← België

2003CC26

Beslissing nr. 2003-C/C-26 van 28 maart 2003 Inzake: NV CRH BELGIUM, met zetel Albertkade 3 te 3980 Tessenderlo en SA HARPO, met zetel Rue de la Reine 5 te L-2418 Luxemburg en de Groep PLAKABETON Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 13 februari 2003; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het Korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 14 februari 2003; Gezien de stukken van het dossier van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 4 maart 2003; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 12 maart 2003 werd opgesteld en op 13 maart 2003 werd betekend aan de Raad; Gehoord ter zitting op 28 maart 2003: - Meester Carmen Verdonck, gemeenschappelijke vertegenwoordiger; De heer Rudy Aertgeerts, gedelegeerd bestuurder CRH Belgium.

  1. De aanmeldende en betrokken partijen - Als koper treedt op: de NV OMNIDAL, met zetel Hoeksken 5A te 9280 Lebbeke, een 100% dochtermaatschappij van de NV CRH BELGIUM. De NV CRH BELGIUM is (hierna: “CRH B”) een dochter van de Ierse vennootschap CRH Public Limited Company (hierna: “CRH plc”), met zetel te Dublin 2 (Ierland), Fitzwilliam Square
  2. CRH plc. is wereldwijd actief in de productie en handel van bouwstoffen (cement, aggregaat, asfalt en oppervlaktemateriaal, gebruiksklaar beton, landbouw- en chemische kalk, zeewatermagnesia) en bouwproducten (betonnen vloeren en blokken, straatstenen, dakpannen, kleibakstenen, vloertegels en tegels, isolatieproducten, aluminium producten, veiligheidshekken, lichtdoorlatende constructies, ventilatieproducten, afvoerpijpen en glasproducten). CRH plc. heeft wereldwijd vestigingen in de V.S., Canada, Chili, Argentinië, Rusland, Ukraïne, Israël en in 11 Europese landen. CRH B is in België op de markt voor bouwmaterialen, in het bijzonder betonstraatstenen, betontegels, geprefabriceerde breedplaatvloeren en voorgespannen welfsels. Ook is ze actief op de markt van de detailhandel in doe-het-zelf artikelen, en (slechts op marginale wijze) op de markten van de productie van isolatiemateriaal en de verkoop van veiligheidshekken (Heras). CRH B bestaat uit de vennootschappen: Marlux, Vebofoam, Brakel Aero, Max Pels, Schelfout Groep, Gerard Welkenhuysen, Remacle, Omnidal Groep, Remalux NV, Bouwrama NV, Douterloigne Groep en Heeren Groep. - Als verkopers treden op:

(1)de SA HARPO, een Luxemburgse holdingvennootschap die de meerderheid van de aandelen in de Plakabeton Groep aanhoudt ;
(2)de BVBA COFFRATEC MANAGEMENT, met zetel Dieweg 57A te 1180 Ukkel, een 100% dochter van de SA HARPO ;
(3)de heer Dirk van Loo, Brusselsesteenweg 295 te 9230 Massemen ;
(4)de heer Jean Raquet, Avenue de Dryads 15 te 1380 Lasne. Ook treedt de SA PERMECO (met zetel Rue de la Reine 5 te L-2418 Luxemburg) op als garant en de heer Armand MEYERS, statutaire zaakvoerder van de BVBA COFFRATEC MANAGEMENT en wonende op de maatschappelijke zetel van deze vennootschap, ondertekent eveneens als betrokken partij. - De doelonderneming is: de Plakabeton Groep, die bestaat uit volgende vennootschappen: in Frankrijk: Plakabeton France SA, Coffratel SA, Le Prunay SCI, Le Mesnil SCI, Versmay SCI en Montblanc SCI ; in Spanje: Plakabeton SL; in België: Plakabeton Coffratec CVA, Coffrabeton NV en Coffratec BVBA. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. 2. Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De aanmeldende partijen hebben op 16 januari 2003 een principeakkoord ondertekend waarbij CRH B vanwege de SA HARPO via de aankoop van aandelen de uitsluitende zeggenschap verwerft over de Plakabeton Groep. Partijen verklaarden toen dat het aangemelde principeakkoord op mededingingsrechtelijk vlak niet merkbaar zou verschillen van de definitieve overeenkomst. Op 10 maart 2003 ondertekenden de aanmeldende partijen aangevuld met andere partijen, de definitieve verkoopovereenkomst, dewelke op 18 maart 2003 aan de Raad werd overgemaakt. Arikel 33, § 2.1.a), WBEM bepaalt: "De aanmeldende partijen kunnen, tot op het ogenblik dat de Raad voor de Mededinging een beslissing heeft genomen, de voorwaarden van de concentratie wijzigen." Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1b WBEM. De concentratie werd tijdig aangemeld op 13 februari 2003 volgens art. 12§1 WBEM. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. 3. De relevante productenmarkten Beide aanmeldende partijen zijn actief in de bouwsector, meer bepaald in de productie, handel of groothandel in bouwmaterialen. Ze zijn zelf geen aannemer van werken, maar leveren grondstoffen en materialen aan aannemers en andere professionelen. CRH B is actief in de productie en handel van betonblokken, verhardingselementen (betonstraatstenen, betontegels), betonnen wanden (constructieve en niet-constructieve wanden), betonnen vloeren (geprefabriceerde betonvloeren) en voorgespannen welfsels. 2 In diverse beslissingen van de Raad (beslissing d.d. 21 augustus 2001 - nr. 2001-c/c-042 in Koninklijke BAM/Strukton Groep; beslissing d.d. 5 juli 2000 - nr. 2000-c/c-024 in Heijmans International BV/Alcagro) werd de bouwmarkt onderverdeeld in 3 segmenten: (
  1. a)de woningbouw: residentiële bouwwerken (privé-woningen en appartementsgebouwen), zowel ontwikkeling, nieuwbouw, verbouwingen als renovatie ; (
  2. b)de industrie- en utiliteitsbouw: fabrieken, kantoren, hotels, ziekenhuizen, scholen, winkelcentra, enz. ... (
  3. c)burgerlijke bouwkunde: wegen- en waterwerken, bruggen en tunnels, aanleg van nutsleidingen (electriciteits-, water- en gasleidingen), spoorwegen, stations, havendokken, parkings, enz. ... In de zaak CRH/Douterloigne Groep (beslissing d.d. 12 juli 2002 - nr. 2002-c/c-056) heeft de Raad reeds geoordeeld dat volgende productmarkten (activiteiten van CRH) als relevante markten kunnen worden beschouwd: (
  4. a)de markt van de betonstraatstenen; (
  5. b)de markt van de constructievloeren voor woningbouw, en (
  6. c)de markt van de constructievloeren voor utiliteitsbouw. Tenslotte is CRH B ook actief op de markt van de betontegels, de markt van de betonblokken en de markt van de betonnen wanden. Plakabeton is vooreerst actief in de productie van verankeringssystemen. Deze worden gebruikt bij betonconstructies in de marktsegmenten woningbouw, utiliteitsbouw en burgerlijke bouwkunde. Ook worden ze toegepast bij metselwerk en voor het fixeren van natuurstenen. Een verdere opdeling van de markt voor verankeringssystemen in de bouwsector is echter niet relevant gezien deze een eenvoudige technologie vertonen met zeer flexibele toepassingen, zodat een producent gemakkelijk verschillende soorten verankeringen kan maken. Ook is Plakabeton aanwezig op de markt van de groothandel in bouwmaterialen, die ze levert aan aannemersbedrijven o.a. waterdichtingsmateriaal, voegbanden, mortel, moeren en bouten, haken, afstandhouders, buizen, profielen, materiaalkoffers, bekistingsmateriaal, stortkokers, borstweringen, metselplatformen, paletten, trapbekistingen, ladders, schragen, wegsignalisatie, werfafsluitingsmateriaal, enz. ... De aanmeldende partijen beschouwen de groothandel in bouwmaterialen als een aparte markt naast de distributie van bouwmaterialen in eigen productie (zie beslissing Nma van 4 december 1998 - zaak nr. 1154 - Raab Karcher/Harry Cox). Het kenmerk van de groothandel bestaat erin dat de groothandelaar een breed assortiment aan bouwmaterialen aanbiedt aan de professionele gebruiker en de bouwbedrijven. De meeste concurrenten bevestigen dat er een aparte markt bestaat voor groothandel in bouwmaterialen. Ook bestaat eventueel de mogelijkheid om de markt van de bouwmaterialen nog verder op te delen naargelang de gebruiksdoeleinden van de producten (metselwerk, betonwerk, houtwerk, sanitaire installaties, electriciteitswerken, dakwerken, enz. ...). In het kader van deze concentratie is dit echter niet noodzakelijk, gelet op de vaststelling dat de omzet van Plakabeton t.a.v. de totale markt van de bouwmaterialen zeer gering is. 4. De relevante geografische markt De Raad heeft reeds beslist dat de bouwmarkt minstens nationaal is, gezien er diverse nationale bouwreglementeringen en assortimentsvoorkeuren bestaan waardoor buitenlandse producten vaak ongeschikt zijn voor de nationale afzet (zie Beslissing d.d. 12 juli 2002 nr. 2002-c/c-56 inzake CRH/Douterloigne; Beslissing d.d. 21 augustus 2001 nr. 2001-c/c-42 inzake Koninklijk BAM/Strukton Groep). 3 De facto kan de markt als Europees worden beschouwd omdat ook buitenlandse concurrenten aanwezig zijn op de Belgische markt en de producten van de Plakabeton Groep ook in andere Europese landen worden verkocht. 5. De marktaandelen - economische analyse Inzake de markt van de betonelementen waarop CRH B actief is, kan verwezen worden naar de Beslissing van de Raad inzake CRH/Douterloigne (d.d. 12 juli 2002 nr. 2002-c/c-56), waaruit blijkt dat de marktpositie van CRH B ver beneden de 25% ligt, zelfs bij de engste marktafbakening (opdeling in verhardingsmarkt, betonstraatstenen, constructievloeren en constructievloeren voor woningbouw). Voor de markt van de productie van verankeringssystemen werd tijdens het onderzoek van de Dienst door een aantal concurrenten gesteld dat Plakabeton een “dominante positie” zou innemen voor welbepaalde producten bijv. KORBO, een ondersteuningsconsole voor metselwerk. In dezelfde zin vermelden deze concurrenten thermische onderbreking voor terrassen en doorkoppelsystemen voor wapeningen. Hieruit blijkt dat een eventuele sterke concurrentiepositie in bepaalde deelmarkten enkel gerealiseerd wordt in een aantal deelsegmenten. Gezien echter de belangrijke marktposities afwisselend worden ingenomen door verschillende producenten in functie van specifieke producten, zal geen enkele producent een dominante positie kunnen innemen op het volledige gamma producten in deze deelmarkten. Plakabeton heeft volgens een aantal concurrenten een sterke positie door haar uitgebreid gamma aan bouwmaterialen. Dit gamma behelst zowel de verankeringsmarkt (eigen productie en groothandel) als de ruimere markt van groothandel in allerlei bouwmaterialen. Deze sterke positie is dus vooral toe te schrijven aan de complementariteit tussen beide markten (groothandel in bouwmaterialen voor betonwerken én verankeringsmateriaal voor betonwerken). Voor de markt van de groothandel in bouwmaterialen blijkt uit de omzet van Plakabeton dat zij t.o.v. de totale markt slechts een zéér gering marktaandeel heeft. Derhalve blijkt dat, uitgaande van enge marktafbakeningen, de aanmeldende partijen na concentratie geen problematische marktposities verwerven. Ook zijn beide ondernemingen aan elkaar complementair en bestaat er geen horizontale overlapping tussen de verschillende productenmarkten. Uit het onderzoek van de Dienst kan dan ook worden besloten dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of een wezenlijk deel ervan op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% marktaandeel hebben, moet de voorgelegde concentratie worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM; 4 Aldus uitgesproken op 28 maart 2003 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter; de heren Peter Poma, Geert Zonnekeyn en Eric Mewissen, leden. 5

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.