens door de zoneraad wordt uitgesproken op grond van artikel 254 van het administratief statuut.
  27. De beroepskamer was niet bevoegd om zich uit te spreken over het door de tussenkomende partij ingestelde beroep, gericht tegen de tuchtsanctie ‘berisping’ opgelegd door de zoneraad.
  28. De bevoegdheid van de steller van de akte raakt aan de openbare orde, zodat dit desnoods ambtshalve door de Raad van State dient te worden onderzocht. Noch het feit dat de zoneraad ten onrechte een beroepsmogelijkheid bij de beroepskamer heeft meegedeeld, noch het feit dat de onbevoegdheid van die beroepskamer in de vóór haar gebrachte procedure niet door de partijen of de beroepskamer ambtshalve is opgeworpen, doet daaraan afbreuk. Dat thans – ten gevolge van de foute vermelding van de beroepsmogelijkheden en het doorlopen van de huidige procedure – de termijn om tegen de beslissing van de zoneraad een beroep bij de Raad van State in te stellen mogelijk is verstreken, doet evenmin anders besluiten.
  29. Het ambtshalve opgeworpen middel is gegrond. Er is dan ook geen reden om in te gaan op de ter terechtzitting door de tussenkomende partij gestelde vraag om alsnog de grond van de zaak te onderzoeken. IX-10.844-8/10
  30. Op de vraag van de tussenkomende partij om de zaak naar de zoneraad te verwijzen, kan niet worden ingegaan omdat er voor een dergelijke verwijzing geen rechtsgrond voorhanden is. BESLISSING
  31. Het verzoek van B.R. tot tussenkomst in het beroep wordt ingewilligd.
  32. De Raad van State vernietigt de beslissing van de Nederlandstalige afdeling van de beroepskamer voor het operationeel personeel van de hulpverleningszones van 7 oktober 2024 waarbij het beroep van B.R. ontvankelijk en gegrond wordt verklaard en de beslissing van de zoneraad van Hulpverleningszone Zuid-West Limburg van 6 mei 2024 wordt vernietigd.
  33. De verwerende partij wordt verwezen in de kosten van het beroep tot nietigverklaring, begroot op een rolrecht van 200 euro, een bijdrage van 24 euro en een rechtsplegingsvergoeding van 770 euro, die verschuldigd is aan de verzoekende partij. De tussenkomende partij wordt verwezen in de kosten van de tussenkomst, begroot op 150 euro. IX-10.844-9/10 Dit arrest is uitgesproken te Brussel, op tweeëntwintig mei tweeduizend zesentwintig, door de Raad van State, IXe kamer, samengesteld uit: Geert Van Haegendoren, kamervoorzitter, Jurgen Neuts, staatsraad, Jim Deridder, staatsraad, bijgestaan door Tiny Temmerman, griffier. De griffier De voorzitter Tiny Temmerman Geert Van Haegendoren IX-10.844-10/10 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ARR.266.755 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.