← België

2001CC41

Beslissing nr. 2001-C/C-41 van 3 augustus 2001 INZAKE : CMB nv (Compagnie Maritime Belge) met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, De Gerlachekaai 20, en : HESSENATIE nv, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Schaliënstraat 3, en : NOORD NATIE nv, met maatschappelijke zetel te 2000 ANTWERPEN, Stadswaag 7-8, Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (W.B.E.M.). Gezien de proceduriële voorgaanden waaronder onze beslissing dd 18 juni 2001, waarbij conform artikel 33 § 2.1.b. W.B.E.M. om een bijkomend verslag werd verzocht betreffende de vraag over de afbakening van de geografische markt van de containeroverslag met hinterlandbestemming en de containerherstelling en meer bepaald de weerslag te onderzoeken op de prijsstelling ingevolge de overlapping van het hinterland van de concurrerende havens. Gezien het onderzoeksdossier dd 18 juli 2001 van de Dienst voor de Mededinging, van de hand van de heren Lieven Ostijn en Erwin Verhaeren. Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever, de heer Bert Stulens, dd 19 juli

  1. Gezien de beslissing inzake de vertrouwelijke stukken van het dossier van de kamervoorzitter dd 24 juli
  2. Gezien het verzoekschrift op 31 juli 2001 neergelegd door meester Leo Neels en meester Jacques Steenbergen namens de nv Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen ten einde toegelaten te worden om tussen te komen in de procedure en gehoord te worden. Gezien de beschikking dd 1 augustus 2001 van de kamervoorzitter van de Raad voor de Mededinging waarbij het verzoek van de nv Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen ontvankelijk werd verklaard. Gehoord namens de Dienst de heren L. Ostijn en E. Verhaeren. Gehoord de verslaggever, de heer B. Stulens. Gehoord de aanmeldende partijen, vertegenwoordigd door meester Gerwin van Gerwen voor CMB/Hessenatie en meester Peter Wytinck voor Noord Natie; Gehoord de tussenkomende partij nv Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen, vertegenwoordigd door meester Leo Neels en meester Jacques Steenbergen. Gezien de schriftelijke opmerkingen neergelegd namens de aanmeldende partijen. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 246 Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig artikel 54 bis W.B.E.M..
  3. Over de voorgaanden : In onze beslissing van 18 juni 2001 hebben wij vastgesteld dat alle betrokken ondernemingen ondernemingen in de zin van artikel 1 van de wet zijn, dat de voorgenomen operatie, namelijk de inbreng van de nv Noord Natie 1548 en van de nv Schelde Container Terminal Noord in de nv Hessenatie, een concentratie in de zin van artikel 9 van de wet is, verder dat de drempels voorzien in artikel 11 § 1 van de wet zijn overschreden, zodat de concentratie aanmeldensplichtig is, verder dat de concentratie aangemeld is binnen de termijn zoals voorzien in artikel 12 § 1 van de wet. Voor wat de marktafbakening betreft werd door ons vastgesteld dat de relevante productmarkt deze is van de overslag van containers en roro goederen, verder deze van de containerherstellingen. Vooraleer over de toelaatbaarheid van de concentratie te beslissen heeft de Raad in haar beslissing van 18 juni 2001 conform artikel 33 § 2.1.b. van de wet om een bijkomend onderzoek verzocht met betrekking tot de vraag over de afbakening van de geografische markt van de containeroverslag en van de containerherstellingen, verder over de weerslag op de prijsstelling ingevolge de overlapping van het hinterland van de concurrerende havens.
  4. Over het niet mededelen van de studie van [VERTROUWELIJK] In de loop van het tweede fase onderzoek is aan het licht gekomen dat de juridische raadgevers van de aanmeldende partijen voorafgaand aan de aanmelding een studie hebben besteld bij [VERTROUWELIJK]. Het aanmeldingsformulier stelt onder punt D bijlagen bij de aanmelding onder meer dat de ingevulde aanmelding moet vergezeld gaan van onder andere studies en onderzoeken die worden opgesteld door of voor één of meer van de aanmeldende partijen. Het feit dat de studie is aangevraagd door de juridische raadgevers van de aanmeldende partijen betekent wel degelijk dat het gaan om een studie " ..... voor één of meer van de aanmeldende partijen ..... ", zodat de aanmeldende partijen thans ten onrechte voorhouden dat er geen melding van een studie moet gebeuren wanneer de juridische raadgever om een studie heeft gevraagd. Uit de thans verstrekte toelichting blijkt dat er op het ogenblik van de aanmelding van de concentratie wel een vraag om een studie te maken bestond, doch dat er nog geen voltooide studie was. Van zodra opdracht is gegeven om een studie te maken, moet zulks gemeld worden. Zulks blijkt uit de tekst van de bijlage bij het KB van 23 maart 1993 betreffende het aanmelden van de concentraties van ondernemingen (BS 31 maart 1993), KB gewijzigd bij KB van 22 januari 1998 (BS 24 april 1998) en van 18 juni 1999 (BS 12 oktober 1999), meer in het bijzonder uit zowel de Nederlandse als de Franse versie van de tekst waarin sprake is van rapporten die “worden opgesteld” (“élaborés”). De Raad is dan ook van oordeel dat er geen reden bestaat om bij toepassing van artikel 37 § 1 W.B.E.M. de aanmeldende partijen een boete op te leggen.
  5. Over de betrokken markt voor containerherstellingen Onderzoek heeft aangetoond dat de relevante geografische markt voor containerherstellingen de Antwerpse haven is. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 247 Door de concentratie zullen de aanmeldende partijen evenwel geen dominante positie binnen Antwerpen verkrijgen, enerzijds om reden dat containerherstellingen een aanvullende activiteit zijn naast de overslag van containers, anderzijds om reden dat er genoeg onafhankelijke herstellers en andere verbonden herstellers aanwezig zijn.
  6. Over de betrokken markt voor containeroverslag met hinterlandbestemming Thans, na bijkomend onderzoek, staat vast dat de relevante geografische markt niet beperkt is tot de range Antwerpen -Rotterdam, doch breder moet gezien worden, namelijk de range Le Havre Hamburg. De Dienst nuanceert dit door te stellen dat met de range Le Havre - Hamburg bedoeld wordt de kernoverlapregio's waarin Antwerpen daadwerkelijk in concurrentie met andere havens treedt om haar trafiekvolume te verdedigen. Wanneer gekeken wordt naar de posities van de havens binnen deze kernoverlapregio's, dan moet men vaststellen dat in geen enkel gebied de Antwerpse haven als dominant kan worden beschouwd, zelfs niet in het Belgische gedeelte waar zij zeer sterke concurrentie van Rotterdam ondervindt. In de Franse regio's moet Antwerpen concurreren met Rotterdam en Le Havre, in de Benelux met Rotterdam en in de Duitse regio's met Rotterdam, Hamburg en Bremen. Uit de studies blijkt dat er wel degelijk een concurrentie bestaat tussen de havens zelf. De rederijen bevestigen dat er wel degelijk substitutie bestaat tussen de verschillende havens. De concentratie moet eveneens gezien worden in het licht van de toenemende globalisering van de stouwerijbedrijven. De tussenkomende partij, de nv van publiek recht Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen, kan dan ook gevolgd worden in haar redenering dat een weigering om de concentratie toe te laten als gevolg zou hebben dat hierdoor de noodzakelijke schaalvergroting van de Antwerpse goederenbehandelaars zou afgeremd worden, waardoor er voor de Antwerpse haven een definitieve misschien wel fatale achterstand ten opzichte van de andere havens zou ontstaan. Verder blijkt dat Antwerpen zelfs geen eigen " captive regio " bezit omdat Antwerpen zelfs in België sterke concurrentie ondervindt van Rotterdam. Uit de diverse onderzoeken blijkt dat Antwerpen een concurrentieel nadeel heeft tegenover de andere havens omwille van de inlandse ligging, wat ondermeer verklaart waarom de tarieven van de goederenbehandelaars in Antwerpen lager liggen dan in andere havens. Men mag er zelfs van uitgaan dat ook na deze concentratie het competitief nadeel zal blijven bestaan, zodat Antwerpen haar tarieven zo maar niet zal kunnen verhogen. Tenslotte staat vast dat bij de keuze van de goederenbehandelaar de prijs slechts één factor is, terwijl er andere meer belangrijke factoren zijn zoals faciliteiten, (kranen, kade en ruimte) en productiviteit. Voor wat de impact van de concentratie op de prijsstelling betreft moet verder opgemerkt worden dat het onderzoek in feite aan het licht gebracht heeft dat er hierover geen sluitend wetenschappelijk bewijsmateriaal bestaat, bij gebreke aan voldoende beschikbare gegevens. Vast staat dat het belang van de prijs derhalve moet genuanceerd worden, ook al gezien er andere belangrijke elementen zijn zoals faciliteiten en productiviteit. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 248 Een belangrijk element in het debat is de tussenkomst ten gunste van de voorgenomen concentratie van de nv Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen. Deze nv van publiek recht beheert en exploiteert de haven van Antwerpen en kent in de haven van Antwerpen concessies toe. Zij dient derhalve een algemeen belang en moet dan ook zorgen voor een voldoende graad van interne concurrentie. Uit de uiteenzetting van de nv Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf van Antwerpen blijkt voldoende dat de voorgenomen concentratie ook binnen de haven beantwoordt aan deze doelstellingen : er blijft binnen Antwerpen concurrentie bestaan, ondermeer van P & O Ports. De concentratie moet dan ook op grond van artikel 10 § 3 W.B.E.M. toegelaten worden. Om deze redenen, De Raad voor de Mededinging, Stelt vast dat de betrokken concentratie onder het toepassingsgebied valt van de Wet tot Bescherming van de Economische Mededinging; Verklaart de betrokken concentratie bovendien toelaatbaar conform artikel 10 § 3 W.B.E.M.. Aldus uitgesproken op 3 augustus 2001, door de Kamer van de Raad voor de Mededinging samengesteld uit de heer Peter Poma, kamervoorzitter, de heren Prof. Patrick Van Cayseele, Frank Deschoolmeester en Robert Vanosselaer, leden. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 249

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.