← België

2004CC14

Beslissing nr. 2004-C/C-14 van 23 januari 2004 Inzake: NV KBC VERZEKERINGEN, 3000 Leuven, Waaistraat 6 en APZ (Aanvullende Pensioenverzekeringskas voor Zelfstandigen) Onderlinge Verzekeringsvereniging, 2610 Wilrijk, Sneeuwbeslaan 20 Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM); Gezien de aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 1 december 2003; Gezien de mededeling voor onderzoek door het Secretariaat van de Raad aan het korps van verslaggevers conform art.32bis §1 WBEM op 2 december 2003; Gezien de stukken van het dossier van de Dienst voor de Mededinging zoals medegedeeld aan de verslaggever op 8 januari 2004; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 8 januari 2004 werd opgesteld en op dezelfde datum werd betekend aan de Raad; Gehoord het verslag door Dhr Antoon Kyndt; Gehoord de partijen die verschenen ter zitting op 23 januari 2004: - Johan Ysewyn Thomas Franchoo Gerben Pauwels Frank Ingelbrecht

  1. De aanmeldende en betrokken partijen - - Als koper treedt op: NV KBC VERZEKERINGEN (hierna: "KBC Verzekeringen"). Onder codenummer 0014 werd KBC Verzekeringen door de Controledienst voor de Verzekeringen ("CDV") toegelaten om alle verzekeringstakken te beoefenen. Haar portefeuille omvat dan ook alle traditionele levens- en schadeverzekeringen die worden aangeboden via een netwerk van zelfstandige verzekeringsagenten en via de bankkantoren van KBC BANK. Als verkoper treedt op: de AANVULLENDE PENSIOENVERZEKERINGSKAS VOOR ZELFSTANDIGEN (hierna: "APZ"), die in hoofdzaak vrije aanvullende pensioenverzekeringsproducten ("VAP") aanbiedt voor zelfstandigen. Het VAP-product dat door APZ wordt aangeboden is toegankelijk voor alle zelfstandigen die reeds sociale bijdragen betalen in hun hoofdberoep. Daarnaast, maar in zeer geringe mate, heeft APZ ook andere verzekeringsproducten in haar portefeuille, alle in de sector "leven". Het zijn beide ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM.
  2. Aanmeldingsplicht - overeenkomst van concentratie De aangemelde transactie voorziet dat APZ haar volledige verzekeringsportefeuille en alle rechten en verplichtingen die daaruit voortvloeien, alsook bepaalde actief- en passiefbestanddelen, zal overdragen aan KBC Verzekeringen. Als gevolg daarvan zal KBC Verzekeringen de uitsluitende zeggenschap verkrijgen over deze verzekeringsportefeuille en haar toebehoren. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9 §1b WBEM. De betrokken verzekeringsovereenkomsten en activa zijn een "onderneming" in de zin van art. 1 WBEM, gezien ze een economische activiteit vertegenwoordigen waaraan een bepaalde omzet kan worden toegeschreven. Na de concentratie wenst APZ haar activiteiten volledig stop te zetten en ze zal in vereffening worden gesteld. Conform art. 14.1 van de "Overeenkomst inzake Overdracht" verklaren VKW AB en MEDIWE zich sterk te maken dat APZ voor 1 maart 2004 de overdracht zal bekrachtigen. Partijen beschouwen deze overeenkomst - basis voor huidige aanmelding - als een ontwerpovereenkomst in de zin van art. 12 §1 WBEM, gezien APZ de overeenkomst enkel nog zal bekrachtigen. Er zal geen verdere, afzonderlijke overeenkomst tussen APZ en KBC Verzekeringen worden gesloten. De aanmeldende partijen verklaren, overeenkomstig art. 12 §1 WBEM, dat zij de intentie hebben een bindende overeenkomst af te sluiten die op mededingingsrechtelijk vlak niet zal afwijken van de aangemelde ontwerpovereenkomst. De overeenkomst werd ondertekend op 12 november
  3. De concentratie werd aangemeld op 1 december
  4. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11 §1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet.
  5. De relevante productenmarkten Het is vaststaande rechtspraak dat verzekeringsproducten kunnen worden ingedeeld in drie categorieën: niet-leven (schade), leven en herverzekeringen. Binnen deze categorieën worden dan afzonderlijke markten afgebakend op basis van het verzekerde risico (zie Beslissing Europese Commissie zaak nr. COMP/M.2225, Fortis/ASR; Raad voor de Mededinging, Beslissing nr. 2002-C/C-73, SMAP Droit commun/ Naviga S.A.). In België maakt de Raad voor de Mededinging hierbij gebruik van de indeling van de verzekeringsrisico's per tak, overeenkomstig Bijlage 1 van het K.B. van 22 februari 1991 houdende algemeen reglement betreffende de controle op de verzekeringsondernemingen. De portefeuille van APZ betreft hoofdzakelijk VAP-producten die vallen onder Tak 21: "Levensverzekeringen, niet verbonden met beleggingsfondsen, met uitzondering van bruidsschats- en geboorteverzekeringen.". Uit het onderzoek van de Dienst kan worden besloten dat in casu de relevante productmarkt de verzekeringsmarkt van de Tak 21-producten is.
  6. De relevante geografische markt De relevante geografische markt voor verzekeringsproducten, met uitzondering van herverzekering, is nationaal (zie Beslissing Europese Commissie zaak COMP/M.1719, Delta Lloyd Verzekeringsgroep/Nuts Ohra: op basis van verschillen in vraag, consumentenvoorkeur, premiestuctuur en distributiekanalen). Dit is des te meer het geval voor levensverzekeringen waar verschillende, nationale fiscale regimes van toepassing zijn. Ook de Raad voor de Mededinging heeft reeds gesteld dat de relevante geografische markt voor verzekeringsproducten, uitgezonderd herverzekering, nationaal is (Beslissing nr. 2003C/C-66, Corona NV/CB Insurances Belgium NV).
  7. De marktaandelen Uit het onderzoek van de Dienst is gebleken dat het gezamenlijk marktaandeel van partijen op de markt voor Tak 21-verzekeringsproducten beneden de 25% ligt.
  8. Economische analyse De Dienst heeft zich in haar onderzoek gericht naar een aantal grote verzekeraars die ook Tak 21-producten aanbieden. Door de wetswijziging (de Wet Aanvullende Pensioenen Zelfstandigen, opgenomen in Programmawet van 24 december 2002, B.S. 31 december 2002) mogen zij vanaf 1 januari 2004 eveneens VAP-producten aanbieden. Ook werden de grootste sociale verzekeringsfondsen ondervraagd, die tot 31 december 2003 het monopolie hadden op het aanbieden van VAP-producten voor zelfstandigen. De meeste ondervraagde partijen zijn van oordeel dat deze overname geen beduidenswaardige verschuivingen in de concurrentiële verhoudingen zal teweegbrengen, gelet op de beperkte omvang van APZ binnen de markt. Ook zal met de vrijmaking van de markt de concurrentie tussen verzekeraars en sociale kassen volop kunnen spelen. De markt zal groeien en er zullen voldoende nieuwe spelers op de markt komen zoals verzekeraars, banken en makelaars. Het is dan ook duidelijk dat huidige concentratie geen machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op significante wijze wordt belemmerd (art. 10 §3 WBEM). De Raad beslist dat de voorgelegde concentratie kan worden toegelaten conform art. 33 §2.1.a WBEM vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% van de betrokken markt controleren. Om deze redenen, De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 § 1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33 §2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 23 januari 2004 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter, de heren Peter Poma, Erik Mewissen en Robert Vanosselaer, leden.

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.