← België

ECLI:BE:TTBRW:2006:JUG.20060309.11

id="page_main" x-ms-format-detection="none"> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab Arbeidsrechtbank Waals Brabant Vonnis/arrest van 09 maart 2006 ECLI nr: ECLI:BE:TTBRW:2006:JUG.20060309.11 Rolnummer: 503/N/2005 Rechtsgebied: Internationaal privaatrecht Invoerdatum: 2007-07-31 Raadplegingen: 118 - laatst gezien 2026-07-01 15:13 Versie(s): Vertaling FR Fiches 1 - 2 Voor de toepassing van artikel 19 van de verordening 44/2001 betreffende de rechterlijke bevoegdheid betekent het begrip « gewoonlijke activiteit op het grondgebied van een Staat» niet dat de werknemer er permanent moet werken. Dat begrip houdt in dat het wezenlijk deel van de beroepsactiviteiten geconcentreerd is op het grondgebied van een Staat. Dit sluit geenszins uit dat de werknemer occasioneel activiteiten uitoefent in een andere Staat. De werknemer belast met de oprichting van een dochtermaatschappij in een land, met de ontwikkeling van een cliënteel op die plaats, met het toezicht over de handelsverrichtingen van die dochtermaatschappij en die bovendien in dat land verblijft, oefent daar noodzakelijk het wezenlijk deel van zijn beroepsactiviteiten uit. Dit rechtvaardigt de rechterlijke bevoegdheid van dat land, zelfs indien de werknemer een ander deel van zijn activiteit uitoefent in een ander land. Overeenkomstig artikel 6 van het Verdrag van Rome van 19 juni 1980 kan, indien de partijen bij een arbeidsovereenkomst met buitenlandse aanknopingspunten niet uitdrukkelijk de toepasselijke wet aangeduid hebben, die keuze voortvloeien uit de contractuele bepalingen en de omstandigheden van het geval met dien verstande dat geen afbreuk mag worden gedaan aan de bescherming die verzekerd wordt door de dwingende wetten van de plaats van uitvoering van de overeenkomst De Belgische en de Franse wetten bieden inzake het ontslag een vergelijkbare bescherming, al is de Belgische wet gunstiger voor de werknemer met betrekking tot de opzeggingstermijn. UTU-thesaurus: GRENSOVERSCHRIJDEND RECHT - VERBINTENISSEN UIT OVEREENKOMST - TOEPASSELIJK RECHT (Verdrag van 19 juni 1980) - Eenvormige regels - art. 3 - 22 - Individuele arbeidsovereenkomsten - art. 6 Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN EN VERORDENINGEN - EUROPESE ECONOMISCHE GEMEENSCHAP - VERDRAG VAN ROME - Internationale bevoegdheid - Artikel 19 van de Verordening 44/2001 - Gewoonlijke activiteit - Begrip - Toepassing - Internationaal privaatrecht - Verdrag van Rome, artikel 6 - Geen keuze door de partijen - Toepasselijk recht - Grenzen - Bescherming verzekerd door dwingende wetten van de plaats van de uitvoering van de overeenkomst - Toepassing. Wettelijke bepalingen: Verdrag EG/EU - 19-06-1980 - 6 - 30 Link Justel databank 19800619-30 Wet - 14-07-1987 - 42 ELI link Pub nr 1987015130 Nota: IX D 7 Verdrag van Rome, art. 6. Eveneens gerangschikt onder IX H art. 19. Gepubliceerd in JTT 2007, p. 65 + Noot: Dit vonnis is definitief. Vrije woorden: INTERNATIONALE VERDRAGEN EN VERORDENINGEN - RECHTSPLEGING EN BEVOEGDHEID - Internationale bevoegdheid - Artikel 19 van de Verordening 44/2001 - Gewoonlijke activiteit - Begrip - Toepassing - Internationaal privaatrecht - Verdrag van Rome, artikel 6 - Geen keuze door de partijen - Toepasselijk recht - Grenzen - Bescherming verzekerd door dwingende wetten van de plaats van de uitvoering van de overeenkomst - Toepassing. Wettelijke bepalingen: Huishoudelijk Reglement - 22-12-2000 - 19 Nota: IX H art. 19. Eveneens gerangschikt onder IX D 7 Verdrag van Rome, art. 6 Gepubliceerd in JTT 2007, p. 65 + Noot: Dit vonnis is definitief. Annotaties Publicaties: Journal des tribunaux du travail - - 2007(65-67) Tekst van de beslissing <> Print deze pagina Afdrukformaat S M L XL Nieuwe JUPORTAL-zoekopdracht Sluit Tab <div

🔗 Vers la source officielle

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.