← België

2000CC02

Beslissing van 16 februari 2000 - nr. 2000 – C/C – 02 Inzake: CONC - C/C - 00/0001 MORGAN GRENFELD PRIVATE EQUITY LTD./ BAMBINO HOLDINGS LTD.

  1. Feitelijke gegevens en procedure De voorliggende overeenkomst, welke kadert in de organisatie, promotie, marketing en het uitzenden op televisie van het FORMULE 1 Wereldkampioenschap, werd ondertekend op 16 oktober
  2. Als koper treedt op: MORGAN GRENFELD PRIVATE EQUITY LTD. (hierna genoemd: MGPE), met zetel Great Winchester Street 23 te London EC2P2AX in het Verenigd Koninkrijk. Zij is een 100% dochteronderneming van DEUTSCHE BANK (opgericht in 1989) en een belangrijke verschaffer van risicokapitaal in Europa. Als verkoper treedt op: BAMBINO HOLDINGS LTD. (hierna genoemd: BAMBINO) met zetel Rue Bellot 6 te 1206 Genève in Zwitserland. Zij is een holdingmaatschappij naar het recht van Jersey, waarvan de aandelen gehouden worden door een trust in Liechtenstein en in handen zijn van de familie Ecclestone. BAMBINO houdt voor de concentratie 100% van de aandelen van de doelvennootschap en heeft géén andere belangen. Als doelvennootschap treedt op: SLEC HOLDINGS LTD. (hierna genoemd: SLEC), met hetzelfde adres als BAMBINO. Deze vennootschap naar het recht van Jersey heeft beperkte aansprakelijkheid en is de holdingmaatschappij van een groep vennootschappen (o.a. FOA, FOM), die actief zijn in de organisatie, promotie, marketing en het uitzenden op televisie van het Formule 1 Wereldkampioenschap. In de transactie zijn nog betrokken: SHAPEBURST LTD. en SPEED INVESTMENTS LTD., beide p/a Ashurst-Morris-Crisp, Broadwalk House, Appold Street 5 te London EC2A2HA in het Verenigd Koninkrijk. SHAPEBURST LTD is een speciaal voor de concentratie opgerichte vennootschap naar Engels recht die om organisatorische redenen alle rechten en verplichtingen die zij had verkregen i.v.m. de concentratie heeft overgedragen aan SPEED INVESTMENTS LTD., een vennootschap naar het recht van Jersey, speciaal opgericht om op de aandelen van de doelvennootschap in te schrijven. De Raad stelt vast dat de betrokken partijen ondernemingen zijn in de zin van art.1 WBEM. Voor de overeenkomst d.d. 16 oktober 1999 hebben partijen eerst onderzocht of een Europese aanmelding vereist was. Op 6 december 1999 besloot de “MERGER TASK FORCE” van de Europese Commissie dat dit niet het geval was. De concentratie werd alhier aangemeld op 5 januari
  3. Dezelfde dag werd de aanmelding door het secretariaat van de Raad voor onderzoek overgemaakt aan het korps van verslaggevers conform art.32bis §1 WBEM. De Raad nam kennis van deze aanmelding, alsmede van het dossier en het verslag van de Dienst voor de Mededinging d.d. 25 januari
  4. De partijen werden opgeroepen voor de zitting van heden 16 februari 2000 ; De Raad hoorde op heden: · · Mr. C. Meyntjens Mr. Y. Meyvis
  5. Beoordeling omtrent het toepassingsgebied van de wet 2.
  6. Aanmeldingsplicht - omzetdrempels De aanmeldende partij MGPE realiseerde in België in 1998 een omzet van boven de 15 miljoen Euro. Zij maakte op basis van een forfaitaire berekening een schatting van de omzet in 1998 in België behaald door BAMBINO, waaruit blijkt dat ook deze vennootschap de omzetdrempel van 15 miljoen Euro behaalt (zie haar strikt vertrouwelijke fax d.d. 19/01/2000). Volgens de advokaten van BAMBINO zou deze drempel niet zijn behaald (zie hun vertrouwelijke fax d.d. 17/01/2000), doch hun beweerde cijfers worden nergens gestaafd. 62 Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I Bij Formule 1 worden véél contracten gesloten voor het geheel van het kampioenschap, die moeilijk toewijsbaar zijn aan één bepaalde ronde van het kampioenschap (in België: Spa-Francorchamps). Men is dus aangewezen op een forfaitaire berekening (zie fax MGPE d.d. 28 januari 2000). De Raad volgt dan ook deze berekeningswijze. Hieruit volgt dat de drempels overeenkomstig art.11 §1 WBEM behaald zijn, zodat de voorliggende concentratie moet worden aangemeld. 2.
  7. Overeenkomst van concentratie Uit de inhoud van de overeenkomst d.d. 16/10/99 (aanmelding blz. 7 tot 10) blijkt dat de volledige zeggenschap kan worden verkregen door MGPE mits de uitoefening van twee verschillende opties op voorwaarde dat bijkomende investeerders worden bereid gevonden om te investeren in SPEED INVESTMENTS LTD. Zelfs met een minderheidsaandeel is er een verandering in de structuur van de zeggenschap over de doelonderneming gezien de minderheidsaandeelhouder ab initio bepaalde vitale vetorechten verwerft (zie bijlagen 4 en 6 bij de aanmelding). Er is dus sprake van een concentratie-overeenkomst conform art.9 §1 tot §4 WBEM. Volgens art.33 §1.1 WBEM moet vastgesteld worden dat de aangemelde concentratie binnen het toepassingsgebied van de wet valt.
  8. Beoordeling omtrent de toelaatbaarheid Gezien SLEC in België (en ook op wereldvlak) de enige onderneming is die alle rechten heeft inzake promotie, marketing en TV-uitzendingen voor de Grote Prijs Formule 1, heeft zij een marktaandeel van 100% en dus een monopoliepositie. Het criterium van 25%, zoals bepaald in art.33 §2.a WBEM is dus uiteraard bereikt. Qua relevante productenmarkt en marktindeling kan verwezen worden naar een “Mededeling van Punten van Bezwaar” d.d. 30 juni 1999 vanwege de Europese Commissie én naar de beslissing die de Italiaanse mededingingsautoriteit d.d. 10/01/2000 in dit dossier heeft genomen. Als aparte markten binnen de sector van het Formule 1 Wereldkampioenschap kunnen worden beschouwd: de commercialisatie, de promotie, de organisatie en de TV-rechten. Betreffende de geografische markt zijn de effecten van de uitoefening van de rechten i.v.m. commercialisatie, promotie en organisatie op Belgisch niveau duidelijk regionaal afgebakend nl. Spa-Francorchamps. SLEC realiseert haar omzetcijfer in België alléén ter gelegenheid van de Grote Prijs Formule 1 op dit circuit. De uitoefening van de TV-rechten reikt geografisch echter véél verder, doch zijn eveneens door SLEC beheerd. Het is duidelijk dat door de voorliggende concentratie er enkel een verandering optreedt in de financiële structuur (kapitaal) van de doelvennootschap SLEC en géén verandering meebrengt voor haar activiteiten op het terrein, die uitgevoerd worden door haar twee werkende vennootschappen FOA en FOM. Deze concentratie moet geografisch zéér ruim worden bekeken. De financiële participatie gebeurt binnen een Zwitsers bedrijf, dat activiteiten heeft in al deze landen waar een Grote Prijs Formule 1 wedstrijd wordt gereden, zijnde 16 landen verspreid over de hele wereld. België is slechts één van deze landen en er zijn géén veranderingen op de bestaande economische verhoudingen in België. Alle partijen, zoals de plaatselijke promotoren, de circuiteigenaar, de TV-stations, enz..., die wensen betrokken te worden bij het laten plaats vinden van de Grote Prijs Formule 1 te Spa- Francorchamps, zullen ook in de toekomst moeten blijven onderhandelen met SLEC, gezien zij ook nà de concentratie de enige marktspeler blijft die alle rechten m.b.t. deze sector in handen heeft. De monopoliepositie van SLEC verandert niet door de voorliggende concentratie en op Belgisch niveau wordt er in de toekomst géén concurrent verwacht in deze sector. Door de Italiaanse en Duitse autoriteiten inzake mededinging werd reeds een gunstige beslissing genomen inzake voorliggende concentratie. Uit de omstandigheid dat er in casu géén machtspositie wordt verworven of versterkt, volgt dat de aangemelde concentratie conform art.33 §2.1.a WBEM toelaatbaar moet worden verklaard.
  9. Het opleggen van een boete Dat de aanmelding niet is gebeurd binnen de wettelijke termijn van één maand (art.12 §1 WBEM) is te verklaren door het feit dat het dossier eerst behandeld werd door de “MERGER TASK FORCE” van de Europese Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I 63 Commisie. Nàdat deze op 06/12/99 had beslist dat de vereiste omzetdrempel voor aanmelding op Europees niveau niet was bereikt, heeft MGPE onverwijld contact genomen voor huidige aanmelding, zodat deze verschoonbaar is. De Raad is van oordeel dat echter aan de partij BAMBINO HOLDINGS LTD. wel een principiële boete moet worden opgelegd. Niettegenstaande de concentratie uiteindelijk toelaatbaar worden beoordeeld, heeft genoemde partij een gebrek aan medewerking laten blijken t.o.v. zowel de Raad, het korps van verslaggevers als de Dienst. Terwijl BAMBINO aan de “MERGER TASK FORCE” van de Europese Commissie wel de nodige inlichtingen had verschaft om aan te tonen dat de operatie niet onder de toepassing viel van de Europese richtlijn inzake concentraties, heeft zij niet de nodige stavingsstukken bezorgd aan de Belgische autoriteiten om haar beweerde omzetcijfer in België aan te tonen, niettegenstaande het verslag haar werd betekend op 28 januari
  10. Conform art.37 §1.d WBEM wordt aan BAMBINO HOLDINGS LTD een geldboete opgelegd van 100.000 BFr. Dit bedrag is relatief laag om redenen dat de concentratie toelaatbaar is. OM DEZE REDENEN De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, van toepassing overeenkomstig art.54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art.33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet valt ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art.33 §2.1.a WBEM ; Veroordeelt de partij BAMBINO HOLDINGS LTD. tot een geldboete op van HONDERDDUIZEND BELGISCHE FRANK (100.000 BFr.) op basis van art.37 §1.d WBEM ; Aldus uitgesproken bij beslissing van 16 februari 2000 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; de heren Olivier Gutt, Peter Poma en Robert Vanosselaer, leden. 64 Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.