Beslissing van 10 maart 2000 - nr. 2000 – C/C - 04 INZAKE: K + S Aktiengesellschaft ("K + S") en enkele van haar dochtervennootschappen (Montangesellschaft Warenhandel mbH en K + S Projekt GmbH), met adres te Duitsland, 34111 Kassel, Friederich - Ebert - Strasse 160, en : BASF AG en enkele van haar dochtervennootschappen (Guano - Werke GmbH, COMPO GmbH Produktionsund Vertriebsgesellschaft, Torf- und Humuswerke Uchte GmbH, COMPO GmbH & Co. KG, Felddünger GmbH, COMPO Hellas SA en COMPO Benelux. Gezien "K + S" optredende als koper en "BASF" optredende als verkoper op 29 december 1999 een overeenkomst hebben afgesloten die het voorwerp uitmaakt van huidige concentratieprocedure. Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van de concentratie door de partijen voornoemd gezamenlijk ingediend op 28 januari
- Gezien de mededeling conform artikel 32 bis § 1 van de Wet van de aanmelding van de concentratie op 28 januari 2000 door het secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers. Gezien de stukken van het dossier en het onderzoeksverslag van de Dienst voor de Mededinging zoals dit op 21 februari 2000 werd overgemaakt aan de verslaggever. Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 23 februari 2000 werd opgesteld en op 2 maart 2000 werd betekend aan de Raad. Gehoord ter zitting van 10 maart 2000 het verslag van de verslaggever de heer Johan Isselée, alsmede de aanmeldende partijen ter zitting vertegenwoordigd door Meester Koen Coppenholle en Meester Filip De Schouwer, loco Meester Koen PLATTEAU, advocaat te 1000 BRUSSEL, Brederodestraat
- Over de vraag of de aanmeldende partijen ondernemingen zijn : (artikel 1 van de Wet) Als koper treedt op "K + S Aktiengesellschaft" en enkele van haar hierboven vermelde dochtervennootschappen, gevestigd in Duitsland, onderneming die via haar dochterondernemingen ondermeer betrokken is bij de winning en distributie van kali, magnesiumproducten en zout, en actief is in de afvalverwerkingsindustrie, de verstrekking van logistieke diensten, de adviesverlening, de informatietechnologie. Als verkoper treedt op "BASF AG" en enkele van haar hierboven vermelde dochtervennootschappen, gevestigd in Duitsland, onderneming actief in de chemische sector. Beide aanmeldende partijen zijn ondernemingen in de zin van artikel 1 van de Wet tot bescherming van de economische mededinging zoals gecoördineerd door het Koninklijk Besluit van 1 juli
- Over de vraag of de aangemelde operatie een concentratie is : (artikel 9 van de Wet) : Het voorwerp van de tussen partijen op 29 december 1999 afgesloten overeenkomst betreft de verwerving door "K + S" van de volledige controle over de meststofactiviteiten van "BASF", terug te vinden in twee afdelingen van "BASF", namelijk de afdeling COMPO en de afdeling agrarische meststoffen (field fertilisers). Wat de afdeling COMPO betreft zal de overname van deze afdeling gebeuren via enerzijds de overdracht van het volledige aandelenkapitaal van COMPO Produktions- und Vertriebsgesellschaft GmbH en anderzijds de overname van alle activa van het productieterrein in Krefeld. Bovendien zullen BASF Horticulture en Jardin S.A. alsook andere distributieactiviteiten die deel uitmaken van de afdeling COMPO overgedragen worden. Wat de afdeling agrarische meststoffen van BASF betreft zal "K + S" een deel van de activa, evenals de logistiek, distributie en marketing overnemen. De productie van de agrarische meststoffen blijft wel in handen van "BASF", doch onder instructie van "K + S" dat de commerciële productieplanning zal overnemen en dat deze producten van "BASF" zal overnemen op een kost-plus basis. Door deze operatie zal "K + S" haar activiteiten aanvullen, terwijl "BASF" hierdoor een specifiek deel van haar meststofactiviteiten afstoot. Deze aangemelde operatie is een concentratie in de zin van artikel 9 § 1.b van de Wet.
- Over de vraag of de aanmelding tijdig is gebeurd : (artikel 12 § 1 van de Wet) Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I 67 De overeenkomst werd ondertekend op 29 december
- De aanmelding gebeurde op 28 januari 2000, hetzij derhalve conform artikel 12 § 1 van de Wet.
- Over de vraag of de concentratie onder het toepassingsgebied van de Wet valt in verband met de omzetdrempels : (artikel 11 § 1 en artikel 46 van de Wet) Uit de aanmelding blijkt dat de omzet in België van enerzijds "K + S" en anderzijds de meststoffenactiviteiten van "BASF" van die omvang zijn dat de drempels bepaald in artikel 11 § 1 van de Wet overschreden zijn, zodat de aangemelde concentratie valt onder het toepassingsgebied van de Wet.
- Over de toelaatbaarheid van de concentratie wat betreft het marktaandeel : (artikel 10 en artikel 33 § 2.1.a van de Wet) Uit de ons verstrekte gegevens blijkt dat de concentratie betrekking heeft op de sector van de kunstmeststoffen, verder dat de betrokken partijen in België actief zijn op drie van deze kunstmeststoffenmarkten, die verticaal verbonden zijn, namelijk enerzijds "K + S" met een marktaandeel in België van meer dan 25 % op de markt van de landbouwkali en op de markt van de magnesiumproducten, terwijl "BASF" op deze markten in België niet actief is, anderzijds "BASF" met een marktaandeel in België van meer dan 25 % op de markt van stikstofmeststoffen, terwijl "K + S" op deze markt in België niet actief is. De betrokken ondernemingen kunnen zich dan ook niet beroepen op artikel 33 § 2.1.a van de Wet vermits zij samen in België meer dan 25 % van de betrokken markt controleren. Op grond van artikel 10 § 2 van de Wet is er dan ook een concurrentiële analyse nodig.
- Over de concurrentiële analyse : (over het marktaandeel en over de structuur van de markt) De voorgestelde concentratie zal niet leiden tot een vergroting van het marktaandeel, vermits "BASF" in België geen kaliproducten produceert of verkoopt, terwijl "K + S" niet actief is op de markt van de stikstofmeststoffen. Er is dus geen overlapping van de markten. Technisch gesproken gaat het over een nul plus operatie, die nauwelijks effect heeft op de Belgische markt. Deze verticale integratie zal immers weinig invloed hebben op de omvang van de kalileveringen van "K + S" aan "BASF", vermits "BASF" reeds het overgrote deel van zijn aankopen doet bij "K + S" en vermits de leveringsovereenkomsten geen uitsluitingseffecten hebben ten aanzien van de concurrenten. Deze integratie zal geen invloed hebben op de marktaandelen van de meststoffenafdeling van "BASF", vermits "BASF" nu reeds het overgrote deel van de kali en alle magnesium bij "K + S" koopt en de leveringen tot nu toe en ook in de toekomst tegen marktprijzen gebeuren, zodat er geen verdere kostenbesparingen gerealiseerd worden. De kalimarkt en de markt van de stikstofmeststoffen hebben een Europese dimensie, alwaar de marktaandelen van "K + S" en "BASF" beperkt zijn. De in de kwestieuze sector aanwezige concurrenten maken deel uit van grote internationale ondernemingen en zijn derhalve actief op een grotere dan de louter Belgische markt. Er moet eveneens opgemerkt worden dat andere mededingingsautoriteiten, namelijk het Duitse Bundeskartellamt en de Nederlandse en Italiaanse mededingingsautoriteit reeds hun goedkeuring hebben gegeven aan deze concentratie. Tenslotte moet opgemerkt worden dat de meeste ondervraagde ondernemingen geen concurrentieproblemen zien in verband met de aangemelde operatie. De door partijen gesloten overeenkomst kan dan ook toelaatbaar verklaard worden. OM DEZE REDENEN, Gelet op het taalgebruik in gerechtszaken, De Raad voor de Mededinging, Stelt vast dat de betrokken concentratie onder het toepassingsgebied valt van de Wet en dat ze toelaatbaar is. Aldus uitgesproken op 10 maart 2000 door de Kamer voor de Raad voor de Mededinging samengesteld uit : de heer Peter POMA, kamervoorzitter, de heren Olivier Gutt, Patrick Van Cayseele en Frank Deschoolmeester, leden. 68 Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I