← België

2002CC28

Beslissing nr. 2002-C/C-28 van 8 april 2002 Inzake: NV ELECTRONIC DATA SYSTEMS BELGIUM, 2800 Mechelen, Blarenberglaan 2 en NV ATRAXIS BELGIUM, 1200 Brussel, E. Mounierlaan 2 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een con-centratie, neergelegd op 22 februari 2002 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art.32bis §1 WBEM op 22 februari 2002 ; Gezien de stukken van het dossier en het gemotiveerde verslag van de Dienst voor de Mede-dinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 6 maart 2002 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 7 maart 2002 werd opgesteld en op 8 maart 2002 werd betekend aan de Raad ; Gelet op het schrijven dd. 5 april 2002 waarin mr. Thomas Chellingsworth meedeelt dat de aanmelding wordt ingetrokken, gezien de transactie sedert 31 maart 2002 zonder voorwerp zou zijn, nu één der opschortende voorwaarden niet vervuld zou zijn binnen de toegestane termijn ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 8 april 2002:

  1. De aanmeldende en betrokken partijen - - Als koper treedt op: NV ELECTRONIC DATA SYSTEMS BELGIUM (hierna: NV EDS), een vennootschap die voor 100% deel uitmaakt van de EDS-groep. De kernactiviteit betreft het verstrekken van informaticadiensten. Via haar dochteronderneming UNIGRAPHS biedt zij ook CAD/CAE/CAM software aan. De EDS-groep biedt tevens management consulting diensten aan via haar dochteronderneming AT KEARNEY. Als verkoper treedt op: NV ATRAXIS BELGIUM (hierna: NV ATRAXIS), een gemeen-schappelijke onderneming waarin enerzijds de curatoren q.q. van het faillissement van SA-BENA en anderzijds ATRIB SWITZERLAND AG elk 50% van de aandelen en stemrechten bezitten. Laatstgenoemde maatschappij is 100% dochter van S-Airlines (waartoe het gefail-leerde SWISSAIR behoort). De NV ATRAXIS biedt informaticadiensten aan hoofdzakelijk Belgische klanten die actief zijn in de luchtvaartindustrie. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
  2. Aanmeldingsplicht – overeenkomst van concentratie De concentratie betreft de overname door de NV EDS van bepaalde activa, waaronder intel-lectuele eigendomsrechten en werknemers, doch met uitsluiting van contracten met klanten en leveranciers. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9 §1b WBEM. De overeenkomst "betreffende de verwerving van een bedrijfstak" werd tussen de NV EDS n de NV ATRAXIS ondertekend op 14 februari
  3. De concentratie werd tijdig aangemeld op 22 februari
  4. Uit de voorgele gde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11 §1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie dient te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepas-singsgebied van de wet.
  5. Gevolgen van de intrekking van de aanmelding Concentratiecontrole is van openbare orde. Eens de concentratie aangemeld, hebben de partij-en geen vat op het verdere verloop van de procedure. Het behoort hen derhalve niet toe door middel van een intrekking van de aanmelding het onderzoek aan de Raad te onttrekken (per analogie: Raad voor de Mededinging 26 april 1999 - nr. 99 - C/C - 04, The Coca-Cola Com-pany en Cadbury Schweppes, BS, 07 juli 1999). Hiervan kan enkel worden afgeweken indien vaststaat dat de voorgenomen concentratie defi-nitief onmogelijk is geworden (Raad voor de Mededinging 22 november 2000 - nr. 2000 - C/C -38, De Beers Australia Holdings Pty Ltd en Ashton Mining Ltd, BS, 03 mei 2001). In voorliggend geval blijkt niet dat de voorgenomen concentratie definitief onmogelijk is ge-worden. Art. 7 van de overeenkomst bevat weliswaar een aantal opschortende voorwaarden, doch bepaalt tevens dat de koper discretionair kan afzien van de vervulling van de voorwaar-den. De conclusie luidt dan ook dat de intrekking van de aangemelde concentratie zonder inciden-tie blijft op de saisine van de Raad.
  6. De relevante productenmarkten Het betreft hier een horizontale concentratie die betrekking heeft op de verlening van informaticadiensten (IT services). Conform de recente beschikkingspraktijk van de Europese Commissie dient als relevante productenmarkt de markt van de verlening van informaticadiensten te worden weerhouden Terwijl in vroegere beschikkingen de Europese Commissie de markt van de informaticadien-sten onderverdeelde in 7 segmenten (hardware maintenance, software maintenance, consul-ting, ontwikkeling en integratie, IT management-diensten, business management-diensten en onderwijs/opleiding), heeft zij in recente beschikkingen erkend dat deze subgroepen steeds minder van elkaar te onderscheiden vallen (Beschikking van 28 juni 1999, zaak IV/M.1580, CAI/Platinium, para 11 ; Beschikking van 17 mei 2000, zaak COMP./M.1901, Cap Gemi-ni/Ernst & Young, para 9). Door de snelle technologische veranderingen in de informaticasector, dienen producten en diensten steeds aangepast te worden aan de behoeften van de klant, zodat precieze afbakenin-gen onduidelijk worden en steeds wijzigen. Ook schaffen de klanten meer en meer een volle -dig dienstenpakket aan of doen beroep op "outsourcing" (Beschikking van 29 juni 2001, zaak COMP./M. 2478, IBM/Italia/Business Solutions/JV, para 22). Dat er geen aanleiding meer bestaat om de markt van de informaticadiensten te segmenteren, komt eveneens overeen met de beschikkingspraktijk van de Raad voor de Mededinging ( Be-slissing van 5 februari 2001, nr. 2001-C/C-05, NV HEWLETT-PACKARD BELGIUM/NV IMAWARE- B.S. 22/11/2001 ; Beslissing van 13 december 2000, nr. 2000-C/C-40, NV OR-DA-B/NV COI - B.S. 03/05/2001). De NV EDS is eveneens actief via dochtervennootschappen op de markt van de applicatie -software CAD/CAE/CAM en op de markt van de management consulting diensten. Daar de NV ATRAXIS echter op deze twee markten niet actief is en er geen horizontale of verticale banden bestaan, zijn dit geen betrokken markten.
  7. De relevante geografische markt De relevante geografische markt is België.
  8. De marktaandelen Uit het onderzoek van de Dienst en op basis van de thans beschikbare gegevens, is gebleken dat bij huidige operatie op de markt van de verlening van informaticadiensten in België, een gezamenlijk marktaandeel wordt bereikt dat ver beneden de 25% blijft.
  9. Economische analyse Er zijn veel spelers actief op de markt van de verlening van informaticadiensten. De grootste speler IBM heeft slechts een marktaandeel van 10% en de eerste 10 van de ranglijst hebben samen slechts een marktaandeel van 37%. De NV EDS is de tweede grootste speler volgens de West-Europese ranking, doch de derde en de vierde grootste speler hebben ongeveer een even groot marktaandeel. Huidige concentratie brengt hierin geen verschuiving teweeg, noch een echte versterking van een machtspositie. In het kader van het onderzoek door de Dienst werden een aantal concur-renten en leveranciers ondervraagd. De concurrenten zien in de concentratie geen probleem, die enkel de tweede plaats van de NV EDS op voormelde ranglijst consolideert. Een aantal leveranciers spreken zelfs van een positieve evolutie. In het kader van de faillissementen van SWISSAIR en SABENA verkopen de resp. curatoren bepaalde activa, nl. deze welke géén betrekking hebben op de kernactiviteiten van een lucht-vaartmaatschappij o.a. informaticadiensten. Huidige verkoop in "going concern" biedt als voordelen dat de waarde van deze activa gemaximaliseerd wordt en dat de werkgelegenheid veilig gesteld wordt. De Zwitserse Commissie voor de Mededinging heeft in haar beschikking d.d. 03/12/2001 de concentratie goedgekeurd waarbij EDS de activa verwierf van diverse Zwitserse vennoot-schappen uit de ATRAXIS-groep. Gezien er veel spelers zijn op deze markt, is het duidelijk dat huidige concentratie geen machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mede-dinging op significante wijze wordt belemmerd (art. 10 §3 WBEM). De Raad beslist dan ook dat de voorgelegde concentratie moet worden toegelaten conform art. 33 §2.1.a WBEM. OM DEZE REDENEN De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 § 1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33 §2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 8 april 2002 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; mevrouw Béatrice Ponet, Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, de heren Paul Blondeel en Patrick Van Cayseele, leden.

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.