Beslissing nr. 2002-E/A-17 van 18 februari 2002 Inzake: NV VEEVOEDERBEDRIJF NAVOBI, met zetel te 2470 Retie, Pontfort 128 en NV VEE- EN VLEESHANDEL VANLOMMEL, met zetel te 2260 Westerlo, Olenseweg 240 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gelet op de aanmelding van een overeenkomst door partijen op 11 maart 1994 bij de Dienst voor de Mededinging met het oog op het verkrijgen van een individuele vrijstelling conform art.2§3 WBEM ; Gelet op het verzoek van 11 augustus 1994 van de Dienst voor de Mededinging tot het bekomen van bijkomende inlichtingen, waarop partijen op 13 december 1994 hebben geantwoord ; Gelet op de brief van partijen van 6 november 1995 waarbij ze aan de Dienst lieten weten dat de aangemelde overeenkomst door hen was opgezegd op 17 augustus 1995 ; Gelet op het gemotiveerd verslag van de verslaggever van 30 oktober 2001 ; Gelet op het schrijven van partijen van 1 februari 2002, waarbij ze afstand doen van hun recht om gehoord te worden ; Overwegende dat de verslaggever in zijn verslag van 30 oktober 2001 aan de Raad een gemotiveerd voorstel tot sepot heeft voorgelegd ; Gehoord ter zitting op 18 februari 2002 de verslaggever dhr. Bert Stulens ; Het voorwerp van de aanmelding De NV Veevoederbedrijf Navobi is producent en handelaar in veevoeders. Ze is ook integrator: ze koopt nuchtere kalveren en brengt deze onder bij zelfstandige vetmesters die vergoed worden voor het voederen en voor de medische kosten. De NV Vee- en Vleeshandel Vanlommel is handelaar in kalveren en kalfsvlees. Ze is eveneens integrator. De aangemelde overeenkomst betrof de oprichting van de 50/50 joint-venture BVBA PROMEKAL die de contracten tussen partijen en met hun vetmesters ging beheren. De bedoeling van partijen was om samen te werken i.v.m. het vetmesten van kalveren. De overeenkomst werd door de betrokken partijen echter op 17 augustus 1995 opgezegd, zodat de aanmelding sindsdien zonder voorwerp is gevallen. De toepasselijke wet inzake de verjaring Overwegende dat huidige procedure op 11 maart 1994 werd ingeleid onder toepassing van de Wet van 5 augustus 1991 tot Bescherming van de Economische Mededinging ; Dat de gewijzigde Wet tot Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd bij K.B. van 1 juli 1999 bepaalt dat deze gewijzigde wet niet van toepassing is op de procedures die hangende zijn bij de Raad voor de Mededinging of bij het Hof van Beroep te Brussel op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze gewijzigde wet (art.47 van de Wet van 26 april 1999 (II)), zijnde 1 oktober
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.