Beslissing nr. 2001-C/C-63 van 4 december 2001 Inzake: NV LYFRA-PARTAGRO, met zetel te 2610 Wommelgem, Kapelstraat 100 en BVBA HUIS VERLOO, met zetel te 2110 Wijnegem, Ruggeveldstraat 101 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 18 oktober 2001 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 22 oktober 2001 ; Gezien de stukken van het dossier en het gemotiveerde verslag van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 8 november 2001 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 13 november 2001 werd opgesteld en op 14 november 2001 werd betekend aan de Raad ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 4 december 2001: - mr. van Lidth.
- De aanmeldende en betrokken partijen - - Als koper treedt op: de NV LYFRA-PARTAGRO, groothandel in tabakswaren, zoetwaren, frisdranken, tabaksbenodigdheden, telefoonkaarten en aanverwante artikelen voor levering aan detail- en kleinhandel. Ze is 100% dochter van Tabacofina Vander Elst, die op haar beurt 100% dochter is van British American Tobacco Belgium. Als verkoper treedt op: de BVBA HUIS VERLOO, een volkomen zelfstandige onderneming, die tabakspeciaalzaak is en kleinhandel in tabaksproducten. Als doelonderneming dient het handelsfonds van de groothandel van de BVBA HUIS VERLOO te worden beschouwd. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
- Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie Huidige transactie betreft de overname van het handelsfonds van de afdeling groothandel (cliënteel, voorraden, exploitatiegoederen en personeel) van de BVBA HUIS VERLOO door de NV LYFRAPARTAGRO. De verkoper heeft besloten haar groothandel stop te zetten. Het betreft een horizontale concentratie m.b.t. de groothandel in tabaksproducten en rookwaren. Gezien de verkoper niet actief is op de markt van de groothandel in snoepwaren, maakt deze markt géén deel uit van dit dossier. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1a WBEM. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 335 De overeenkomst werd ondertekend op 8 oktober
- De concentratie werd tijdig aangemeld op 18 oktober
- Uit de voorgelegde omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. In artikel 16 van de aangemelde overeenkomst staat als “uitdrukkelijk opschortende, desgevallend ontbindende voorwaarde” dat aan de overeenkomst de hierin vermelde attesten, verklaringen, lijsten, enz., moeten worden gehecht. Bij de ondertekening ontbraken volgende stukken: lijst personeel (artikel 3 van de overeenkomst), arbeidscontracten, lijst klanten (artikel 5.6 van de overeenkomst) en het bedrag van de eindejaarskortingen. Deze stukken dienden uiterlijk op 31 oktober 2001 te zijn gevoegd bij de overeenkomst (blz. 8 van de overeenkomst). De Dienst heeft deze documenten herhaaldelijk gevraagd, doch niet gekregen. Deze stukken zijn niet bij de overeenkomst gevoegd. Partijen kunnen niet aantonen dat deze stukken inmiddels bij de overeenkomst zijn gevoegd. Zelfs ter zitting worden de stukken niet bijgebracht, ondanks verzoek. De ontbrekende stukken maken volgens de overeenkomst zelf hiervan deel uit: cfr. artikel 16 van de overeenkomst: “… worden bijgebracht teneinde aan de onderhavige overeenkomst gehecht te worden en er een geheel mee te vormen.” Uit het dossier en ter zitting is gebleken dat partijen volharden in de weigering om de gevraagde stukken mede te delen. De aanmeldende partijen laten een gebrek aan medewerking blijken, zowel t.o.v. de Raad, het Korps, als de Dienst (zie beslissing 2000-C/C-02 van 16 februari 2000, Morgan Grenfeld Private Equity Ltd / Bambino Holdings Ltd, B.S., 18 april 2000, 11877 – 11878). Op grond van artikel 37, § 1.b en d, W.B.E.M. wordt aan de aanmeldende partijen een geldboete opgelegd van 250.000 BFr.
- De relevante productenmarkten Zowel de NV LYFRA-PARTAGRO als de BVBA HUIS VERLOO zijn groothandelaars in tabakswaren. De relevante productenmarkt is derhalve de markt van de groothandel in tabakswaren. Voor de afbakening van deze markt kan verwezen worden naar de beslissing d.d. 24 mei 2000 van huidige Raad inzake Lyfra-Partagro/Guy Dupont nr. 2000-C/C-16 (B.S. 30 september 2000), waarin dezelfde marktomschrijving werd gehanteerd.
- De relevante geografische markt De relevante geografische markt is België. Beide ondernemingen zijn bovendien enkel actief in België. De BVBA HUIS VERLOO beperkt haar activiteiten hoofdzakelijk tot de regio Antwerpen.
- De marktaandelen Uit de cijfers van het onderzoek blijkt dat het gezamenlijke marktaandeel van de partijen op de markt van de groothandel in tabakswaren in België, nà de voorgenomen concentratie beneden de 20% blijft. Er zijn dus géén betrokken markten. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 336
- Economische analyse Door de concentratie is er slechts een minieme (minder dan 2%) toename van het marktaandeel, gelet op het erg geringe marktaandeel van de verkoper welk zich dan nog hoofdzakelijk beperkt tot de regio Antwerpen. Daarenboven zijn er op de relevante productenmarkt in casu een 60-tal spelers actief, waarvan 49 met een marktaandeel van minder dan 1%. De meeste concurrenten van de koper zien in huidige concentratie géén enkel probleem, doch veeleer een normale evolutie, daar de winstmarges in de branche klein zijn en er op de markt veel kleine spelers actief zijn die zich niet kunnen handhaven. Het blijkt dan ook duidelijk uit het dossier en de antwoorden van de ondervraagde derden dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of zelfs op de lokale markt op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). De Raad beslist dan ook dat de voorgelegde concentratie kan worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Veroordeelt de aanmeldende partijen solidair tot een geldboete van 250.000 BFr op basis van artikel 37, § 1.b en d, W.B.E.M. Aldus uitgesproken op 4 december 2001 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; mevrouw Béatrice Ponet, Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, de heren Geert Zonnekeyn en Wouter Devroe, leden. Jaarverslag - Bijlagen - 2001 - Annexes - Rapport annuel 337