← België

2003CC07

Beslissing nr. 2003-C/C-07 van 23 januari 2003 Inzake : De N.V. Electrabel Customer Solutions (ECS), met zetel te 1000 Brussel, Regentlaan 8; en DE CV Intercommunale Maatschappij voor Energievoorziening (IMEA), met zetel te 2000 Antwerpen, Stadhuis; Gelet op de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 1 juli 1999 (hierna W.B.E.M.); Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor Mededinging van een concentratie, op 22 augustus 2002; Gezien de beslissing van de Raad voor de Mededinging nr. 2002-C/C-84 van 22 november 2002, waardoor vastgesteld werd dat conform artikel 33 § 2, 1.b van de W.B.E.M. er ernstige twijfels bestaan omtrent de toelaatbaarheid van de concentratie en beslist werd de procedure bepaald in artikel 34 van de W.B.E.M. in te zetten en waardoor vooraleer over de al dan niet toelaatbaarheid van de concentratie te oordelen, aan de Verslaggever verzocht werd conform artikel 33 §

  1. b en artikel 34 van de W.B.E.M. een bijkomend verslag op te stellen. Gezien de stukken van het dossier en het aanvullend onderzoeksdossier van de Dienst voor de Mededinging zoals overgemaakt aan de verslaggever in toepassing van de artikelen 14 en 23 van de W.B.E.M. op 6 januari 2003; Gezien het gemotiveerd verslag van de Verslaggever in toepassing van artikel 34 § 1 van de W.B.E.M. zoals opgesteld op 6 januari 2003 en op 7 januari 2003 overgemaakt aan de Raad voor de Mededinging; Gezien de beslissing inzake de vertrouwelijke stukken van het dossier van 17 januari 2003; Gezien de memorie en de stukken neergelegd door de aanmeldende partijen op 21 januari 2003; Gehoord de Verslaggever, de heer Bert Stulens; Gehoord de partijen die verschenen zijn ter zitting op 23 januari 2003: - Meester A. Vandencasteele, meester D. Brinckman en meester A. Vroninks, advocaten te Brussel, gemeenschappelijke vertegenwoordiger; De heren J. de Garcia en P. Baeten, namens Electrabel Customer Solutions NV; Meester Th. Chellingsworth, advocaat te Brussel, en de heren T. Roosen, J. Robberechts en Ph. Putman, namens Luminus NV; Meester Géraldine Sauvage, advocaat te Brussel, namens Nuon NV; Gezien het verzoek van de aanmeldende partijen dd. 17 januari 2003 waardoor zij op grond van artikel 34 § 3 van de W.B.E.M. een verlenging van termijn verzoeken tot 28 februari 2003; Dat de Raad voor de Mededinging op grond van artikel 34 § 1 van de W.B.E.M. ten laatste op 29 januari 2003 uitspraak dient te doen over de toelaatbaarheid van de concentratie, zijnde een termijn van 60 dagen na de beslissing van de Raad voor de Mededinging om een tweede fase onderzoek te starten; Dat wanneer geen beslissing genomen wordt door de Raad voor de Mededinging binnen de termijn van 60 dagen, de concentratie geacht wordt een gunstig advies te hebben gekregen op grond van artikel 34 § 1 alinea 4 van de W.B.E.M.; Dat de aanmeldende partijen evenwel op basis van artikel 34 § 3 van de W.B.E.M. om een verlenging van de termijn kunnen verzoeken; Dat een analoge zaak eveneens thans hangende is bij de Raad voor de Mededinging; Dat immers ook een beslissing dient genomen te worden in de zaak gekend onder CONC-C/C-02/0065 (ECS/Interest), waardoor bij Beslissing nr. 2002-C/C-90 van 19 december 2002 eveneens een tweede fase onderzoek gestart werd. De beslissing in tweede fase in deze zaak zou tegen uiterlijk 26 februari 2003 dienen genomen te worden; Dat ook in de zaak gekend onder CONC-C/C-02/0065 uitdrukkelijk om een identieke verlenging van termijn gevraagd werd tot 28 februari 2003 bij schrijven neergelegd op 17 januari 2003, met als motivatie dat eenzelfde kalender voor beide zaken zou dienen gehanteerd te worden; Dat de partijen de volgende termijnen voorstellen: - de aanmeldende partijen vragen tot 31 januari 2003 om te antwoorden op het gemotiveerd verslag van de verslaggever en bijkomende voorwaarden die zij bereid zijn te onderschrijven, te formuleren; de verslaggever zou de tijd krijgen tot maandag 17 februari 2003 om zijn verslag te vervolledigen in het licht van de nieuwe elementen; de aanmeldende partijen vragen ten laatste op 20 februari 2003 te kunnen antwoorden op bijkomende reactie van de verslaggever; een hoorzitting voor de Raad voor de Mededinging en een beslissing zouden kunnen plaatsvinden tussen 25 en 28 februari
  2. Dat het aangewezen lijkt in huidige omstandigheden om het uitdrukkelijk verzoek van de aanmeldende partijen tot verlenging van termijn in te willigen en de termijn voorzien in artikel 34 § 1 van de W.B.E.M. om een beslissing over de toelaatbaarheid te nemen te verlengen tot 28 februari 2003; Aangezien de door de aanmeldende partijen aangevoerde motivatie betrekking heeft op de mogelijkheid om de door de aanmeldende partijen voorgestelde voorwaarden aan te vullen, voorwaarden die vervolgens onderzocht zullen dienen te worden door het Korps Verslaggevers en tijdig geëvalueerd dienen te worden door de Raad voor de Mededinging; Dat om die redenen een hoorzitting wordt georganiseerd op 3 februari 2003 te 14.30 uur, zitting waarop zal worden beslist of deze termijn ten volle benut zal worden; Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, van toepassing overeenkomstig artikel 54 bis van de W.B.E.M.; Beslist op grond van artikel 34 § 3 van de W.B.E.M. om de termijn voorzien in artikel 34 § 1 van de W.B.E.M. om een beslissing over de toelaatbaarheid van de concentratie gekend onder CONC-C/C02/0053 en die het voorwerp uitgemaakt heeft van de beslissing nr. 2002-C/C-84 van 22 november 2002, te verlengen tot 28 februari 2003; 2 Gelet op de noodzaak tijdig de draagwijdte van de voorgestelde voorwaarden te kunnen onderzoeken, wordt een hoorzitting georganiseerd op maandag 3 februari 2003 om 14.30 uur. Aldus uitgesproken op 23 januari 2003 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit Mevrouw Béatrice Ponet, Kamervoorzitter; De heren Patrick De Wolf, Patrick Van Cayseele en Geert Zonnekeyn, leden van de Raad. 3

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.