← België

2003CC44

Beslissing nr. 2003-C/C-44 van 28 mei 2003 Dossier nr. MEDE-C/C-03/0012: Johnson Controls Gent N.V. / Johnson Controls Automotive (UK) Ltd. en ECA N.V. Gelet op de Wet tot bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM); Gezien de beslissing van de Raad voor de Mededinging nr. 2003-C/C-38 van 17 april 2003 waardoor beslist werd een tweede faseonderzoek in te stellen conform artikel 33 § 2, 1 b) en artikel 34 van de WBEM; Gezien het verzoekschrift op grond van artikel 12, § 5 d.d. 9 mei van de aanmeldende partijen, Johnson Controls Gent N.V., met maatschappelijke zetel te Mai Zetterlingstraat 70, 9042 Gent en Johnson Controls Automotive UK (Ltd.) met maatschappelijke zetel te The Hamilton Centre, Rodney Way, Widford, Chelmsford, Essex CM1 3BY, Verenigd Koninkrijk, gericht aan de Voorzitter van de Raad voor de Mededinging, op 12 mei 2003 overgemaakt aan de Verslaggever met het verzoek hierover een verslag op te maken tegen uiterlijk vrijdag 23 mei 2003; Gezien het gemotiveerd verslag van de Verslaggever in toepassing van artikel 12 § 5 van de WBEM op 23 mei 2003 aan de Raad voor de Mededinging overgemaakt; Gezien de Beschikking d.d. 23 mei 2003 waardoor het verzoek tot tussenkomst van de Volvo Car Corporation ontvankelijk en gegrond werd verklaard; Gezien de stukken van het dossier; Gezien het schrijven van de gemeenschappelijke vertegenwoordiger van 21 mei 2003 waardoor zij afstand doet van het recht op een termijn van minstens vijftien dagen om hun opmerkingen te doen gelden op grond van artikel 32 bis van de WBEM; Gehoord ter zitting van 28 mei 2003: - De aanmeldende partijen, Johnson Controls Gent N.V. en Johnson Controls Automotive (UK) Ltd., vertegenwoordigd door Dhr. Kenneth Owen en door de gemeenschappelijke vertegenwoordiger Meester Gerwin Van Gerven en Meester Johan Ysewyn, advocaten te Brussel; Gelet op de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig artikel 54 bis van de WBEM;

  1. Het verzoek van Johnson Controls Gent N.V. en Johnson Controls Automotive (UK) Ltd. 1.
  2. De aanmeldende partijen Johnson Controls Gent N.V. en Johnson Controls Automotive (UK) Ltd. verzoeken om de volgende maatregel: "Verzoeksters willen, ten laatste op 31 mei 2003, overgaan tot de volledige juridische overname van de activa en passiva van ECA’s P2 bedrijfstak, zoals omschreven in de aangemelde Asset Purchase Agreement. De overgedragen activa ("P2 Assets") zijn beschreven in artikel 2.1 van de Asset Purchase Agreement en omvatten materiële vaste activa, zoals machines, installaties, apparatuur, werkvloer en kantoorbenodigdheden, vergunningen, boeken en bescheiden betreffende de P2 activiteit, alsook de werknemers die op deze activiteit betrekking hebben. Verzoeksters willen eveneens overgaan tot de volledige juridische overname van de immateriële activa zoals omschreven in de aangemelde Goodwill Purchase Agreement. De P2 goodwill is beschreven in artikel 2 van de Goodwill Purchase Agreement en omvat alle intellectuele eigendomsrechten met betrekking tot de P2 bedrijfstak, stock, het toeleveringscontract voor P2 autozetels tussen ECA en Volvo en leveringscontracten voor onderdelen met derde partijen die verband houden met het P2 autozetelcontract, tekeningen en lijsten van toeleveranciers, alsook boeken en bescheiden met betrekking tot de P2 goodwill. " 1.
  3. De hoogdringendheid van de gevorderde maatregel wordt door de aanmeldende partijen Johnson Controls Gent N.V. en Johnson Controls Automotive (UK) Ltd. als volgt omschreven: "Na een Europese toewijzingsprocedure, heeft Volvo recentelijk het contract voor de toelevering van de complete autozetels voor haar P1X platform [vertrouwelijk – bevat zakengeheim] die in Gent zullen geproduceerd worden aan de JCI groep toegewezen. Deze laatste zal dus P1 autozetels beginnen te assembleren voor Volvo Gent in augustus
  4. Bovendien loopt ECA’s huidige P2 contract met Volvo af [vertrouwelijk – bevat zakengeheim], waarna deze productie in elk geval zou overgenomen worden door JCI aangezien deze laatste ook het toeleveringscontract voor Volvo’s P2 autozetels voor de toekomst heeft gewonnen. In bijlage 1 tot dit Verzoekschrift vindt de Raad het tijdschema dat bepaald is door Volvo voor de productie van de eerste prototypes van de P1 autozetel. [vertrouwelijk – bevat zakengeheim] Vooraleer Verzoeksters prototypes kunnen leveren, moeten een aantal logistieke maatregelen genomen worden die cruciaal zijn voor het starten van de productie: - installatie en testen van de bijkomende infrastructuur noodzakelijk voor de P1 autozetels; herdesign van de controlesoftware; uitbreiding van de productiesite en de productielijn; training van werknemers in de productie van de nieuwe zetels. Dit is enkel mogelijk indien verzoeksters in de mogelijkheid gesteld wordt om de activa beschreven in de Asset Purchase Agreement en de Goodwill Purchase Agreement volledig en definitief over te nemen vanaf 1 juni. Dit zou verzoeksters slechts een paar weken geven om alle noodzakelijke logistieke maatregelen uit te voeren daar waar dit normaliter een aantal maanden in beslag neemt. In het licht van deze urgentie verzoeken Verzoeksters de Raad ook om, in afwijking van art. 12, para. 5 WEM het Korps Verslaggevers te vragen een verslag neer te leggen binnen een tijdsperiode van één week zodat de Raad voldoende tijd heeft om zich over dit Verzoekschrift uit te spreken."
  5. Beoordeling van het verzoek Artikel 12, § 5 luidt als volgt: "Na de eerste periode van vijfenveertig dagen van onderzoek van de concentratie, kan de Raad voor de Mededinging zich behoudens het geval van aanmelding van een ontwerpovereenkomst, op verzoek van de ondernemingen die partij zijn bij de concentratie, uitspreken over het al dan niet omkeerbaar karakter of over het al dan niet duurzaam karakter van de wijziging van de marktstructuur, van één of meer met de concentratie verband houdende maatregelen, welke de bij de concentratie betrokken ondernemingen zouden willen doorvoeren. In dat geval vraagt de Raad voor de Mededinging dat de verslaggever binnen twee weken een verslag neerlegt, bevattende de appreciatie-elementen om tot de in deze paragraaf bedoelde besluitvorming te komen. De Raad kan zijn beslissing vergezeld laten gaan van bepaalde voorwaarden en lasten. " De Raad voor de Mededinging dient bijgevolg de volgende elementen te onderzoeken: 2.
  6. Heeft de aanmelding betrekking op een ontwerpovereenkomst (waardoor artikel 12 § 5 van de WBEM niet kan ingeroepen worden); 2.
  7. Werd het verzoek gericht door de ondernemingen partij bij de concentratie; 2 2.
  8. Een analyse van het al dan niet omkeerbaar karakter van de gevraagde maatregelen of van een al of niet duurzame wijziging van de marktstructuur als gevolg van de gevraagde maatregelen. Deze voorwaarden worden thans bestudeerd. 2.
  9. Heeft de aanmelding betrekking op een ontwerpovereenkomst? De oorspronkelijke aanmelding werd verricht op 13 februari 2003 en was gebaseerd op een ontwerpovereenkomst. De aanmeldende partijen hebben evenwel op 24 februari 2003 de finale overeenkomsten neergelegd. Op grond hiervan kan worden vastgesteld dat aan de toepassingsvereiste voorzien in artikel 12, § 5 is voldaan, gezien de betrokken aanmelding niet betrekking heeft op een ontwerpovereenkomst. 2.
  10. De ondernemingen partij bij de concentratie In casu betreft het een éénzijdig verzoek van de kopende partijen. Uit de informatie verstrekt door de verkopende partij tijdens het tweede fase onderzoek, kan afgeleid worden dat dit verzoek niet door de verkopende partij, de N.V. ECA, wordt ondersteund. Alleszins wordt er in het verzoek geen melding van gemaakt. Dat enkel de kopende partij dit verzoek aan de Raad heeft gericht, is begrijpelijk nu de betrokken concentratie immers dient gezien te worden in de context van de overeenkomst door JCI met Volvo afgesloten voor de levering van autozetels en dit op de contractueel voorziene data. Teneinde de nodige logistieke maatregelen te treffen vereist voor het klaarmaken van de productielijnen, dringt volgens verzoeksters een snelle beslissing van de Raad voor de Mededinging zich op. Uit het loutere feit dat enkel de kopende partij dit verzoek aan de Raad voor de Mededinging richt, dient niet te worden afgeleid dat het verzoek niet aan de toepassingsvereiste zou voldoen. Het artikel 12, § 5 spreekt van "de ondernemingen bij de concentratie" zonder evenwel te vereisen dat slechts alle partijen gezamenlijk een dergelijk verzoek kunnen richten aan de Raad. De Raad is bijgevolg van oordeel dat ook aan de tweede toepassingsvoorwaarde voldaan is. 2.
  11. Analyse van het al dan niet omkeerbaar karakter van de gevraagde maatregelen of van een al of niet duurzame wijziging van de marktstructuur als gevolg van de gevraagde maatregelen. Blijkens het verzoek wensen de kopende partijen over te gaan tot de juridische overname van zowel de materiële als de immateriële activa van de P2 bedrijfstak. De Raad is van oordeel dat dit verzoek er op neerkomt dat de kopende partijen in het kader van artikel 12, § 5 van de WBEM aan de Raad voor de Mededinging vragen deze concentratie goed te keuren. De kopende partijen stellen dat de gevraagde maatregel (de volledige juridische overdracht van alle activa) de enige mogelijke maatregel is om het beoogde doel ( het eerbiedigen van de contractuele voorwaarden voorzien in het leveringscontract tussen Volvo en verzoeksters) te bereiken. De Raad is echter van oordeel dat hierdoor een oneigenlijk gebruik gemaakt van artikel 12 § 5 van de WBEM. Dit artikel heeft immers tot doel op verzoek van de betrokken ondernemingen de Raad de mogelijkheid te bieden zich "uit[te]spreken over het al dan niet omkeerbaar karakter of over het al dan niet duurzaam karakter van de wijziging van de marktstructuur, van één of meer met de concentratie verband houdende maatregelen". De in het kader van artikel 12 § 5 van de WBEM gevorderde maatregelen mogen er echter niet toe leiden dat de Raad verplicht wordt zich uit spreken over de toelaatbaarheid van de volledige concentratie, zoniet zouden de aanmeldende partijen het artikel 12, 3 §5 steeds kunnen aanwenden om de Raad voor de Mededinging te verplichten zich binnen een zeer korte onderzoekstermijn, uit te spreken over de al of niet toelaatbaarheid van een concentratie. Uit de context van het dossier, met name het contract tussen JCI en Volvo dient afgeleid te worden dat de overname van de activa automatisch de realisatie van een situatie die niet meer omkeerbaar is, voor gevolg heeft. Indien de nodige aanpassingen aan de productielijnen worden doorgevoerd, dan is dat in functie van het bestaande contract en is het daarmee onlosmakelijk verbonden. Deze situatie kan nadien niet meer in zijn oorspronkelijke situatie worden teruggebracht, wat meteen impliceert dat ook de marktstructuur definitief wordt gewijzigd. De Raad besluit dan ook dat de gevraagde maatregelen wel degelijk de marktstructuur duurzaam wijzigen en niet omkeerbaar zijn en dat het verzoek van de kopende partijen ontvankelijk doch niet gegrond wordt verklaard. Om deze redenen De Raad voor de Mededinging, - Verklaart het verzoek van Johnson Controls Gent N.V., Johnson Controls Automotive UK (Ltd.), op grond van artikel 12 § 5 van de WBEM om de overname van de materiële en immateriële activa van de P2 bedrijfstak toe te laten en dit vooraleer uitspraak te doen over de al of niet toelaatbaarheid van de concentratie van Johnson Controls Gent N.V., Johnson Controls Automotive UK en ECA N.V., ontvankelijk doch ongegrond. Aldus uitgesproken op 28 mei 2003 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit Mevrouw Béatrice Ponet, kamervoorzitter, de Heer Geert Zonnekeyn, de Heer Robert Vanosselaer en de Heer Eric Mewissen, leden van de Raad. 4

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.