← België

2000CC38

Beslissing nr. 2000 - C/C - 38 van 22 november 2000 Inzake : De Beers Australia Holdings Pty Ltd, vennootschap naar Australisch recht, met maatschappelijke zetel te Level 37, 101 Collins Street, Melbourne, Victoria 3000 in Australië en : Ashton Mining Ltd, vennootschap naar Australisch recht, met maatschappelijke zetel te 4th Floor, 441 Sint Kilda Road, Melbourne, Victoria 3004 in Australië Gezien de proceduriële voorgaanden waaronder onze beslissing d.d. 18 oktober 2000, waarbij aan de verslaggever gevraagd werd om een bijkomend verslag te maken betreffende de vermoedelijke invloed van de concentratie in toepassing van art. 33, § 2, 1b., en art. 34, § 1, 1e alinea, van de wet van 5 augustus 1991 (WBEM). Gezien onze beslissing d.d. 25 oktober 2000 waardoor het verzoek tot heropening van de debatten namens de Beers Australië Holdings Pty Ltd neergelegd op 23 oktober 2000 verworpen werd. Gezien het verzoek d.d. 3 november 2000, overgemaakt op 6 november 2000, geformuleerd door meester Thomas Chellingsworth van het kantoor Nauta Dutilh, met kantoor te Brussel, Terhulpsesteenweg 177/6, optredende voor Rio Tinto Ltd, om tussen te komen en gehoord te worden. Gezien onze beslissing d.d. 8 november 2000, waarbij het verzoek namens Rio Tinto Ltd om tussen te komen en gehoord te worden ontvankelijk werd verklaard. Gezien onze beslissing d.d. 8 november 2000, waarbij aan de verslaggever voor de neerlegging van het verslag een bijkomende termijn van twee dagen werd verleend. Gezien het schrijven d.d. 10 november 2000, overgemaakt op 10 november 2000, geformuleerd door meester Johan Ysewijn van het kantoor Linklaters & Alliance met kantoor te Brussel, Brederodestraat 13A, waarbij hij namens de aanmeldende partij De Beers Australia Holdings Pty Ltd mededeelt dat deze de initiele aanmelding d.d. 11 september 2000 formeel terugtrekt. Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever in toepassing van art. 34 van de WEBM. Gezien de memorie van antwoord neergelegd door meester Johan Ysewyn namens De Beers Australia Holdings Pty Ltd. Gehoord ter zitting d.d. 22 november 2000, de heer B. Stulens, verslaggever. Gehoord ter zitting d.d. 22 november 2000, meester J. Ysewyn namens De Beers, meester M. Pittie namens Ashton Mining en meester Th. Cellingsworth namens Rio Tinto. Gezien de voorwaarden van het bod van De Beers niet meer worden vervuld, waardoor dit bod en derhalve de aanvraag tot toelating van de concentratie zonder voorwerp is geworden (zie o.a. in dezelfde zin "Beslissing van de Raad voor de Mededinging van 7 april 1998, 98-C/C-7 inzake Belgacom en Cipe SA). De Raad is van oordeel dat in casu de laattijdigheid van de aanmelding van de concentratie, die ondertussen zonder voorwerp is geworden, niet moet gesanctioneerd worden met een boete, omwille van het feit dat rekening houdende met bijzondere omstandigheden diligent en ter goeder trouw werd gehandeld (zie o.a. in dezelfde zin : "Beslissing van de Raad voor de Mededinging van 19 juli 1995 nr. 95-C/C-25 inzake Ingersoll-Rand Company & Clark Equipment Company). OM DEZE REDENEN, De Raad voor de Mededinging, Stelt vast dat de aanvraag tot toelating van de concentratie zonder voorwerp is geworden. Aldus uitgesproken bij beslissing van 22 november 2000 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging samengesteld uit : de heer Peter Poma, kamervoorzitter, Mevr. Beatrice Ponet, Voorzitter a.i., De heren Frank Deschoolmeester en Robert Vanosselaer, leden. Rapport du Conseil de la Concurrence - Année 2000 - Annexe I Verslag van de Raad voor de Mededinging - Werkingsjaar 2000 - Bijlage I 151

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.