Beslissing nr. 2002-C/C-56 van 12 juli 2002 Inzake: CRH Public Limited Company, met zetel Fitzwilliam Square 42 te Dublin 2 (Ierland) en DOUTERLOIGNE Jan, wonende Razenheedstraat 2 te 8570 Anzegem en NV DOUTERLOIGNE, met zetel Vichtsesteenweg 159 te 8570 Anzegem NV VAN STEENBERGEN - VERVAET, met zetel Rijkevorselseweg 11 te 2340 Beerse NV SOTREJAN, met zetel Vichtsesteenweg 159 te 8570 Anzegem NV PAUMATH, met zetel Tiegemberg 10 te 8573 Tiegem Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördi-neerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 7 juni 2002 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 12 juni 2002 ; Gezien de stukken van het dossier en het gemotiveerde verslag van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 18 juni 2002 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 20 juni 2002 werd op-gesteld en op dezelfde dag werd betekend aan de Raad ; Gehoord het verslag van de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 12 juli 2002: - Mr. Carmen Verdonck, gemeenschappelijke vertegenwoordiger.
- De aanmeldende en betrokken partijen - Als koper treedt op: CRH plc, een internationale holdingmaatschappij die actief is in de handel en productie van bouwstoffen zoals cement, aggregaat, asfalt en oppervlak-temateriaal, gebruiksklaar beton, landbouwen chemische kalk, zeewatermagnesia en bouwproducten zoals betonnen vloersystemen en blokken, straatstenen, dakpannen, klei-bakstenen, vloertegels, isolatieproducten, aluminium producten, veiligheidshekken, lichtdoorlatende constructies, ventilatieproducten, afvoerpijpen en glasproducten. Op de Belgische markt is de onderneming actief in betonstraatstenen, betontegels, geprefabriceerde breedplaatvloeren en voorgespannen welfsels. De overname van de Douterloigne-groep door CRH gebeurt door CRH BELGIUM NV of een andere dochteronderneming van de CRH-groep. Ter zitting werd gesteld dat het wellicht via de NV MARLUX zal gebeuren. 250 Jaarverslag 2002 - Bijlagen - Als verkoper treedt de heer DOUTERLOIGNE Jan op. De doelondernemingen zijn: NV DOUTERLOIGNE, NV VAN STEENBERGHE- VERVAET, NV SOTREJAN en NV PAUMATH. De NV DOUTERLOIGNE produceert betonblokken, betonstraatstenen en geprefabri-ceerde vloeren (gewapende welfsels). De drie andere doelondernemingen zijn vast-goedvennootschappen waarin de voor de activ iteiten van de hoofdzakelijk in België werkende Douterloigne-groep gebruikte - goederen zijn ondergebracht. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
- Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De aanmeldende partijen hebben op 29 mei 2002 een principeovereenkomst onderte-kend tot verkoop van 100% van de aandelen in de Douterloigne-groep aan de NV CRH Belgium, die hiermede de uitsluitende zeggenschap verkrijgt over deze groep. Op dit ogenblik zijn de activiteiten van de CRH-groep in België nog relatief beperkt op het gebied van de verhardingsmarkt (productie van betonstraatstenen en betontegels via NV Marlux en beperkte invoer vanuit Duitsland van gebakken straatstenen) en van de vloerenmarkt (productie van geprefabriceerde breedplaatvloeren via NV Omnidal en beperkte invoer van voorgespannen welfsels via Dycore uit Nederland). Door huidige concentratie kan de CRH-groep haar activiteiten op deze terreinen versterken, alsook uitbreiden tot de markt van de bouwblokken waar zij tot op heden niet actief was. De streefdatum voor de definitieve overeenkomst is 31/07/2002 en partijen verklaren dat deze overeenkomst op alle mededingingsrechtelijk relevante punten niet merkbaar zal afwijken van de aangemelde principeovereenkomst. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1b WBEM. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toe-passingsgebied van de wet.
- De relevante productenmarkten De kernactiviteiten van de CRH-groep zijn bouwstoffen en bouwproducten. CRH Bel-gium is vooral actief in betonstraatstenen, betontegels, geprefabriceerde breedplaatvloe-ren en voorgespannen welfsels. De NV Douterloigne produceert betonblokken, beton-straatstenen en geprefabriceerde vloeren (gewapende welfsels). Waar beide partijen actief zijn in de betonstraatstenen (verhardingsmateriaal), geprefa-briceerde breedplaatvloeren en voorgespannen en gewapende welfsels (geprefabriceerde betonvloeren), zijn dit horizontale banden tussen de activiteiten van de aanmeldende partijen. Inzake betonblokken is enkel de NV Douterloigne in België actief, zodat deze markt verder buiten beschouwing kan worden gelaten. De bouwmarkt bestaat uit drie segmenten:
(1)de woningbouw: residentiële woningen ;
(2)de industrie - en utiliteitsbouw: fabrieken, kantoorgebouwen, hotels, ziekenhuizen, scholen, winkelcentra ;
(3)de burgerlijke bouwkunde: grondwerken, wegenbouw, mili-euwerken, spoorwegen, stations, havendokken en parkings (Raad voor de Mededinging, beslissing d.d. 21 augustus 2001 - nr. 2001 C/C Rapport annuel 2002 - Annexes 251 42 - inzake Koninklijke BAM, Strukton Groep NV en Strukton De Meyer NV ; beslissing d.d. 5 juli 2000 - nr. 2000 C/C 24 - inzake Heijmans International BV en Alcagro NV). Los van de vraag of de markt van de verhardingsmaterialen die behoort tot het segment burgerlijke bouwkunde sector wegenbouw, moet onderverdeeld worden in submarkten volgens de diverse soorten materialen inzake verhardingen, is enkel de markt van de betonstraatstenen relevant, gezien de NV Douterloigne niet actief is op de markt voor betontegels. Op de markt van de constructievloeren bestaan er verschillende types: gewapende welfsels en voorgespannen welfsels (zijnde geprefabriceerde betonvloeren verstevigd met staal tijdens de productie voor het opnemen van trekkrachten), breedplaten, balken en potten vloeren, alsook vloeren uit ter plaatste gestort beton. Niet elke materiaalsoort vormt echter een aparte relevante markt, omdat op basis van de karakteristieken van de producten, het vergelijkbaar gebruik en de vergelijkbare prijzen deze verschillende types constructievloeren tot dezelfde markt behoren. Wel moet een onderscheid gemaakt worden tussen woningbouw en utiliteitsbouw (Raad voor de Mededinging, beslissingen d.d. 21 augustus 2001 - nr. 2001 C/C 42 en d.d. 5 juli 2000 - nr. 2000 C/C 24 - o.c.). De relevante productmarkten voor deze concentratie zijn derhalve:
(1)de markt van de betonstraatstenen,
(2)de markt van de constructievloeren voor woningbouw, en
(3)de markt van de constructievloeren voor utiliteitsbouw.
- De relevante geografische markt De bouwmarkt vertoont een nationaal karakter, temeer de uiteenlopende nationale bouwvoorschriften en assortimentsvoorkeuren maken dat buitenlandse producten vaak ongeschikt zijn voor toepassing binnen het nationale grondgebied. De relevante geogra-fische markt is dus België.
- De marktaandelen Het marktaandeel in de verhardingsmarkt in de ruime betekenis bedraagt voor beide partijen samen minder dan 5%. Beperkt tot gebakken straatstenen, betonstraatstenen en betontegels, beloopt dit marktaandeel samen minder dan 10%. Beschouwen we enkel de markt van de betonstraatstenen, dan hebben beide partijen samen een marktaandeel van minder dan 10%. Het marktaandeel in de constructievloeren beloopt voor partijen samen minder dan 10%. Indien we de markt van de constructievloeren uitsplitsen, bedraagt het marktaan-deel samen voor woningbouw minder dan 15% en voor utiliteitsbouw minder dan 10%. Welke marktafbakening ook gevolgd wordt, de betrokken ondernemingen bereiken nà concentratie een gezamenlijk marktaandeel dat aanzienlijk kleiner is dan 25%.
- Economische analyse Huidige concentratie heeft betrekking op de verhardingsmarkt zowel in ruime zin als beperkte zin (enkel de betonstraatstenen) en op de markt van de constructievloeren, uit-gesplitst naar woningbouw en utiliteitsbouw in België. Alle ondervraagde concurrenten en afnemers van CRH en Douterloigne zijn van oordeel dat deze overname de concurrentie niet belemmert en er geen concurrentiële verschui-vingen zullen plaatshebben. Er zijn vele spelers actief o.m. op de markt van de beton-straatstenen. Door de sterke fragmentering van de markt in België is er weinig invloed op de prijszetting en is er geen gevaar voor een machtspositie. 252 Jaarverslag 2002 - Bijlagen Hieruit volgt dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of een wezenlijk deel ervan op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% marktaandeel hebben, moet de voorgelegde concentratie worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 12 juli 2002 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; mevrouw Béatrice Ponet, Voorzitter van de Raad voor de Mededinging ; de heren Patrick Van Cayseele en Robert Van Osselaer, leden. Rapport annuel 2002 - Annexes 253