Beslissing nr. 2002-C/C-92 van 20 december 2002 Zaak MEDE-C/C-02/0071 Inzake: NV VAN NIEUWPOORT BELGIUM, 1731 Zellik, Doornveld 2D en BV DE HOOP TERNEUZEN, 4538 BK Terneuzen (Nederland), Duitslandweg 2 en NV SATIC, 2170 Merksem-Antwerpen, Rietschoorvelden 20 en BV RMC HOLDINGS, 1017 CG Amsterdam (Nederland), Herengracht 548 en NV READYMIX-BELGIUM, 3500 Hasselt, ElfdeLindestraat 32 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 14 november 2002 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art.32bis §1 WBEM op 19 november 2002 ; Gezien de stukken van het dossier ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 27 november 2002 werd opgesteld en op 28 november 2002 werd betekend aan de Raad ; Gehoord de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Ter zitting op 20 december 2002 verschijnt niemand, alhoewel partijen behoorlijk werden opgeroepen; 1. De aanmeldende en betrokken partijen Als kopers treden op: -
(1)de NV VAN NIEUWPOORT BELGIUM, een dochtervennootschap van de Nederlandse BV VAN NIEUWPOORT BEHEER. Deze groep is actief in de winning, handel en transport van grind, zand, de productie van betonmortel en betonproducten (o.a. straatstenen, vloeren en buizen). De groep is vooral actief op de Nederlandse markt en in beperktere mate op de Belgische en Duitse markten. Op de Belgische markt zijn de activiteiten beperkt tot de winning, handel en transport van grind, zand en andere bouwstoffen en de productie en het transport van stortklaar beton in drie betoncentrales. -
(2)de BV DE HOOP TERNEUZEN, een internationale holdingmaatschappij die actief is in (
- a)handel en transport van aggregaten nl. weg- en waterbouwartikelen, zand, grind en cement, (
- b)de 520 Jaarverslag 2002 - Bijlagen productie van betonproducten, (
- c)productie en vervoer van stortklaar beton, (
- d)bouwmaterialenhandel en (
- e)detailhandel in doe-het-zelf-artikelen. Deze groep is vooral actief in Nederland en in mindere mate in het Verenigd Koninkrijk, België en Frankrijk. In België is de groep enkel actief in de sector van de aggregaten, de betonproducten en stortklaar beton. -
(3)de NV SATIC, een dochteronderneming van de BV DE HOOP TERNEUZEN. Als verkoper treedt op: de BV RMC HOLDINGS, een dochtervennootschap van de Engelse beursgenoteerde vennootschap RMC GROUP PLC. Deze groep is wereldwijd actief in de productie van betonmortel, aggregaten, cement, betonproducten, afvalverwerking en andere producten (toeslagstoffen voor productie van beton, asfalt, kalk en mortel). In België is de groep via de NV READYMIX-BELGIUM actief in de productie van stortklaar beton en aggregaten. De doelonderneming is de NV READYMIX-BELGIUM, die via haar dochterondernemingen en deelnemingen actief is als producent van stortklaar beton en van aggregaten. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. 2. Beoordeling van de concentratie Huidige aanmelding is gebaseerd op een ontwerpovereenkomst tussen voornoemde partijen m.b.t. de overdracht van 100% van de aandelen in de NV READYMIX-BELGIUM. Volgens art. 12§1 WBEM kunnen partijen een concentratie aanmelden op basis van een ontwerpovereenkomst mits alle partijen uitdrukkelijk verklaren dat zij de intentie hebben om een overeenkomst te sluiten die op alle mededingingsrechtelijk relevante punten niet merkbaar verschilt van het aangemelde ontwerp. Deze verklaring werd aanvankelijk opgenomen in de aanmelding. Uit de fax d.d. 25/11/2002 uitgaande van de aanmeldende partijen, blijkt echter dat zij deze verklaring momenteel niet meer kunnen geven. Er is derhalve niet voldaan aan de vereiste van art. 12§1 WBEM, zodat de aanmelding onontvankelijk moet worden verklaard. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de aanmelding onontvankelijk is omdat niet voldaan is aan de vereiste van art. 12§1 WBEM ; Aldus uitgesproken op 20 december 2002 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; de heer Patrick De Wolf, Ondervoorzitter van de Raad voor de Mededinging ; de heren Geert Zonnekeyn en Peter Poma, leden. Rapport annuel 2002 - Annexes 521