Beslissing nr. 2001-C/C-31 van 13 juni 2001 Inzake : N.V. Holiday Land, met zetel te 9000 Gent, Tramstraat 65 en N.V. Holiday Store, met zetel te 8400 Oostende, Archimedestraat
- Gelet op de wet tot bescherming van de economische mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (hierna W.B.E.M.); Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, aangemeld op 25 april 2001; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het Korps van Verslaggevers conform artikel 32 bis §1 W.B.E.M. op 25 april 2001; Gezien de stukken van het dossier en het onderzoeksverslag van de Dienst voor de Mededinging, zoals medegedeeld aan de Verslaggever op 18 mei 2001; Gezien het gemotiveerd verslag van de Verslaggever in toepassing van artikel 32 §2 van de W.B.E.M. op 23 mei 2001 opgesteld en op 28 mei 2001 betekend aan de Raad; Gehoord het verslag van de verslaggever de heer Bert Stulens; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 13 juni 2001: - Mr. Thomas Chellingsworth namens Holidaystore Mr. Peter Wytinck namens Holiday Land
- De aanmeldende en betrokken partijen - - - Als koper treedt op de N.V. Holiday Land, die een dochteronderneming van C & N Touristic Belgium (C & N) is. C & N is in België actief als touroperator en als reisagent en heeft o.m. de merken Sunsnacks, Neckermann, All Seasons en Pegase in haar portefeuille. C & N verkoopt de door haar georganiseerde reizen aan de consument hoofdzakelijk via een netwerk van reisagenten. Deze agenten sluiten de overeenkomst met de klant in naam en voor rekening van de touroperator. De reizen verkocht onder het merk Neckermann worden verdeeld via een netwerk van winkels die ofwel geïntegreerd zijn in de Neckermann- of de Holiday Land-keten ofwel in franchise gegeven zijn aan onafhankelijke agenten. Als verkoper treedt op de N.V. Holiday Store, een vennootschap die 24 reisagentschappen exploiteert in België. De N.V. Holiday Store wordt gecontroleerd door de N.V. Sunair, die actief was als touroperator en als uitbater van reisagentschappen. De doelonderneming is de N.V. Holiday Store. Bovenvermelde ondernemingen zijn ondernemingen in de zin van artikel 1 van de W.B.E.M.
- De aanmeldingsplicht- overeenkomst van concentratie. 2.
- De aangemelde overeenkomst is een ontwerpovereenkomst, die ondertekend werd op 26 februari 2001 en die de verwerving betreft door de N.V. Holiday Land / Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 209 C & N van de 24 verkooppunten van Holiday Store. Deze overeenkomst bevat een opschortende voorwaarde, met name dat ook de overeenkomst betreffende de verkoop van een minderheidsparticipatie in de N.V. Mare Tours effectief zou gesloten worden. De overeenkomst betreffende de verkoop van een minderheidsparticipatie in Mare Tours werd nog niet getekend en zou volgens de aanmeldende partijen niet aanmeldingsplichtig zijn, gezien het niet zou leiden tot een controle door C & N over Mare Tours. De gemelde operatie is een concentratie in de zin van artikel 9 §1 van de W.B.E.M. 2.
- De aanmelding gebeurde op 25 april 2001, waarbij de aanmeldende partijen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om een ontwerpovereenkomst aan te melden in de zin van artikel 12 §1 van de W.B.E.M. Partijen hebben hierbij uitdrukkelijk verklaard dat zij de intentie hebben om een overeenkomst te sluiten die op alle mededingingsrechtelijke relevante punten niet merkbaar verschilt van het aangemelde ontwerp. 2.
- - De aanmeldende partijen zijn van oordeel dat de concentratie niet diende aangemeld te worden, gezien de omzetdrempels niet bereikt zijn. De aanmeldende partijen menen hierbij dat voor de berekening van de omzet van de overgenomen activiteiten enkel moet worden uitgegaan van de commissieomzet die de overgenomen reisbureaus realiseren. Aangezien deze omzet ver beneden de 605.098.500fr valt (deze zou ca. [vertrouwelijk] bedragen) was de transactie volgens de aanmeldende partijen niet aanmeldingsplichtig. - De Verslaggever daarentegen is van oordeel dat de betrokken ondernemingen de drempels voorzien in artikel 11 §1 van de W.B.E.M. overschreden hebben, zodat de concentratie volgens de Verslaggever binnen het toepassingsgebied van de W.B.E.M. valt. De Verslaggever meent immers dat reisbureaus zowel op commissie als voor eigen rekening werken. Indien de omzet van de reisbemiddelaar (het reisagentschap) beperkt wordt tot de commissies die hij krijgt op de dienstverlening van de touroperators, wordt volgens de Verslaggever in feite abstractie gemaakt van de andere diensten die hij levert als reisbemiddelaar. De Verslaggever refereert hierbij aan artikel 46 van de W.B.E.M. in verband met de berekening van de omzet, waarin bepaald wordt dat de omzet moet worden begrepen in de zin van het K.B. van 8 oktober 1976 betreffende de jaarrekeningen van de ondernemingen gewijzigd door het K.B. van 6 maart
- Volgens de Verslaggever betekent dit dat de wet bij de bepaling van de omzet enkel een uitzondering maakt voor financiële instellingen en verzekeringsondernemingen. Gezien reiskantoren hierbij niet worden vernoemd, meent de Verslaggever dat de berekening van de klassieke omzet bijgevolg hét criterium is om te bepalen of de drempels al dan niet overschreden zijn. - De Raad dient thans te onderzoeken of de litigieuze transactie wel aanmeldingsplichtig was. Uit de verstrekte gegevens blijkt dat de omzetdrempels voor het jaar 2000 van de N.V. Holiday Store als volgt zijn : - Op basis van omzet jaarrekeningen : 953.950.000fr Op basis van commissie op omzet : circa [vertrouwelijk] fr (hierbij dient wel opgemerkt te worden dat de aanmeldende partijen zelf spreken over een omzet op basis van commissies op omzet van circa [vertrouwelijk] fr.). Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 210 De Raad is van oordeel dat de omzet van een reisagentschap in beginsel dient berekend te worden op de commissies verhoogd met de opbrengst van de andere diensten die de reisagentschappen leveren en niet op de omzet opgenomen in de jaarrekeningen. Dit standpunt ligt in de lijn van het advies van de Commissie voor Boekhoudkundige Normen, die evenzeer van oordeel is dat enkel de commissies voor hun activiteit als reisbemiddelaar als omzet dienen te worden beschouwd. De Commissie voor Boekhoudkundige Normen merkt hierbij op dat de jaarrekening zo nauw mogelijk moet aansluiten bij de bedrijfseconomische realiteit. (Commissie voor Boekhoudkundige Normen, Bulletin nr.1, augustus 1977, p. 12-14). In paragraaf 13 van de Mededeling van de Commissie betreffende de berekening van de omzet (Pb.C, 2 maart 1998, 66/25) wordt eveneens bepaald: “In bepaalde gevallen van dienstverlening (toerisme, reclame, enz…) kan de dienst worden verkocht door bemiddeling van een derde. Gezien de verscheidenheid van deze sectoren zijn er vele verschillende gevallen voorspelbaar : een dienstverlenende onderneming die optreedt als bemiddelende onderneming kan als omzet slechts het bedrag van de ontvangen provisies hebben”. De Raad stelt vast dat de Verslaggever opmerkt dat een reisbemiddelaar niet alleen georganiseerde vakanties verkoopt (waarvoor hij een commissie ontvangt), doch tevens individuele prestaties levert. De Verslagever meent dan ook dat, indien de omzet enkel berekend wordt op de commissies, in feite abstractie gemaakt wordt van de andere diensten die de reisbemiddelaar verstrekt. De Raad is van oordeel dat het onderscheid tussen beide soorten prestaties dient gemaakt te worden door de reisagentschappen. Ook de Commissie voor Boekhoudkundige Normen is van oordeel dat in voorkomend geval een onderneming in haar omzet een onderscheid dient te maken tussen enerzijds ontvangen provisies en anderzijds het brutobedrag van de ontvangsten uit andere activiteiten. De omzet op commissies voor de N.V. Holiday Store bedraagt slechts circa [vertrouwelijk] fr (de aanmeldende partijen spreken zelf over circa [vertrouwelijk]) en de omzet op de andere individuele prestaties van de reisagentschappen bereikt geenszins een bedrag van [vertrouwelijk] fr, aangezien uit de aanmelding blijkt dat minstens [vertrouwelijk] % van de waarde van de transacties betrekking heeft op reizen die als tussenpersonen aan de eindverbruikers worden geleverd. De concentratiedrempel vervat in artikel 11 §1 van de W.B.E.M. is bijgevolg niet overschreden, gezien de N.V. Holiday Store in België geen omzet realiseert van minstens 605.098.500fr. De Raad beslist dan ook dat de aangemelde concentratie overeenkomstig artikel 33 §1.
- van de W.B.E.M. niet binnen het toepassingsgebied van deze wet valt. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de artikelen 2, 30-37 van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, van toepassing overeenkomstig artikel 54 bis W.B.E.M., Stelt vast dat de betrokken concentratie niet aanmeldingsplichtig is en niet binnen het toepassingsgebied van de wet valt, conform artikel 33 §1.
- van de W.B.E.M. Aldus uitgesproken op 13 juni 2001 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit Mevrouw Béatrice Ponet, kamervoorzitter; De heren Frank Deschoolmeester, Marc Jegers en Robert Vanosselaer, leden. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 211