← België

2004CC31

Beslissing nr. 2004-C/C-31 van 7 april 2004 Dossier: MEDE-C/C-04/0020 Inzake: - NV HUBO BELGIE, met zetel te 2160 Wommelgem, Koralenhoeve 35, als koper (hierna: "Hubo") ; TONDREAU Jean-Pierre, wonende 1300 Limal, Rue Arthur Hardy 14, als verkoper (hierna: "J.P. Tondreau") ; SA WINDIS, met zetel te 1300 Limal, Rue Arthur Hardy 14 (hierna: "Windis") als doelonderneming ; Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de gezamenlijke mededeling van de Raad voor de Mededinging en het Korps Verslaggevers betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties (B.S. 11 december 2002, p. 55777) ; Gezien de vereenvoudigde aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 17 maart 2004 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 25 maart 2004 werd opgesteld en betekend aan de Raad ; Gelet op de fax van 2 april 2004 waarbij de aanmeldende partijen verklaren afstand te doen van hun recht op een formele hoorzitting ; De aanmeldende en betrokken vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. Hubo en J.P. Tondreau hebben op 17 februari 2004 een overeenkomst ondertekend, waarbij Hubo vanwege J.P. Tondreau alle aandelen in Windis (die 24 "doe-het-zelf" winkels exploiteert) overneemt. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1b WBEM, die tijdig werd aangemeld op 17 maart 2004 volgens art. 12§1 WBEM. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. De relevante productenmarkt is de markt voor kleinhandel in doe-het-zelf producten. De relevante geografische markt is België. Uit de vertrouwelijke cijfers en het onderzoek van de Dienst blijkt dat het gezamenlijk marktaandeel van partijen op voormelde markt minder dan 25% beloopt. Deze concentratie voldoet aan de criteria voor aanmelding volgens een vereenvoudigde procedure (B.S. 11 december 2002, p. 55777). Uit het onderzoek van de Dienst kan worden besloten dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of een wezenlijk deel ervan op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% marktaandeel hebben, moet de voorgelegde concentratie worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Om deze redenen, De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 7 april 2004 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter; de heren Marc Jegers, Robert Vanosselaer en Erik Mewissen, leden.

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.