Beslissing nr. 2002-C/C-31 van 12 april 2002 INZAKE : General Electric Company en : Hercules Incorporated en : BetzDearborn Inc. Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (W.B.E.M.). Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie op 22 februari 2002, aanmelding die vervolledigd werd op 26 februari 2002. Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform artikel 32 bis § 1 W.B.E.M. op 25 februari 2002. Gezien de stukken van het dossier. Gezien het onderzoeksdossier van de Dienst voor de Mededinging. Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 14 maart 2002 werd opgesteld en overgemaakt aan de Raad. Gehoord de verslaggever, de heer Bert Stulens, ter zitting van 12 april 2002. Gehoord de aanmeldende partijen bij monde van de gemeenschappelijke vertegenwoordiger, meester Marjan Mondt van het kantoor Clifford Chance Punder te Brussel, en de heer Andre Vanhove namens BetzDearborn en meester Johan Ysewyn van het kantoor Linklaters & Alliance te Brussel namens Hercules Inc. Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig artikel 54 bis W.B.E.M.. 1. De aanmeldende en betrokken partijen : Als koper treedt op de onderneming General Electric Company, gevestigd in de USA, Fairfield CT 06341, Eastern Turnpike 3135. General Electric is een gediversifieerde onderneming actief in verschillende zeer uiteenlopende sectoren, waaronder vliegtuigmotoren, huishoudtoestellen, informaticasystemen, energiesystemen, verlichting, industriële systemen, medische toepassingen, plastic, omroepen, financiële dienstverlening en transportsystemen. General Electric produceert via haar dochteronderneming General Electric Water Technologies Inc. industriële waterzuiverings-installaties. General Electric verkoopt deze installaties echter niet in België. Als verkoper treedt op de onderneming Hercules Incorporated gevestigd in de USA, DE 19894-0001, Wilmington, 1313 North Market Street, actief in de productie en verkoop van specifieke chemicaliën, die gebruikt worden in het productieproces voor huis-, kantoor- en industriële toepassingen. De doelonderneming is de onderneming BetzDearborn Inc, gevestigd in de USA, Trevose, PA 190536783, 4636 Somerton Road, actief als producent en leverancier van chemicaliën, die gebruikt worden voor waterconditionering. BetzDearborn Inc. is een dochterbedrijf van Hercules Incorporated. De dochteronderneming van Hercules die in België overgedragen wordt is de n.v. BetzDearborn, gevestigd in Herentals, Toekomstlaan 54. De genoemde vennootschappen zijn ondernemingen in de zin van artikel 1 W.B.E.M.. 2. De aangemelde operatie : Ten gevolge van een overeenkomst van koop en verkoop van aandelen, afgesloten op 12 februari 2002, verkrijgt General Electric Company, door middel van Falcon Acquisition Corporation, - een 100 % dochteronderneming van General Electric gecreëerd ten behoeve van deze transactie -, uitsluitende controle over het "Waterbedrijf" van Hercules Inc. dat voornamelijk in handen is van Hercules divisie BetzDearborn Inc.. General Electric Company verkrijgt de uitsluitende zeggenschap over het "Waterbedrijf" van Hercules door de overname van (
- i)het uitstaande aandelenkapitaal van BetzDearborn Inc. en bepaalde andere dochterondernemingen van Hercules die watergerelateerde activiteiten uitoefenen, (
- ii)andere activa en passiva met betrekking tot water-gerelateerde activiteiten. Na de voltrekking van de concentratie zal BetzDearborn direct of indirect worden ondergebracht in één of meer volledig gehouden dochterondernemingen van General Electric. De gemelde transactie is een concentratie in de zin van artikel 9 § 1b van de W.B.E.M.. 3. De aanmeldingstermijn : De overeenkomst die het voorwerp uitmaakt van de aanmelding, namelijk de overeenkomst van koop en verkoop van aandelen (stock and asset purchase agreement) werd op 12 februari 2002 ondertekend en op 26 februari 2002 aangemeld. De aanmelding van de concentratie moet dan ook conform artikel 12 § 1 van de W.B.E.M. als tijdig beoordeeld worden. 4. De omzetdrempels : De concentratie valt onder het toepassingsgebied van de W.B.E.M. vermits de omzetdrempels zoals voorzien in artikel 11 § 1 en artikel 46 van de W.B.E.M. werden bereikt. Uit de ons verstrekte vertrouwelijke gegevens blijkt immers dat de Belgische omzet van de koper, General Electric Company, en de Belgische omzet van de doelonderneming BetzDearborn Inc., de drempels voorzien in artikel 11 § 1 W.B.E.M. overschrijden. 5. De marktafbakening en marktaandelen : De concentratie heeft betrekking op de sector van de waterconditionering door chemicaliën. Uit de beschikkingspraktijk van de Europese Commissie blijkt dat waterconditionering kan omschreven worden als het samenstellen en het commercialiseren van chemische producten die de chemische en biologische eigenschappen van water wijzigen (zie beslissing van de Europese Commissie van 20 augustus 1999, zaak nr. IV/1631 inzake Suez Lyonnaise/Nalco). Uit de hierboven aangehaalde beschikkingspraktijk van de Europese Commissie blijkt dat de relevante geografische markt voor waterconditioneringsondernemingen als Europees moet beschouwd worden. Binnen de concentratiecontrole is de ruimst mogelijke relevante geografische markt echter de Belgische. De Europese Commissie stelde in haar beslissingen Vivendi/US filters (dd 26 januari 1999, zaaknr. IV.M.1514) en Suez Lyonnaise/Nalco (dd 20 augustus 1999, zaak IV/1631) dat er vooral een onderscheid moet gemaakt worden tussen waterconditionering door middel van chemicaliën voor overheden enerzijds en voor de industrie anderzijds. Uit de hierboven aangehaalde beschikkingspraktijk van de Europese Commissie inzake Suez Lyonnaise/Nalco blijkt verder dat er zes relevante productmarkten zijn, namelijk : - markt van de industriële waterconditioneringschemicaliën markt van de waterconditioneringschemicaliën voor overheden markt van de organische stollings- en uitvlokkingschemicali-en - markt van de anorganische stollings- en uitvlokkingschemi-ca-liën markt van de hydro-carbonproceschemicaliën markt van de metaalproceschemicaliën BetzDearborn is in Europa actief op elk van deze zes markten weliswaar met telkens een marktaandeel dat onder de 25 % ligt. BetzDearborn is in België actief op vijf van deze zes markten, doch bereikt enkel in twee markten, namelijk de markt van de industriële waterconditioneringschemicaliën en de markt van de hydrocarbonproceschemicaliën, een marktaandeel dat boven de 25 % ligt. General Electric produceert via haar dochteronderneming General Electric Water Technologies Inc. industriële waterzuiveringsinstallaties, maar verkoopt ze niet in België. De activiteiten van enerzijds General Electric en anderzijds BetzDearborn zijn dan ook totaal verschillend, zodat er geen sprake kan zijn van een horizontale overlapping tussen de activiteiten van General Electric en BetzDearborn. De transactie zal ook geen verticale integratie teweeg brengen. Het gebruik van General Electric's producten, namelijk de installaties om water te zuiveren, vereist immers niet de aankoop van BetzDearborns chemicaliën voor waterconditionering. De transactie zal dus niet tot gevolg hebben dat General Electric actief zal worden in een bedrijf actief op een hoger of een lager gelegen markt dan deze waarop zij actief is op het gebied van waterzuiveringsinstallaties. Vermits de beide ondernemingen actief zijn op markten die zowel horizontaal als verticaal niet met elkaar in verbinding staan, kan er geen sprake zijn van een betrokken markt. Bovendien blijkt dat niemand van de ondervraagde concurrenten een ernstig nadeel ziet in deze concentratie. De concentratie moet dan ook worden toegelaten omdat zij conform artikel 10 § 3 geen machtspositie in het leven roept of versterkt die tot gevolg heeft dat een daadwerkelijke mededinging op de nationale markt significant wordt belemmerd. OM DEZE REDENEN, De Raad voor de Mededinging, - Stelt vast dat de betrokken concentratie onder het toepassingsgebied valt van de W.B.E.M.. Verklaart de concentratie toelaatbaar conform artikel 10 § 3 en artikel 33 § 2 punt 1a W.B.E.M.. Aldus uitgesproken op 12 april 2002, door de Kamer van de Raad voor de Mededinging samengesteld uit : de heer Peter Poma, kamervoorzitter, mevrouw Béatrice Ponet, voorzitter Raad voor de Mededinging, de heren Marc Jegers en Robert Vanosselaer, leden.