Beslissing nr. 2003-C/C-39 van 23 april 2003 Dossier MEDE-C/C-03/0022: NV Minute Maid Juices / BVBA Coca-Cola Enterprises Belgium / SA Chaudfontaine Distribution / SA Chaudfontaine Monopole Inzake: NV Minute Maid Juices, met zetel Bergensesteenweg 1424 te 1070 Brussel en BVBA Coca-Cola Enterprises Belgium, met zetel Bergensesteenweg 1424 te 1070 Brussel en SA Chaudfontaine Distribution, met zetel Kloosterdreef 7 te 1000 Brussel en SA Chaudfontaine Monopole, met zetel Rue de Cristal 7 te 4050 Chaudfontaine Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 7 maart 2003 ; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het Korps van verslaggevers conform art. 32bis §1 WBEM op 10 maart 2003 ; Gezien de stukken van het dossier van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 7 april 2003 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 8 april 2003 werd opgesteld en werd betekend aan de Raad ; Gehoord ter zitting op 23 april 2003: - De heer Isselée namens de Verslaggever en de heer Kyndt en mevrouw Verbanck namens de Dienst ; Meester Vandermeersch en Meester Waha, gemeenschappelijke vertegenwoordiger ; Meester Gistelinck namens Minute Maid Juices /Coca-Cola Enterprises Belgium ; De heer Bayat namens Chaudfontaine ; De heer Lengele namens Chaudfontaine ; De heer Eylenbosch namens Coca-Cola Enterprises ; De heer Luc Bammens namens Coca-Cola Enterprises ; De heer Govaerts namens Coca-Cola Enterprises ; De heer Buijze namens Minute Maid Juices ; De heer Looyens namens Coca-Cola Enterprises ; Meester Bael namens Chaudfontaine. 1. De aanmeldende en betrokken partijen Als kopers treden op:
(1)de NV Minute Maid Juices ("MMJ"), een Belgische (onrechtstreekse) dochtervennootschap van The Coca-Cola Company ("TCCC"), die een Amerikaanse vennootschap is naar het recht van de staat Delaware. MMJ is een bottelaar die licentiehouder is van TCCC en in Europa instaat voor de verdeling en commercialisering van dranken op basis van vruchtensappen en van andere niet-alcoholische dranken, onder merknamen zoals Minute Maid en Disney. De voornaamste activiteiten van MMJ bestaan in de verkoop van vruchtensappen in Frankrijk en Nederland. TCCC is een beursgenoteerde vennootschap met zetel te One Coca-Cola Plaza, Atlanta, Georgia, USA. TCCC is eigenaar van merken en leverancier van frisdrankconcentraten en in sommige gevallen bereide dranken, die zij verkoopt aan bottelaars en inblikkers. Tot de belangrijkste Belgische drankmerken van TCCC behoren Coca-Cola, Fanta, Sprite en Minute Maid.
(2)de BVBA Coca-Cola Enterprises Belgium ("CCEB"), een Belgische (onrechtstreekse) dochtervennootschap van Coca-Cola Enterprises Inc. ("CCE"), een Amerikaanse vennootschap naar het recht van de staat Delaware. CCE is een beursgenoteerde vennootschap met zetel te 2500 Windy Ridge Parkway, Atlanta, Georgia, USA. Ze produceert en verdeelt producten van TCCC in Noord-Amerika (VS en Canada) en in Europa (Benelux, Frankrijk en Groot-Brittannië). In België worden de merken van TCCC gebotteld door CCEB, die verantwoordelijk is voor de productie, verpakking, marketing en verkoop in België van de koolzuurhoudende en nietkoolzuurhoudende frisdranken, vruchtensappen en water waarvan de merken de eigendom zijn van vooral TCCC, nl. Coca-Cola, Coca-Cola light, Fanta, Minute Maid, Frutonic, Sprite, Aquarius, Aquana, Nalu en Bonaqua. Als verkopers treden op:
(1)de SA Chaudfontaine Distribution ("CFD"), een Belgische vennootschap. Ze produceert, bottelt en verkoopt een ruime waaier van dranken, waaronder verpakt water, frisdranken en vruchtensappen in België en in het buitenland.
(2)de SA Chaudfontaine Monopole ("CFM"), een Belgische dochtervennootschap van CFD. Ze is eigenaar van bepaalde merken en activa o.m. de waterbronnen en bottelinstallaties te Chaudfontaine, die door CFD/CFM worden gebruikt voor de productie en verkoop van koolzuurhoudende frisdranken, waters en vruchtensappen. - De doelonderneming is de bedrijfstak CF Water (de activiteiten "verpakt water") van CFD en CFM, die eigenaar zijn van de diverse activa die samen deze bedrijfstak uitmaken. Deze activiteiten zijn geen afzonderlijke juridische entiteit. CF Water omvat alle activa die verband houden met de extractie, de productie, het bottelen, de verkoop, de verdeling en de marketing van het mineraal water "Chaudfontaine" inbegrepen alle intellectuele eigendomsrechten, de terreinen met bronnen en boorlocaties waaruit het water wordt gewonnen, verschillende gebouwen, machines, uitrusting, rollend materieel en andere activa i.v.m. de uitbating van de betrokken activiteiten. Genoemde vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. 2
- Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De aangemelde concentratie betreft de voorgenomen overname door MMJ en CCEB van de bedrijfstak CF Water. De activa die worden overgedragen door CFD en CFM zijn de fabrieks- en productiefaciliteiten te Chaudfontaine, rechten op de exploitatie van waterbronnen, klantenbestanden, prijslijsten en marketingmateriaal m.b.t. de verkoop van de waterproducten, de Chaudfontaine handelsmerken en handelsnamen, de goodwill, alle intellectuele eigendom zoals auteursrechten, zakengeheimen, methodes en procédés, samenstellingen, know-how, uitbatingsystemen, tekeningen, beschrijvingen en labels. De voorgenomen concentratie heeft geen betrekking op de "Duke" waterbedrijfstak van CFD/CFM, noch op hun commerciële zakelijke activiteiten inzake koolzuurhoudende frisdranken en vruchtensappen (de merken Limoh, Calidi, Parasol en Sunnyland). Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1b WBEM. Op 15 januari 2003 hebben MMJ, CCEB, CFD en CFM een niet-bindende intentiebrief ondertekend, waarbij ze een akkoord sloten om exclusieve onderhandelingen aan te knopen met het oog op het sluiten van een overeenkomst tot verkoop van CF Water aan MMJ en CCEB. CCEB en/of MMJ en CFD/CFM hebben een ontwerp van overeenkomst tot koop van activa opgesteld ("Draft Asset Purchase Agreement") en MMJ en CFM een ontwerp van overeenkomst tot overdracht van merken ("Draft Trademark Assignment Agreement"). De aanmelding gebeurde derhalve tijdig volgens art. 12§1 WBEM. Overeenkomstig art. 12 §1 WBEM hebben de aanmeldende partijen bevestigd dat ze de intentie hebben om overeenkomsten te sluiten die op alle mededingingsrechtelijk relevante punten niet merkbaar verschillen van de aangemelde ontwerpovereenkomsten. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet.
- De relevante productenmarkten De hoofdproducten van de aanmeldende partijen zijn CSDs (koolzuurhoudende frisdranken) en verpakt water, die concurreren in een ruimere markt voor commerciële dranken zoals o.m. nietkoolzuurhoudende dranken, iced teas, vruchtensappen, water, sport- en energiedranken. De Raad voor de Mededinging neemt zoals in het verleden het standpunt in dat "CSDs met inbegrip van iced teas" een afzonderlijke markt vormen, verschillend van deze voor bv. verpakt water (zie Beslissing d.d. 29 april 1999 inzake Coca-Cola Company/Cad-bury Schweppes). De Europese Commissie heeft reeds als afzonderlijke markten omschreven: "verpakt water" (zaak IV/M.190 Nestlé/Perrier par. 19) en "vruchtensappen/ nectars" (zaak IV/ M.277 - Del Monte/Royal Foods/Anglo American). 3 Op basis van deze rechtspraak kunnen als productmarkten worden weerhouden: - verpakt water CSDs met inbegrip van iced teas vruchtensappen/nectars N.a.v. het verder mogelijke onderscheid tussen het retailkanaal, het horecakanaal en de gekoelde verkoop, wordt in casu niet weerhouden om hiervoor afzonderlijke markten aan te duiden (vgl. zie Beslissing van de Raad voor de Mededinging d.d. 29 april 1999 inzake Coca-Cola Company/Cadbury Schweppes).
- De relevante geografische markt De import van bereide dranken zoals verpakt water, CSDs en vruchtensappen van en naar België vertegenwoordigen een belangrijk aandeel van de verkopen van deze dranken in België. Men kan er echter vanuit gaan dat de relevante geografische markt de Belgische markt is.
- De marktaandelen - economische analyse Zowel de aanmeldende partijen, hun concurrenten als de door de Dienst ondervraagde betrokken derden baseren zich voor het bepalen van de marktaandelen op het Canadeanrapport 2002, een gezaghebbende studie inzake marktgegevens. Op de markt van het "verpakt water" vertegenwoordigde CF Water in België in 2001 een marktaandeel van minder dan 6,5% en MMJ / CCEB minder dan 0,5%. Na de voorgenomen concentratie zal het gezamenlijk marktaandeel van de aanmeldende partijen m.b.t. de verkoop van verpakt water minder dan 7% bedragen. Aangezien de voorgenomen concentratie geen betrekking heeft op de activiteiten van CFD / CFM inzake de productmarkten "CSDs" en "vruchtensappen/nectars", is er geen horizontale overlapping in deze segmenten. Er zijn een aantal sterke nationale en internationale spelers aanwezig met een ruime merkenportefeuille, o.a. Danone (Evian, Volvic, Badoit, Danone Activ), Nestlé (Vittel, Contrexeville,Valvert, Perrier, Aquarel, San Pellegrino, Vichy, enz...), Spadel (Spa, Spontin, Bru), Cadbury Schweppes, de producenten van private labels die o.a. leveren aan Carrefour, Delhaize, Colruyt, Aldi (Pierval, Saint Alban, Derby, Boxer, enz..). Deze spelers zullen blijven sterk concurreren met de aanmeldende partijen. Uit het verslag van de Dienst is gebleken dat de globale positie van CF Water mogelijks door TCCC / CCEB als hefboom kan gebruikt worden om haar positie op de markt van de CSDs te versterken, bv. door slechts CF Water te willen leveren wanneer de klant ook de CSDs van CCEB neemt of omgekeerd (het zgn. "portefeuille-effect"). Door TCC / CCEB werd verklaard dat zij ingevolge een gepubliceerde "undertaking", die ze in 1989 en 1997 hebben gedaan ten aanzien van de Europese Commissie, aan zichzelf een aantal beperkingen hebben opgelegd om dit "portefeuille-effect" te vermijden. De Raad is van oordeel dat deze bestaande zelfbeperkingen voortaan als voorwaarden moeten opgelegd worden om deze concentratie toe te laten, conform het dispositief dezer. 4 Om deze redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 10§3 WBEM op voorwaarde : - dat de kopers nooit exclusiviteit eisen voor hun producten in een verkooppunt ; dat de kopers geen groeikortingen toekennen voor aankopen die tegelijk betrekking hebben op producten van het merk "Coca-Cola" en producten van andere merken ; dat de kopers geen groeikortingen toekennen voor producten van het merk "Coca-Cola" die berekend zijn op basis van een referentieperiode van meer dan drie maanden ; dat de kopers nooit de beschikbaarheid van het merk ‘Coca-Cola" of het toekennen van enig ander voordeel op "Coca-Cola" producten aan de verplichting van simultane aankoop van niet-cola producten zullen onderwerpen. Aldus uitgesproken op 23 april 2003 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter ; de heren Geert Zonnekeyn, Marc Jegers en Eric Mewissen, leden. 5