Beslissing nr. 2003-C/C-15 van 5 maart 2003 Zaak nr. MEDE - C/C - 03/0002: Inzake: NV SUTRANS, met zetel te 9140 Temse, Laagstraat 63 NV SUGRO, met zetel te 9140 Temse, Laagstraat 63 NV MAAS SERVICES BELGIE, met zetel 2550 Kontich, Duffelsesteenweg 164 en NV CARITAS, met zetel te 1130 Brussel, Waterranonkelstraat 2G-1 NV TABACCOMAT, met zetel te 1130 Brussel, Waterranonkelstraat 2G-1 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM); Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 17 januari 2003; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 21 januari 2003; Gezien het onderzoeksdossier van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 18 februari 2003; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 18 februari 2003 werd opgesteld en betekend aan de Raad; Gelet op de schriftelijke opmerkingen van de aanmeldende partijen dd. 3 maart 2003; Gehoord de verslaggever dhr. Bert Stulens; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 5 maart 2003: - Meester Anja Coenegrachts, advocaat, gemeenschappelijke vertegenwoordiger; Meester Troncoso Ferrer, advocaat, gemeenschappelijke vertegenwoordiger; Meester Th. De Heen, advocaat; Dhr. G.W. de Vries en dhr. P. Steppe voor Sugro; Dhr. Van Vlierberghe voor Caritas en Tabaccomat; Gehoord dhr. Michel Grosemann, General manager van NV Lyfra Partagro en zijn raadslieden Mter Didier Putzeys, advocaat en Mter Bernadette van Lidth ; 1. De aanmeldende en betrokken partijen - Als kopers treden op:
(1)de NV SUTRANS (hierna genoemd: Sutrans), die o.a. transportdiensten verschaft aan de groep waartoe haar dochtervennootschappen NV Sugro en NV Maas Services België behoren. Sutrans is een dochteronderneming van GILDEN HOLDING BV, die op haar beurt een dochter is van LEKKERLAND EUROPA HOLDING Gmbh.
(2)de NV SUGRO (hierna genoemd: Sugro), die actief is in de sector van de groothandel en toelevering van tabaksproducten, zoetwaren, dranken en voorafbetaalde telefoon- en herlaadkaarten in de “grijze markt” (= kruiselingse leveringen tussen groothandelaars onderling en leveringen van groothandelaars aan in netwerk georganiseerde kleinhandelaars bv. grootwarenhuizen, zonder directe levering aan de eindverbruiker).
(3)de NV MAAS SERVICES BELGIE (hierna genoemd: Maas Services), die een exploitant is van sigarettenautomaten. - Als verkopers treden op:
(1)de NV CARITAS (hierna genoemd: Caritas), die een groothandelaar is in tabak, aanverwante producten, zoetwaren en dranken, voorafbetaalde telefoon- en herlaadkaarten, batterijen, koffie en diversen.
(2)de NV TABACCOMAT (hierna genoemd: Tabaccomat), die een exploitant is van sigarettenautomaten. - M.b.t. de doelonderneming kan vastgesteld worden dat huidige concentratie gebeurt in drie deeltransacties: (
- a)Sugro zal het handelsfonds van Caritas verwerven ; (
- b)Maas Services zal het handelsfonds van Tabaccomat (activiteiten en personeel) ver-werven ; (
- c)Sutrans zal de sigarettenautomaten van Tabaccomat overnemen, met het oog op de latere verhuring ervan aan Maas Services. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. 2. Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De aanmeldende partijen hebben daartoe op 30 december 2002 drie overeenkomsten ondertekend, die gezamenlijk een verkrijging van zeggenschap en dus een concentratie uitmaken in de zin van art. 9§1b WBEM. De concentratie werd tijdig aangemeld op 17 januari 2003 volgens art. 12§1 WBEM. Uit het onderzoek is gebleken dat de totale omzet over de gehele wereld, gezamenlijk behaald door de groepen waartoe huidige kopers en verkopers behoren, de 2,5 miljard EUR overschrijdt, zijnde het eerste criterium van de tweede categorie van drempels voorzien in art.1 van de EEG Verordening nr. 4064/89 van de Raad van 21 december 1989 betreffende de controle van concentraties van ondernemingen, zoals gewijzigd door de EEG Verordening nr. 1310/97 van de Raad van 30 juni 1997. Huidige transactie heeft echter geen communautaire dimensie omdat het tweede criterium van deze categorie van drempels niet is bereikt, nl. dat de totale omzet die door alle betrokken ondernemingen in elk van tenminste drie lidstaten is behaald, 100 miljoen EUR moet overschrijden. Deze drempel is wel bereikt in België en Nederland, maar niet in de andere lidstaten waarin de groep - waartoe huidige kopers behoren - hun activiteiten uitoefenen (Denemarken, Oostenrijk en Spanje). Uit de omzetcijfers van de betrokken ondernemingen in België blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. 2 3. De relevante productenmarkten De ondernemingen, die betrokken zijn bij deze transactie, kopen hun producten aan in het groot en verkopen deze door aan de detailhandel. Deze producten kunnen verdeeld worden in drie categorieën: - tabaksproducten gebruikelijke consumptiegoederen van het type suikerwaren, dranken en snacks voorafbetaalde telefoon- en herlaadkaarten van de mobiele operatoren. De markt van de groothandel in tabakswaren betreft de totale markt van de tabaksproducten voor doorverkoop aan de detailhandel. De sector ziet ook het verdelen van rookwaren via automaten als een deelmarkt hiervan (“vending market”). Waar het gaat over groothandelaars die snoepwaren leveren aan de kleinhandel, is de marktafbakening “markt van de groothandel in snoepwaren” correct (zie Raad voor de Mededinging - MEDE-C/C00/0020 - beslissing 24 mei 2000 inzake Lyfra-Partagro/ Dupont). Deze markt van snoep- en zoetwaren mag ruim worden geïnterpreteerd (zie Raad voor de Mededinging - 97-C/C-17 - beslissing 11 augustus 1997 inzake Maas In-ternational Europe/ Lekkerland EZ Holding Gmbh/ C.D.K.Biesland BV). Op de markt van de groothandel in telefoonkaarten (omvat alle kaarten die met telefonie te maken hebben) is het aantal operatoren dat dergelijke kaarten aanbiedt beperkt. De prijs voor de eindgebruiker ligt grotendeels vast. Deze markt is sterk gereglementeerd en laat weinig speling toe qua prijszetting. 4. De relevante geografische markt De markt van de groothandel in tabaksproducten is een markt met een nationale dimensie, gezien de sterke nationale verschillen op dit vlak inzake fiscale reglementering en wetgeving m.b.t. volksgezondheid en reclame (zie Beschikking Europese Commissie nr. COMP/M.1735 van 3 december 1999 - punt 21 inzake Seita/Tabacaleria). De markt van de groothandel in snoepwaren is een nationale markt (zie Raad voor de Mededinging MEDE-C/C-00/0020 - beslissing 24 mei 2000 inzake Lyfra-Partagro/ Dupont). Ook de markt van de groothandel in telefoonkaarten moet als een nationale markt beschouwd worden, gezien deze kaarten doorgaans enkel op het nationale grondgebied kunnen worden gebruikt. 5. De marktaandelen Volgens de aanmeldende partijen wordt in de markt van de groothandel in tabakswaren in België een gezamenlijk marktaandeel van meer dan 25% bereikt. Voor de markten van de groothandel in snoepwaren en telefoonkaarten zou volgens de aanmeldende partijen gezamenlijk geen 25% marktaandeel worden bereikt. 6. Economische analyse Uit de economische analyse van de verslaggever blijkt dat als betrokken markten kunnen worden beschouwd: de markt van groothandel in tabakswaren, de “vending market”, de markt van groothandel in snoepwaren en de markt van groothandel in telefoonkaarten. De door de aanmeldende partijen bereikte gezamenlijke marktaandelen op deze betrokken markten zijn volgens de verslaggever zeer aanzienlijk en door de ondervraagde derden oa. Lyfra Partagro worden ernstige twijfels geuit omtrent de toelaatbaarheid van huidige concentratie. 3 Conform art.33 §2 1.b WBEM stelt de Raad vast dat er ernstige twijfels bestaan omtrent de toelaatbaarheid van de aangemelde concentratie en beslist de Raad om de procedure zoals bepaald in art. 34 WBEM in te zetten. Zo past het in het bijkomend onderzoek na te gaan : o.a. de besluiten zoals medegedeeld door de aanmeldende partijen in hun schriftelijke opmerkingen van 3 maart 2003. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet; Stelt conform art.33 §2 1.b WBEM vast dat er ernstige twijfels bestaan omtrent de toelaatbaarheid van de aangemelde concentratie en beslist om de procedure zoals bepaald in art. 34 WBEM in te zetten; Verzoekt de verslaggever om uiterlijk 4 april 2003 een bijkomend onderzoek in te stellen en hiervan verslag in te dienen; Aldus uitgesproken op 5 maart 2003 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; de heren Peter Poma, Robert Vanosselaer en Erik Mewissen, leden. 4