Beslissing van 24 mei 2000– nr. 2000 – C/C – 19 INZAKE : Beslissing van 17 november 1997 – nr. 97 – C/C - 25 KINEPOLIS GROUP N.V. en : IMAGIBRAINE N.V. Gezien de beslissing dd 17 november 1997, nr.97-C/C-25 betreffende de concentratie tussen de groep Bert en de groep Claeys onder de benaming "Kinepolis Group". Gezien het schrijven dd 20 april 2000 uitgaande van de "Kinepolis Group", op het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging ontvangen op 25 april
- Gezien het schrijven dd 15 mei 2000 uitgaande van de heer Bert Stulens, verslaggever a.i. Gezien de nota neergelegd door meester De Schrijver namens de Kinepolis Group. Gelet op het taalgebruik in gerechtszaken. Gehoord ter zitting van 24 mei 2000, de verslaggever de heer Bert Stulens en meester De Schrijver. In haar schrijven dd 20 april 2000 - op de Raad ontvangen op 25 april 2000 - stelt de "Kinepolis Group" in essentie : - dat zij er niet in geslaagd is een bioscoopcomplex te Brugge (14 zalen en 3400 zetels) te verwezenlijken. - dat zij thans in de mogelijkheid is om het destijds te Brugge geplande complex te vervangen door het bioscoopcomplex Imagibraine (10 zalen en 2.499 zetels) door het nemen van een meerderheidsparticipatie in de N.V. Imagibraine, eigenaar van het desbetreffende bioscoopcomplex te Braine l'Alleud. - dat de Raad voor de Mededinging in haar beslissing van 17 november 1997, nr.97-C/C-25 bij de beoordeling van de toenmalige concentratie reeds rekening gehouden heeft met het bestaan van het bioscoopcomplex te Brugge. - dat de Raad in punt 4 van het beschikkend gedeelte van de beslissing dd 17 november 1997 voorzag dat de N.V. Kinepolis Group geen voorafgaande instemming van de Raad voor de Mededinging nodig heeft voor zover het gaat om onder meer de vervanging van een bestaand complex door een ander complex, indien dit tot gevolg heeft dat het aantal zetels of zalen van het betrokken complex stijgt met minder dan 20 %. Punt 4 van de beslissing van de Raad dd 17 november 1997 bepaalt: " De groep die uit de concentratie ontstaat zal geen nieuw één - of - meer zalencomplex oprichten of overnemen noch een bestaand complex uitbreiden, renoveren of vervangen zonder de voorafgaande instemming van de Raad voor de Mededinging. Deze voorwaarde van voorafgaande instemming van de Raad geldt niet bij een uitbreiding, renovatie van een bestaand complex, of vervanging van een bestaand complex door een ander complex, indien dit tot gevolg heeft dat het aantal zetels of zalen van het betrokken complex stijgt met minder dan 20 % gedurende de termijn bepaald in punt 5 van dit beschikkend gedeelte. De Raad zal op een verzoek tot instemming een beslissing nemen binnen de termijnen zoals deze thans gelden voor het concentratietoezicht na de partijen te hebben gehoord. Bij ontstentenis van beslissing binnen deze termijnen zal de Raad geacht worden met het verzoek in te stemmen". In casu stelt zich dan ook de vraag of de niet verwezenlijking van het bioscoopcomplex te Brugge en de vervanging ervan door een bioscoopcomplex te Braine l'Alleud valt onder de bewoordingen van punt 4 lid 2 van het beschikkend gedeelte van de beslissing van de Raad van 17 november 1997, namelijk "..... vervanging van een bestaand complex door een ander complex .....". Hiervan kan slechts sprake zijn voor zover de Raad in haar beslissing van 17 november 1997 bij het beoordelen van het marktaandeel alsdan rekening heeft gehouden met het marktaandeel van Brugge. Uit het motiverend gedeelte van de beslissing van de Raad dd 17 november 1997, in het bijzonder blz.6 (tabel) en blz.13 (overweging 15), blijkt dat er destijds voor Brugge wel met een complex werd rekening gehouden. Bovendien wordt zulks bevestigd door de brief van de toenmalige voorzitter van de Raad dd. 26 oktober
- Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I 93 De N.V. "Kinepolis Group" moet dan ook overeenkomstig punt 4 lid 1, van de beslissing van 17 november 1997 voorafgaandelijk geen instemming vragen aan de Raad voor de Mededinging. OM DEZE REDENEN, De Raad voor de Mededinging, Stelt dat de N.V. Kinepolis Group geen voorafgaandelijke instemming moet vragen aan de Raad voor de Mededinging om het bioscoopcomplex Imagibraine (10 zalen, 2.499 zetels) uit te baten ter vervanging van het complex te Brugge. Aldus uitgesproken op 24 mei 2000 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging samengesteld uit : de heer Peter Poma, kamervoorzitter, de heren Olivier Gutt, Marc Jegers, Wouter Devroe, leden. 94 Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I