← België

2000CC35

Beslissing nr. 2000 - C/C – 35 van 8 november 2000 Inzake: NV P&O PORTS HOLDINGS en NV ANTWERP COMBINED TERMINALS Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 20 september 2000 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 22 september 2000 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 16 oktober 2000 werd opgesteld en betekend aan de Raad ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 8 november 2000: – mr. Vreys – mr. Arts

  1. De aanmeldende en betrokken partijen - Als koper treedt op de NV P&O PORTS HOLDINGS, met zetel te 2040 Antwerpen, Nieuwe Westweg, Havenweg
  2. De vennootschap is actief in België in de sector van de havenuitbating (containerterminals) en de havenbehandeling van goederen. - Als verkopers treden op: de NV ALINE (patrimoniumvennootschap van de familie Jos Van Wellen), de NV DEN HOED (patrimoniumvennootschap van de familie Van Wellen) en de SA INVESTISSEMENTS MOBILIERS EUROPEENS ET INTERNATIONAUX (een holding naar Luxemburgs recht met participaties in de maritieme en onroerend goed-sectoren). - Als betrokken onderneming fungeert de NV ANTWERP COMBINED TERMINALS, met zetel te 2040 Antwerpen, Rostockweg. Deze vennootschap behandelt goederen (zowel containers als stukgoederen) in de haven van Antwerpen. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
  3. Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De aangemelde overeenkomst, door partijen ondertekend op 8 september 2000, betreft de verwerving van de directe en uitsluitende zeggenschap door de NV P&O PORTS HOLDINGS over de NV ANTWERP COMBINED TERMINALS via het verwerven van de totaliteit van de aandelen van laatstgenoemde vennootschap. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1a WBEM. De aanmelding gebeurde op 20 september 2000, dus binnen de wettelijk vereiste termijn conform art. 12§1 WBEM. Inzake het onderzoek naar de drempels, stelt zich de vraag bij de bepaling van de omzet gerealiseerd in België of er moet worden uitgegaan van de plaats waar het product wordt verkocht of de dienst wordt geleverd, of dat er integendeel moet worden uitgegaan van de plaats waar de afnemers zijn gevestigd (probleem van geografische allocatie). In casu gebeurt de betrokken goederenbehandeling door de NV ANTWERP COMBINED TERMINALS in de haven van Antwerpen. De diensten worden op Belgisch grondgebied verstrekt. Indien bij de bepaling van de Belgische omzet enkel nog zou moeten uitgegaan worden van de vestigingsplaats van de afnemers, zou dit in de praktijk voor de concentratiecontrole grote problemen geven o.a. om de identiteit Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I 145 van alle afnemers van een bedrijf te bepalen en bij ruime diversiteit onder de afnemers de geografische allocatie te bepalen..... In de jaarrekening van een onderneming wordt trouwens m.b.t. de omzet géén geografische allocatie verricht. Dit betekent dat ondernemingen betrokken bij een concentratie zelf een geografische allocatie zouden moeten uitvoeren, hetgeen zéér moeilijk te controleren zou zijn. Er zou géén sprake meer zijn van een objectief meetbaar instrument voor het omzetcijfer. Een manipulatie van het “Belgische” omzetcijfer tot onder de wettelijke drempel voor aanmeldingsplicht, zou moeilijk weerlegbaar zijn. Conform zijn jurisprudentie, is de Raad van oordeel dat de betrokken omzet geografisch volledig (ook de omzet gerealiseerd op Belgisch grondgebied voor buitenlandse klanten) moet worden toegerekend aan België (vgl. Beslissing van de Raad nr. 2000-C/C-31 van 18/10/2000 inzake De Beers Australia Holdings Ltd / Ashton Mining Ltd). Deze rechtspraak ligt in de lijn van §46 van de Mededeling van de Europese Com-missie betreffende de toerekening van de omzet (PB C, 2 maart 1998, 66/25), alwaar bepaald wordt: “omzet moet toegerekend worden aan de plaats waar de afnemer is gevestigd, omdat dat in de meeste gevallen de plaats is waar de overeenkomst tot stand komt, waar de omzet door de betrokken leverancier wordt behaald en waar concurrentie met andere aanbieders plaatsvindt”. Uit de voorgelegde omzetcijfers van de betrokken ondernemingen (blz. 11 e.v. van de aanmelding) blijkt dat de drempels bepaald overeenkomstig art. 11§1 WBEM worden overschreden, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet.
  4. Het marktonderzoek - analyse en beoordeling De relevante productenmarkten in casu zijn de markten voor de havenbehandeling van enerzijds conventionele goederen (stukgoederen) en anderzijds containers (zie Beslissing d.d. 13 april 2000 van de Raad inzake P&O / Seaport Terminals - nr.2000-C/C-10). Door de concentratie in casu zullen de betrokken ondernemingen m.b.t. containers een marktaandeel bereiken dat aanzienlijk lager is dan hun belangrijkste concurrent HESSENNATIE, en m.b.t. stukgoederen bereiken zij een positie die vergelijkbaar is met andere concurrenten (WESTERLUND, NOORDNATIE, BNFW, HESSENNATIE/NO-VATIE). Zowel op de markt van de stukgoederen als op de markt van de containerbehandeling, bereiken de bij deze concentratie betrokken ondernemingen een gezamenlijk marktaandeel van duidelijk minder dan 25%. Er moet bijgevolg vastgesteld worden dat de aangemelde concentratie toelaatbaar is conform art. 33§2.1.a WBEM. OM DEZE REDENEN DE RAAD VOOR DE MEDEDINGING Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 8 november 2000 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester - kamervoorzitter ; mevrouw Béatrice Ponet - Voorzitter a.i. van de Raad voor de Mededinging ; de heren Willem Rycken en Marc Jegers, leden. 146 Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.