id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Raad van State Beschikking van 12 januari 2026 ECLI nr: ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.575 Rolnummer: A. 246305/VII-43073 Zaak: Cassatiebeschikking 16575 - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen - 12/01/2026 Rechtsgebied: Bestuursrecht Invoerdatum: 2026-01-19 Raadplegingen: 176 - laatst gezien 2026-06-18 06:24 Fiche Beschikking nr 16.575 van 12 januari 2026 Vreemdelingen - Raad voor Vreemdelingenbetwistingen Beslissing : Niet toegelaten Thesaurus CAS: RAAD VAN STATE UTU-thesaurus: PUBLIEK EN ADMINISTRATIEF RECHT - RAAD VAN STATE - Afdeling administratie Tekst van de beslissing RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK BESCHIKKING BETREFFENDE DE TOELAATBAARHEID IN ADMINISTRATIEVE CASSATIE nr. 16.575 van 12 januari 2026 in de zaak A. 246.305/VII-43.073 In zake : XXXXX bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Hind Elgazi kantoor houdend te 2000 Antwerpen Terninckstraat 13 bus C1 bij wie woonplaats wordt gekozen tegen : de COMMISSARIS-GENERAAL VOOR DE VLUCHTELINGEN EN DE STAATLOZEN ---------------------------------------------------------------------------------------------------------------- Het cassatieberoep, ingesteld op 3 november 2025, strekt tot de cassatie van arrest nr. 335.085 van 28 oktober 2025 van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Het dossier van de zaak is op 14 november 2025 aangekomen ter griffie. Er is toepassing gemaakt van artikel 20 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State en van de artikelen 7 tot en met 11 van het koninklijk besluit van 30 november 2006 ‘tot vaststelling van de cassatie-procedure bij de Raad van State’. Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari
- Eerste middel
- Met de opgeworpen schending van artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden stelt verzoeker in wezen een nieuwe beoordeling voor van de behandeling van statushouders in Griekenland VII-43.073-1/4 en van zijn individuele situatie, die niet correct zou zijn getoetst aan de “bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid”. Verzoeker vraagt aldus een nieuwe beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd is. Verzoekers zeer algemene kritiek op de gegeven motieven gaat bovendien voorbij aan de omstandige motivering van het bestreden arrest met betrekking tot de algemene situatie voor statushouders in Griekenland, die onder meer wordt getoetst aan de “bijzonder hoge drempel van zwaarwegendheid” overeenkomstig de rechtspraak van Hof van Justitie van de Europese Unie, en met betrekking tot verzoekers individuele situatie, die concreet en uitgebreid wordt onderzocht. Verzoeker toont dan ook niet aan dat de gegeven motivering “gebrekkig en ontoereikend” zou zijn.
- Het eerste middel is, voor zover ontvankelijk, kennelijk ongegrond. Tweede middel
- Verzoeker heeft voor de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen geen schending opgeworpen van artikel 8 van het EVRM noch van artikel 22 van de Grondwet. Zij voert ook niet aan dat zij daartoe niet in de gelegenheid was. Bijgevolg kan zij een schending van die bepalingen niet voor het eerst opwerpen in de graad van administratieve cassatie.
- Het tweede middel is kennelijk niet ontvankelijk. Derde middel
- Verzoeker werpt een schending op “van het recht van verdediging door een gebrek, onduidelijkheid in de motivering van de beslissing”. Een gebeurlijke schending van de jurisdictionele motiveringsplicht houdt echter geen verband met het recht van verdediging. Noch artikel 62 van de wet van 15 december 1980 ‘betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen’, noch artikel 3 van de wet van 29 juli 1991 ‘betreffende de uitdrukkelijke motivering van de bestuurshandelingen’ is van toepassing op jurisdictionele beslissingen zoals het bestreden arrest, waarmee te dezen uitspraak met hervormingsbevoegdheid is gedaan. VII-43.073-2/4 Voor zover verzoeker verwijst naar “de formele en materiële motiveringsplicht vervat in artikel 149 van de Grondwet” en daarmee (ook) de jurisdictionele motiveringsplicht zou bedoelen, dient te worden opgemerkt dat verzoeker in de uiteenzetting van het middel de motieven van het bestreden arrest ook inhoudelijk betwist waar hij aanvoert dat hij wel een gegronde vrees voor vervolging duidelijk heeft gemaakt. Dit houdt echter geen verband met de mogelijke schending van de in artikel 149 van de Grondwet vervatte jurisdictionele motiveringsplicht als vormvereiste. Bovendien treedt de Raad van State als cassatierechter niet in de beoordeling van de zaak zelf. Waar verzoeker de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen op algemene wijze verwijt niet te hebben gereageerd op de door verzoeker bijgebrachte rapporten over de toestand in Griekenland en zich ten onrechte te hebben gesteund op het beginsel van wederzijds vertrouwen tussen de lidstaten van de Europese Unie, gaat hij voorbij aan de omstandige motivering in de punten 4.3.
- tot en met 4.3.
- van het bestreden arrest. Verzoeker toont dan ook geen schending aan van artikel 149 van de Grondwet.
- Het derde middel is in de aangegeven mate kennelijk niet ontvankelijk, dan wel kennelijk ongegrond. Vierde middel
- Met de opgeworpen schending van de artikelen 48/2 en 48/4 van de vreemdelingenwet waarbij hij voorhoudt dat hem in ieder geval de subsidiaire bescherming had moeten worden toegekend, vraagt verzoeker opnieuw een beoordeling van de zaak zelf, waarvoor de Raad van State als cassatierechter niet bevoegd is.
- Het vierde middel is kennelijk niet ontvankelijk. VII-43.073-3/4 BESLUIT:
- Het cassatieberoep is niet toelaatbaar.
- Verzoeker wordt verwezen in de kosten van het cassatieberoep, begroot op een rolrecht van 200 euro. Deze beschikking is, na beraad, uitgesproken te Brussel op twaalf januari tweeduizend zesentwintig, door: Carlo Adams, kamervoorzitter, bijgestaan door Bryan Geerts, toegevoegd griffier. De griffier De voorzitter Bryan Geerts Carlo Adams VII-43.073-4/4 PDF document ECLI:BE:RVSCE:2026:ORD.16.575 Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div