Beslissing nr. 2001-C/C-04 van 5 februari 2001 INZAKE : STONEHAVEN HOLDING B.V., besloten vennootschap naar maatschappelijke zetel te Nederland, 3012 CN Rotterdam, Weena 696; Nederlands recht, met Nederlands recht, met en : KONINKLIJKE AHREND N.V., naamloze vennootschap naar maatschappelijke zetel te Nederland, 1015 AE Amsterdam, Singel 130; Gezien de aanmelding van 13 december 2000 aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een openbaar bod, die het voorwerp uitmaakt van huidige concentratieprocedure. Gezien de mededeling conform artikel 32 bis § 1 van de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (W.B.E.M.) van de aanmelding van de concentratie op 14 december 2000 door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers. Gezien de stukken van het dossier. Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever, de heer Bert STULENS. Gezien de Dienst voor de Mededinging zich aansluit bij het gemotiveerd verslag van de verslaggever; Gehoord de verslaggever; Gezien de aanmeldende partijen werden vertegenwoordigd door meester Piet Van Overbeke en meester Christel Van Den Eynden van het kantoor Liedekerke, Wolters, Waelbroeck, Kirkpatrick en Cerfontaine, met kantoor te Brussel, Keizerslaan
- Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, van toepassing overeenkomstig artikel 54 bis W.B.E.M..
- De betrokken partijen zijn ondernemingen in de zin van artikel 1 van de W.B.E.M.. De aanmeldende partijen zijn : - - Stonehaven Holding B.V., vennootschap naar Nederlands recht, met zetel te Nederland, 3012 CN Rotterdam, Weena 696, namelijk een door Hal Investments B.V. en Egeria B.V. speciaal voor het uitbrengen van het openbaar bod op Koninklijke Ahrend opgerichte onderneming. Hal Ivestments B.V., die 80 % van de aandelen van Stonehaven heeft, vennootschap naar Nederlands recht met zetel te Nederland, 3000 CA Rotterdam, Postbus 2001, met een vestiging in België, namelijk N.V. Pearl Belgium, gevestigd te 2018 Antwerpen, J. Van Rijswijcklaan
- De doelonderneming is Koninklijke Ahrend N.V., vennootschap naar Nederlands recht, gevestigd te Nederland, 1015 AE Amsterdam, Singel 130, met een vestiging in België, namelijk N.V. Ahrend, gevestigd te 9240 Zele, Spinnerijstraat
- Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 108
- De voorliggende concentratie is een concentratie in de zin van artikel 9 van de W.B.E.M.. De concentratie betreft immers het openbaar bod door Stonehaven Holding B.V. in Nederland uitgebracht op 7 december 2000 op alle uitstaande certificaten van de Koninklijke Ahrend N.V. en de niet door de Stichting Administratiekantoor Ahrend gehouden aandelen Ahrend. Stonehaven heeft de intentie om, na decertificering van de certificaten Ahrend, alle aandelen Ahrend te verwerven. Indien de voorwaarden van voornoemd bod worden vervuld zal Stonehaven en onrechtstreeks Hal de uitsluitende zeggenschap over Ahrend verwerven in de zin van artikel 9 § 3 van de W.B.E.M..
- De aanmelding moet conform artikel 12 § 1 van de W.B.E.M. als tijdig beoordeeld worden.
- De concentratie valt onder het toepassingsgebied van de W.B.E.M., vermits de omzetdrempels zoals voorzien in artikel 11 § 1 en artikel 46 van de W.B.E.M. werden bereikt.
- Voor deze concentratie wordt de relevante markt omschreven als zijnde de markt van kantoorinrichting (met inbegrip van kantoormeubilair) en kantoorbenodigdheden, zijnde markt waarop Ahrend actief is. Stonehaven is een investeringsmaatschappij, die tot op heden geen enkele deelneming heeft in een onderneming die actief is in de markt van kantoorinrichtingen en kantoorbenodigdheden. Er is derhalve geen sprake van een overlapping van activiteiten.
- Er kan derhalve niet gesproken worden over een betrokken markt in de zin van de W.B.E.M.. Het marktaandeel van Ahrend ligt op de markt van de kantoorinrichtingen en kantoorbenodigdheden ver beneden de 25 %. De concentratie moet dan ook conform artikel 33 § 2.1.a en conform artikel 10 § 3 W.B.E.M. toelaatbaar verklaard worden, gezien zij geen machtspositie in het leven roept of versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging wordt belemmerd. Om deze redenen, De Raad voor de Mededinging, Stelt vast dat de betrokken concentratie onder het toepassingsgebied valt van de Wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging zoals gecoördineerd door het Koninklijk Besluit van 1 juli
- Verklaart de concentratie toelaatbaar conform artikel 33 § 2.1.a) W.B.E.M.. Aldus uitgesproken op 5 februari 2001 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging samengesteld uit de heer Peter Poma, kamervoorzitter, en de heren Frank Deschoolmeester, Patrick Van Cayseele, en Robert Vanosselaer, leden. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 109