Beslissing nr. 2002-V/M-69 van 13 september 2002 Beslissing van de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging houdende samenvoeging van de zaken MEDE - V/M - 02/0022 en MEDE - V/M - 02/0048 inzake de verzoeken tot het nemen van voorlopige maatregelen neergelegd door de BVBA Gema Plastics in de zaken MEDE - P/K - 02/0021 en MEDE - P/K - 02/0047 aangaande de Belgische kwaliteitsnormering inzake pvc hulpstukken. Gezien de klacht ten gronde van de BVBA Gema Plastics dd. 5 april 2002, gekend onder MEDE-P/K02/0021; Gezien het verzoek tot voorlopige maatregelen waarbij om voorlopige maatregelen werd gevraagd door de BVBA Gema Plastics, met maatschappelijk zetel te 3580 Beringen, Paalsesteenweg 73, geregistreerd onder nr. MEDE-VMP-02/0022, met betrekking tot de praktijken van de volgende ondernemingen: - FECHIPLAST VZW met maatschappelijke zetel in B – 1000 Brussel, Square Marie-Louise 49; BELGIAN CONSTRUCTION CERTIFICATION ASSOCIATION VZW (hierna ‘VZW BCCA’), met maatschappelijke zetel in B – 1040 Brussel, Aarlenstraat 53; DYKA PLASTICS NV, met maatschappelijke zetel in B – 3900 Overpelt, Nolimpark 4004; MARTENS PLASTICS NV, met maatschappelijke zetel in B – 2400 Mol, Berkebossenlaan 10; - PIPELIFE BELGIUM NV, met maatschappelijke zetel in B – 2920 Kalmthout, Brasschaatsteenweg 302; WAVIN BELGIUM NV, met maatschappelijke zetel in B – 9880 Aalter, Leon Bekaertlaan
- Gezien het onderzoeksdossier door de Dienst voor de Mededinging aan het Korps Verslaggevers overgemaakt op 8 mei 2002; Gezien het gemotiveerd verslag van het Korps Verslaggevers in toepassing van artikel 35 van de Wet tot Bescherming van de Economische Mededinging, gecoördineerd op 1 juli 1999 (hierna "WBEM") en overgemaakt aan de Raad voor de Mededinging op 13 mei 2002; Gehoord op de zitting van 21 juni 2002: - De Heer Bert Stulens, verslaggever en De Heer Erwin Verhaeren namens de Dienst voor de Mededinging; De B.V.B.A. GEMA PLASTICS, vertegenwoordigd door De Heer Patrick Vreys en bijgestaan door Meester Luc Savelkoul en Meester Steve Geerdens, advocaten te Hasselt; - De VZW FECHIPLAST, vertegenwoordigd door De Heer Geert Scheys, secretaris -generaal en bijgestaan door Meester Herman De Bauw, advocaat te Brussel; De VZW BELGIAN CONSTRUCTION CERTIFICATION ASSOCIATION , vertegenwoordigd door De Heren F. Donck en B. De Blaere en bijgestaan door Meester Frank Wijckmans en Meester Mieke Beeuwsaert, advocaten te Brussel, De N.V. DYKA PLASTICS , vertegenwoordigd door Meester Koen Platteau, advocaat te Brussel; - - De N.V.. MARTENS PLASTICS, vertegenwoordigd door Meester Karel Van Overstraeten, advocaat te Mol, De N.V. PIPELIFE BELGIUM, vertegenwoordigd door Meester Frédéric Louis, advocaat te Brussel; De N.V. WAVIN BELGIUM, vertegenwoordigd door Meester Peter Wytinck en Meester Hendrik Viaene, advocaten te Brussel, Gezien de memories namens de VZW BCCA neergelegd op 20 juni 2002 en 11 september 2002; Gezien de memories namens de VZW Fechiplast neergelegd op 21 juni 2002 en 10 september 2002, Gezien de memories namens de N.V. Pipelife Belgium neergelegd op 21 juni 2002 en 11 september 2002; 342 Jaarverslag 2002 - Bijlagen Gezien de memories namens de N.V. Wavin Belgium neergelegd op 21 juni 2002 en 10 september 2002; Gezien de memorie namens de N.V. Martens Plastics neergelegd op 2 juli 2002; Gezien de memories namens de N.V. Dyka Plastics neergelegd op 5 juli 2002 en 10 september 2002; Gezien de memorie namens de B.V.B.A. Gema Plastics neergelegd op 2 augustus 2002; Gehoord op de zitting van 13 september 2002: - - De Heer Bert Stulens, verslaggever en De Heer Erwin Verhaeren, namens de Dienst voor de mededinging; De B.V.B.A. GEMA PLASTICS, vertegenwoordigd door De Heer Patrick Vreys en bijgestaan door Meester Luc Savelkoul en Meester Steve Geerdens, advocaten te Hasselt, en Meester Jules Stuyck, advocaat te Brussel; De VZW FECHIPLAST, vertegenwoordigd door De Heer Geert Scheys, secretaris -generaal en bijgestaan door Meester Herman De Bauw en Meester Laurence Van Wymeersch, advocaten te Brussel; De VZW BELGIAN CONSTRUCTION CERTIFICATION ASSOCIATION , vertegenwoordigd door De Heer Daniël Goossens en bijgestaan door Meester Frank Wijckmans, advocaat te Brussel, De N.V. DYKA PLASTICS , vertegenwoordigd door Meester Koen Platteau, advocaat te Brussel; De N.V.. MARTENS PLASTICS, vertegenwoordigd door Meester Karel Van Overstraeten, advocaat te Mol, De N.V. PIPELIFE BELGIUM, vertegenwoordigd door Meester Frédéric Louis, advocaat te Brussel; De N.V. WAVIN BELGIUM, vertegenwoordigd door Meester Peter Wytinck en Meester Hendrik Viaene, advocaten te Brussel, Gezien de stukken van het dossier, Gezien de klacht ten gronde van de BVBA Gema Plastics dd. 26 juli 2002, gekend onder MEDE-P/K02/0047; Gezien het verzoek tot voorlopige maatregelen waarbij om voorlopige maatregelen werd gevraagd door de BVBA Gema Plastics, met maatschappelijk zetel te 3580 Beringen, Paalsesteenweg 73, geregistreerd onder nr. MEDE - V/M - 02/0048, met betrekking tot de praktijken van de volgende onderneming: - BIN VZW, met maatschappelijke zetel in B-1000 Brussel, Brabançonnelaan
- Gezien het gemotiveerd verslag van het Korps Verslaggevers in toepassing van artikel 35 WBEM en overgemaakt aan de Raad voor de Mededinging op 11 september 2002; Gezien het onderzoeksdossier door de Dienst voor de Mededinging; Gehoord op de zitting van 13 september 2002: - De Heer Bert Stulens, verslaggever en De Heer Erwin Verhaeren, namens de Dienst voor de mededinging; - De B.V.B.A. GEMA PLASTICS, vertegenwoordigd door De Heer Patrick Vreys en bijgestaan door Meester Luc Savelkoul en Meester Steve Geerdens, advocaten te Hasselt, en Meester Jules Stuyck, advocaat te Brussel; - BIN VZW, vertegenwoordigd door De Heer H. Voorhof en De Heer H. Janssens. Gezien de stukken van het dossier, Gezien de Wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 en o.m. artikel 35 volgens hetwelk de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging op aanvraag van de klager of de minister, voorlopige maatregelen kan nemen bestemd om de restrictieve mededingingspraktijken die het voorwerp van het onderzoek uitmaken te schorsen, Rapport annuel 2002 - Annexes 343 indien het dringend is een toestand te vermijden die een ernstig, onmiddellijk en onherstelbaar nadeel kan veroorzaken voor de ondernemingen waarvan de belangen aangetast worden door deze praktijken of die schadelijk kan zijn voor het algemeen economisch belang. Samenvoeging
- Ter zitting van 13 september 2002 hebben de verwerende partijen in de zaak MEDE - V/M 02/0022 verzocht om de procedures gekend onder MEDE - V/M - 02/0022 en MEDE - V/M - 02/0048 samen te voegen en vervolgens een kalender te bepalen voor het opstellen van memories. Het Korps Verslaggever heeft ter zitting tevens aangedrongen op het samenvoegen van beide procedures. De verzoekende partij inzake de procedures gekend onder nr. MEDE - V/M - 02/0022 en MEDE 02/0048 heeft zich voor wat de samenvoeging betreft naar de wijsheid van de Voorzitter gedragen.
- De algemene bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek zijn conform artikel 2 Gerechtelijk Wetboek van toepassing op de procedures die gevoerd worden in toepassing van de WBEM, voorzover deze wet en haar uitvoeringsbesluiten geen bijzondere procedureregels voorzien (Hof van Beroep Brussel, 5 april 1996, B.S., 16 april 1996, 9014; zie tevens o.m. Beslissing van de Raad voor de Mededinging, nr. 2000-C/C-32 van 25 oktober 2000, De Beers Australia Holdings Pty Ltd, / Ashton Mining Ltd, B.S., 3 mei 2001). Noch de WBEM noch haar uitvoeringsbesluiten bevatten specifieke procedureregels over de samenhang. Artikel 30 Gerechtelijk Wetboek is derhalve van toepassing, dat bepaalt dat rechtsvorderingen als samenhangende zaken kunnen worden behandeld wanneer zij onderling zo nauw verbonden zijn dat het wenselijk is ze samen te behandelen en te berechten teneinde oplossingen te vermijden die onverenigbaar kunnen zijn wanneer de zaken afzonderlijk worden berecht. De tussen verschillende zaken bestaande samenhang staat ter vrije beoordeling van de feitenrechter (Cass., 29 juni 1998, A.C., 1998, nr. 348). In casu zijn Wij van oordeel dat er wel degelijk sprake is van samenhang, nu verzoekende partij precies een tweede klacht en verzoek tot voorlopige maatregel heeft neergelegd als reactie op de bemerkingen van de verwerende partijen in de eerste procedure voorlopige maatregelen. Bovendien vordert verzoekende partij in haar tweede klacht dd. 26 juli 2002 (pag 3) dat de tweede klacht zou samengevoegd worden met de initiële klacht van 4 april
- Alhoewel huidige procedures betrekking hebben op voorlopige maatregelen, komt het Ons voor dat het proceduraal niet mogelijk is om de klachten ten gronde samen te voegen, wijl dit niet het geval zou zijn voor de procedures in voorlopige maatregelen. Er dient bovendien opgemerkt te worden dat ook het verslag van het Korps Verslaggever in de procedure MEDE - V/M - 02/0048 refereert aan de oorspronkelijke procedure MEDE - V/M - 02/0022 hetgeen mede aantoont dat de procedures onderling nauw verbonden zijn. Beide procedures gekend onder nr. MEDE - V/M - 02/0022 en MEDE - V/M - 02/0048 dienen derhalve samengevoegd te worden.
- Op het verzoek van partijen om een kalender te bepalen teneinde memories neer te leggen, dient tevens ingegaan te worden. 344 Jaarverslag 2002 - Bijlagen Verzoekende partij stelt geen nadere memories te willen opstellen zodat aan deze partij geen termijn dient toegekend te worden. Aan de VZW BIN (verwerende partij in de procedure MEDE - V/M - 02/0048) en de verwerende partijen in de zaak MEDE - V/M - 02/0022 wordt een termijn verleend om memories op te stellen tot en met 25 september
- De beide procedures worden in voortzetting gesteld op vrijdag 27 september 2002 te 11.00 uur. Om deze redenen Wij, Béatrice Ponet, Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, Beslissen om de zaken gekend onder nr. MEDE - V/M - 02/0022 en MEDE - V/M - 02/0048 samen te voegen. Verlenen een termijn tot en met 25 september aan de VZW BIN (verwerende partij in de procedure MEDE - V/M - 02/0048) en de verwerende partijen in de procedure MEDE - V/M - 02/0022 om memories neer te leggen. Stellen de zaak in voortzetting op vrijdag 27 september 2002 te 11.00 uur. Aldus geoordeeld door Béatrice Ponet, Voorzitter van de Raad voor de mededinging op 13 september
- Rapport annuel 2002 - Annexes 345