Beslissing nr. 2001-C/C-28 van 13 juni 2001 Inzake: NV BP TRADING, met zetel te 2200 Herentals, Aarschotseweg 26 en BVBA VAN DEN BRANDEN, met zetel te 2040 Antwerpen, Antwerpsebaan 4 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 25 april 2001 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 26 april 2001 ; Gezien de stukken van het dossier en het gemotiveerde verslag van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 18 mei 2001 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 21 mei 2001 werd opgesteld en op 22 mei 2001 werd betekend aan de Raad ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 13 juni 2001: - Dhr. Bart Van Den Bril namens BVBA Van den Branden Dhr. Jos Scherrenberg namens BP Amoco Mr. Paul Geuens, advocaat Dhr. Joris Schoofs namens BP Amoco 1. De aanmeldende en betrokken partijen - - - Als koper treedt op: de BVBA VAN DEN BRANDEN, onderneming die actief is op het vlak van de verkoop van vloeibare brandstoffen. Ze maakt deel uit van de ORION-groep, dewelke exclusief bevoorraad wordt door ESSO-Belgium. De BVBA VAN DEN BRANDEN wordt binnenkort omgevormd tot de NV GEMINI PETROLEUM. Als verkoper treedt op: de NV BP TRADING, die eveneens actief is op het vlak van de verkoop van vloeibare brandstoffen. Ze maakt deel uit van BP-Belgium. Er bestaat een exclusieve afnameovereenkomst voor de levering van brandstoffen tussen de NV BP BELGIUM en de NV BP TRADING. Als doelonderneming fungeert: de NV BP TRADING. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 198 2. Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie Huidige aanmelding is verbonden met de aanmelding van ESSO Belgium en BVBA VAN DEN BRANDE. Het blijkt dat ESSO Belgium op haar beurt wenst een deel van bij huidige transactie door de NV BP TRADING aan de BVBA VAN DEN BRANDEN overgedragen bedrijfsactiva over te nemen. Op 30 maart 2001 werd tussen partijen een overeenkomst ondertekend, waarbij het geheel van bedrijfsactiviteiten van de NV BP TRADING, die betrekking hebben op de verkoop van vloeibare brandstoffen en smeermiddelen, worden overgedragen aan de BVBA VAN DEN BRANDEN. De activiteiten van de NV BP TRADING zullen dus volledig geïntegreerd worden in de BVBA VAN DEN BRANDEN. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1a WBEM. De aanmelding gebeurde op 25 april 2001, dus binnen de wettelijk vereiste termijn conform art. 12§1 WBEM. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. 3. De relevante productenmarkten Deze concentratie betreft de downstream verkoop van brandstoffen. De relevante productenmarkten worden opgedeeld in drie niveaus: (
- a)de cargomarkt voor brandstoffen, (
- b)de markt voor de wederverkoop van brandstoffen en smeermiddelen, en (
- c)de markt voor de verkoop van brandstoffen aan eindgebruikers. Vanuit deze niveaus gebeurt er dan een verdere opsplitsing per product. De opsplitsing voor de cargomarkt vanuit de vraagzijde gebeurt normaal in functie van de diverse producten en hun gebruik. Ook op het niveau van de wederverkoop is een dergelijke marktopsplitsing gebruikelijk, gelet op de rechtspraak van de Europese Commissie, die reeds meermaals uitspraak deed omtrent de afbakening van de productenmarkt voor brandstoffen. Deze indeling geldt ook in de markt voor de verkoop aan eindgebruikers. Zo oordeelde de Europese Commissie in de zaken IV/M/727 BP/Mobil, para 31 en IV/M/1383 para 438 dat de wederverkochte brandstoffen niet geaggregeerd mochten worden gelet op het verschillende gebruik en het verschillend cliënteel. Conform de rechtspraak van de Europese Commissie in dezelfde zaak (para 427 juncto para 439) wordt ook lamppetroleum als een afzonderlijke productenmarkt beschouwd. Het klantenbestand in de overnameovereenkomst betreft ook, zij het in geringe mate, de wederverkoop van smeermiddelen. Ook hier heeft de Europese Commissie reeds een onderscheid gemaakt in diverse smeermiddelen voor voer- en vaartuigen en industriële smeermiddelen (cfr. zaak IV/M/727 BP/Mobil, para 32 ; zaak IV/M/1891 BP Amoco/ Castrol, para 11 ; zaak COMP/M/2015 Totalfina/Saarberg/MMH, para 12 en 14). Volgende relevante productenmarkten kunnen worden weerhouden: In de eerste fase (aanvoer en groothandel): (
- a)de cargoverkoop van gasolie aan groothandelaars, (
- b)de cargoverkoop van benzine aan groothandelaars, en (
- c)de cargoverkoop van diesel aan groothandelaars. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 199 In de tweede fase (wederverkoop en groothandel): (
- a)de markt van gasolie voor de wederverkoop, (
- b)de markt van diesel voor de wederverkoop, (
- c)de markt van benzine voor de wederverkoop, (
- d)de markt van lamppetroleum voor de wederverkoop, en (
- e)de markt van automotive en industriële smeermiddelen. In de derde fase (eindgebruikersmarkt): (
- a)de verkoop van diesel aan eindgebruikers, (
- b)de verkoop van gasolie aan eindgebruikers, (
- c)de verkoop van benzine aan eindgebruikers, (
- d)de verkoop van lamppetroleum aan eindgebruikers, en (
- e)de verkoop van residuals aan eindgebruikers. 4. De relevante geografische markt Met betrekking tot de relevante geografische markt moet een onderscheid gemaakt worden afhankelijk van het marktniveau, resp. cargo, wederverkoop of eindgebruikers: De cargomarkt kan beschouwd worden als een Europese en misschien zelf een wereldwijde markt. Ze speelt zich af op schepen, de prijzen worden internationaal bepaald op grond van marktnoteringen, de markt is heel volatiel en dus interessant voor traders. De markt voor de wederverkoop van brandstoffen is op zijn minst een nationale Belgische markt. Deze visie wordt gedeeld door de Europese Commissie (zaak IV/M/ 727 BP/Mobil para 36). Volgens de Europese Commissie zijn ook de markt voor de verkoop van smeermiddelen voor motorvoertuigen en de markt voor de verkoop van industriële smeermiddelen op zijn minst nationaal te noemen (zaak IV/M/727 BP/Mobil, para 37 en later bevestigd in zaak IV/M/1891 BP Amoco/Castrol, para 11). De markt voor de verkoop van brandstoffen aan eindgebruikers is een nationale markt, gezien de prijsberekening gebaseerd is op het Programmacontract - afgesloten tussen het Ministerie van Economische Zaken en de Belgische Petroleumfederatie. 5. Economische analyse Door de Dienst werden een aantal concurrenten en beroepsfederaties uit de petroleumsector gecontacteerd. De sector bevestigt dat de marktaandelen vrij stabiel zijn (behalve in de verkoop aan de eindgebruikers) en ziet géén noemenswaardige voor- of nadelen verbonden aan huidige concentratie. Naast de schaalvoordelen zal deze concentratie zorgen voor een grotere aanwezigheid van het ESSOmerk, hetgeen kan leiden tot een groeiende concurrentie tussen de ESSO-verdelers naar de eindgebruikers toe, wat de kwaliteit in de dienstverlening ten goede kan komen. Het is duidelijk dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Betreffende de marktaandelen op de hierboven vermelde 13 relevante productenmarkten, kan worden vastgesteld dat deze allen ruim onder de 25% liggen. De Raad beslist dan ook dat de voorgelegde concentratie kan worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 200 Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 13 juni 2001 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; mevrouw Béatrice Ponet, voorzitster a.i. van de Raad ; de heren Marc Jegers en Robert Vanosselaer, leden. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 201