Beslissing nr. 2002-P/K-07 van 8 februari 2002 INZAKE : Van Nieuwenhuysen N., (B.V.B.A. Van Nieuwenhuysen & Co), Parfumerie BO, 1730 ASSE, Velm 2, tegen : Clinique Laboratories, 1932 St. Stevens - Woluwe, Woluwedal 26, Gelet op de brief van 27 juli 1994 van klager mevrouw N. Van Nieuwenhuysen, door de Dienst voor de Mededinging geregistreerd op 28 juli 1994 onder nummer PRA - 94/0011B, waarbij de klager de Dienst verzoekt een onderzoek te verrichten met betrekking tot de verkoopsweigering van de cosmetica leverancier Clinique Laboratories aan Parfumerie Bo. Gezien het onderzoekverslag van de versla ggever dd 26 november 2001 dat aan de Raad voor de Mededinging werd overgemaakt in toepassing van artikel 24, § 2, van de Wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, zoals gecoördineerd bij koninklijk besluit van 1 juli 1999 (verder : W.B.E.M.) en dat het verslag op 6 december 2001 aan de klager in toepassing van artikel 24, §2, W.B.E.M. werd overgemaakt. Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken. Overwegende dat de verslaggever in zijn verslag van 26 november 2001 aan de Raad een gemotiveerd voorstel tot sepot op grond van artikel 24, § 2, van de W.B.E.M. heeft voorgelegd. Overwegende dat de klager, ter zitting vertegenwoordigd werd door de heer Van Nieuwenhuysen. Gehoord ter zitting van 1 februari 2002 : - de verslaggever, de heer B. Stulens. Over het voorwerp van de klacht en over de proceduriële voorgaanden Overwegende dat mevrouw N. Van Nieuwenhuysen blijkens schrijven dd 27 juli 1994 gericht aan de Dienst voor de Mededinging, de Dienst verzoekt een onderzoek in te stellen met betrekking tot de verkoopsweigering van de cosmetica leverancier Clinique Laboratories aan parfumerie Bo. Dat dit schrijven op 28 juli 1994 als klacht werd geregistreerd door de Dienst onder het nummer PRA94/0011B. Dat klager in een schrijven dd 19 oktober 1994 de klacht heeft ingetrokken en in een schrijven dd 21 augustus 1996 de klacht heeft hernieuwd. Dat aan de hernieuwde klacht geen gevolg is gegeven. Over de toepasselijke wet in verband met de verjaring Overwegende dat huidige procedure op 27 juli 1994 werd ingeleid onder toepassing van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging. Dat de gewijzigde wet tot bescherming van de economische mededinging, zoals gecoördineerd bij K.B. van 1 juli 1999 bepaalt dat deze gewijzigde wet niet van toepassing is op de procedures die hangende zijn bij de Raad voor de Mededinging of bij het Hof van Beroep te Brussel op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze gewijzigde wet (art.47 van de Wet van 26 april 1999 (II)), nl. 1 oktober
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.