← België

Cassatiebeschikking 16569 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 05/01/2026

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 05 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.569 Rolnummer: A. 246611/VII-43105 Zaak: Cassatiebeschikking 16569 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 05/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-13 Raadplegingen: 187 - laatst gezien 2026-06-18 06:20 Fiche Beschikking nr 16.569 van 5 januari 2026 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.569 van 5 januari 2026 in de zaak A. 246.611/VII-43.105 In zake :

  1. XXXXX
  2. XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Freddy Landuyt kantoor houdend te 8730 Beernem Bloemendalestraat 147 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 4 december 2025, strekt tot de cassatie van arrest nr. 334.748 van 22 oktober 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 16 december 2025 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
  3. In het enige middel voeren de verzoekende partijen na enkele theoretische beschouwingen aan dat zij doorheen hun verklaringen een persoonlijke vrees voor vervolging of een reëel risico op ernstige schade in vluchtelingenrechtelijke zin aannemelijk hebben gemaakt. Zij stellen nog dat de tweede verzoekende partij medische problemen heeft VII-43.105-1/2 en in haar land van herkomst niet terecht kan voor hulp, hetgeen zou blijken uit “alle rapporten”. De verzoekende partijen vragen aldus enkel een nieuwe beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd is. Het enige middel is bijgevolg kennelijk niet ontvankelijk. BESLUIT:
  4. Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
  5. De verzoekende partijen worden verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 400 euro, elk voor de helft. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op vijf januari tweeduizend zesentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-43.105-2/2 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.569 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.