← België

2002CC35

Beslissing nr. 2002-C/C-35 van 7 mei 2002 Zaak MEDE-C/C-02/0018 Inzake: NV ING LEASE HOLDING, met zetel te 1101 CK Amsterdam-Zuidoost (Nederland), Karspeldreef 14 en NV FORTIS BANK NEDERLAND HOLDING, met zetel te 3584 BA Utrecht (Ne-derland), Archimedeslaan

  1. en NV TOP LEASE, gevestigd te 4817 BL Breda (Nederland), Takkebijsters 59 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördi-neerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 25 maart 2002 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 26 maart 2002 ; Gezien de stukken van het dossier en het gemotiveerde verslag van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 4 april 2002 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 9 april 2002 werd op-gesteld en op 18 april 2002 werd betekend aan de Raad ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 7 mei 2002: - Meester Thomas Franchoo (gemeenschappelijk vertegenwoordiger) Dhr. Paul Cocquet (ING Car Lease) Dhr. Rob Fischmann (ING Groep NV) - Dhr. Bram Witsenburg (ING Groep NV) Meester Frank De Paepe (namens Fortis)
  2. De aanmeldende en betrokken partijen - Als koper treedt op: de NV ING Lease Holding (hierna: ING Lease), een 100% dochteronderneming van de bank- en verzekeringsinstelling NV ING Groep. Deze laat-ste brengt bijna al haar activiteiten samen in 2 vennootschappen, waarvan zij alle aan-delen heeft: NV ING Bank en NV ING Verzekeringen. ING Lease is een op Europese schaal opererende onderneming die diensten levert inza-ke financiële en operationele leasing, meer in het bijzonder het financieren van kapitaal-goederen, vendorleasing en operationele auto- en vrachtwagenleasing. De ondernemingen die actief zijn binnen ING Lease inzake operationele autolease in België, zijn ING Car Lease Belgium en Locabel. In januari 1998 verwierf de ING Groep de controle over de BBL met dochteronderneming Locabel, die ook actief is op het vlak van de operationele autoleasing. - Als verkoper treedt op: de NV Fortis Bank Nederland Holding (hierna: Fortis), een holdingmaatschappij waaronder de bancaire activiteiten van Fortis Groep vallen. Fortis heeft als voornaamste taak het beheren en besturen van ondernemingen en het verlenen van diensten aan groepsmaatschappijen. - De doelonderneming is TOP Lease, een 100% dochteronderneming van Fortis en in hoofdzaak actief in operationele autoleasing. Fortis behoudt zijn financiële leasingbe-drijf Fortis Lease. TOP Lease is houdster van alle aandelen van de NV TOP Lease Bel-gium, die op haar beurt houdster is van alle aandelen van de NV Drive Lease Belgium. Deze ondernemingen staan in België in voor de operationele autolease activiteiten van TOP Lease. De autoleasebedrijven Eurolease Auto (ex Generale Bank) en Drive Lease (ex ALSK) werden al in 1990 bij TOP Lease gevoegd. TOP Lease biedt diverse lease-opties aan en levert ook tal van aanvullende diensten zo-als brandstofbeheer, vervangend vervoer en wagenparkbeheer. TOP Lease is ook actief inzake de verhuur van auto’s. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
  3. Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie Volgens de bepalingen en de voorwaarden van de ontwerpovereenkomst betreft de aan-gemelde concentratie de verwerving door ING Lease van alle uitstaande aandelen van TOP Lease, die worden gehouden door Fortis. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1b WBEM. De aanmeldende partijen hebben een bindende intentieverklaring ondertekend op 25 fe-bruari
  4. Een door de partijen geparafeerde ontwerpovereenkomst werd bijge-voegd, die samen met de intentieverklaring de basis vormen voor de aanmelding con-form art. 12§1 WBEM. De concentratie werd tijdig aangemeld op 25 maart
  5. De definitieve overeenkomst die dateert van 12 april 2002, werd door partijen neerge-legd ter zitting van 7 mei
  6. Deze overeenkomst verschilt niet merkbaar van het aangemelde ontwerp op alle mededingingsrechtelijke relevante punten (art. 12, §1, WBEM). Binnen de autoleasingmarkt dient een onderscheid gemaakt te worden tussen de financi-ële autoleasing (zuivere financiering) en de operationele autoleasing (financiering ge-paard gaande met tal van diensten zoals onderhoud, herstelling, verzekering, pechdien-sten, alarmdiensten, brandstofbeheer, enz. ...). Dit onderscheid wordt ook gemaakt in de beslissingspraktijk van de Europese Commis-sie (Zaak nr. IV/M.234 GECC / Avis Lease, en zaak nr. COMP/M.1947 ABN AMRO Lease Holding / Dial Group). In haar mededeling betreffende de berekening van de omzet in de zin van verordening (EEG) nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle op con-centraties van ondernemingen (98/C66/04), stelt de Commissie dat er een fundamenteel onderscheid moet gemaakt worden tussen financiële en operationele leasing (punt 55). Vermits TOP Lease in hoofdzaak operationele leasing verricht, zijn de algemene rege-len conform art. 46§1 WBEM van toepassing voor deze berekening van de omzet. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toe-passingsgebied van de wet.
  7. De relevante productenmarkten Zowel ING Lease als TOP Lease zijn actief op de markt van de operationele autolea-sing, zodat er sprake is van een horizontale band. Gezien TOP Lease niet actief is in de financiële autoleasing, is deze markt in casu niet rele vant. De operationele autoleasing kan nog verder onderverdeeld worden naargelang het type voertuig. Hier is dit niet relevant, want TOP Lease biedt in België enkel operationele leasing van auto’s, zijnde personenwagens en bestelwagens. De betrokken ondernemingen bieden ook ondersteunende activiteiten aan (brandstof-beheer, alarmservice, sale & lease back en extern wagenparkbeheer), doch deze zijn rechtstreeks verbonden aan de leasingactiviteiten en vormen dus geen aparte markt. Ook worden aan de klanten huurauto’s ter beschikking gesteld voor korte termijn. Hierbij wordt niet opgetreden als zelfstandige aanbieder op de autoverhuurmarkt, zodat deze laatste markt hier niet als relevante productmarkt kan worden beschouwd.
  8. De relevante geografische markt De relevante geografische markt is België. De markt voor de operationele autoleasing kan beschouwd worden als een nationale markt, gezien de mededingingsvoorwaarden over het land voldoende homogeen zijn (vgl. de markt voor de huur van opleggers - Beslissing Raad voor de Mededinging van 13 oktober 1994 - nr. 94-C/C-34 - zaak T.I.P. Trailer Rentals NV, B.S. 11 november 1994.)
  9. De marktaandelen Uit de cijfers van het onderzoek blijkt dat het gezamenlijke marktaandeel van de partij-en op de markt van operationele autoleasing in België, nà de voorgenomen concentratie ruim beneden de 25% blijft.
  10. Economische analyse Volgens de ranking van BBVV en naar de mening van de belangrijkste marktspelers, doet er zich door deze concentratie een kleine concurrentiële verschuiving voor, waarbij ING Lease van de derde plaats naar de tweede plaats gaat. Er is echter geen verstevi-ging van een machtspositie, gezien er nog voldoende andere spelers op de markt zijn. De mededinging wordt volgens de ondervraagde concurrenten niet verstoord omdat TOP Lease slechts een kleine speler is op de Belgische markt. De ondervraagde derden stelden de toelaatbaarheid van deze concentratie nergens in vraag. Uit het onderzoek is gebleken dat er in de sector van de operationele autolease een consolidatiebeweging aan de gang is - naar analogie met de banksector - omdat alle actoren behoefte hebben aan een Europees netwerk om internationale klanten een goede service te kunnen aanbieden. Het gaat om een normale evolutie. Het blijkt dan ook duidelijk uit het dossier en de antwoorden van de ondervraagde der-den dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of een wezenlijk deel ervan op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% marktaandeel hebben, moet de voorgelegde concentratie worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. OM DEZE REDENEN De Raad voor de Mededinging - Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; - Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; - Aldus uitgesproken op 7 mei 2002 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; mevrouw Béatrice Ponet, Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, de heren Geert Zonnekeyn en Marc Jegers, leden.

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.