← België

2004CC33

Beslissing nr. 2004-C/C-33 van 23 april 2004 Dossier: MEDE-C/C-04/0021 Inzake: - NV PLAKABETON, met zetel te 1740 Ternat, Industrielaan 2, koper ; NV WILLEMEN GROEP, met zetel te 2800 Mechelen, Boerenkrijgstraat 133, en Johannes M.L.E. WILLEMEN, wonende te 2801 Heffen, Heidestraat 7, verkopers; de ERGON GROEP, bestaande uit de NV Obelisk en de NV Ergon (België), de SA L'industrielle du Beton (Frankrijk), de BV Erbet (Nederland), Ergon Real Estate Poland Sp z.o.o. en Ergon Poland Sp z.o.o. (Polen), doelondernemingen ; Gelet op de Wet op de Bescherming van de Economische Mededinging, zoals gecoördineerd op 1 juli 1999 (WBEM) ; Gezien de gezamenlijke mededeling van de Raad voor de Mededinging en het Korps Verslaggevers betreffende een vereenvoudigde procedure voor de behandeling van bepaalde concentraties (B.S. 11 december 2002, p. 55777) ; Gezien de vereenvoudigde aanmelding aan het Secretariaat van de Raad voor de Mededinging van een concentratie, neergelegd op 31 maart 2004 ; Gezien het gemotiveerd verslag van de verslaggever zoals dit op 8 april 2004 werd opgesteld en betekend aan de Raad ; Gelet op de fax van 14 april 2004 waarbij de aanmeldende partijen verklaren afstand te doen van hun recht op een formele hoorzitting ; De aanmeldende en betrokken vennootschappen zijn alle ondernemingen in de zin van art. 1 WBEM. Door een aandelentransactie verwerft de CRH Groep (via haar Belgische dochteronderneming NV Plakabeton) vanwege de NV Willemen Groep en de heer Johannes M.L.E. Willemen de volledige zeggenschap van de Ergon Groep en de gezamenlijke zeggenschap over de Nederlandse en de Poolse entiteiten van de Ergon Groep. Deze operatie is een concentratie in de zin van art. 9§1b WBEM. Het principe-akkoord werd getekend op 1 maart 2004. Overeenkomstig art. 12§2 WBEM verklaren de aanmeldende partijen dat zij de intentie hebben om een definitieve overeenkomst te sluiten die op alle mededingingsrechtelijk relevante punten niet merkbaar zal verschillen van het afgesloten principe-akkoord. Uit de voorgelegde (vertrouwelijke) omzetcijfers van de betrokken ondernemingen blijkt dat de drempels zoals opgelegd conform art. 11§1 WBEM worden behaald, zodat de concentratie diende te worden aangemeld. De aangemelde concentratie valt overeenkomstig art. 33§1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied van de wet. De relevante productenmarkten zijn: - - volgens de horizontale relaties: (

  1. a)de markt voor de productie van en handel in constructievloeren in de woning- en utiliteitsbouw ; (
  2. b)de markt voor de productie van en handel in bouwmaterialen voor constructieve wanden ; (
  3. c)de markt voor de productie van en handel in structuurelementen voor gebouwen. volgens de verticale relaties: (
  4. a)de markt voor productie van en handel in verankeringssystemen ; (
  5. b)de markt voor de productie van en handel in isolatiematerialen voor de woning- en utiliteitsbouw ; (
  6. c)de groothandel in bouwmaterialen. De relevante geografische markt is België. Uit de vertrouwelijke cijfers en het onderzoek van de Dienst blijkt dat het gezamenlijk marktaandeel van partijen op alle voormelde markten minder dan 25% beloopt. Deze concentratie voldoet aan de criteria voor aanmelding volgens een vereenvoudigde procedure (B.S. 11 december 2002, p. 55777). Uit het onderzoek van de Dienst kan worden besloten dat huidige concentratie géén machtspositie in het leven roept of versterkt, die tot gevolg heeft dat de daadwerkelijke mededinging op de nationale markt of een wezenlijk deel ervan op een significante wijze wordt belemmerd (art. 10§3 WBEM). Vermits de betrokken ondernemingen samen minder dan 25% marktaandeel hebben, moet de voorgelegde concentratie worden toegelaten conform art. 33§2.1.a WBEM. Om deze redenen, De Raad voor de Mededinging Gelet op de art. 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken van toepassing overeenkomstig art. 54bis WBEM ; Stelt vast dat de betrokken concentratie aanmeldingsplichtig is en conform art. 33 §1.1 WBEM binnen het toepassingsgebied valt van de wet ; Verklaart de concentratie toelaatbaar conform art. 33§2.1.a WBEM ; Aldus uitgesproken op 23 april 2004 door de Kamer van de Raad voor de Mededinging, samengesteld uit: de heer Frank Deschoolmeester, kamervoorzitter; de heren Peter Poma, Marc Jegers en Robert Vanosselaer, leden.

🔗 Vers la source officielle

Explication IA à partir du texte officiel de la loi. Indicatif, ne remplace pas un conseil juridique.