Beslissing nr. 2001-C/C-27 van 28 mei 2001 Inzake: NV DOMO, met zetel te 9052 Gent-Zwijnaarde, Nederzwijnaarde 2 en BV BASELL EUROPE HOLDINGS, met zetel te 2132 MS Hoofddorp (Nederland), Hoeksteen 66 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 10 april 2001 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 11 april 2001 ; Gezien de stukken van het dossier en het gemotiveerde verslag van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 8 mei 2001 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 9 mei 2001 werd opgesteld en op 10 mei 2001 werd betekend aan de Raad ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 28 mei 2001: - dhr. Alex Segers dhr. Koen Platteau dhr. Genin Basell dhr. Geert Corstens
- De aanmeldende en betrokken partijen - Als koper treedt op: de NV DOMO, in 1990 ontstaan als tapijtproducent en bestaande uit een afdeling tapijten en een afdeling chemie. De chemische tak van het bedrijf produceert caprolactum en polyamides. De voorziene overname van de fabriek van polypropyleen (hierna: PP) te Rozenburg, kadert in dit segment van het bedrijf. De productieketen wordt verder gezet met PP textielgaren, PP tapijtgaren, PP stapelvezels en met als eindproduct de PP vloerbekleding, d.w.z.: vasttapijt, tapijttegels, carpetten en matten, alsook vinyl vloerbekleding. Voor het aanmaken van deze halfafgewerkte producten en eindproducten, heeft men PP nodig. De NV DOMO bestaat uit drie business units: “Chemicals & Polymers”, “Fibres & Yarns” en “Floorcoverings”. - - Als verkoper treedt op: de BV BASELL EUROPE HOLDINGS (hierna: BV BASELL), die een holdingmaatschappij is binnen de BASELL-groep. De BV BASELL is een geïntegreerde polypropyleen en polyethyleen producent. Als doelonderneming fungeert: de BV BASELL POLYPROPYLENE (hierna: BASELL PP), een 100% dochteronderneming van voormelde verkoper, die op haar beurt een indirecte 100% dochterbedrijf is van de NV BASELL, een gemeenschappelijke onderneming van de NV KONINKLIJKE SHELL GROEP en BASF AG. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 195 SHELL is wereldwijd actief op het vlak van de exploratie en productie van olie en gas, olieproducten, chemicaliën, gas- en energieproductie en productie van herbruikbare energie. BASF AG is een internationaal chemiebedrijf. De producten van BASF AG variëren van gas, olie, petrochemicaliën en innovatieve halffabrikaten tot chemicaliën met een hoge toegevoegde waarde, beschermingsmiddelen en geneesmiddelen. Zowel SHELL als BASF AG zijn beursgenoteerde ondernemingen, die niet worden gecontroleerd door een persoon of onderneming. De enige activiteit van de doelonderneming, BASELL PP, bestaat uit het exploiteren van haar fabriek van PP-harsen te Rozenburg (Nederland). Zij heeft géén dochterondernemingen en heeft géén overnames gedaan in de afgelopen vijf jaar. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
- Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De Europese Commissie heeft bij beslissing d.d. 29 maart 2001 haar goedkeuring gegeven aan het voorstel tot oprichting van een gemeenschappelijke onderneming tussen de Nederlandse NV SHELL PETROLEUM en het Duitse BASF AG (project met codenaam “Nicole”), op voorwaarde dat de partijen een aantal door hen aangegane verbintenissen nakomen (zaak nr. COMP/M.1751). In de NV BASELL worden alle wereldwijde polypropyleen (PP) belangen van SHELL en BASF samengebracht. Om tegemoet te komen aan de bezwaren van de Commissie, hebben de betrokken partijen zich verbonden om drie PP fabrieken te verkopen. In dit kader wordt de fabriek te Rozenburg (NL) verkocht aan de NV DOMO. Doordat de NV DOMO - een gebruiker van PP - thans controle verwerft over een fabriek van PP-harsen, is deze concentratie te kwalificeren als een opwaartse verticale integratie. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1a WBEM. Voor de NV DOMO is deze concentratie een unieke kans om zich verticaal te integreren in de productie van een belangrijke basisgrondstof voor haar eigen producten. En gezien de productiecapaciteit van BASELL PP de eigen behoeften ruim overtreft, zal de NV DOMO daarmee ook verkoper worden op de markt van PP-harsen, waar zij op heden nog niet actief is. De ontwerp-overeenkomst, die werd ondertekend op 29 maart 2001 betreft de verkoop en levering door de BV BASELL aan de NV DOMO van alle uitstaande aandelen in het kapitaal van BASELL PP. Hierdoor verkrijgt de NV DOMO de uitsluitende zeggenschap over BASELL PP, dat organisatorisch zal worden geïntegreerd in de business unit “Chemicals & Polymers” van de NV DOMO. De aanmelding gebeurde op 10 april 2001, dus binnen de wettelijk vereiste termijn conform art. 12§1 WBEM. Inmiddels werd op 21 april 2001 de finale overeenkomst tussen partijen ondertekend, waarvan kopie aan de Raad werd overgemaakt. Deze definitieve overeenkomst wijkt op mededingingsrechtelijk relevante punten niet af van de ontwerp-overeenkomst. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 196
- De relevante productenmarkten - marktonderzoek De bedrijfstak waarop deze concentratie betrekking heeft, is de markt van PP-harsen. Volgens de Europese Commissie is de relevante geografische markt voor de productie van PP-harsen West-Europa. Gezien BASELL PP géén andere activiteit heeft dan de productie van PP-harsen en de NV DOMO op deze markt niet actief is, zijn er géén horizontale overlappingen tussen de aanmeldende partijen. Het marktaandeel van de NV DOMO valt nà de concentratie volledig samen met het marktaandeel van BASELL PP voor de concentratie. Gezien dit aandeel ruim onder de 25% ligt, zal de NV DOMO bijgevolg niet in staat zijn om op de Belgische markt van de PP een zelfstandige prijspolitiek te voeren of deze markt te verstoren. De voorgenomen concentratie werd aangemeld zowel bij de Belgische als bij de Duitse mededingingsautoriteiten. De Europese Commissie werd gevat op 26 maart 2001 en heeft reeds beslist dat de NV DOMO als potentiële koper aan de voorwaarden voldoet om BASELL PP te Rozenburg over te nemen. De Raad beslist dan ook dat de voorgelegde concentratie kan worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 28 mei 2001 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; de heren Peter Poma, Patrick Van Cayseele en Robert Vanosselaer, leden. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 197