Beslissing nr. 2003-C/C-87 van 5 november 2003 Inzake: - NV Katoen Natie, met zetel te 2060 Antwerpen, Van Aerdtstraat 33, als koper; - EBVBA Nialan, met zetel te 2018 Antwerpen Jan Van Rijswijcklaan 71 A/4, NV GIMV, met zetel te 2018 Antwerpen, Singel, NV Mercator Verzekeringen, met zetel te 9000 Gent, Kortijksesteenweg 302, Marc Lambrechts, Jozef Everaerts, Chris Staes, en Rudy Denutte, als verkopers; - NV Nieuwe Havema, NV Werf- En Vlasnatie en NV Antwerp Bulk Cleaning, alle met zetel te 2030 Antwerpen, Boterhamvaartweg, Haven 136 als doelondernemingen; Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM); Gezien de gezamenlijke mededeling van de Raad voor de Mededinging en het Korps Verslaggevers betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties (B.S. 11 december 2002, p.55777); Gezien de vereenvoudigde aanmelding aan het secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 14 oktober 2003; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 23 oktober 2003 werd opgesteld en betekend aan de Raad; Gelet op de fax dd. 24/10/03, waarbij de aanmeldende partijen verklaren afstand te doen van hun recht op een formele hoorzitting; De aanmeldende en betrokken vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. De aanmeldende partijen hebben op 15 september 2003 een overeenkomst ondertekend tot overdracht van 100% van de aandelen in NV Nieuwe Havema, waardoor NV Katoen Natie de exclusieve directe controle zal verwerven over NV Nieuwe Havema, alsook de indirecte exclusieve controle over de 100% dochtervennootschap NV Werf- en Vlasnatie. In NV Antwerp Bulk Cleaning wordt een indirect aandeelhouderschap van 50% verworven. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9 §1b WBEM, die tijdig werd aangemeld op 14 oktober 2003 volgens art. 12§1 WBEM. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. De relevante productenmarkt betreft de opslag en behandeling van producten in poeder- of korrelvorm voor chemische/non-chemische industrie, met als bijkomende dienstverleningen: transport, expeditie, dedouanering, truck cleaning en onderaanneming op industriële sites. Uit de vertrouwelijke cijfers en het onderzoek van de Dienst blijkt dat het gezamenlijk marktaandeel van de aanmeldende partijen op vermelde markt, zelfs in haar meest restrictieve geografische en productdefinitie, veel minder dan 25% beloopt. Deze concentratie voldoet aan de criteria voor aanmelding volgens een vereenvoudigde procedure (B.S. 11 december 2002, p.55777). Uit het onderzoek van de Dienst kan worden besloten dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of een wezenlijk deel ervan op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% marktaandeel hebben, moet de voorgelegde concentratie worden toegelaten conform art. 33 §2.1.a WBEM. Om Deze Redenen De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM; Aldus uitgesproken op 5 november 2003 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter; de heren Marc Jegers, Robert Vanosselaer en Eric Mewissen, leden. 2
Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.